Bijdrage Thieme Debat over de Neder­landse inzet voor de klimaat­con­fe­rentie in Parijs


24 november 2015

Voorzitter.

Geen land in de EU heeft zoveel uitstoot van broeikasgassen per persoon als Nederland. Geen ander land dan Nederland werd veroordeeld door de rechter om zijn klimaatbeleid. Een land dat ook historisch gezien zo’n grote verantwoordelijkheid draagt. Verantwoordelijkheid voor de problemen die klimaatverandering wereldwijd met zich meebrengen. Dat land, ons Nederland, neemt de grootste uitdaging van onze generatie onvoldoende serieus.

Dat is niet alleen kwalijk. We kunnen het ons niet veroorloven. We kunnen het ons niet veroorloven als land met een extreem grote klimaatvoetafdruk. We halen rozen uit Kenia en Ethiopië, we consumeren 76 kilo vlees per jaar, we proberen de Chinezen aan onze melk te krijgen…
Voorzitter, geen land met letterlijk zoveel boter op het hoofd als Nederland als het gaat om klimaatproblemen.

Alle oproepen van wetenschappers ten spijt, blijft dit kabinet ook nog eens onverkort inzetten op kolencentrales. Alle protesten van burgers, gemeenten en experts ten spijt, blijft de minister van milieu de maximumsnelheid op snelwegen verhogen.

“De tijd van vrijblijvendheid is voorbij” zegt de staatssecretaris van milieu. Om vervolgens de verantwoordelijkheid om klimaatverandering tegen te gaan af te schuiven naar het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en ontwikkelingslanden.

We negeren alle alarmbellen. Zoals Sheila Sitalsing gisteren raak verwoordde in de Volkskrant, liggen hier parallellen met eerdere waarschuwingen. Al 28 jaar geleden werd er gewaarschuwd over naderende ontsporingen van jongeren in Molenbeek. Tevergeefs. Het KNMI kondigt code Oranje af voor het klimaat, maar het kabinet lijkt horende doof, voorzitter.

In antwoord op onze aangenomen motie waarin een langetermijnvisie op het klimaat werd gevraagd, antwoordde de minister van Economische Zaken in september van dit jaar, Met de volgende woorden: “onze langetermijnvisie op het klimaat is dat het een internationaal probleem is.” Punt. Voorzitter, wat een armoe.

Het moet anders voorzitter. En dat kan ook. Door niet langer economische groei als heilige graal te zien, valt de drijvende kracht achter de nog steeds toenemende uitstoot van broeikasgassen weg. Door in te zetten op regionale, duurzame economie.

Door, voorzitter, vooral ook niet langer weg te kijken van het feit dat het klimaatprobleem vooral op ons bord ligt. Door in te zetten op een meer plantaardig voedselpatroon kunnen we veruit de snelste klimaatwinst boeken: als iedere Nederlander maar één dag in de week het vlees zou weglaten, levert dat dezelfde besparing op als wanneer we 1 miljoen auto ’s van de weg zouden halen. Als Amerikanen dat ook zouden doen – een dag geen vlees eten-, hebben we het over maar liefst 19 miljoen auto’s, qua broeikasgassen.

De veehouderij in de wereld stoot meer broeikasgassen uit dan al het verkeer en vervoer samen. Het is van alle energie verbruikende industrieën de nummer 1 veroorzaker van de uitstoot van broeikasgassen. We kunnen zo is berekend met de aanpak van de vleesconsumptie de kosten van klimaatbeleid met de helft verlagen. Als de op een na grootste landbouwexporteur ter wereld heeft Nederland een bijzonder grote verantwoordelijkheid.

Maar de vee-industrie staat niet centraal op de klimaattop. Is de minister-president bereid om in zijn speech dit feit te benoemen en aan te geven dat de klimaattop ook over de landbouw, de veehouderij moet gaan?

Het Planbureau voor de Leefomgeving, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, het Internationale Klimaatpanel IPCC van de VN, maar ook zo’n beetje alle ngo’s ter wereld adviseren eenduidig: er moet beleid komen om ons consumptiepatroon ter verduurzamen door minder dierlijke producten te eten. Het advies is dus niet, wat het kabinet graag wil horen, om de veehouderij te greenwashen met termen als klimaatslimme landbouw. Nee, er moet minder vlees en minder melk geproduceerd en geconsumeerd worden. Graag een reactie, we kunnen niet langer wegkijken van deze olifant in de Kamer.

Voorzitter, het kabinet moet zich sterk maken voor de bescherming van arme en kwetsbare landen en eilanden die de dupe worden van onze roekeloosheid. Is de minister-president bereid de klimaatfinanciering substantieel te verhogen, en zoals eerder was toegezegd aanvullend te laten zijn op de ontwikkelingsgelden?

Vorig jaar nam de Kamer een motie van de Partij voor de Dieren aan om tijdens de internationale klimaatonderhandelingen te pleiten voor een verbod op olie- en gaswinning in de arctische regio. Ik zie deze motie nog niet terugkomen in de Nederlandse inzet voor Parijs. Waarom niet?

Voorzitter, Nederland moet zich van de rechter houden aan de eigen gemaakte afspraken en doelstellingen. Het is de taak van de politiek om niet alleen de burgers van nu te vertegenwoordigen, maar ook de belangen van toekomstige generaties te behartigen.

Mede daarom ben ik van mening dat er een einde moet komen aan de bio-industrie.

Interrupties bij andere partijen:

De heer Klaver (GroenLinks): (…)De grote vraag is natuurlijk wat de top in Parijs moet opleveren. Op de eerste plaats zijn dat geloofwaardige reductieafspraken voor CO2 die er daadwerkelijk voor zorgen dat wij binnen die 2°C-doelstelling blijven. Die doelstellingen moeten voor de korte en de lange termijn worden geformuleerd. Ambitie en daadkracht dienen hand in hand te gaan, vooral omdat we weten dat het, als we nog langer wachten, niet meer kan. Hoe staat het kabinet tegenover een tussentijdse verhoging van de ambitie? (…)Ten vierde is het onbegrijpelijk dat de internationale lucht- en scheepvaart niet meedoen. Wil het kabinet initiatieven nemen om ook deze sectoren verplichtingen op te leggen voor het terugdringen van broeikasgassen? (…)

Mevrouw Thieme (PvdD):
Het is terecht dat de heer Klaver aanstipt dat er veel meer ambitie moet komen. De kennis is toegenomen over de veroorzakers van de opwarming van de aarde. Nu valt het mij op dat ook de heer Klaver het vooral heeft over de energiesector, net als tien à twintig jaar geleden het geval was. Hij heeft het er nu ook over dat de lucht- en scheepvaartsectoren erbij moeten komen. De heer Klaver weet echter met mij dat veroorzaker nummer één van broeikasgassenuitstoot de veehouderij in de wereld is. De energiesector bestaat namelijk niet voor zichzelf. Waarom hoor ik de heer Klaver niet over dat onderwerp? Is hij nog van plan om de veehouderijsector te betrekken bij de klimaatdoelstellingen in de klimaatwet?

De heer Klaver (GroenLinks):
Misschien heeft mevrouw Thieme nog niet de kans gehad om de wet te lezen, maar ik kan haar verwijzen naar het desbetreffende artikel. In artikel 10, lid 4 wordt ook de landbouwsector genoemd als sector waarover afspraken moeten worden gemaakt. Mevrouw Thieme en ik zijn het er helemaal over eens dat juist die sector een belangrijke bijdrage levert aan de opwarming van de aarde. Willen we dat voorkomen, dan zal ook die sector een bijdrage moeten leveren.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Het is heel mooi dat hierover op nationaal niveau al het een en ander wordt geschreven in de conceptklimaatwet. Ik vroeg ook aan de heer Klaver of hij het met mij eens is dat er tijdens de klimaattop in Parijs moet worden gesproken over de veehouderij. Is hij het met mij eens dat we een opdracht zouden moeten meegeven aan de bewindslieden die naar die top gaan, om in hun speeches daaraan te refereren?

De heer Klaver (GroenLinks):
Eens.


(…)

De heer Samsom (PvdA):
We hebben inmiddels nog maar één generatie de tijd, onze generatie, om de volledige omslag naar een duurzame energievoorziening te maken. Dat is een opgave waarvan de moed je in de schoenen zou kunnen zakken. Ik zeg "zou kunnen", want er zijn ook veel redenen om optimistisch te zijn. Je kunt optimistisch zijn over onze generatie. Er was nog nooit op aarde een generatie zo rijk, zo slim, zo gezond en met zo veel als wij. Als één generatie de omslag kan maken naar een duurzame energievoorziening, dan is dat de onze wel. Er is ook reden om optimistisch te zijn over de klimaatonderhandelingen, die zo moeilijk verlopen. We hebben namelijk lessen geleerd, bijvoorbeeld van het echec van Kopenhagen en vele andere klimaatconferenties. Ditmaal gaan we beter voorbereid richting Parijs en ditmaal liggen de ambities, ook van landen die deze ambities traditioneel niet hadden, op een veel hoger niveau. (…)

Mevrouw Thieme (PvdD):
Ik ben verheugd dat de heer Samsom samen met de heer Klaver een klimaatwet heeft ingediend. Daarover ben ik oprecht verheugd, omdat de heer Samsom nog geen twee maanden geleden tegen onze motie stemde om een klimaatwet in te dienen. Dat is voortschrijdend inzicht en dat kan niet anders worden gezien dan als winst. Hoe voelt het voor de heer Samsom om zijn dromen over een beter klimaat vast te leggen in een nieuwe klimaatwet in een periode waarin hij als fractievoorzitter van een regeringspartij waarschijnlijk niet zo snel weer aan de knoppen zit? We hebben het dan over 2020. Ik vraag mij af of de PvdA dan nog in de regering zit, maar goed, dat weten we niet. Het gaat erom wat de heer Samsom nu kan doen. Nu zit hij aan de knoppen als fractievoorzitter van een regeringspartij en nu laat hij het klimaatbeleid gierend uit de klauwen lopen. Hoe gaat hij daarmee om?

De heer Samsom (PvdA):
Allereerst deel ik uw pessimisme over de toekomst van dit land ten aanzien van de regeringssamenstelling in 2020 niet. Ten tweede hebben wij in de huidige kabinetsperiode een ambitie vastgelegd die in acht jaar tijd de hoeveelheid duurzame energie meer dan verviervoudigt. Als het volgende kabinet dat nog eens doet, zijn wij al in één keer klaar op weg naar bijna 100% duurzame energie. Met andere woorden, wij hebben nu gedaan wat nodig is, maar het is maar een begin. Om de hele omslag naar een duurzame energievoorziening te maken, heb je meer nodig dan één kabinetsperiode. Dat is precies waarom wij een energieakkoord wilden hebben dat langer kon meegaan dan één kabinetsperiode en waarvoor dus ook een breed draagvlak nodig was. Dan maakt het niet zoveel uit wie er in de komende coalitie zit. Overigens zijn er andere redenen waarom dat wel heel veel uitmaakt, maar daarover gaan andere debatten.

Hetzelfde geldt voor de klimaatwet. Als wij die klimaatwet, waarin is vastgelegd dat de regering langjarig vooruit moet plannen voor het klimaatbeleid, met een breed draagvlak kunnen invoeren, hebben wij de mogelijkheid om los te komen van de waan van de dag, van de hectiek en de vele wisselingen die hier plaatsvinden. Dan kunnen wij een stabiel beleid voor de toekomst uitzetten. Dat is precies de reden waarom wij deze wet gisteren hebben ingediend.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Ik ben het geheel met de heer Samsom eens dat er een klimaatwet moet komen om consistent klimaatbeleid te kunnen garanderen, maar het gaat erom dat hij nu de mogelijkheid heeft om in 2020 25% broeikasreductie te realiseren en dat zijn regering wordt teruggefloten door de rechter. Wil de heer Samsom de ambities die hij zo mooi in een klimaatwet heeft gezet, niet nu al voor een deel gaan waarmaken en dit klimaat gewoon het vuur aan de schenen leggen?

De voorzitter:
Het kabinet, neem ik aan.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Het kabinet, ja. Wat zei ik dan?

De voorzitter:
Het klimaat!

Mevrouw Thieme (PvdD):
Nee, dat moeten we vooral niet doen! Het kabinet inderdaad. Dank, voorzitter. Moet de heer Samsom het kabinet niet nu het vuur aan de schenen leggen?

De heer Samsom (PvdA):
U had het over nu en over 2020. Dat is niet hetzelfde moment in de tijd.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Nee, precies. Het gaat om wat je nu kunt.

(…)

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ik ben nu drie jaar Kamerlid. De afgelopen drie jaar heb ik veel voorstellen ingediend om klimaatverandering tegen te gaan. Ik heb dat niet alleen gedaan, maar samen met andere fracties. Ook hebben andere fracties voorstellen ingediend: de SP, D66 en GroenLinks. Ik heb hier een hele, niet eens uitputtende, stapel moties in mijn handen over de doelen voor energiebesparing, over minder investeren in fossiele energie, over de 2°C-doelstelling en zelfs een motie over een klimaatwet. Al die moties zijn weggestemd door de Partij van de Arbeid. Ik zou graag willen dat de heer Samsom daarop reflecteert in het licht van de klimaatwet die hij nu heeft gelanceerd. Stuk voor stuk passen deze moties binnen die klimaatwet.

De heer Samsom (PvdA):
Misschien hebben al die moties wel de inspiratie geboden voor en bijgedragen aan het feit dat we hier nu staan met een ingediende klimaatwet. Dat zou kunnen. Ik ken de moties niet allemaal uit mijn hoofd, mevrouw Dik. Dat spijt mij oprecht, maar ik weet heus hoe de dynamiek hier in de Kamer werkt. Er zijn veel moties ingediend die niet allemaal zijn aangenomen. Maar ze zijn ook niet allemaal verdampt; ze zijn niet allemaal verdwenen. Het denkproces is bij veel fracties doorgegaan; bij die van mevrouw Dik, maar ook bij die van ons. We hebben nu dit voorstel ingediend. Met enige ironie en wellicht ook licht sarcasme concludeerde mevrouw Thieme al dat haar motie van twee maanden geleden misschien toch wel aan de basis van deze klimaatwet ligt. Ik gun haar graag die eer, want dat is deels misschien ook wel waar; er zijn meerdere uitvinders van deze klimaatwet. Al in 2008 voerde Milieudefensie er vrij fanatiek campagne voor. Langzaam maar zeker tellen al die nederlagen bij elkaar op, in dit geval tot één overwinning.

(…)

De heer Smaling (SP):
Heb ik gelijk als ik zeg dat, misschien geïnspireerd door Obama en de paus, de Partij van de Arbeid nu een bladzijde heeft omgeslagen en weer op volle kracht op een duurzame toekomst mikt, zodat de heer Vos niet iedere keer waarschijnlijk tot zijn ongenoegen ook tegen moties moet stemmen waar hij in zijn hart eigenlijk voor zou zijn?

De heer Samsom (PvdA):
Het rijtje is nu: mevrouw Thieme, mevrouw Dik-Faber, de paus, Obama ... Nee, eerlijk is eerlijk. Dit denkproces maken we met z'n allen al jaren door. Ik ben er even uit geweest wat het klimaatdebat betreft, maar ik heb begrepen dat de heer Smaling zich in de tussentijd kostelijk heeft vermaakt met de heer Vos. Ondertussen is het denken wel doorgegaan en ook de mogelijkheden gaan door. Ik beschreef net al dat het niet alleen maar blinde ambitie is om nog hogere doelen te stellen. Inmiddels zien wij ook wat er allemaal mogelijk is. Wij koppelen ook realiteit aan doelen. Van een realistische progressieve partij als de Partij van de Arbeid mag worden verwacht dat die niet alleen kijkt naar wat er mogelijk is en wat er nodig is, maar ook kijkt naar wat er kan in de realiteit. Wij zien dat er zo ongelofelijk veel kan. Ik wil die kansen graag alle ruimte en alle zekerheid geven, als wij investeren voor de toekomst. In die inhoudelijke afweging, geïnspireerd door allerlei personen, ligt de geboorte van de klimaatwet.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Het is natuurlijk mooi dat veel partijen de heer Samsom hebben geïnspireerd tot het maken van dit concept van de klimaatwet. Dit debat gaat over wat de inzet van dit kabinet moet zijn voor de top in Parijs. Ik wil de heer Samsom graag ook inspireren door hem het volgende te vragen. Is hij het met mij eens dat als wij kijken naar de industrieën die de meeste broeikasgassen veroorzaken, wij de veehouderij niet moeten vergeten en dat het kabinet daarvan in Parijs ook melding moet maken in de speeches die het geeft? Is de heer Samsom het met mij eens dat wij dat moeten vragen aan het kabinet en dat het kabinet dat moet doen?

De heer Samsom (PvdA):
Ik speel de vraag graag door. Ik neem aan dat de staatssecretaris, die nog niet zo lang geleden op een ander departement waarschijnlijk enige affiniteit had met de sector die mevrouw Thieme nu noemt, dat ook wel een aantal keren zal noemen.

Mevrouw Thieme zei dat dit debat gaat over het bepalen van de inzet van Nederland voor de klimaatconferentie in Parijs. Dan is het wat beroerd getimed, maar dat weet zij ook. Wij bepalen onze inzet in Europees verband. Dat is juist de kracht van deze conferentie. Er zijn er al genoeg waarin de kakofonie allesoverheersend is. Wij bepalen onze inzet dus in Europees verband. Die is bepaald en die ligt er ook: minimaal 40% in 2030. Wat ons betreft komen wij met een dermate sterk resultaat terug uit Parijs dat de Europese Unie met zichzelf in conclaaf kan gaan en, aangemoedigd door Nederland, kan zeggen: minimaal 40%, maar het gaat zo goed met de wereldwijde afspraken dat we de doelpaal nog iets verder weg kunnen zetten. Laten wij daarop nu nog niet vooruitlopen. Ik zei al dat er reden is voor optimisme, maar er is nog geen reden voor overmoed. Misschien kan dat nog komen, afhankelijk van wat er in die twee belangrijke weken gebeurt.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Natuurlijk is er binnen Europa van alles afgestemd met elkaar, maar het zou jammer zijn als Nederland niet ook een eigen geluid laat horen als een van de grootste landbouwexporteurs van de wereld. Mijn oproep was ook om te spreken over wat burgers, bedrijven en overheden zouden moeten doen om niet alleen de vleesproductie, maar ook de vleesconsumptie te verminderen. Vindt de heer Samsom met mij dat het kabinet ook daarvoor een lans zou moeten breken om die discussie in ieder geval te openen? Op dit moment ligt daar nog een heel groot taboe op.

De heer Samsom (PvdA):
Ik vind dat wij dat allemaal zouden moeten doen. Wij kunnen als publieke figuren allemaal uitstralen dat vegetariër zijn niet alleen lekker is, maar ook goed voor het milieu. Wij kunnen ook heel veel andere mooie oproepen doen. Ik laat dat graag bij mensen zelf, tenzij wij wetten willen maken om dat te bevorderen. Daarvoor hebben wij de klimaatwet. Daar staat de sector landbouw overigens vrij prominent in, zoals de heer Klaver al uitlegde.

Beantwoording door de minister-president en de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu

Minister Rutte: (…)

Mevrouw Thieme vraagt of de klimaatfinanciering niet substantieel verhoogd zou moeten worden en additioneel gemaakt zou moeten worden. Wij kennen natuurlijk de afspraak over de inzet om Amerikaanse dollars, 100 miljard in 2020, te mobiliseren voor klimaat. Dat is een harde afspraak. Het is recentelijk door de Europese ministers van Financiën nog een keer herhaald dat dat onze inzet is en dat wij daarbij blijven. Daarmee gaan wij naar Parijs. Wij zijn op de goede weg. Volgens de OESO zaten wij in 2014 al rond de 60 miljard of — ik zei het niet al — iets hoger, 64 miljard zelfs. Daar werken wij de komende jaren aan verder. In Nederland zijn veel donoren onderdeel van de internationale samenwerking. Wij kiezen voor win-win. Dat betekent ontwikkelingssamenwerking voor water, voor landbouw, voor energie en voor klimaat. Daarin zit de meerwaarde. Ik denk dat wij allemaal willen voorkomen dat er te veel versnippering plaatsvindt.
(…)

Mevrouw Thieme vroeg of ik aandacht ga besteden aan de landbouw. Ja, dat ga ik doen. Wij hebben een landbouwsysteem — daarop zal de staatssecretaris zo nader ingaan — dat behoort tot de modernste en milieuvriendelijkste van de wereld.

Er is gevraagd wat ik met de motie-Thieme van 3 december 2014 doe. De klimaatonderhandelingen zijn nu mondiaal van aard en niet gericht op specifieke geografische regio's. Dit betekent dat de boringen in de Arctische regio niet aan de orde zijn bij de klimaatonderhandelingen in Parijs. Nederland zal zich inzetten voor het aanwijzen van beschermde gebieden, maar aangezien we geen zeggenschap hebben in deze regio zal het internationaal, stapsgewijs en natuurlijk altijd in samenwerking met de Arctische staten moeten gebeuren. Daar werken we aan.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Ik kan de minister-president en de staatssecretaris van Milieu niet beletten een promopraatje te houden over klimaatslimme landbouw. Ik verwacht daar straks weer een mooie versie van te horen. Dit was echter geen antwoord op mijn vraag. Ik vroeg of de minister-president bereid is om in zijn speech aan te geven dat de veehouderij de nummer één veroorzaker is van broeikasgasemissies van alle energie verbruikende industrieën. Ik vind dat dit door Nederland erkend moet worden en dat dit hoger op de klimaatagenda moet komen. Dat is mijn verzoek. Dat de minister-president vervolgens zegt dat Nederland dit heel mooi kan oplossen door klimaatslimme landbouw, vind ik prima, al ben ik het daar niet mee eens. Het gaat er vooral om of Nederland de discussie wil aanzwengelen over de veehouderij als de nummer één veroorzaker van broeikasgasemissies.

Minister Rutte:
Zo ga ik het niet doen. In mijn speech zal ik zeggen dat aanpak van broeikasgassen in allerlei sectoren nodig is. Dat gaat over energie en natuurlijk over landbouw, maar ook over transport en andere sectoren. Er zijn maatregelen nodig om ons energiesysteem aan te passen. We moeten ook kijken naar andere manieren om broeikasgassen aan te pakken en tegen te gaan. Daar ga ik in mijn openingsspeech aandacht aan besteden. Ik ga echter niet speciaal de landbouw als grote boosdoener er uitlichten, want dat vind ik namelijk niet.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Het gaat niet om wat de minister-president vindt, het gaat om de feiten. Als we naar de feiten kijken, kunnen we niet anders dan constateren dat de veehouderij de grootste veroorzaker van broeikasgasemissies is. Daarom vraag ik de minister-president of hij bereid is dat te doen, temeer omdat de klimaattop in Parijs niet gaat over landbouw. De onderhandelingen gaan niet over landbouw. Ik wil heel graag dat Nederland koploper is om dat bij de volgende klimaattop in ieder geval wel op de agenda te krijgen. Dan moet je eerst de olifant in de kamer durven te benoemen. Je moet durven zeggen dat het de meest vervuilende sector van de wereld is.

Minister Rutte:
Ik verwijs naar mijn vorige antwoord. Ik ga dat niet langs die lijn doen. Ik heb net geschetst hoe ik het zal doen. Ik ga niet speciaal de landbouw er uitlichten.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Waarom niet? Daar krijg ik steeds maar geen antwoord op.

Minister Rutte:
Omdat ik het verstandig vind dat we onder ogen zien dat er allerlei sectoren zijn die bijdragen aan broeikasgasvorming. Dat geldt voor de energiesector, de transportsector, andere sectoren en ook voor de landbouw, en de veehouderij daarbinnen. Als Nederland hebben wij op dit vlak heel veel te bieden aan de wereld. Mevrouw Thieme vindt van niet, maar de staatssecretaris en ik zijn daar wel van overtuigd. Ik was overigens niet voornemens om dat promotieverhaal in mijn inbreng te houden, misschien op een enkel voorbeeld na als ik het niet helemaal kan laten. Ik zal me proberen in te houden, want ik begrijp dat dat gewenst is. Ik ben er echter wel enthousiast over omdat wij een van de allermooiste agrarische sectoren van de wereld hebben. Daar mogen we ook trots op zijn.

Staatssecretaris Dijksma:
Voorzitter. Het is natuurlijk ontzettend verleidelijk om nu een vlammende algemene inleiding te houden, maar dat ga ik niet doen. Ik denk dat het belangrijk is dat ik die woorden bewaar voor de onderhandelingen in Parijs, want daar zullen ze hard nodig zijn. Als ik zo door de oogharen heen kijk naar de verschillende posities in de Kamer — ik ben nog tamelijk nieuw op dit dossier — vind ik het opvallend en heel goed dat die posities veel dichter bij elkaar liggen dan het lijkt. Het is belangrijk dat eigenlijk alle fracties ervoor gaan dat wij het Europese doel van een reductie van 40% in 2030, waar wij ons aan gecommitteerd hebben, halen. (…)
De situatie in Nederland heeft natuurlijk ook veel bij deze agenda te bieden. Daar heeft de minister-president al het een en ander over gezegd. Wij leven in een kwetsbare delta en onze ervaring en technologie kunnen anderen ook helpen om hun weerbaarheid te vergroten. Ik zeg alvast maar tegen mevrouw Thieme: ik zal zo meteen een nog mooier verhaal over klimaatslimme landbouw houden. Ik ga zo meteen bij een ander blokje echter ook iets zeggen over de doelen .... Het helpt niet; ze wil nu toch al iets vragen!

Mevrouw Thieme (PvdD):
Ik vroeg me af of de staatssecretaris, als zij dat verhaal over de klimaatslimme landbouw gaat houden, ook noemt dat het gaat over megastallen. Dan weten we namelijk allemaal waar het over gaat.

Staatssecretaris Dijksma:
Je kunt verschillend naar dat onderwerp kijken en er maatschappelijk verschillend over denken. Tegelijkertijd zie je dat we met dit type stallen wel de milieudoelstellingen halen. Dat is het lastige aan deze discussie. Dat weet mevrouw Thieme ook. Er zijn uit bijvoorbeeld maatschappelijk oogpunt of vanwege dierenwelzijn een heleboel redenen waarom je op een bepaalde manier naar kwesties kunt kijken. Aan de andere kant zijn er voor de landbouwsector al in 2008 klimaatdoelen gesteld, waarover ik in 2014 een rapport naar de Kamer mocht sturen. Ik loop nu toch maar even vooruit op de rest van mijn betoog: toen bleek dat men de doelstellingen voor 2020 al gehaald had. Ik zal zo wat omstandiger uitleggen hoe dat toen zat.

(…)

Mevrouw Thieme heeft een vraag gesteld over de milieudruk van het eten van vlees. Zij vroeg of we daar niet veel meer de nadruk op moeten leggen. Wij hebben daarover al heel vaak vanuit verschillende rollen discussie met elkaar gevoerd. Ik blijf zeggen dat wij niet voorschrijven welke keuzes mensen moeten maken, maar bewustwording is natuurlijk wel van groot belang. De milieudruk van de landbouw moet worden beperkt; dat is helder. Daar zet het kabinet zich ook voor in. In onze voedselvisie — die is vrij recentelijk naar de Kamer gestuurd — hebben wij een paar dingen hierover opgenomen. Het is wel goed om dat hier te zeggen. De noodzaak om met name het eten van groente en de verhouding op het bord aan te pakken via de Dutch cuisine, met al die chefkoks die wij rijk zijn, is een van de dingen waar wij achter staan. Dat vinden wij hartstikke goed. Het bewustwordingsproces en de eiwittransitie vinden wij ook van belang. Wij moeten nadenken over de stappen die wij op dat terrein kunnen zetten. De voedselvisie bevat nadrukkelijk een goede aanloop hiernaar. Ik denk dat de Kamer daar een mooi debat met de staatssecretaris van Economische Zaken en de minister van VWS over zal gaan voeren. Het is jammer dat ik daar niet bij kan zijn; ik verheugde mij er al op.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Dat vind ik uiteraard ook jammer, want ik heb altijd erg genoten van de debatten op dat terrein met de staatssecretaris. Zij weet net zo goed als ik dat niemand in de Kamer zegt dat het kabinet moet voorschrijven wat iemand moet eten. Wij willen dat de kosten die gemoeid zijn met de productie van vlees en zuivel verdisconteerd worden in de prijs. Met name de klimaatkosten zijn dat nu niet. Via de blauwe envelop betalen we uiteindelijk toch met ons allen voor de vervuiling die deze productie veroorzaakt. Ik vraag het kabinet om stappen te zetten op dit vlak. Dat kost het kabinet niets. Er zijn goedkope klimaatmaatregelen die de overheid kan nemen. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving zal dat een reductie met de helft van de klimaatkosten opleveren. Het ligt voor de neus van het kabinet om er iets mee te doen, maar het pakt het niet op. Ik wil de staatssecretaris de vraag voorleggen of zij hier toch niet naar wil kijken.

Staatssecretaris Dijksma:
Het is niet helemaal waar dat dit totaal niet opgepakt wordt, want in diezelfde nota zult u ook zien dat er een initiatief is met de naam True Pricing — u kent dat waarschijnlijk ook — waarmee je consumenten alvast bewust begint te maken door ook de echte prijs van producten in beeld te brengen. Ook dat wordt in de nota genoemd als een van de initiatieven waarmee wij meer aan de slag zouden moeten gaan. Vermoedelijk doen wij het nog steeds niet helemaal volgens uw boek, maar je kunt evenmin met droge ogen volhouden dat wij helemaal niks doen. Dat is namelijk ook niet waar.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Nee, maar ik wil duidelijk maken dat er zo veel kansen liggen om nog meer te doen. Als de staatssecretaris met mij erkent dat het belangrijk is dat wij de discussie voeren over het verdisconteren van alle kosten van het maken van vlees en zuivel, dan is het ook goed om dat op wereldschaal op internationale toppen aan de orde te stellen. Dat doen wij namelijk ook met andere producten, als het gaat over verkeer en vervoer of het beprijzen van CO2-uitstoot. Dit is juist een manier om klimaatverandering echt tegen te gaan. Het is sneller, het levert grotere klimaatwinst op en het is goedkoper. Dat zegt niet alleen de Partij voor de Dieren in de Tweede Kamer, maar ook de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, het Planbureau voor de Leefomgeving, Chatham House en het IPCC. Ik vraag mij af waarom Nederland, dat toch graag koploper wil zijn op het gebied van oplossingen voor klimaatveranderingen, niet ook een koploper zou willen zijn in deze discussie.

Staatssecretaris Dijksma:
Wij zijn op veel punten een koploper. Ik vind dat je dan ook het hele verhaal in beeld moet brengen, ook wat het ons oplevert. Dat is ook van belang. Tegelijkertijd zie je dat wij alle zeilen moeten bijzetten om de doelstellingen die we nu in Europees verband hebben afgesproken ook echt tot een succes te maken. Dat is namelijk het mandaat waarbinnen de Nederlandse regering opereert. Ondanks al het optimisme, dat ik wil delen — ik kijk ook niet graag terug naar de ruïnes van onze ambitie, zoals de heer Samsom het verwoordde — denk ik dat het een hele toer wordt om dit voor elkaar te krijgen.

Tweede Termijn:

Mevrouw Thieme (PvdD):
Voorzitter. Ik wil het kabinet veel succes wensen op de klimaattop. Nederland heeft jaren de internationale reputatie gehad koploper te zijn op het gebied van klimaatbeleid, niet bang te zijn om de olifant in de kamer te benoemen en taboes te doorbreken. Nederland hoort die reputatie te beschermen en ook waar te maken. Ik dien daarom de volgende moties in.

motie Thieme: pleit voor doelstellingen op het gebied van vleesvermindering en een krimp van de veestapel in het af te sluiten klimaatakkoord

motie Thieme: vraag bij klimaatonderhandelingen aandacht voor noodzaak om de vlees en zuivelconsumptie te verminderen

motie Thieme: vraag tijdens klimaatonderhandelingen aandacht voor noodzaak om broeikasgasemissie van de veehouderij terug te dringen

motie Thieme: stop met de gasrotondestrategie

motie Thieme: sluit alle kolencentrales in 2020

Minister Rutte:
(…)

Dat gezegd hebbende kom ik bij de moties. De motie-Thieme op stuk nr. 120 ontraad ik. Ik vind dat hier te veel één element eruit wordt gelicht. Ik verwijs ook naar het debat in eerste termijn.

Dat geldt ook voor de motie-Thieme op stuk nr. 121. Dat is echt een keuzevrijheid van mensen, die wij moeten respecteren. Dit is niet aan de overheid.

Dat is ook mijn reactie op de motie-Thieme op stuk nr. 122.

Over de motie-Thieme op stuk nr. 123 heb ik een uitvoerige discussie met de Kamer gevoerd in eerste termijn. Verwijzend naar die discussie ontraad ik deze motie.

De motie-Thieme op stuk nr. 124 ontraad ik, omdat gas nodig is als transitiebrandstof. Daarbij is ook die rotonde nodig.