Bijdrage Van Esch AO Klimaat­ak­koord gebouwde omgeving


12 februari 2020

Voorzitter,

Twee weken geleden hoorde ik een liberaal lid van deze Kamer beweren dat we te duurzaam bouwen. Dat linkse milieuregeltjes maar in de weg staan. Voor een land waar de opwek van duurzame energie maar niet op gang komt zijn die milieuregels juist hard nodig! Elke joule energie die je aan besparing kan realiseren door duurzaam te bouwen hoef je vandaag niet op te wekken, en morgen niet op te wekken en over 40 jaar niet op te wekken.

Dat is meteen ook een van de eerste kritiekpunten op dit klimaatakkoord. Besparing is niet de allerhoogste inzet. We lezen bijvoorbeeld in de voortgangsrapportage over de Aardgasvrije Wijken dat er gekozen wordt voor beperkte besparing, zoals alleen kierdichting, omdat echte besparing duurder is. Vorige week lazen we nog dat 2/3e van de kantoorpanden geen energielabel C of beter heeft. Is de minister met ons eens dat het onwenselijk is dat we niet maximaal inzetten op energie besparing? En wat gaat de minister doen om hier verandering in aan te brengen?

Een ander kritiekpunt ligt in de opzet van het Klimaatakkoord. U weet hoe de Partij voor de Dieren denkt over het polderen met het klimaat. Het was een volle polder aan tafel bij gebouwde omgeving. En in een volle polder verdrinkt men zeg ik altijd maar.

Wie energieleveranciers uitnodigt om te verduurzamen komt uit op een systeem dat draait om energieleveranciers. Wie afvalverbranders uitnodigt, zelfs voorzitter maakt, komt uit op een systeem met afvalverbranders. Oftewel, door de opzet van het akkoord zien we nu een veel te grote inzet op warmtenetten. De grootschalige inzet op warmtenetten baart mijn partij echt zorgen. Het lijkt er teveel op dat de wijkaanpak nu simpelweg resulteert in: “Bouw een biomassacentrale en leg een warmtenet aan”.

Dat resulteert in grote investeringen, een te groot beslag op biomassa, een hoge CO2 uitstoot en een energiemarkt in handen van monopolisten. Gemeenten geven al aan dat ze onvoldoende de publieke belangen kunnen waarborgen bij warmtenetten. Dus waar we burgers onafhankelijker hadden kunnen maken van de energierekening. Gaven we warmteleveranciers het monopolie. De investeringen voor warmtenetten, die over tientallen jaren terugverdiend moeten worden, vallen ook nog hoger uit. En dan zijn die warmtenetten ook nog bijna altijd gekoppeld aan een vervuilende bron.

Het is dan ook vreemd te lezen dat men vind dat de keuze voor de technische oplossingen bemoeilijkt wordt vanwege de beeldvorming over biomassa en restwarmte.
Nee, de technologische keuze wordt niet bemoeilijkt. Er wordt een verkeerde keuze gemaakt en de beleidsmakers zijn teleurgesteld dat niet iedereen er blij van wordt!

Maar mensen worden er niet blij van als er een biomassacentrale in de wijk komt te staan en de luchtkwaliteit achteruit holt. Mensen worden er niet blij van als hun huis gekoppeld wordt aan een vervuilende industrie die ze daarmee in de benen houden.

Waar mensen wel blij van worden is maximale eigen opwek met zonnepanelen op het dak. Minimaal energieverbruik omdat je goed geïsoleerd bent.

Hoe gaat de minister daar steviger op sturen? Hoe gaat de minister voorkomen dat er een wildgroei aan warmtenetten komt? Hoe voorkomt hij dat elke wijk of stadsdeel een biomassacentrale krijgt en er vervolgens scheepsladingen vers gesnipperde bossen uit Estland en Amerika hierheen komen?

En tot slot, gaat de minister nog iets doen aan de kunstmatig lage primaire energie factor? Met zijn collega van Economische Zaken en Klimaat gaf hij eerder te kennen
deze niet te willen aanpassen aan het daadwerkelijke percentage duurzame energie.

Maar nu we qua duurzame energie echt het aller slechtste jongetje van de Europese klas zijn kan de minister toch niet volhouden dat rekenen met toekomstige waardes gerechtvaardigd is? Zeker niet als dat de aanschaf van energiebesparende en energieopwekkende investeringen tegenwerkt.