Bijdrage Van Kooten aan debat over Aanvul­lingswet Natuur Omge­vingswet


27 juni 2019

Voorzitter. Mag wetgeving indruisen tegen onze natuurbescherming of zelfs bijdragen aan vernietiging van de natuur? Die vraag zou ik graag centraal willen stellen in mijn bijdrage aan dit debat. Meer specifiek, is er wel sprake van ónze natuur? Of moeten we de natuur zien als een op zichzelf staande waarde met intrinsieke betekenis, los van haar nut voor de mens? Verdient de natuur bescherming zonder dat daar economisch belang aan gekoppeld is? De mens heeft zich ontwikkeld tot de meest schadelijke op aarde levende soort en vormt een bedreiging voor de natuur, het milieu, de dieren, het klimaat en de biodiversiteit. Het zou goed zijn als we ons dat realiseren bij het bespreken van de Aanvullingswet natuur als onderdeel van de Omgevingswet, een wetgevingstraject van ongekende omvang waarbij in meer dan vijftien jaar tijd alle wetgeving met betrekking tot onze leefomgeving samengeperst gaat worden in een overvolle veewagen bij 35°C. Veel van de nu voorliggende wetgeving is veel minder vanzelfsprekend dan gesuggereerd wordt. Maar voordat ik inga op het natuurdeel van vandaag, wil ik beginnen met een schets van de situatie.

We kunnen deze wet niet zomaar behandelen als elke andere, alsof het een normale gang van zaken is dat we simpelweg een speerpunt uit het VVD-programma gaan uitvoeren volgens de logica van "leg een weg aan door een natuurgebied en je hebt twee natuurgebieden". Dat zijn win-winsituaties die leiden tot min-minsituaties voor dieren, natuur en milieu en daarmee ook min-minsituaties voor onze eigen soort, de mens. Wat heb je aan geld als de ijskap smelt? Wat heb je aan nieuwe wegen die letterlijk doodlopen of die leiden naar destructie van de natuur? Onze leefomgeving staat onder ongekende druk. We verkeren in een ecologische crisis die grote gevolgen zal hebben voor ons eigen bestaan en dat van komende generaties.

Populaties insecten, die onmisbaar zijn voor onze voedselproductie, zijn met 70 tot 80% teruggelopen. Het bodemleven stikt letterlijk onder de 80 miljard kilo mest die onze veehouderij jaarlijks produceert. De waterkwaliteit voldoet op vrijwel geen enkele plek aan de Europese normen. De natuur staat ernstig onder druk vanwege de stikstofuitstoot. Bomen worden massaal gekapt, zelfs midden in het broedseizoen, om vervolgens te worden verbrand. De luchtkwaliteit, die al niet voldoet aan de WHO-normen, komt daarmee nog verder in gevaar. En dan hebben we het nog niet gehad over de klimaatcrisis waarin we ons nu bevinden.

Na ons de zondvloed is niet langer een thema uit onze geschiedenis, maar een omschrijving van de nabije toekomst wanneer we niet heel snel tot zeer drastische inkeer komen. Duurzame voedselproductie, een gezonde bodem, gezond water en bomen die onze lucht zuiveren en verkoelen, het is allemaal geen luxe, geen vrijblijvende politieke keuze, maar letterlijk van levensbelang. Om die reden behoeven al deze zaken onze onverdeelde aandacht. Er moet niet alleen een herstelplan natuur komen of een actieplan klimaat. Er moet een fundamentele herziening komen van hoe wij met onze leefomgeving omgaan. Geen laissez-faire wetgeving, maar de noodtoestand. Letterlijk redden wat er te redden valt. Te lang en te vaak hebben we gezien dat het vooruitschuiven van noodzakelijke keuzes en het inzetten op en-enbeleid uiteindelijk ten koste gaat van de natuur en de dieren.

Deze wet biedt geen fundamentele herziening met prioriteit voor het herstellen en beschermen van onze leefomgeving. Integendeel, het is meer van hetzelfde. Deze wet maakt letterlijk kleingeld van onze natuur. Het PAS-beleid, dat recent door de Raad van State nietig is verklaard, laat zien dat de ecologie letterlijk verstikt wordt door onze economische ambities, dat economische groei niet de oplossing is, maar het probleem zelf, en dat bomen die tot in de hemel groeien en koeien met gouden hoorns geen resultaat zijn van een gelukkig toeval, maar van ongebreidelde hebzucht die ten koste gaat van het leven dat ons omringt en dat steeds meer in gevaar komt.

De doelstelling van de PAS om natuurbescherming en de ruimte voor economische groei en economische activiteiten te regelen, bleek vooral een excuus om rondom kwetsbare natuurgebieden toch vooral intensieve veehouderijen te kunnen uitbreiden, snelwegen te blijven verbreden en snelheden te blijven verhogen. Alles ten koste van de natuur. Natuurwaarden werden geborgd volgens het principeloze principe "wie dan leeft, wie dan zorgt", een wanstaltig politiek compromis van Ger Koopmans en Diederik Samsom als een tikkende stikstofbom onder alles wat groeit en bloeit. De Hollandse koopmansgeest met de goedkeuring van een voormalige Greenpeace-activist die vastgelopen was in wat hij zelf noemde "de grindbak van de rauwe realiteit". De ontgroening van politieke idealen, gesmoord in de politieke roekeloosheid van het poldermodel.

Voorzitter. Ik sta stil bij dit aspect, omdat hier exact dezelfde dubbele doelstelling uit naar voren komt die we ook teruglezen in de Omgevingswet. De geschiedenis herhaalt zich, gebaseerd op volkomen onrealistisch wensdenken vanuit de kortzichtigheid dat het onze tijd wel zal duren.

De Omgevingswet heeft namelijk twee doelen: het beschermen én het benutten van de leefomgeving. Maar kan de minister garanderen dat deze wet stikstofproof is? Ziet de minister conflicterende omstandigheden die ertoe kunnen leiden dat in de nabije toekomst rechtsorganen deze wet ook zullen diskwalificeren, zoals nu gebeurd is met de PAS, waar nog maar vier jaar geleden het glas over geheven werd als ware het het ei van Columbus? Biedt deze wet voldoende bescherming aan de natuur, zodat we over een paar jaar niet weer hier staan, crying over spilt milk?

Terugkijkend op bijna tien jaar Rutte, maar zeker ook na de uitspraken van de coalitiepartijen afgelopen week, bestaat er bij mijn fractie geen enkel vertrouwen dat het beschermen van de leefomgeving in deze wet ooit boven het benutten ervan gesteld zal worden, dat de natuur beschermd wordt wanneer de economie op de deur komt kloppen. Volgens een Kamerlid van de VVD is de zee vooral bedoeld om goederen te vervoeren en een goede boterham mee te verdienen. In zijn vocabulaire staat niets over het beschermen van de kwetsbare natuurgebieden, de intrinsieke waarde van het zeeleven of het beschermen van alles van waarde dat weerloos is tegen de tomeloze economische ambities. Geld dat stom is, maakt recht wat krom is.

Eerder liet de VVD al weten dat we in Nederland met de Veluwe en de Waddenzee wel voldoende natuur hebben en dat de rest kan worden ingewisseld voor de aanleg van meer bedrijventerreinen, woonwijken en wegen. Toen de rechter duidelijk maakte dat na jaren van economische ontwikkeling ten koste van de natuur die natuur letterlijk stikte in onze stikstofproductie, stelde zijn collega, de heer Weverling, hier aanwezig, dat de balans tussen natuur en economie zoek was geraakt. We moesten maar eens bezien of we niet te veel natuurgebieden en regels hebben in Nederland. Ondernemers moeten tenslotte kunnen ondernemen, aldus de VVD. Natuur is te duur om te beschermen, natuur is er om kleingeld van te maken.

Voorzitter. Ook de minister van IenW stelde dat waar de economische ontwikkeling in de knel kwam, we maar met een nieuwe list moesten komen. Ze heeft er een leger juristen op gezet. Niet om de uitspraak van de hoogste rechter te respecteren en om in te zetten op een duurzame beleidswijziging, maar om die uitspraak te omzeilen. Dat is totale anarchie in dienst van commerciële belangen, met voorbijgaan aan alles wat echt waarde heeft. Hebzucht regeert. De rechter stelt dat we de natuur ernstige schade toebrengen. En wat volgt is geen mea culpa en een leger aan ecologen om de gemaakte schade te herstellen. Nee, er wordt een leger aan juristen opgetuigd om een list te bedenken, om de glasheldere uitspraak van de Raad van State op listige wijze te vertroebelen en te negeren. "Marchanderen" heet dat, in de etymologie afkomstig van het Latijnse "mercatare", in het spraakgebruik vooral "handelen in de zin van sjacheren, het niet zo nauw nemen", in dit geval het niet zo nauw nemen met de uitspraken van ons hoogste rechtsorgaan.

Dit is een minister die alles wil doen om een vliegveld te openen naast een natuurgebied, om wegen te verbreden ten koste van honderden bomen en om de intensieve veehouderij geen strobreed in de weg te leggen, ook niet waar de natuur letterlijk verstikt wordt.

Voorzitter. Dit is de reden waarom wij tegen de overgang van de Wet natuurbescherming in de Omgevingswet zijn. De heer Von Martels zit niet op te letten, maar dit is dus de reden, meneer Von Martels. Het is een hogesnelheidstrein die doordendert op een spoor waarvan keer op keer duidelijk is gemaakt dat het doodlopend is. Het enige wat we vandaag kunnen doen is aan de noodrem trekken, u allen verzoeken de trein tot stilstand te brengen, om te keren en zelf door het gangpad achteruit te rennen, zelfs wanneer dat voor u als lid van een coalitiepartij zou kunnen betekenen dat u daarvoor uw gereserveerde pluche zetel moet opgeven in het belang van het land, de natuur, de dieren en de toekomst van onze kinderen.

We kunnen het tij nog keren, al is het twee voor twaalf. Er zijn in de coalitie partijen te vinden die zeggen de urgentie in te zien van ingrijpen in deze catastrofale staat van de natuur en het klimaat, zoals D66. Ik citeer uit het PAS-debat van afgelopen week: "De tijd van een economie op natuurkrediet is voorbij. Wij vinden ons het slimste meisje van de klas, maar we lopen de kantjes ervan af. Die fout gaan wij volgende week bij de integratie van de Natuurbeschermingswet in de Omgevingswet niet maken." We zijn benieuwd. Er werd ook gezegd: "Nederland heeft lang op de pof geleefd van Moeder Natuur." Einde citaten van D66. Het enige probleem is dat het nog niet lijkt te zijn doorgedrongen dat economische groei, of zoals D66 het verwoordde "het herstellen van de economie", natuurbehoud en -herstel juist in de weg staat, net zoals de Aanvullingswet natuur in de Omgevingswet een verdere uitholling is van de natuurbescherming, nu er ruim baan wordt gegeven aan de economie en het benutten van de natuur. Hoe zal D66 gaan stemmen? Zal de partij de natuur volgen of verloochenen? Wat zal D66 doen als blijkt dat het coalitiebelang en het natuurbelang onverenigbare grootheden zijn?

De minister van LNV schrijft in haar Kamerbrief dat de wettelijke bescherming van de natuur onverminderd is bij de overgang van de Wet natuurbescherming in de Omgevingswet en dat er niet méér ruimte wordt gegeven aan potentieel schadelijke economische activiteiten. Dat zijn mooie woorden, die het verdienen om tegen het licht te worden gehouden. De minister sust ons zachtjes in slaap met het nee-tenzijprincipe. De minister stelt dat een economische activiteit die potentieel nadelig is voor de natuur niet mag worden toegestaan door de provincies, tenzij is voldaan aan voorwaarden ter bescherming van de natuur. Dit zou zorgen voor een zorgvuldige afweging van andere belangen tegen het belang van het beschermen van de natuur. De natuur zal een-op-een even goed beschermd worden, aldus de minister, of eigenlijk even slecht.

Kijk bijvoorbeeld naar de economische activiteiten in het Waddengebied, UNESCO-werelderfgoed nota bene, die leiden tot gasboringen, zoutwinningen, olievlekken en containerschepen die een catastrofe aanrichten als er ongelukken gebeuren zoals dat met de MSC Zoe. Kijk naar de ontbossing in Nederland en de intensieve veehouderij, die nog immer groeit en letterlijk dood en verderf zaait in onze weilanden met monoculturen en groene woestijnen. Kijk naar vermesting, gif, glyfosaat, met de eerder genoemde ecologische ravage tot gevolg: insectensterfte en een ongekend verlies van biodiversiteit in ons land. Dan moeten burgers, boeren en buitenlui blij worden van een wet waarin de natuur zogenaamd even goed beschermd zal blijven. De natuur ís niet goed beschermd, en zal met een beleidsneutrale overgang nog steeds niet goed beschermd zijn.

Voorzitter. Het zogezegd grote voordeel van de overgang van de Wet natuurbescherming, vereenvoudiging van de regelgeving, is ook al niet terug te zien. De integratie van de wet brengt weliswaar de ruimtelijke wettelijke bepalingen bij elkaar, maar leidt tegelijkertijd tot grote versnippering van de natuurwetgeving. Zelfs hoogleraren natuurbeschermingsrecht stellen: ook na gewenning blijft het veel zoeken.

Mijn fractie maakt zich grote zorgen over de verdergaande decentralisering van ons natuurbeleid. We zijn er nooit voor geweest, en we zien met de komst van de Omgevingswet helaas opnieuw een verschuiving in de verkeerde richting. De kern van de Omgevingswet is de ruimere afwegingsruimte voor decentrale overheden. Het risico is dat het accent op kortetermijnbelangen komt te liggen als gevolg van gebrekkige deskundigheid op het gebied van regelgeving en ecologie.

Bovendien betekent dit een gemiste kans om regie vanuit het Rijk te nemen en de verdergaande gevolgen van de biodiversiteitscrisis tegen te gaan. De natuur is niet gebaat bij provinciegrenzen. Bovendien zijn de mogelijkheden beperkt om tegen schadelijke besluiten in beroep te gaan of inspraak te hebben.

De Europese richtlijnen zijn het minimale wat de natuur nodig heeft. Het is een vangnet voor het geval afzonderlijke lidstaten zelf geen adequate natuurbescherming opstellen. Het criterium "gunstige staat van instandhouding" is een uitgeholde term, nu uit de wettekst en de memorie van toelichting niet duidelijk is wat de "gunstige staat" precies inhoudt, hoe die objectief getoetst kan worden en hoe decentrale overheden dit criterium zullen invullen. Wat de natuur echt nodig heeft, is een actieve bescherming in plaats van een passieve instandhouding met reële kans op verslechtering. Gezien de gemaakte economische afweging in het verleden ziet de Partij voor de Dieren met deze gecomprimeerde wet geen enkele garantie voor een robuuste natuur waaruit in de nabije toekomst geoogst kan worden, integendeel. Over dat oogsten gesproken, dat benutten, wat is daar de logica achter? Kunnen de ministers mij dat eens uitleggen? Hoe kun je oogsten van iets wat op het punt staat te verdwijnen, de rodelijstsoorten, de laatste restjes natuur, de laatste bomen, het laatste restje biodiversiteit? Wie heeft bedacht dat het goed zou zijn om massaal de zogenaamd in gunstige staat van instandhouding verkerende diersoorten af te laten schieten? Zonder enig nut of noodzaak, louter voor de lol van een kleine groep hobbyisten die er plezier aan beleeft om dieren te doden. We moeten constateren dat na het Bleker-tijdperk het nog niet veel opgeschoten is met de intrinsieke waarde van de natuur en de daarin levende dieren. De intrinsieke waarde -- het kan niet vaak genoeg herhaald worden -- is de waarde die een dier heeft los van zijn nut voor de mens. Hoe kun je de intrinsieke waarde van een haas, konijn, fazant, wilde eend of houtduif erkennen wanneer er tegelijkertijd louter voor de lol van een mens op dat dier geschoten mag worden? Kan de minister dat nu eens klip-en-klaar uitleggen, zodat voor de wetsgeschiedenis duidelijk wordt wat de wettelijke erkenning van de intrinsieke waarde van dieren aan werkelijke bescherming oplevert. De Nederlandse natuur wordt blijkbaar nog steeds beschouwd als een moestuintje dat nodig aangeharkt en op tijd leeggeplukt moet worden. Ongewenste indringers kunnen met grof geschut worden bestreden. De mens bepaalt wie welkom is en wie niet.

De natuur kan zich prima redden zonder bemoeienis van mensen en heeft geen menselijke interventie met het jachtgeweer nodig. De Partij voor de Dieren wil een eind aan de vrij bejaagbare diersoorten. De plezierjacht, enkel voor de lekkere trek en het genot van het schot kent geen enkele legitimatie en moet daarom verboden worden. Lol is geen legitimatie voor het doden van levende wezens, waarvan de intrinsieke waarde wettelijk erkenning kent.

Voorzitter. Ook de provinciaal vastgelegde vrijstellingslijsten om dieren te doden zouden geschrapt moeten worden. Op die lijsten staan een aantal dieren die in geval van vaak minimale of slechts verwachte schade op basis van discutabele draagkrachtberekeningen en dubieuze veldtellingen door de jagers zelf, intensief bejaagd mogen worden. Er zijn diervriendelijke alternatieven genoeg. Onderzoek na onderzoek laat zien dat jacht in alle opzichten averechts werkt. Laat ik het wilde zwijn als voorbeeld nemen. Ieder jaar wordt op de Veluwe 70% tot 80% van de populatie afgeschoten. Toch krijgen wilde zwijnen op de Veluwe standaard drie maal zoveel nakomelingen als in gebieden waar ze niet bejaagd worden: een logische reactie van de natuur. Het gevolg is dat jagers met nog extremere middelen willen gaan jagen. Een drijfjacht wordt in Noord-Brabant al door de provincie toegestaan. Er wordt gejaagd met vangkooien, nachtkijkers en lokvoer. Als gevolg daarvan vluchten de wilde zwijnen hun eigen territoria uit, soms de provinciale wegen of zelfs snelwegen op. Een wapenstilstand zou een verstandige reactie zijn. Laten we stoppen met het opjagen van dieren voordat er nog meer ongelukken gebeuren. Plaats wildsignaleringssystemen langs de weg en verlaag de maximumsnelheid, dat is goed voor de veiligheid van zowel mens als dier.

Men zou verwachten dat het risico op insleep en verspreiding van ernstige dierziektes, zoals de Afrikaanse varkenspest, het gezonde verstand een beetje terug zou brengen. Maar nee, nulstanden worden extra strikt gehandhaafd, jagers vragen extra mogelijkheden om hun uiterst zinloze en wrede hobby voort te zetten en uit te breiden.

Vanaf aanstaande maandag mogen zelfs pasgeboren biggen op de Veluwe in de zoogtijd worden gedood tijdens de nachtelijke uren, met gebruikmaking van stropershulpmiddelen, zoals nachtkijkers en knaldempers, om de sociale controle zo gering mogelijk te laten zijn. Op de Veluwe heeft een wolvenpaar met jongen zich gevestigd. In plaats van het territorium van de wolven met rust te laten en zich wijselijk en wettelijk gezien noodzakelijkerwijs terug te trekken, gaat de jacht 's nachts door met nachtkijkers en geluiddempers. Dit terwijl er nu nog een jagersargument gesneuveld, namelijk dat de mens als beheerder van de natuur de plaats moet innemen van de natuurlijke vijand van het wilde zwijn. De wolf is hier in Nederland. Laten we dat vooral zo houden en de dieren laten leven voor een werkelijk natuurlijk evenwicht.

Voorzitter. Waar we het in Nederland ook enorm druk mee hebben, is de bomenkap. De ontbossing in Nederland gaat procentueel gezien sneller dan in het Amazonegebied. Gekapte bomen liggen huizenhoog opgestapeld, ook in de bossen van Staatsbosbeheer. Er wordt zelf gekapt in de broedtijd van vogels en de draag- en zoogtijd van zoogdieren. Het kappen en snoeien in het broedseizoen is niet per definitie in strijd met de wet. Het betreft hooguit semiwettelijke regels; het zijn vrijblijvende regels in een gedragscode. Wil de minister het kappen en snoeien in het broedseizoen en in de zoog- en draagtijd helemaal verbieden?

De minister verklaarde onlangs dat wij in Nederland niet stilstaan als het gaat om de verbetering van de biodiversiteit. Een ecoloog en hoofddocent van de Wageningen Universiteit, de heer Jansen, schreef er eind mei een treffende column over in Trouw. Nederland probeert al jaren met minimale inzet te voldoen aan internationale afspraken over biodiversiteit. Niet alleen is te weinig oppervlak aangewezen voor natuurbescherming, veel daarvan is ook maar beperkt beschikbaar voor wilde planten en dieren. Beschermde natuurgebieden moeten allerlei nevenfuncties vervullen, die soms regelrecht ten koste gaan van natuurwaarden. Hij constateert terecht, en ik citeer: "als ik het natuurbeleid van het afgelopen decennium met twee woorden mag karakteriseren, kies ik voor halfhartig en berekenend". Een mooi voorbeeld vindt Jansen de staat van onze bossen.

Het continue gezaag en geoogst uit onze bossen zorgt ervoor dat hier nooit een natuurlijk bos kan ontstaan. Bomen mogen in Nederland niet oud worden, aftakelen, hun takken laten vallen, instorten of verrotten. Meer dan de helft van de bossensoorten is voor het voltooien van hun levenscyclus afhankelijk van aftakelende bomen en dood hout. Maar ruim voor die tijd zijn ze in de ogen van de overheid kaprijp. Afvallende takken zijn, ook in een bos, potentieel levensgevaarlijk en bovendien mooi brandhout voor de houtstookcentrales. Dus gaat ons bosbeheer, gewapend met de kettingzaag, het bos in.

Kan de minister uitleggen waarom de regering productiebos en multifunctioneel bos meetelt als oppervlak beschermd natuurgebied? Dat neigt naar valsspelen. Echt beschermde natuur is natuur die met rust gelaten wordt, geen natuur die belastende nevenfuncties moet vervullen als houtoogst en recreatie. Is de minister bereid dit beeld te corrigeren?

Onze bossen worden planmatig door kaalkap omgevormd tot productiebossen van gelijke leeftijd, bestaande uit één of hooguit twee boomsoorten. Grote lege plekken blijven achter en zorgen voor veel maatschappelijk ongenoegen. Kan de minister beamen dat onze bossen door kaalkap ecologisch labieler en klimaatgevoeliger worden? Hoe levert kaalkap gevarieerder bos op, volgens de minister? De gecreëerde open plekken in het bos vormen samen circa 600 hectare oppervlakte die jaarlijks wordt kaalgekapt en waarvan de bodem machinaal wordt omgewoeld. Ook hier is het gevolg weer: verlies van biodiversiteit, in de bosbodem opgeslagen CO2 en verlies van bodemvruchtbaarheid.

Er is een geweldig alternatief voor het kaalkappen van grote vlaktes: met rust laten, uitdunnen waar het nodig is en de natuur verder zijn gang laten gaan. Laat die nevenfuncties als houtoogst varen en begin met het beschermen van onze bossen. We ontkomen er niet aan als we de klimaat- en biodiversiteitsdoelstellingen serieus nemen.

Voorzitter. De Partij voor de Dieren roept de minister op in te zetten op proactieve bescherming van de natuur en van de in het wild levende dieren, en het gesjoemel ten behoeve van kortetermijnbelangen in al zijn verschijningsvormen per direct te staken, in het belang van toekomstige generaties, de planeet en al haar bewoners. Het is hoog tijd en hoognodig.

Dank u wel.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer