Bijdrage Van Kooten AO Ener­gie­pres­tatie Gebouwen


21 februari 2019

Voorzitter,

De opgave om aan de Urgenda uitspraak te voldoen is, door een gebrek aan actie van de opeenvolgende kabinetten Rutte, groot! Maar Urgenda is de kwaadste niet. Ze komen, samen met 170 woningcorporaties, met een actieplan om in twee jaar tijd 100.000 woningen te verduurzamen! Zonder wezenlijke woonlastenverzwaring voor de huurders en duidelijk met veel draagvlak. Ik wil de minister vragen of zij bereid is dit actieplan te omarmen?

Het klopt toch dat de verhuurdersheffing als tijdelijke maatregel bedoeld was? En het klopt toch dat de minister zelf al een voorzichtig begin heeft gemaakt met de Regeling Vermindering Verhuurderheffing Verduurzaming? Waarom zou zij niet doorpakken en deze heffing, die bij sociale minima gehaald wordt, in ieder geval voor de komende twee jaar besteden aan verduurzaming?

Dan het Ontwerp Klimaatakkoord. In afwachting van de doorrekening willen we deze minister toch een paar zaken meegeven richting de definitieve versie voor de gebouwde omgeving. In de tekst lijken nu twee uitgangspunten geformuleerd; Woonlastenneutraliteit en de wijkgerichte aanpak.

Wat ons verbaast is dat er weinig aandacht lijkt te zijn voor de absolute basis van de verduurzamingsopgave namelijk het reduceren van de warmtevraag. Is de minister bereid de reductie van de warmtevraag als expliciet uitgangspunt mee te nemen in het Klimaatakkoord?

Ook restwarmte moet namelijk geproduceerd worden en ook elektriciteit moet worden opgewekt. Is de minister het met ons eens dat de meest duurzame energie de energie is die je niet verbruikt? En dat dat dus ook voor warmte geldt?

Eerder hebben wij gewaarschuwd voor de lock-in die zal ontstaan als we wijken gaan aansluiten op de restwarmte van de vuile fossiele industrie. Daarmee wordt het leveren van zoveel mogelijk warmte een verdienmodel voor de industrie.

Het reduceren van de warmtevraag is dus extra belangrijk want als we zo min mogelijk warmte nodig hebben dragen we ook zo min mogelijk bij aan de instandhouding van de vervuilende industrie en zijn niet hele wijken afhankelijk in het geval we over willen gaan tot het sluiten of het elektrificeren van zulke industrie├źn. Is de minister dat met ons eens?

Dat de nadruk van het beleid niet op energiebesparing ligt blijkt ook uit de nieuwe BENG-normen die bouwkundige maatregelen, waarmee de warmtevraag verminderd wordt, onderwaardeerd ten opzichte van installaties, waarmee verwarmd kan worden. Is de minister met ons van mening dat er nu gebouwd moet worden voor de duurzame toekomst? En dat het dan vreemd is om nu woningen te bouwen die over de gehele levensduur meer energie zullen vragen dan noodzakelijk? Wil zij inzetten op woningen met een zo laag mogelijke warmtevraag?

Daarnaast moet er ook meer zekerheid komen over de oplossingen die aangeboden worden voor het verduurzamen van bestaande woningen. Gaat de minister inzetten op prestatiegaranties voor de verduurzamingsoplossingen? Bij de landbouw zagen we bijvoorbeeld dat luchtwassers op papier grote reducties van geur en fijnstof zouden realiseren maar in werkelijkheid bleek dat stevig tegen te vallen. Hoe voorkomen we dat mensen, of de overheid, straks geld investeren in verduurzaming, zonder dat dit uiteindelijk resulteert in de verwachte of de gehoopte energiebesparing?

Tot slot; hoe staat het met de uitvoering van de motie Wassenberg over huurders met hoge energiekosten hun woning laten verbeteren?

Dank u wel