Bijdrage Van Kooten-Arissen AO Water


28 juni 2018

Voorzitter,

Meer dan duizend zwanen, ganzen, aalscholvers en meeuwen zitten onder de olie. Zwanen en ganzen proberen zelf de veren schoon te maken en krijgen daarbij de giftige olie binnen. Een regelrechte ramp! Daarom wil ik allereerst de aandacht vragen voor de ramp die zich momenteel in Rotterdam afspeelt. Het lek van 220 ton stookolie in het Botlek gebied. Ik was gisteren in het gebied om het met eigen ogen te zien. Bij de plaatselijke vogelopvang zaten zo’n 280 zwanen. Zij worden zwaan voor zwaan aan een medisch onderzoek onderworpen en nadat ze tot rust gekomen zijn worden ze bij de noodopvang gewassen. Ik wil hier ook mijn grote waardering uitspreken voor alle vrijwilligers, helden zijn het, en professionals die ondanks de gezondheidsrisico’s onvermoeibaar vechten voor het leven van al deze dieren.

Ook waardering voor de minister. Zij is zelf bij de vogelopvang gaan kijken. Gisteren bereikte ons berichten dat er dierenambulances met besmeurde vogels geweigerd werden aan de deur bij de noodopvang. Na onze noodkreet is zij toen meteen aan de slag gegaan. Maar er blijven wel enkele vragen. Hoe heeft dit kunnen gebeuren en is dat nu echt volledig opgelost? Kunnen alle dierenambulances en stichtingen hun vogels afleveren? Waarom werd er een vang en vaarverbod afgekondigd terwijl er nog tientallen zo niet honderden besmeurde vogels zijn? Het argument was om deze vogels niet op te jagen en rustig te houden, maar zo lang de vogels in de olie rondzwemmen is er sprake van een levensbedreigende situatie. Zoiets mag niet dagen duren, zoals nu het geval was. Heeft de minister maximaal gebruik gemaakt van de beschikbare hulp en opvangruimte? Er zijn vijf zogenaamde K1 opvangcentra in het land, gespecialiseerd in dit soort situaties, maar die zijn niet allemaal betrokken of benut klopt dat? Welke lessen trekt de minister uit deze ramp voor de toekomst? Bijvoorbeeld, de vogelopvang moest zich nu behelpen met afgescheurde stroken van oude lakens om de vogels ‘in te bakeren’ voor vervoer. Aan het handjevol professionele zwanenzakken hadden zij niet genoeg. Kan er een noodvoorraad worden aangelegd, vraag ik de minister.

Voorzitter, kan de minister bevestigen dat de zware stookolie was aangelengd met chemicaliën? Klopt het dat het olielek vele malen makkelijker te bestrijden was geweest als de stookolie niet was aangelengd met giftige stoffen? En klopt het dat de effecten op flora en fauna in dat geval vele malen beperkter waren geweest? Kan de minister in die context nog eens ingaan op ons eerdere pleidooi om meer deskundigen, zoals toxicologen te betrekken bij de beslissing wat wel en niet in de stookolie vermengd mag worden?
De Partij voor de Dieren stelt tevens voor om nu een lijst op te stellen van producten die wél in stookolie vermengd mogen worden in plaats van een lijst van producten die er niet in mogen.

GenX
Voorzitter, dan GenX. Geen enkel ander bedrijf in Nederland is het afgelopen jaar zo vaak negatief in het nieuws gekomen als chemiecrimineel Chemours. Het lekken en illegaal lozen van giftige stoffen zoals PFOA en GenX lijkt inmiddels een patroon geworden. Zowel Chemours als afvalverwerkers hebben maling aan de aanwezigheid van giftige GenX-stoffen in afval. Chemours neemt niet de moeite om over de aanwezigheid ervan te melden, afvalverwerkers nemen niet de moeite om er naar te vragen en er is niemand die de moeite neemt om het afval te controleren. Het gevolg is dat er op steeds meer plekken in Nederland GenX-stoffen in het milieu en in ons oppervlakte water terecht komen. Niemand weet precies waar en in welke mate. En niemand probeert de verspreiding van deze kankerverwekkende stoffen tegen te houden.

Voorzitter, we hebben al eerder onze bezorgdheid uitgesproken of de GenX-problematiek niet te complex is geworden voor de verschillende besturen, en of die besturen wel zijn toegerust voor controle en handhaving. Ik lees in de reactie van de minister en staatssecretaris dat zij op allerlei manieren de kennis van de verschillende bevoegde gezagen, toezichthouders en regio’s willen vergroten en de onderlinge afstemming willen steunen. Maar dat voelt voor mij als een zeer omslachtig en tijdrovend proces, met ongewisse resultaten, terwijl we de kennis en kunde ook bij één ministerie kunnen clusteren. Dan moeten we er ook voor zorgen dat het ministerie - de Rijksoverheid dus - weer het bevoegd gezag wordt als het om GenX gaat. Ook op het gebied van handhaving vind ik het een onwenselijke situatie dat nu de verschillende bevoegde gezagen individueel beslissen over de te nemen vervolgstappen voor Chemours en de afvalverwerkers.

Voorzitter, vandaag bepaalde de rechter dat Chemours de uitstoot van GenX niet verder hoeft in te perken. Omdat er niks mis is met die stof? Nee dat niet. Maar omdat de wachtlijst om op de lijst Zeer Zorgwekkende Stoffen veel te lang is. We moeten nog wachten tot 2019! Voorzitter, we hebben er al eerder om gevraagd, maar bij deze opnieuw: zet alles op alles om GenX eerder op de lijst te krijgen. Alleen dan heeft de rechter instrumenten om de uitstoot te beperken. Gezien deze laatste ontwikkelingen vraag ik de minister opnieuw of zij bereid is de regie op zich te nemen als het enige bevoegde gezag? Graag een reactie.

Waterveiligheid
Dan, waterveiligheid. Na het succes van het project ‘Ruimte voor de Rivier’ waarbij overloop gebieden zijn gecreëerd, natuurontwikkeling heeft plaatsgevonden en de rivieren meer en meer hun natuurlijke ruimte terug hebben gekregen bereiken ons nu berichten dat op sommige locaties weer meer en meer gesproken wordt over het verhogen en verzwaren van de dijken. Kan de minister aangeven hoe dit in lijn is met de drietrapsstrategie: vasthouden, bergen, afvoeren? En hoe het in lijn is met het voorbereiden op de effecten van klimaatverandering. En kan de minister bevestigen dat we waterveiligheid integraal, dus niet ieder project individueel, blijven benaderen? Gisteren nog was in het nieuws dat een maand nadat de kelders onder water stonden in het Westland men nu miljarden liters water de polder inpompt om verdroging van de dijken tegen te gaan. Is de minister met ons van mening dat we ook in de toekomst meer waterberging, meer natuurontwikkeling en meer ruimte voor de rivier nodig hebben? Kan zij er ook bij haar collega van Binnenlandse Zaken op toezien dat er niet nog meer stedelijk groen volgebouwd gaat worden?

Muskusratten
Tot slot, voorzitter, muskusratten. Momenteel doden we elke muskusrat die we kunnen vangen. Graag hoor ik van de minister wat nu het belang is, zoveel mogelijk muskusratten vangen of veilige dijken? Kan de minister uitleggen waarom de aanwezigheid van muskusratten per definitie als probleem gezien wordt? Waarom is de werkelijke waterveiligheid niet leidend? Er is immers nog nooit een dijk doorgebroken door muskusratten en in boerenslootjes vormen zij überhaupt geen gevaar. Om graafschade te voorkomen kunnen ontwerpers waterwerken muskusratbestendig maken; door vaak kleine diervriendelijke aanpassingen kunnen grote winsten geboekt worden. Voorzitter, de aangenomen motie Ouwehand/Thieme (32 474, nr 15) uit 2010 die oproept tot een onderzoek is tot op heden nooit uitgevoerd. Wil de minister die aangenomen motie alsnog uitvoeren?

Dank u wel