Bijdrage Van Raan aan debat over het Pensi­oen­ak­koord


18 juni 2019


Voorzitter,

Akkoorden die je het meest moet wantrouwen, zijn akkoorden waarin politieke tegenstanders elkaar op de schouders gaan slaan. Akkoorden waar de VVD net zo blij mee is als de FNV. We hebben dat meegemaakt bij het klimaatakkoord en we maken het andermaal mee bij het pensioenakkoord.

Een andere overeenkomst: het is lastig om de inhoud van de akkoorden inhoudelijk te beoordelen omdat de materie zeer ingewikkeld is, en in meer dan 50 tinten grijs te schetsen is, zonder dat de essentie echt duidelijk wordt.

Wat de PvdD betreft is die essentie dat we dubbel gokken. We hebben ons pensioenstelsel afhankelijk gemaakt van onzekere economische groei, die ook nog eens ten koste van het klimaat gaat. Voorzitter, dat is alsof we twee keer zes achter elkaar móeten gooien.[1] En met die kansen stap je niet in een vliegtuig.

We hebben in relatie tot ons BNP het grootste pensioenvermogen ter wereld opgebouwd, bijna 1600 miljard dollar[2], en in dat geldpakhuis, dat gebouwd is op die ouderwetse VOC-mentaliteit zoals premier Balkenende het ethos van onze voorouders duidde, mocht minister Koolmees een duik nemen in onze collectieve spaarvoorziening.

Dat geheimzinnige geldpakhuis dat van vrijwel elke werkende Nederlander een speculant op de beurs maakt, zonder het zelf te weten of althans zonder het zich te realiseren.

Rekenrentes, doorsneesystematiek, een generatieneutrale waarderingsmaatstaf[3], allemaal begrippen die maar weinig verzekerden kunnen uitleggen, die weinig burgers boeien en waarvan de verwachtingen gebaseerd zijn op resultaten uit het verleden toen velen van ons nog geloofden in het sprookje dat de bomen tot in de hemel zouden kunnen groeien.

En het bijzondere: Economische groei wordt door de polderaars weer niet als een probleem gezien voor het voortbestaan van veel leven op aarde, maar als de oplossing voor veel van onze problemen.

Maar met een pensioenstelsel dat gebaseerd is op oneindige economische groei schuiven we een enorme ecologische schuld naar de toekomst door. Het kabinet en de polder hebben er voor gekozen om aan de kleine knoppen te draaien. Niemand is op het idee gekomen om aan de grote knop te draaien: wat hebben we aan een pensioen op een onleefbare planeet?

Dat onze kinderen de eerste generatie zullen vormen die het hoogstwaarschijnlijk minder gaat krijgen dan de onze, is een teken aan de wand, ook in termen van pensioenen.

Met een pokerface wordt ons een pokerpensioen gepresenteerd als het beste van diverse werelden, toegejuicht door de vakbond die ook weleens een succesje wil boeken. Wat de vakbond haar leden niet meldde, is dat het er alle schijn van heeft dat we met dit voorstel over zijn gegaan naar een naar een risicovoller pensioen. Klopt het er een verschuiving van risico’s naar de werknemer plaatsvindt?

Dat zou de PvdD namelijk verbazen. Vorige week spraken we in commissie financiën naar aanleiding van het WRR-rapport Geld en Schuld over het feit dat veel mensen niet weten dat het geld dat ze op een bank zetten in principe niet risicovrij is. Terwijl het maar de vraag is of mensen überhaupt risico willen lopen met geld dat ze veilig op de bank zetten. Waarom zouden we ervan uitgaan dat de mensen dat met hun pensioenen wel zouden willen?

Graag een reactie van de minister van sociale zaken en werkgelegenheid.

Voorzitter,

Geld wordt aldus ingelegd op de roulettetafel van groei en op de pensioendatum moet maar blijken welk pensioen dat oplevert.

Wie kent Wouter Koolmees en Mark Rutte nog tegen de tijd dat de jackpot zou moeten uitbetalen, maar dat mogelijk niet doet.

Wouter Koolmees? Beloofde Louter best case! En Mark Rutte, was dat niet die ex-premier die namens de VVD veinsde dat het grootkapitaal zou moeten inbinden en de arbeider forse loonsverhogingen zou verdienen (maar hoogstwaarschijnlijk weer niet zal krijgen)?

Het geld dat we wegleggen, ik moet zeggen wegbeleggen voor de toekomst heeft nauwelijks oog voor die toekomst, wordt zelfs belegd op een wijze die de toekomst van onze kinderen ernstig kan ondermijnen.

Asha ten Broeke schreef daarover in de Volkskrant (ik citeer): Jongeren, bijvoorbeeld, betalen de komende decennia voor hun eigen rustgeld, én extra premie om 40-plussers te compenseren, én extra om de financiële positie van de pensioenfondsen op te kalefateren. Maar hun fijne bejaardentijd is allesbehalve gegarandeerd; het kan lekker-door-Europa-met-de-luxe-caravan worden, maar ook flatje-met-muizen-en-éénlaags-toiletpapier.

Even onzeker is het lot van de ouderen: misschien kan dit akkoord voorkomen dat ze gekort worden op hun pensioen, wellicht niet.[4]

Het hebben van een groot pensioenvermogen zou toch op geen enkele wijze reden moeten zijn het te verbrassen of althans aan grote risico’s bloot te stellen.

Stort het kaartenhuis in, dan lijkt dat vooral de zorg van de werknemers te zijn.

Voorzitter, los van de materiele toekomstverwachting die met dit pensioenakkoord op een met zeep ingesmeerde helling komt te staan, is er geen oog voor de immateriële toekomstverwachtingen van onze natuur, ons klimaat, de dieren, de natuur, die met dit akkoord nog meer gevoed worden door de perverse prikkel van een hoog materieel rendement.

We hebben de unieke kans om met onze enorme pensioenpot te investeren in datgene wat de aarde in de toekomst leefbaar maakt, zodat we het niet alleen hoeven te hebben over een houdbaar pensioenstelsel maar dat we ook ervan uit kunnen dat we op een houdbare planeet van ons pensioen kunnen blijven genieten

En waarom voorzitter, voorziet dit akkoord niet in meer vrijheid voor werknemers om hun pensioen groen te beleggen in plaats van de gedwongen winkelnering en gebrek aan groene beleggings- en pensioenfondsen van dit moment.

Neem bijvoorbeeld de investeringen van het ABP in palmolieproducenten. Het ABP deed deze de afgelopen zomer van de hand maar pas nadat journalisten, APB-deelnemers en de PvdD hiertegen in opstand kwamen,

Of neem de investeringen in stranded assets: investeringen in de fossiele industrie waarvan iedereen wel weet dat ze in overzienbare tijd hun waarde zullen verliezen. Geen deelnemer die hier wat over te zeggen heeft.

Graag wil ik van de minister en de MP weten of ze vinden dat pensioenfondsen er niet zijn voor het geld maar vooral voor de toekomst. Een toekomst die volhoudbaar is, waar onze kinderen een breed welvaartsbegrip aantreffen.

Is het kabinet bereid tot het bevorderen van groene pensioenen, die niet alleen geld maar vooral ook geluk opleveren?

Graag een reactie, ik overweeg een motie op dit punt.

Voorzitter, ik rond af. Partijen hebben het op een akkoordje gegooid, waarmee met name jongere generaties in grotere onzekerder worden van hun toekomst.

Materieel en immaterieel.

We zijn nog lang niet met pensioen, we wachten geduldig de antwoorden in tweede termijn af!