Bijdrage Van Raan aan het AO Klimaat en Energie


28 november 2019

Dank u wel. Voor ons is het thema van de dag tweevoudig. Ten eerste heeft het Europees Parlement vanochtend de klimaatnoodtoestand uitgeroepen. Ten tweede is vandaag bekend geworden dat de jongeren uit het Klimaatakkoord stappen, althans dat niet willen ondertekenen, omdat dat te weinig doet. Graag een reactie van de minister op beide zaken.

Voorzitter. Wat ons betreft bespreken we vandaag de twee cruciale IPCC-rapporten: het rapport over land en landgebruik, en het rapport over oceanen en ijs. Deze rapporten ademen de enorme urgentie van de klimaatnoodtoestand waarin we ons bevinden. Wie de rapporten dan ook leest, steunt de herhaalde oproep van de Partij voor de Dieren om die klimaatnoodtoestand inderdaad uit te roepen.

Uit het rapport over de oceanen blijkt dat de klimaatnoodtoestand ook een oceanennoodtoestand is. We hebben in de krant gelezen dat het herstellen van walvispopulaties een hele grote positieve bijdrage kan leveren. Graag een reactie daarop. Maar in datzelfde artikel staat ook iets wat best wel verontrustend is, want de bijdrage bestaat eruit dat fytoplankton enorm gedijt bij grote scholen walvissen. Dan staat er dat fytoplankton een bijdrage heeft van vier keer de Amazone. Dat lijkt dan heel goed nieuws en dat is het natuurlijk ook, maar tegelijkertijd is die fytoplankton in gevaar door de verzuring en de opwarming van de oceanen. We hebben daar al eens vragen over gesteld. De minister antwoordde daarop: we weten daar op dit moment echt nog veel te weinig van. Het was allemaal ingewikkeld. Maar het lijkt toch op z'n plaats om daar wat meer van te weten. Is de minister ertoe bereid om iets meer onderzoek daarover te delen met de Kamer?

Voorzitter. De IPCC-rapporten zijn de wetenschappelijke basis onder het beleid dat er allang had moeten zijn, maar dat door de treuzelende regeringen wereldwijd steeds maar weer wordt uitgesteld, ook in Nederland. Gister spraken we daarover in het kader van het uitblijven van voldoende maatregelen om de ondergrens van het CO2-doel te verzekeren. Maar het is opvallend dat het kabinet wel de meeste conclusies van het IPCC-rapport omarmt. Ik noem dat "opvallend", omdat het kabinet vervolgens eigenlijk bar weinig doet met die conclusies. De minister schrijft bijvoorbeeld: "Een ander belangrijk inzicht is dat de mondiale emissies zo snel mogelijk moeten worden gereduceerd". Wij zijn dat uiteraard eens met deze ministers, maar waar blijft dan de daadwerkelijke actie om die uitstoot ook zo snel mogelijk naar beneden te brengen?

Bij de begroting van EZK diende de Partij voor de Dieren ook een motie in om snelheid van CO2-reductie als leidend criterium te hanteren en om onze nationale doelen op te hogen. Je zou op basis van de inhoud van die IPCC-rapporten en op basis van de reactie van het kabinet, verwachten dat een dergelijke motie dan ook zou worden ondersteund. Eigenlijk zou je van het kabinet verwachten dat ze zelf met dit soort voorstellen zouden komen, maar niets van dat alles is waar. Zodra het kabinet namelijk echt in beweging moet komen, heeft de regering vier criteria. Daar heeft de rechter overigens de vloer mee aangeveegd. De regering heeft vier criteria om haar 3ºC-koers zo lang mogelijk in stand te houden. In sommige gevallen gebruikt het kabinet de IPCC-rapporten zelfs als een legitimering voor zijn beleid. Dat blijkt bijvoorbeeld wanneer de ministers schrijven: "Het kabinet ziet in de bevindingen van de IPCC een bevestiging van de noodzaak van de ingezette weg in het nationale landbouw- en voedselbeleid, zoals vastgelegd in de visie Waardevol en verbonden, en het Realisatieplan Visie LNV: Op weg naar een nieuw perspectief. In de visie staan kringlooplandbouw en een duurzame en gezonde voedselconsumptie centraal."

Tja, was het maar waar! Was het maar waar dat het ingezette landbouwbeleid zich zal afspelen binnen de grenzen van het klimaat en biodiversiteit. Was het maar waar dat onze footprint niet de omvang had van drie keer de aarde. Was het maar waar dat Nederland zou stoppen met het afstruinen van de wereldmarkt op zoek naar weer een handelsdeal om goedkope bulkproducten de wereld over te slepen, ten koste van mens en dier, en in de mythe van een level playing field. Was het maar waar dat Nederland de grootste vervuilers ook naar rato de grootste betalers zou maken. Samengevat zien we een groot verschil ontstaan tussen woorden en daden van het kabinet. Wie a zegt, moet ook b zeggen. Graag een reactie van de minister die verder komt dan te verwijzen naar wat het kabinet nu al doet, een reactie in de richting van de extra stappen die het kabinet gaat zetten. Waar blijven de heilige huisjes waar deze minister afscheid van gaat nemen? De bio-industrie, luchtvaart en de fossiele bedrijven hebben nog altijd genoeg vrij spel om al onze mooie klimaatambities om zeep te helpen. Dat is ook de reden waarom jongeren, die dat donders goed door hebben, het Klimaatakkoord niet langer steunen. Wanneer gaat de minister van Klimaat aan de ministers van Landbouw en luchtvaart duidelijk maken dat ze een doodlopende weg zijn ingeslagen en dat ze beide nog steeds een sector uit de wind houden die onvermijdelijk moet krimpen, hoe eerder, hoe beter?

Voorzitter. Eerder was er al een rapport dat ons het grote verschil liet zien tussen een wereld van 1,5ºC opwarming en een wereld van 2ºC opwarming. Dat brengt mij bij de alarmerende conclusie van het Emission Gap Report van de VN. Dat staat niet op de agenda, maar we moeten het toch even bespreken. Want het gat tussen onze uitstoot en wat nodig is voor het 1,5ºC-doel, wordt steeds lastiger te overbruggen. Ook hier wreekt zich het consequente uitstelgedrag van deze regering. Er zit simpelweg een te groot gat tussen wat landen beloven en wat nodig is om de Parijsdoelen te halen. Erkent de minister deze conclusie? Hoe ziet de minister dat in relatie tot het achterblijvende Nederlandse klimaatbeleid? Erkent de minister dat we eigenlijk veel harder moeten lopen om het uitstootgat te dichten?

Voorzitter. Er moet dus meer gebeuren dan een lineaire lijn naar 2030. Dat moge duidelijk zijn.

Tot slot, voorzitter. Ik rond af. Ik wil positief afronden. Afsluitend is het erg fijn dat het kabinet eindelijk erkenning heeft voor wat de Partij voor de Dieren "de post onvoorzien" heeft genoemd, als hij schrijft: "Uit het IPCC-rapport blijkt dat de kans er is dat het toekomstig verlies van ijsmassa's en de omvang van de instabiliteit van de ijskappen een toename van de bijdrage van Antarctica aan de zeespiegelstijging kan leveren die substantieel groter is dan het hoogst genoemde te verwachten bereik voor 2100 en de jaren daarna". Het is fijn dat de ministers in deze bewoordingen "de post onvoorzien" erkend hebben, maar de vraag is natuurlijk wel: wat gaat de minister met deze inzichten doen, en hoe gaat deze minister "de post onvoorzien" invullen?

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank voor uw bijdrage, en ook voor het hoopvolle einde, alhoewel het ook een beetje klonk als een compliment voor uw eigen partij.

De heer Van Raan (PvdD):

Dat is in de oren van de luisteraar!

De voorzitter:

Dat mag u aan mij toeschrijven. Mevrouw Beckerman heeft een vraag voor de heer Van Raan.

Mevrouw Beckerman (SP):

Natuurlijk ook complimenten aan de heer Van Raan.

Maar ik worstel hier toch een beetje mee. U sprak ons erop aan dat wij uw motie niet gesteund hebben. Ik worstel daar een beetje mee, want aan de ene kant zie ik uw problemen met die vier criteria van het kabinet, en aan de andere kant vraag ik me ook wel af wat uw criteria dan zouden zijn. Want u zegt: schrap ze maar en zorg voor snelheid. Maar dat kan tot allerlei maatregelen leiden die we niet willen. Je zou bijvoorbeeld kunnen zeggen dat mensen zich niet meer mogen voortplanten, want dat leidt tot allemaal ongewenste klimaatuitstoot. Ik neem aan dat u daar niet voor bent, dus u heeft ook criteria in uw hoofd. Wat zouden die dan zijn?

De heer Van Raan (PvdD):

Dank dat ik dat nog even kan toelichten. Ik meld daarbij ook eerst even het goede nieuws: we kunnen dinsdag weer opnieuw stemmen, u dus ook, om in navolging van het Europees Parlement, de paus en Amsterdam de noodtoestand voor het klimaat en de biodiversiteit uit te roepen. Dat is van belang, omdat dat ons in een mindset zet waarin de urgentie overduidelijk is: er moeten stappen worden genomen. In dat kader hebben wij ook gekeken naar wat de rechter gezegd heeft over de criteria die het kabinet hanteert. Nou, zoals we gister besproken hebben, heeft de rechter met in ieder geval twee van die criteria echt de vloer aangeveegd. Die heeft gezegd: "Dat is niet genoeg. Je neemt te veel risico. Dat kan niet. De post onvoorzien moet je beter invullen." In de IPCC-rapporten wordt gezegd, en dat wordt ook onderschreven door het kabinet zelf, dat je de snelheid veel meer leidend moet laten zijn. Dat was ook de strekking van de motie. Daarmee is niet gezegd dat we de andere criteria op een hoop vegen, want gisteren — zo zeg ik nog even voor de kijkers thuis — waren er wat convergerende bewegingen, ook van de minister, om die criteria niet dogmatisch te hanteren en misschien toch de snelheid te laten prevaleren. In de motie die wij hebben ingediend — tot slot, voorzitter — over snelheid leidend laten zijn, hebben wij een constatering vooraf laten gaan van hoe wij de klimaateconomie voor ons zien.

Pardon? Er wordt buiten de microfoon iets gezegd, voorzitter.

De voorzitter:

Laat u niet afleiden. De minister heeft nog geen rol in dezen.

De heer Van Raan (PvdD):

Dit is geen afleiding, het is nieuwsgierigheid. Maar goed, daarin hebben we dus gezegd waarom je de snelheid leidend zou moeten laten zijn. En natuurlijk mag het ook duidelijk zijn dat je daarvoor niet dictatoriaal hoeft te zijn, want daar hint u nu een beetje op. Dat is natuurlijk niet de essentie.

Mevrouw Beckerman (SP):

Nee, dat weet ik. Maar het is wel echt een oprechte vraag. Ik denk er namelijk heel erg over na hoe je snelheid kan maken. Ik heb daar echt mee geworsteld. Ik heb bijvoorbeeld gekeken wat de wetenschap erover zegt. In een interessant artikel in Nature werd gekeken naar allerlei modellen om 1,5ºC te bereiken. Bij alle modellen waarin je de ongelijkheid vergroot, haal je de doelstelling niet. Dat maakt dat ik per maatregel kijk of het de ongelijkheid vergroot of verkleint. De heer Moorlag had net een paar mooie voorbeelden. Als je de open ruimte volplempt met windmolens en zonneparken maar mensen niet in staat stelt om zelf voordelig energie op te wekken, dan leidt dat tot verlies van draagvlak. Dat heeft u misschien wel tempo gemaakt en misschien meer megawatt opgewekt, maar tegelijkertijd zorgt u voor een soort wet van de remmende voorsprong. Vandaar mijn oprechte vraag welke criteria u zelf zou bedenken.

De voorzitter:

Dat is dan echt de vraag. In het Reglement, artikel 57, staat dat een vraag niet vooraf wordt gegaan door een inleiding, laat staan een plenaire bijdrage. Dus nogmaals, mevrouw Beckerman, graag een korte vraag. Meneer Van Raan, graag een kort antwoord.

De heer Van Raan (PvdD):

Er staat niets in over het antwoord, geloof ik.

De voorzitter:

Als u het antwoord geeft … Laten we geen tijd verspillen!

De heer Van Raan (PvdD):

Terwijl de voorzitter het opzoekt, geef ik graag antwoord. Ik ben ervan overtuigd dat het een oprechte vraag is. De Partij voor de Dieren en de SP vinden elkaar ook in de maatregelen. Maar waar de Partij voor de Dieren misschien wat verder gaat dan de SP — dat weet ik niet — is dat wij kijken hoe je rechtvaardigheid kunt bereiken. Bijvoorbeeld door het systeem te veranderen. De energiebelasting zit dermate scheef in elkaar als gevolg van een gedachte die ooit goed is geweest — we moeten de grote, zware industrie stimuleren — maar die nu niet langer houdbaar is. Die degressiviteit in de energiebelasting hoef je maar relatief weinig aan te passen. Degressiviteit betekent dat de grootverbruikers naar rato minder betalen als ze meer gebruiken. In dit tijdsgewricht is dat niet langer verantwoord. Als je dat aanpast, kun je de fondsen die je daarmee wint heel goed gebruiken voor het vinden van draagvlak voor de energietransitie onder met name de lage inkomens.

De voorzitter:

Is dat kort, meneer Van Raan?

De heer Van Raan (PvdD):

Het korte antwoord is: je moeten buiten de systemen denken die op het ogenblik het speelveld bepalen. Een van die systemen is het absurde landbouwsysteem dat we hebben. Moet je eens kijken hoeveel draagvlak je krijgt als je dat drastisch gaat aanpassen. Dat geldt voor de energiebelasting en zo zijn er tig voorbeelden.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Raan.