Bijdrage Van Raan dertigle­den­debat over de ener­gie­doelen voor woning­cor­po­raties


14 september 2017

Voorzitter. Ik feliciteer de heer Koerhuis met zijn uitermate duidelijke taal, en de heer Kops met zijn creativiteit. Die is hard nodig in deze Kamer. De VVD "links" noemen is toch altijd weer een ander geluid.

We moeten af van fossiele energie. Duurzame energie opwekken en vooral minder energie gebruiken. We kunnen grote stappen zetten door onze woningen en kantoren te verduurzamen. Als het aan de Partij voor de Dieren ligt, worden energieneutrale woningen zo snel mogelijk de norm in plaats van de uitzondering. Voor woningcorporaties, die gezamenlijk 2,3 miljoen woningen bezitten, betekent dit een enorme opgave. Via convenanten en samenwerkingsverbanden proberen ze al jaren te verduurzamen, maar het lukt niet. De Partij voor de Dieren wil daarom een verplichtende maatregel voor woningcorporaties om in 2030 al hun woningen energieneutraal te hebben. Het speelkwartier is voorbij.

De overheid kan corporaties daarbij steunen door de verhuurderheffing te laten vervallen. Daarmee komt jaarlijks 1,7 miljard euro vrij die corporaties kunnen gebruiken om hun woningen te verduurzamen. Het is genoeg om elk jaar 100.000 woningen te verduurzamen.

We moeten ook de knellende regelgeving aanpassen. Neem de energieprestatievergoeding. Op zich een prima regeling, die woningcorporaties stimuleert om te investeren in energieneutrale woningen. Het biedt hen de mogelijkheid een vergoeding te vragen aan hun huurders om zo hun investering terug te verdienen. Op zich redelijk, maar dat kan alleen als die duurzame energie bij de eigen woning is opgewekt. Bijvoorbeeld flatbewoners kunnen dat niet doen, want die hebben geen eigen dak of tuin. Dus moet de energie elders worden opgewekt, maar dan vervalt de regeling en het recht op de energieprestatievergoeding. Een verruiming van deze regelgeving is dus nodig.

Een andere oplossing is gebouwgebonden financiering. Hiermee kan de particuliere woningeigenaar zonder eigen investering de woning naar energieneutraal renoveren. De investering gebeurt bijvoorbeeld door een energiebedrijf. De woningeigenaar betaalt de investering terug in maandelijkse termijnen die even hoog zijn als de eerdere energierekening. Vanuit de Kamer is al vaker aangedrongen op een regeling hiervoor, maar tot nu toe blijft het bij een werkgroep die de mogelijkheden daartoe aan het onderzoeken is. Het onderzoekstijdperk is voorbij wat ons betreft. We willen pleiten voor praktijkexperimenten.

Ten slotte kantoren. Die hoeven pas vanaf 2023 energielabel C te hebben. Dat is al over zes jaar. Vorige week bleek dat 80% van de kantoren daarvoor nog heel hard moet werken. Er is dus eigenlijk veel te weinig gebeurd. Welke maatregelen gaat de minister nemen om ervoor te zorgen dat de kantoren inderdaad over zes jaar aan de afgesproken norm voldoen? Kan hij bijvoorbeeld een heffing instellen voor gebouwen die het niet gaan halen en een beloning als het kantoor tegen die tijd energieneutraal is? Graag een reactie.

Beantwoording minister
Mevrouw de voorzitter. Ik sta hier met een zeker ongemak; laat ik dat gewoon op tafel leggen.(…)
Dat ongemak telt op bij het feit dat ik deze portefeuilleverantwoordelijkheid kort voor de Kamerverkiezingen heb overgenomen, vanuit de gedachte dat ik in de demissionaire periode nog even de lopende zaken zou kunnen behandelen. Maar morgen is dat een halfjaar geleden. De Tweede Kamer is voor vier jaar gekozen. Inmiddels is daarvan een halfjaar verstreken. En wij zitten hier maar in vak-K. Wij doen natuurlijk onze best om ons volledig te verantwoorden, maar wij kunnen weinig meer doen. Voor zover je iets zou kunnen doen in je demissionaire rol — ik heb mijn brief van 14 juli er nog eens op nageslagen — is mijn departement, meen ik, zeer dienstbaar geweest aan het proces door een volledig overzicht te geven van alle denkbare scenario's met alle consequenties daarvan. Dat kan een-op-een worden overgedragen aan de mensen die een paar zaaltjes verderop een kabinet in elkaar zitten te draaien. Ik hoop toch dat dat op een gegeven moment een keer lukt. Ik begrijp dat het voor Prinsjesdag niet gaat lukken, dus dan hebben we nog een beleidsarme situatie. Maar er liggen grote onderwerpen voor. Ik ben het eens met iedereen die het belang daarvan onderschrijft, maar ik ben totaal niet in de positie om daar nu nog knopen over door te hakken. Ik kan nou wel op wat technische vragen misschien nog een antwoord geven, maar daar worden we met z'n allen ook niet beter van.

Tweede termijn

Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter. Ik dank de minister voor de beantwoording. Ik had het gevoel dat hij een heel eind met mij meedacht. Ik zal een motie indienen. Wellicht kan de minister een toezegging doen, maar dat zien we dan wel.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat ABN AMRO Maas Capital bijna 200 miljoen euro investeert in het grootschalig en "gratis" plaatsen van zonnepanelen op sociale huurwoningen in delen van het Verenigd Koninkrijk;

overwegende dat in Nederland afspraken zijn gemaakt om corporatiewoningen te verduurzamen, maar dat de duurzaamheidsdoelen niet worden gehaald;

verzoekt de regering mogelijkheden te onderzoeken voor vergelijkbare investeringen in Nederland die als doel hebben het verduurzamen van corporatiewoningen en lagere woonlasten en waar nodig deze investeringen te ondersteunen met flankerend beleid bijvoorbeeld in de vorm van subsidies, en de Kamer de bevindingen voor te leggen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman en Van Raan. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 451 (29453).

De heer Van Raan (PvdD):
Voorzitter. Ik deel het ongemak van de minister een beetje, in de zin dat hij geen enkele vraag heeft beantwoord. Bij ons leeft het ongemak dat de corporaties op geen enkele manier hun convenanten gaan halen. Daarom dien ik drie moties in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat energiebesparing de belangrijkste manier is om de vraag naar fossiele brandstoffen te verminderen, en dat verduurzaming van huizen hierin een belangrijke rol speelt;

constaterende dat woningcorporaties er niet in slagen hun afspraak na te komen om voldoende woningen energiezuinig te maken;

constaterende dat door het afschaffen van de verhuurderheffing jaarlijks 1,7 miljard euro vrijkomt om te investeren;

verzoekt de regering de verhuurderheffing om te zetten in een investeringsplicht voor woningcorporaties in energieneutrale woningen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Raan en Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 452 (29453).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat energiebesparing de belangrijkste manier is om de vraag naar fossiele brandstoffen te verminderen en dat verduurzaming van huizen hierin een belangrijke rol speelt;

constaterende dat woningcorporaties er niet in slagen hun afspraak na te komen om voldoende woningen energiezuinig te maken;

verzoekt de regering om een wettelijke verplichting op te nemen voor een energieneutraal woningaanbod van woningcorporaties in 2030,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Raan en Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 453 (29453).

De heer Van Raan (PvdD):
De laatste motie luidt als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat energiebesparing de belangrijkste manier is om de vraag naar fossiele brandstoffen te verminderen en dat verduurzaming van kantoren hierin een belangrijke rol speelt;

constaterende dat kantoren pas vanaf 2023 energielabel C hoeven te hebben, maar dat voor 80% van de kantoren dit doel nog niet in hun bereik ligt;

verzoekt de regering heffingen in te stellen voor gebouwen die deze afgesproken norm in 2023 niet halen en een beloning voor kantoren die ze wel halen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Raan en Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 454 (29453).

De heer Ronnes (CDA):
Ik heb een vraag over de eerste motie, over het anders inzetten van de verhuurderheffing, namelijk voor de verduurzamingsopgave. Dit betekent dat er een gat wordt geslagen van 1,7 miljard. Het is gebruikelijk dat moties worden ingediend met een dekking. Hoe stelt u zich voor om dat te doen?

De heer Van Raan (PvdD):
U weet net zo goed als wij dat de verhuurderheffing naar de algemene middelen gaat. Die worden ingezet voor allerlei andere zaken, waarbij wij niet kunnen terughalen voor welke zaken die middelen precies worden ingezet. Dat is de essentie van de algemene middelen. Ook de 1,7 miljard die eventueel voor verduurzaming zou worden betaald uit de algemene middelen, blijft in de markt, namelijk de markt van de woningcorporaties. Die middelen worden daar ingezet voor verduurzaming. Het geld blijft dan dus eigenlijk in hetzelfde verduurzamingscircuit.

De heer Ronnes (CDA):
Voorzitter ...

De voorzitter:
Geen discussie, mijnheer Ronnes, u mag alleen een vraag stellen over de motie.

De heer Ronnes (CDA):
Dat brengt mij op de moties. Allereerst de motie-Beckerman/Van Raan op stuk nr. 451. Als ik die motie zo mag lezen dat ik zal onderzoeken wat nu precies die casus in Engeland is en of dat wellicht een scenario oplevert dat ten tijde van de brief van juli aan mijn aandacht was ontsnapt, terwijl het misschien wel interessant zou zijn, dan laat ik het oordeel over die motie aan uw Kamer.

Dan zijn we er, denk ik, wel zo' beetje, want de moties van de heer Van Raan op stukken nrs. 452, 453 en 454 zijn alle drie beleidsrijk. Je kunt niet zeggen dat ze beleidsarm zijn. Je kunt ook niet zeggen dat het absoluut geen uitstel kan velen, want dat kan natuurlijk ook over vier weken nog worden besloten. Mijn advies zou zijn aanhouden of ontraden. Dat geldt ook voor de motie van mevrouw Van Tongeren op stuk nr. 455, met het uiteindelijke einddoel om alle nieuwbouwwoningen zonder gasaansluiting te bouwen. Ik zie wel dat een onderzoek daar pas een stap naartoe is, maar het is toch wel een belangrijk signaal als je als kabinet die stap gaat zetten. Ik denk toch dat dat een beleidsrijk besluit is, en dat ik op dit moment niet de ruimte heb om het oordeel daarover aan de Kamer te laten. Mijn suggestie over de moties op stukken nrs. 452, 453 en 453 is dus aanhouden en als ik er nu een advies over moet