Bijdrage Wassenberg aan AO Voed­sel­vei­ligheid


16 januari 2020

Voorzitter, de Onderzoeksraad voor Veiligheid stelt dat de overheid onvoldoende aandacht heeft voor de kwetsbaarheid van ons voedselsysteem en dat er geen gestructureerde aanpak is om voedselveiligheidsrisico’s te signaleren. Daarnaast kijkt de overheid vooral naar risico’s uit het recente verleden.

We kijken dus vooral in de achteruitkijkspiegel naar wat er is misgegaan.

Als IK in die achteruitkijkspiegel kijk, dan zie ik verschillende voedselschandalen achter ons liggen, waarbij soms tienduizenden mensen ernstig ziek zijn geworden en er vaak doden zijn gevallen. De OVV noemt ze ook: 45.000 besmettingen en 95 doden door Q-koorts, minstens 4 doden door salmonella uit zalm, doden door hepatitis E uit varkensvlees. Besmettingen door EHEC, gevonden op kiemgroenten, maar toch echt een darmbacterie, afkomstig van vee. En een paar maanden na het rapport kwamen daar listeriabesmettingen bij, met opnieuw dodelijke slachtoffers.

Allemaal voedselschandalen uit de vlees- en vissector. We hebben het hier niet over incidenten, maar over structurele problemen. Problemen die het gevolg zijn van een systeem van voedselproductie, waarin de allerbelangrijkste factor geld is. Met een grootte die nauwelijks te bevatten is. Met 642 miljoen geslachte dieren per jaar zijn dat gemiddeld 20 slachtingen per seconde. Dat betekent in de drie uur van dit debat 220.000 dieren. En voor de controle op die slacht zijn voor heel Nederland 290 fte’s van de NVWA beschikbaar. Dat betekent dat elke fulltime inspecteur jaarlijks 2,2 miljoen slachtingen moet controleren, oftewel 1200 per uur bij een gemiddelde werkweek.

En dat in een sector waarvan al lang bekend is dat er veel mis. De Onderzoeksraad voor Veiligheid kwam in 2014 met een rapport over de risico’s in de vleesketen. De titel van het persbericht: Veiligheid vlees niet gewaarborgd. De OVV sprak toen over een sector die zelf niet controleerde, zich vooral achter certificaten verstopte en zo een schijnveiligheid creëerde. Er is niets verbeterd. De naleefmonitor van de NVWA laat zien dat het hygiënisch werken in veel grote pluimveeslachterijen nog altijd dramatisch is.

Door de extreme slachtsnelheid worden vaak darmen en ingewanden opengesneden, waardoor vlees wordt vervuild met stront en gal. We hebben hier kortom een kabinet dat te weinig verantwoordelijkheid neemt ten aanzien van voedselveiligheidsrisico’s, een gemankeerde toezichthouder en een sector die al jaren winst boven veiligheid stelt. Ik heb daarover een vraag aan de minister. Ziet hij dat deze sector too big to control is? Met te veel dieren, te weinig inspecteurs, met doden en zieken tot gevolg? Wat gaat hij doen om dit te veranderen?

Een ander gezondheidsrisico wordt veroorzaakt door de combinatie van verschillende gifresten op groente en fruit, waarover nog weinig bekend is. De minister stelt in zijn brief dat de maximale residunorm van het gevaarlijke pirimicarb al in 2016 verlaagd is, maar dat is maar deels waar. Want dat geldt niet voor kersen, appels en peren. De minister beloofde in zijn brief nieuwe berekeningen over de blootstelling aan verschillende gifresten zodra de monitoringgegevens uit 2017 en 2018 er zijn. Wanneer komen die berekeningen?

Bovendien zegt de minister in de brief toe om de combinatie-effecten voor de overige stofgroepen te onderzoeken, zodra EFSA daar een methode voor heeft ontwikkeld. Maar voorzitter, dat horen we nu al 15 jaar! Wanneer kunnen we die methode van EFSA verwachten?

Daarnaast lazen we vorige maand in Trouw dat er op 20% van onze voedingsmiddelen hormoonverstoorders worden gevonden. Stoffen die al 10 jaar in de EU verboden zijn. Waarom wordt hier niet op gecontroleerd? Waarom eist de Europese Commissie niet de verplichte OECD-testen op hormoonverstorende effecten bij de toelating van nieuwe gifstoffen? Wat gaat de minister doen om dit veiligheidsrisico in te perken? Want het is onverantwoord en in strijd met de regels.