Bijdrage Wassenberg aan debat over kweek­vlees


31 januari 2020

Voorzitter,

Bij een transitie naar een duurzame samenleving hoort niet alleen een energietransitie, maar ook een eiwittransitie. Vandaag spreken we over kweekvlees. In de toekomst kan dat een rol spelen bij de transitie naar een duurzame voedselproductie, het enige dat we zeker weten is dat dat nog jaren gaat duren voor het in de winkel ligt.

Ik wil eerst kijken naar de korte termijn. Belangrijk is om te benadrukken dat we morgen al vaart kunnen maken met die eiwittransitie. Plantaardig vlees ligt al in de winkel en is steeds minder van echt vlees te onderscheiden. Maar de markt is nog relatief klein. Toch kan plantaardig vlees een grote rol spelen in een snelle transitie naar een duurzamere eiwitconsumptie. Maar dit gaat niet vanzelf. Waar blijft het beleid om deze gedragsverandering te stimuleren? Gaat de minister in haar nationale eiwitstrategie concrete doelen opnemen voor de consumptie van plantaardige eiwitten, zoals plantaardig vlees?

Dan kweekvlees. Dat kan wat de Partij voor de Dieren betreft een goed onderdeel zijn van deze duurzame eiwittransitie. Maar dan mag de productie van kweekvlees niet afhankelijk zijn van de grootschalige vleesproductie. Ik leg dat uit.

De cellen waar kweekvlees van wordt gemaakt, groeien niet zomaar. Die cellen hebben voedingsstoffen nodig, hormonen, bepaalde eiwitten. Daarvoor was bloedserum lang de standaard, afgetapt van levende, ongeboren kalfjes. Daar lijkt langzaam een einde aan te komen, daarover later meer. Maar eerst wil ik dieper ingaan op dat bloedserum van kalfjes, want dat is hèt struikelblok voor de acceptatie van kweekvlees.

Om foetaal kalfsserum te maken wordt het levende, ongeboren kalf van een geslachte zwangere koe uit de baarmoeder gesneden. Er wordt een dikke naald van 15 cm in het hart van het kalf gestoken. Die naald is verbonden met een vacuümzak, waarmee het dier wordt leeggezogen. Dat is de basis van het foetaal kalfserum. Het meeste serum komt uit landen met veel rundvee, zoals Brazilië of Argentinië. Landen waar dierenwelzijn geen belangrijke factor is.

Een flinke barrière voor de acceptatie van kweekvlees. En ja, er zijn veel beloftes, er wordt al gewerkt met niet-dierlijke alternatieven voor foetaal kalfserum. Verschillende bedrijven zeggen inmiddels helemaal gestopt te met het gebruik van bloedserum. Dat zou een belangrijke hindernis voor kweekvlees wegnemen. Maar hoe het daar precies mee staat is onduidelijk. Er is veel mist. Vanwege commerciële belangen en concurrentiebelangen worden ontwikkelingen afgeschermd.

Hier kan de vergelijking gemaakt worden met alternatieven voor dierproeven. Het is zeer onwenselijk dat een alternatief, dat tienduizenden dierenlevens zou sparen uit commerciële overwegingen geheim blijft. Is de minister het met mij eens dat het deze grote geheimzinnigheid rond het gebruik diervrije alternatieven voor foetaal kalfserum onwenselijk is? Dat met openheid rond de vervanging van foetaal kalfsserum veel dierenleed kan worden voorkomen?

Deelt de minister de mening dat het gebruik van foetaal kalfsserum wreed en onwenselijk is? Is zij bereid om de volledige beëindiging van het gebruik van bloedserum als eis te stellen vóór de productie van kweekvlees wordt opgeschaald? En kan de overheid een coördinerende rol spelen bij de verdere ontwikkeling van diervrije alternatieven voor foetaal kalfsserum?

Hoe dan ook: voorlopig is kweekvlees toekomstmuziek. Maar NU is er een toenemende wereldwijde vraag naar grondstoffen voor plantaardig vlees. In de teelt van plantaardige eiwitten voor humane consumptie zit óók een deel van de oplossing voor het voedselvraagstuk. Zet niet alle kaarten op kweekvlees, maar ook op de ontwikkeling en productie van plantaardig vlees. Zeker als we boeren een toekomstperspectief willen bieden.

De overheid kan hier een belangrijke stimulerende rol spelen. Zorg ook dat Nederland vooroploopt in de productie en consumptie van hoogwaardige, plantwaardige voeding, zoals plantaardig vlees.