Bijdrage Wassenberg AO Dier­proeven


11 april 2019

Voorzitter, in 2015 sprak de regering de ambitie uit om in 2025 wereldwijd koploper te zijn in proefdiervrije innovaties.

Bravo.

Maar wat zien we? Het aantal dierproeven is in 2017 met meer dan 18% gestegen. Er werden meer knaagdieren, meer honden en katten, meer apen gebruikt. Tel daar het aantal dieren bij op dat in voorraad is gedood – dat is OOK gestegen – en je komt op een miljoen dieren.

En de regering staat erbij er kijkt ernaar. Al in 2014 is aan de Partij voor de Dieren toegezegd om het aantal dieren dat gedood wordt op voorraad naar beneden te brengen. Wanneer komt echt daadkrachtig beleid?

Ook illustratief is het tandeloze beleid gericht op het beëindigen van experimenten op apen. De Kamer wil het aantal apen in het BPRC afbouwen. Al in het jaarverslag van 2003 meldt het ministerie van OCW dat de fokkolonie van 1400 dieren teruggaat naar 1000 dieren. In 2018 telde het BPRC echter ruim 1500 apen! Tot zover de goede voornemens van het ministerie.

En ook nu neemt de minister niet de regie, maar laat het BPRC zelf een plan schrijven! Niet om het aantal experimenten op apen met 100% af te bouwen, maar slechts met 40%.

Na 10 maanden ontvingen we het ambitieplan van het BPRC. Hoewel. Het is geen plan en er is geen ambitie. Het plan behelst niet meer dan de opmerking: “we zullen moeten doen wat de minister ons opdraagt”. Er is daardoor nog veel onduidelijk. Geldt de daling van 40% voor alle apensoorten? Ook voor de Java-apen die gebruikt worden voor gedragsexperimenten? En voor de apenproeven in het Erasmus MC en het Herseninstituut? Wat zijn consequenties bij onvoldoende resultaat?

Niet alleen een uitgewerkt plan ontbreekt, het BPRC sjoemelt met de cijfers door te stellen dat het aantal experimenten op apen wordt teruggebracht tot 150. Maar dat is NIET de opdracht.

Het aantal proeven op apen moet tot 2025 met 40% worden verminderd. DAT is de opdracht.

Het BPRC voert zo’n 200 tot 250 proeven op apen paar jaar uit, schrijft de minister. Het BPRC is preciezer, op pagina 13 van hun plan.

In de laatste 5 jaar heeft het BPRC 1034 proeven op apen gedaan, gemiddeld dus 207 per jaar.

En in de laatste 10 jaar waren het 2234 proeven, dus 223 per jaar. Dat zijn de gemiddelden.

Daarmee betekent een reductie van 40% geen 150 dierproeven op apen vanaf 2025, maar 124 tot 134. Het voorstel van het BPRC komt neer op een reductie van zo’n 30%. Daar kan de minister toch niet mee akkoord gaan?

Voorzitter, het BPRC heeft het volkomen verprutst. Ik vraag de minister om zelf met plan te komen. Fundamenteel wetenschappelijk op apen kan verdwijnen zonder onderzoek naar levensbedreigende ziekten in gevaar te brengen, dat blijkt uit een verkenning van het Rathenau-Instituut. Dat is de helft van de proeven. En voor de resterende proeven kunnen we een onafhankelijke analyse vragen, om te zien wat kan verdwijnen en wat nog niet. Graag een reactie.

Voorzitter, dan Proefdiervrije Innovaties. Dat gaat over het ontwikkelen van nieuw onderzoek ZONDER dierproeven. Niet eens vanwege dierenwelzijn, maar vooral uit wetenschappelijk oogpunt. Omdat dierexperimenten te vaak tot niets leiden. Interessante cross-overs tussen uiteenlopende onderzoeksvelden – biologie, geneeskunde, ICT – leiden in de eerste plaats tot beter onderzoek; met minder proefdieren als belangrijke bijvangst. Dit maakt dat een grotere betrokkenheid van de ministeries van OCW en VWS wenselijk. Sterker nog, hun rol zou leidend moeten zijn in het faciliteren van de transitie, in plaats van LNV – dat nu de hoofdrol heeft vanuit het dierenwelzijnsaspect. Delen de ministers deze mening?

Voorzitter, lopen we op schema met de nationale ambitie om wereldwijde koploper proefdiervrije innovatie te worden? Nu het jaartal waarin dat bereikt zou moeten zijn, 2025, geschrapt is, valt dat nog moeilijk te monitoren. Hoe zorgt de minister ervoor dat deze ambitie niet verwatert? De streefbeelden per onderzoeksveld kunnen daarbij helpen. Het tempo zou daar sneller van kunnen. Zo vertelden onderzoekers vorige week tijdens een werkbezoek aan Universiteit Utrecht. Hoe gaat de minister daarvoor zorgen?

Ook hoorden we veel lof van de wetenschappers over de website ‘preclinicaltrials.eu’.

Hierop kunnen onderzoeksprotocollen geregistreerd worden om onnodige dierproeven te voorkomen. De website wordt flink bezocht, maar registraties vinden nauwelijks plaats. Daarom zou een systeem waarbij registratie een voorwaarde is voor overheidssubsidie een mogelijkheid kunnen zijn. Graag een reactie van de minister.

Voorzitter, een laatste vraag. Als belangrijkste financier van onderzoek heeft de overheid het belangrijkste sturingsmechanisme in handen. Kan inzichtelijk worden gemaakt hoeveel geld de overheid de afgelopen 5 jaar besteed heeft aan onderzoek waarin proefdieren gebruikt wordt? Ik vraag het beide ministers.