Bijdrage Wassenberg AO Energie 18-1-18


18 januari 2018

Voorzitter. Wat is de rol van duurzame energie? Voor de minister is duurzame energie vooral een middel om het CO2-gehalte in de atmosfeer naar beneden te krijgen, maar voor de Partij voor de Dieren zou duurzame energie toch meer een op zichzelf staand doel moeten zijn, omdat we bijvoorbeeld van het Gronings gas af willen. Dan past het mij misschien ook even om toch een opmerking te maken over de NAM. De heer Jetten zei het ook al: het is echt onbestaanbaar. Ik denk dat de minister dat ook vindt. Het SodM is een toezichthouder op de gaswinning, en de veiligheid staat daar centraal. Het is dus onbestaanbaar dat het geïnspecteerde bedrijf NAM nu opeens kritiek gaat uiten op de toezichthouder. Ik vind dat echt onbestaanbaar. De NAM heeft een heel beroerde reputatie. Hiermee laat zij toch zien hoe terecht die beroerde reputatie is.

We willen dus van het Gronings gas af, wat de NAM daar ook van vindt, omdat de winning van fossiele energie vaak gepaard gaat met grote milieuproblemen en de vernietiging van hele ecosystemen. Een andere reden om van fossiele energie af te willen, is omdat we voor die fossiele energie nu nog veel te vaak afhankelijk zijn van foute regimes en ondemocratische landen, zoals olie uit het Midden-Oosten en gas uit Rusland.

Het overstappen naar duurzame energie is bovendien heel positief voor de werkgelegenheid. In de zonne- en windsector kunnen heel veel banen gegenereerd worden. Dat zijn dus allemaal redenen om snel over te stappen op duurzame energie en dat ook een doel op zich te laten zijn. Duurzame energie is dus meer dan alleen een maatregel om CO2-uitstoot te beperken. Het aandeel duurzame energie stijgt echter veel te langzaam. Het stijgt zo langzaam dat we het magere, eerder gestelde doel van 40% in 2020 niet gaan halen. Nederland loopt heel erg achter met de vergroening van de energievoorziening, en de minister dreigt nu een rem te gaan zetten op zonne-energie. Hij doet dat allereerst via het afschaffen van de salderingsregeling voor zonnepanelen. Het alternatief van de minister is nog onbekend. Wat wel bekend is, is dat elke mogelijke ingreep in de salderingsregeling een verslechtering zal betekenen ten opzichte van de huidige situatie.

Dat blijkt uit onderzoek van ECN, dat hier ook op de agenda staat. ECN heeft gekeken naar de gevolgen van verschillende hervormingsoperaties van die salderingsregeling. In dat rapport staan heel interessante grafieken. Ik wijs vooral op de grafiek nr. 12 op pagina 25. Daarin zie je wat de gevolgen zijn van de verschillende veranderingen in die salderingsregeling. Dan zie je allereerst dat als je de salderingsregeling behoudt, je op een vermogen van 7.600 megawatt komt. En als je die vervangt door een terugleversubsidie, kom je op ongeveer 6.000 megawatt. 7.600 Megawatt is 27% meer dan 6.000 megawatt. Dat betekent ook dat je met die salderingsregeling 27% meer zonne-energie door particulieren zou opwekken. Dus wat ons betreft is er een heel belangrijke reden om die regeling in stand te laten.

De minister zegt dat dat nieuwe, nog onbekende alternatief het installeren van zonnepanelen niet minder aantrekkelijk maakt. Ik ben daar nog niet helemaal door gerustgesteld. Ik zie voorlopig alleen een verslechtering van een faire regeling, waarbij je bij teruglevering hetzelfde krijgt als wat je indertijd voor die energiestroom zelf hebt betaald. Die regeling verdwijnt. De alternatieven zijn toch minder gunstig, blijkt uit het rapport van ECN. Ik klink misschien een beetje achterdochtig, maar het is hier ook mijn taak om niks op voorhand aan te nemen en de minister niet te vertrouwen op zijn mooie blauwe ogen. Ik vraag dus daarom toch opnieuw aan de minister … Ik zie nu dat de minister zijn bril afneemt en mij indringend aankijkt. Ik begin nu toch te twijfelen, maar ik houd voorlopig mijn achterdocht. Zo goed had ik het nog niet gezien, maar ik blijf achterdochtig! Daarom opnieuw de vraag aan de minister: kan hij meer duidelijk verschaffen over die nieuwe regeling en garanderen dat die geen negatieve invloed heeft op het aandeel opgewekte zonnestroom?

De minister is ook voornemens om de SDE+-regeling voor de zonnesector te wijzigen door een separaat hoger correctiebedrag voor het eigen energieverbruik in te voeren. De zonnesector luidt nu de noodklok, want een verhoogd correctiebedrag zal de ontwikkeling van zonnestroomprojecten op daken ernstig frustreren of misschien zelfs onmogelijk maken. Die wijziging is daarmee een serieuze bedreiging voor de energieneutrale bebouwing.

Voorzitter. Ik zie dus niet hoe al die hervormingen gaan bijdragen aan meer door de zon opgewekte energie, want uiteindelijk moeten we daar wel naartoe. We moeten toe naar meer duurzaam geproduceerde energie door zonnepanelen te leggen op zo veel mogelijk daken van woningen en andere gebouwen. Dat vraagt om continuïteit van de uitgangspunten in de salderingsregeling en de huidige SDE+-regeling. Graag een reactie van de minister.

Voorzitter. Zoals ik net zei, is de overstap naar duurzame energie belangrijk. Daarvoor is de steun vanuit de maatschappij heel hard nodig. De minister erkent het belang van een maatschappelijk draagvlak, maar dat draagvlak krijgen we mogelijk niet als er in de maatschappij heel verkeerde beelden bestaan. Uit een recent onderzoek van Motivaction blijkt dat een belangrijke meerderheid van Nederland een volkomen verkeerd beeld heeft van duurzame energie. Ze denken dat er geen 6% duurzame energie wordt opgewekt, maar 45%. Dat is een gigantisch groot verschil. De minister heeft in antwoord op onze schriftelijke vragen aangegeven dat hij zich wil inspannen om de urgentie van duurzame energie te onderstrepen en een realistisch beeld te schetsen, maar hij heeft niet aangegeven hoe hij dat gaat doen. Kan hij daar iets over zeggen?

Voorzitter, dan mijn laatste punten. Ik zie dat de zes-minutengrens is gepasseerd. Ik wil nog even doorgaan op het terugdringen van gasgebruik. Gisteren hadden we een technische briefing over Gronings gas, met sprekers van GTS en TNO. De sprekers gaven aan dat er voor de korte termijn kansen liggen in de lichte industrie. Helaas werd die hoorzitting voortijdig afgebroken — de voorzitter weet dat ook — zodat we niet alle vragen hebben kunnen stellen. Kan de minister daarom zijn licht laten schijnen over welke mogelijkheden er in de sector van de lichte industrie zijn om het gasverbruik te verminderen? Hoe kunnen er maatregelen komen?

Voorzitter, dan als laatste het punt gasverbruik en woningen. Het nieuwe kabinet geeft in het regeerakkoord aan dat het 13.000 tot 15.000 woningen per jaar gasvrij wil maken. Hiervoor worden geen concrete maatregelen of stappen aangekondigd. Ik heb een aantal vragen. Hoeveel woningen verwacht de minister in de komende jaren tot 2020 gasvrij te kunnen maken? Gaat de minister voor de nieuwbouw aardgasloos verplichten en, zo ja, wanneer? Komen er gerichte middelen voor isolatie? Immers, hoe minder energie je verbruikt, hoe minder er ook hoeft te worden opgewekt of gewonnen. En wat gaat de minister doen als het aantal woningen niet gehaald wordt, als het stokt? Hoe staat het ten slotte met de gebouwgebonden financiering? Wanneer kunnen we daar de eerste pilot verwachten? Mede gezien de situatie in Groningen — en kom ik toch weer bij mijn begin — moeten we echt ons best doen om zo snel mogelijk helemaal gasloos te worden.

Dank u wel, voorzitter.

Interrupties andere partijen

Mevrouw Beckerman (SP):

Voorzitter, dan mijn inbreng. Ik denk dat vorige week maandag met de zware aardbeving in Groningen weer heel pijnlijk duidelijk is geworden dat we af moeten van fossiele energie. De heer Jetten en de heer Wassenberg hebben al gereageerd op de brief van de NAM. Ik weet helaas niet of de andere collega's dat ook hebben gedaan. De NAM schrijft eigenlijk: wij willen niet met maatregelen komen. Dat voelt toch echt alsof er een middelvinger naar Groningen wordt opgestoken. Ik vind dat heel erg spijtig en treurig. In een reactie van SodM zag ik dat men daardoor ook mogelijk vertraging oploopt bij het komen tot maatregelen. Dat zou ik heel erg triest vinden.

Beantwoording minister

Minister Wiebes:

Er zijn verschillende vragen over de SDE. Laat ik daar eerst algemeen iets over zeggen. De SDE wordt soms in de discussie toch gezien als een soort cadeau. De SDE is geen cadeau, maar strikt bedoeld om een onrendabele top op te lossen. Dat betekent dat iemand iets gaat doen wat nadelig voor hem is en dat alleen dat nadelige stuk wordt opgelost. Daarmee is dus de vraag wie nu iets krijgt niet primair relevant, want niemand krijgt iets. Het gaat naar iemand die iets doet. Dan is het van belang dat we het zo inzetten dat we er het meeste klimaateffect mee halen. Het is een pot — in die zin is het precair — die groot is, maar, naar wij allemaal weten, bepaald niet te groot. Het is een heleboel geld, dus er is een goede reden om daar heel verstandig mee om te gaan. Maar het is niet zo veel dat we zwemmen in het geld. We moeten echt zuinig zijn en het inzetten op de kansrijkste manieren. We moeten toch met inbegrip van het tijdpad, innovatie en verstandige dingen — daar hebben de heer Van der Lee en ik uitvoerig over van gedachten gewisseld tijdens de begrotingsbehandeling — daarvoor de meeste tonnen halen. Dan is het juist geen cadeau. Ik begrijp wel dat er een soort zweem van een rechtvaardigheidsvraag boven hangt van "naar wie gaat het". Maar het moet uiteindelijk gaan naar zo veel mogelijk opbrengst, want het is uiteindelijk geen cadeau. Niemand wordt er iets beter van. Je wordt gecompenseerd voor de dingen die je doet en die jou anders een nadeel hadden opgeleverd.

Diezelfde logica moeten we dus toepassen op de twee SDE-dossiers die zijn genoemd. Dat betekent dat het een passende subsidie moet zijn om die onrendabele top weg te nemen met de uitdrukkelijke gedachte dat te weinig subsidie het niet op gang brengt, maar te veel subsidie uiteindelijk minder tonnen oplevert. Oversubsidiëring leidt niet, anders dan de heer Wassenberg in de stukken denkt te lezen, tot meer effect, maar tot minder effect. Het leidt in één dossier tot iets meer en in een ander dus tot veel minder. Dat is wat er aan de hand is. Dat is bij deze dossiers zo. Er is een noodklok geluid. Dat is overigens opmerkelijk. In de fiscaliteit waren het altijd brandbrieven en in Amsterdam was het altijd vijf voor twaalf. Hier is het de noodklok. Laten we het even los zien van dat er allerlei specifieke belangen zijn en dat iedereen het leuk vindt om partijen hier een plezier te doen. Dat vinden we allemaal. Dat vind ik ook, maar het is allemaal wel belastinggeld en we willen zo veel mogelijk klimaateffect.

Wat er speelt bij zon, is dat er gewoon impliciet subsidie bestaat als je het zelf gebruikt. Dan vermijd je namelijk de belastingen en opslagen die erop zitten. Dat in zichzelf is de prikkel waar we naar op zoek zijn. Dat is subsidie.

(…)

De heer Wassenberg heeft zijn zorgen geuit over het percentage duurzaam. Hij heeft mij gevraagd hoe ik ervoor ga zorgen dat elke Nederlander correct geïnformeerd is en vol gemotiveerd is. Hij weet natuurlijk al dat ik ga zeggen dat iedereen in de samenleving daar een rol in heeft, ook hij. Maar misschien is het nuttig om op de een of andere manier te bezien of we in het klimaatakkoord ook iets aan draagvlak en motivering van mensen in het land kunnen meenemen. Ik wist dat ik een fan had bij dit onderwerp. Die fan is mevrouw Mulder. Er is niemand in dit gremium die mij zo vaak heeft gewezen op het belang van draagvlak voor de transitie als zij. Het onderwerp lijkt even gekaapt te worden door de heer Wassenberg, maar het is nu weer terug bij mevrouw Mulder. Ja, het leven is hard.

De heer Wassenberg (PvdD):
Wat de minister zegt snap ik wel, maar hij weet natuurlijk dat het geen of-ofverhaal is, maar een en-enverhaal. Het is niet óf goedkope elektriciteit om je woning te verwarmen, óf isolatie en dure energie. Het kan en-en zijn, want zelfs bij heel goedkope elektriciteit om je woning te verwarmen is het niet goed als het er aan alle kanten uit lekt. De minister weet ook dat de meest duurzame energie de energie is die je niet gebruikt. Het is een cliché, maar het is dus een en-enverhaal en niet een of-ofverhaal. Ik krijg daar graag een reactie op.

Minister Wiebes:
We zijn het hier over veel dingen eens. Ik denk niet dat de heer Wassenberg de illusie had dat hij heel veel dingen zei waar ik boos van werd. Natuurlijk is isolatie onderdeel daarvan. Maar toch even in alle scherpte, als ik de heer Wassenberg nou een plezier kan doen met nog ergens een kanttekening bij plaatsen: is energiebesparing altijd de meest duurzame oplossing? Dat is technisch niet per se waar en het is ook economisch niet per se waar. Het is niet waar dat wij nu al zeker zouden weten dat de meest efficiënte woning er een is waaruit geen warmte ontsnapt. Het kan namelijk heel goed zo zijn — en dat zei ik net — dat we bij een ruime beschikbaarheid van ook deels bufferbare windenergie bijvoorbeeld, woningen iets minder hoeven te isoleren, wat een groot geluk zou zijn voor wat ik dan maar "de hele vooroorlogse woningbouw" noem en monumenten enzovoort, maar dat we woningen juist op een andere manier verwarmen. Het is dus nog helemaal niet een gegeven. Het is helemaal niet zo dat besparing of isolatie tot het ultieme punt altijd maar beter is dan oplossingen die in de opwekkingssfeer zitten. Dat lijkt mij niet een gegeven. Dat is nou precies waarnaar we in het kader van het klimaatakkoord nieuwsgierig moeten zijn. Dat de oplossing niet fossiel is, wil ik de heer Wassenberg nageven, maar laten we er genuanceerder over nadenken. Laten we zien wat het oplevert, zo zeg ik in de richting van de heer Wassenberg.

De heer Wassenberg (PvdD):
Volgens mij had ik niet veel genuanceerder kunnen zijn dan ik was door te zeggen dat het een en-enverhaal is. Ik zeg niet: alle ballen op isolatie. Ik zeg alleen dat dit erg belangrijk is. En inderdaad, er zijn verschillen en het verschilt ook per huis, maar ik zeg alleen dat isolatie belangrijker is dan de minister nou suggereert. Isolatie moet inderdaad in combinatie met een duurzame-energievoorziening plaatsvinden en niet met een fossiele-energievoorziening.

Minister Wiebes:
Met deze nuancering ben ik het geheel eens. Isolatie is daarin zeer belangrijk. Het is toch teleurstellend dat we nu toch weer op hetzelfde punt uitkomen.

Mevrouw Ye?ilgöz had nog een aantal vragen gesteld die nog niet aan de orde zijn gekomen. Een daarvan ging over de 10 petajoule in de gebouwde omgeving. De uitvoering van het convenant ligt op schema. Als die achterblijft, moet allereerst in de borging streng daarnaar worden gekeken aan tafel, maar er is nu geen reden om over aanvullende maatregelen na te denken. Daar waar geleverd wordt, wordt ook geleverd. Laten we daar blij om zijn. Elders zijn die maatregelen helaas wel aanvullend nodig.

Een belangrijke vraag is wat de rol van de gemeenten in de energietransitie is. In het regeerakkoord staat dat we daar een heel bestuursakkoord voor gaan sluiten. Je ziet ook voor je ogen uitrollen wat de betrokkenheid van die gemeenten is. Energie gaat immers over ruimte en over de bodem. Het waren vroeger alleen maar gasleidingen, maar tegenwoordig hebben we hele warmteplannen nodig. Hoe worden die woningen, waar de heer Wassenberg net van die verstandige woorden over heeft gesproken, straks verwarmd? Dat hangt samen met wat gemeenten uiteindelijk in hun wijken gaan bedenken. Is dat een warmtenet? Zijn dat allerlei vormen van warmtepompen? Wat is de warmteoplossing? Het kan niet zo zijn dat nummer 1 een warmtenet krijgt, dat ze op nummer 3 en 5 met warmtepompen aan de slag gaan en dat ze op nummer 7 weer iets anders hebben bedacht. Daar hebben overheden een rol in. Dat zijn belangrijke rollen voor de gemeenten. We gaan daar afspraken over maken in het bestuursakkoord. Dat willen die overheden ook bijzonder graag.

Tweede termijn

De heer Wassenberg (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb een opmerking en een vraag. De opmerking sluit aan bij wat mevrouw Beckerman net zei. Ik vind het ook wat teleurstellend dat alles toch een beetje op de lange baan wordt geschoven. Ik heb een aantal vragen gesteld en die stonden inderdaad niet allemaal op de agenda. De minister heeft gezegd dat hij ze allemaal naar het klimaatakkoord veegt. Dan duurt het nog heel lang en ik voel de urgentie toch niet helemaal bij de minister.

Dan nog een heel duidelijke vraag. Ik had het over de salderingsregeling. ECN heeft gekeken naar de effecten van het vervangen van de huidige salderingsregeling. Dan blijkt inderdaad dat daar een verschil in kan zitten als wij die vervangen. De opgewekte stroom kan dan terugvallen van 6.700 megawatt, miljoen watt dus, naar 6.000. Dat is een groot verschil: meer dan 20%. Hoe gaat de minister dat opvangen? Ik hoor wel hele verhalen over oversubsidiëring rendabele top, maar ik hoor hem niet ingaan op het feit dat door verandering van die regeling gewoon veel minder stroom gaat worden opgewekt door particulieren. Daar zou ik toch graag een antwoord op krijgen. Ik wil toch wel dat de minister ook doordrongen is van de urgentie dat iedereen zo veel mogelijk zijn eigen stroom moet opwekken. Dan heb ik het niet over energieneutrale huizen — dat zou natuurlijk helemaal een ideaal beeld zijn — maar gewoon op veel kleinere schaal. Al wek je maar de helft of drie kwart van je eigen stroom op, dan is dat al heel wat. Door die salderingsregeling te schrappen en te vervangen door een andere is een ding duidelijk: in absolute aantallen zal een hoeveelheid opgewekte stroom verdwijnen. Die salderingsregeling is natuurlijk heel fair, want die betekent dat je levert voor dezelfde prijs als je betaalt. Het zijn dezelfde elektronen. De elektronen die je binnen krijgt, de elektriciteit, zijn dezelfde als de elektronen die je levert. Dan zou het toch ook fair zijn om die op dezelfde manier te betalen? Dus even afgezien van die oversubsidiëring en rendabele top, gewoon fair: wat ik ervoor betaal is ook wat ik ervoor krijg.

De voorzitter:
Dank, meneer Wassenberg. Dan is nu het woord aan mevrouw Ye?ilgöz-Zegerius namens de VVD.

Mevrouw Ye?ilgöz-Zegerius (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Ik was niet van plan om een tweede termijn te houden, omdat ik de antwoorden goed heb gehoord, maar na mijn twee collega's rechts van mij, mevrouw Beckerman en de heer Wassenberg, wil ik toch iets zeggen. Er ligt een heel ambitieus regeerakkoord voor. De minister is vanaf de eerste seconde bezig om te zeggen dat hij niet alleen alles zal oppakken, maar ook dat hij zal kijken of hij het nog verder kan brengen. Hij gaat kijken of hij nog meer doelen en ambities kan formuleren die verdergaan. Daar hoort iedereen volgens mij ook continu breed draagvlak voor. Ik hoor hem nu ook zeggen: op 50 manieren — en wat mij betreft mag het ook op 100 manieren — zit ik daar op volle kracht in; ik hoor wat u zegt; laat mij dit met alle partners en partijen oppakken. Ik ken hem qua termijn en daarom vind ik het heel bijzonder nu het verhaal over de lange baan te horen. De langst uitgestelde termijn die ik heb gehoord voor het overgrote deel van alles wat wordt gezegd, was "in het voorjaar" of "net voor of rond de zomer". Nu wordt hier geprobeerd tot achter de komma allemaal ideetjes mee te geven en wordt er gezegd: zo moet het worden ingevuld en zo moet u dat doen in de onderhandelingen; u mag onderhandelen over bedragen; het mag maximaal 50 miljoen kosten, maar het mag ook minder als het kan.

De heer Wassenberg (PvdD):
Het is hartverwarmend, hoe mevrouw Yesilgöz het opneemt voor de minister. We hadden het net al over "50 Ways to Leave Your Lover". En ik heb diep in de ogen van de minister mogen kijken, wat het debat toch ook een bepaalde sfeer geeft. Mevrouw Beckerman is ingegaan op het tempo. Ik wil toch nog even een opmerking maken over de kritiek die ik net had. Ik bedoel, we zijn het niet alleen eens over het trage tempo; ik vind het ook wat te traag. Maar we vinden ook — tenminste, dat vinden wíj — dat de verkeerde maatregelen worden genomen. Ik had het net over het vervangen van de salderingsregeling. Er wordt dan gezegd dat er een andere regeling komt, die minstens even goed is of die niet voor minder stroom zorgt. Maar we moeten het ook over de feiten hebben. Een toekomstplaatje geeft geen feiten, maar je kunt zoiets wel baseren op schattingen. En we hebben schattingen: een rapport, geschreven in opdracht van de minister. Natuurlijk bedoel ik "de minister" hier in staatsrechtelijke zin, want het was diens ambtsvoorganger Kamp. Dit is een rapport van ECN, in opdracht van de minister. In dat rapport, waarop we ons moeten baseren, staat heel duidelijk: alle alternatieven leveren minder opgewekte stroom op dan met die salderingsregeling. Het lijkt me dus heel terecht dat ik daar vragen over stel en ook dat ik daar dan een antwoord op krijg. Dat is de reden waarom ik dit onderwerp nog een keer noem. Dat heeft niks te maken met tempo of kritiek, maar met de gegevens die wij voor ons hebben. Als uit cijfers blijkt dat het met die zonne-energie veel minder gaat worden, wil ik weten waarom de minister daar genoegen mee neemt.

Minister Wiebes:

Op de vraag van de heer Wassenberg over de salderingsregeling, die hier los van staat, kom ik zo terug. Over dit punt doe ik dus een verzoek. Ik hoef geen antwoord, ik heb immers nergens recht op, maar het is een verzoek.

De heer Wassenberg zei iets inhoudelijks over de salderingsregeling. Bedoelde hij daarmee de salderingsregeling of zon-PV in de SDE? Daar speelt in ieder geval dezelfde soort kwestie. Hij zei: het zijn dezelfde elektronen en daar moet dus dezelfde stimulans op zitten. Dat is precies de bedoeling, alleen bij de ene set elektronen gaat dat deels in de vorm van een vermeden belasting plus een deel subsidie en bij de andere set gaat het geheel om een subsidiebedrag. Het bedrag per elektron is echter precies hetzelfde. Dat is namelijk precies het doel: ervoor zorgen dat ze gelijk worden behandeld, terwijl ze fiscaal in een verschillende positie zitten. Natuurlijk leidt het verminderen van oversubsidiëring tot minder zon-PV als gevolg van deze regeling. Overigens blijft er dan elders meer over, want als het uit de SDE komt, is de SDE beschikbaar voor zaken waar niet over gesubsidieerd wordt en is er dus uiteindelijk meer duurzame energie. Dat is precies mijn punt. Ondersubsidiëring leidt tot een slecht resultaat, maar oversubsidiëring ook. Daarom vragen we deze professionele partijen iedere keer om dit met precisie te herijken om ervoor te zorgen dat we zo veel mogelijk resultaat behalen met het geld dat we daar op last van de belastingbetaler voor hebben gereserveerd.

De voorzitter:
De heer Wassenberg heeft een vraag namens de Partij voor de Dieren.

De heer Wassenberg (PvdD):
De minister noemt het oversubsidiëring. Die verdwijnt, maar daarmee verdwijnt ook 1,6 megawatt. Waar is de garantie dat die 1,6 megawatt, of liefst nog veel meer, erbij komt met het geld dat wordt bespaard? Ik zie dat toch een beetje als een bezuiniging. Waar komt het erbij? Er verdwijnt iets, maar waar komt het erbij?

Minister Wiebes:
De SDE blijft op hetzelfde niveau. Er is geen sprake van een bezuiniging. Er is sprake van een andere besteding. Als gevolg van een andere besteding gaat er meer geld naar duurzame energie en minder naar oversubsidiëring. Er is geen besparing. Het SDE-bedrag blijft beschikbaar. Daar knabbel ik helemaal niet aan. Ik wil de indruk wegnemen dat we nu ineens in het eerste kwartaal van 2018 aan het besparen zijn op de transitie. Dat is echt onzin. We passen regelingen aan om ervoor te zorgen dat we op een nette manier stimuleren. Dat doen we elke keer en daar zitten elke keer een heleboel berekeningen aan vast. Dat doen we ook hierbij, maar er is geen sprake van een besparing.

De voorzitter:
Ik geloof dat de heer Wassenberg u oprecht gelooft, dus ik stel voor dat u verdergaat met uw beantwoording.

Minister Wiebes:
Dat was ik eigenlijk ook van plan.