Bijdrage Wassenberg AO Ener­gieraad 26-06-17 (EED)


22 juni 2017

Energieraad

Voorzitter. Ons energieverbruik stijgt nog altijd. Die stijging is zo groot dat het aandeel duurzame energie bijna helemaal teniet wordt gedaan. Mevrouw Kröger zei dat net ook al. In één jaar tijd is het aandeel duurzame energie gestegen met 0,1%; dat is 1 promille. Ik heb dat even uitgerekend op de achterkant van een sigarenkistje: als we in dit tempo doorgaan, hebben we de doelstelling voor 2020 — 14% duurzame energie — over 81 jaar bereikt. Dan staan we op de drempel van de 22ste eeuw, dus op deze manier gaat het niet lukken. We moeten meer doen. Met alleen investeren in duurzame energie komen we er niet als het totale energieverbruik zo toeneemt. Energiebesparing is de meest logische stap om de doelen van het klimaatakkoord te kunnen behalen. Want, mevrouw Van Veldhoven en mevrouw Kröger zeiden het ook al, energie die je niet gebruikt, hoef je niet op te wekken, hoef je niet uit de grond te halen. Energie die je niet gebruikt, belast het milieu niet en verandert het klimaat niet.

Op de agenda staat een ernstig afgezwakt voorstel voor de herziening van de energiebesparingsrichtlijn, dat voorzitter Malta op 9 juni heeft uitgebracht. Malta is een van de slechts presterende jongetjes uit de Europese klimaatklas. Uit het voorstel van Malta is niet af te leiden dat dit land van plan is om grote sprongen op energiegebied te maken. Sterker nog: dit nieuwe voorstel zal volgens groene maatschappelijke organisaties de energiebesparing flink verminderen, tot misschien wel 80%. De Partij voor de Dieren vindt dat er van dit afgezwakte voorstel geen enkele stimulans uitgaat voor een goed energiebesparingsbeleid in Europa. Staat de minister nog achter zijn uitspraak dat er fors moet worden ingezet op energiebesparing? Is de minister met mij van mening dat het voorstel van Malta die energiebesparing niet dichterbij brengt? En is de minister bereid om zich tijdens de Energieraad uit te spreken tegen dit voorstel?

Uit onderzoek van ECN blijkt dat Nederland een groot besparingspotentieel heeft, en dat een ambitieuzer energiebesparingsbeleid resulteert in nationale baten en een minder ambitieus beleid in nationale kosten. Waarom pleit de minister in de Raad niet voor een stevige energiebesparingsdoelstelling? Want de flexibiliteit die hij wil inbouwen om de energiebesparingsdoelen te halen, kan de ambities juist ondermijnen. Ik ben heel bang dat die maximale flexibiliteit kan leiden tot het omzeilen van echte maatregelen. Ik hoop dat de minister mij gerust kan stellen.

We moeten het oude denken loslaten en vol inzetten op energiebesparing. Is de minister het met mij eens dat een ambitieuzer energiebesparingsbeleid met verplichtende maatregelen in alle sectoren noodzakelijk is? Dus dat we ook moeten kijken naar besparingsmogelijkheden die nu onbenut blijven, zoals het afbouwen van de productie en het gebruik van kunstmest?

De voorzitter:
Wilt u afronden?

De heer Wassenberg (PvdD):
Ja. Tot slot wil ik het nog heel even hebben over de richtlijn voor duurzame energie. De Europese Commissie stelt een EU-brede doelstelling van 27% duurzame energie voor. Dat is nog gebaseerd op het besluit van de Raad uit oktober 2014. Sindsdien is duurzame energie, zoals offshore wind, veel goedkoper geworden. De minister weet dat als geen ander. Moeten we die achterhaalde doelstelling niet aanpassen aan de nieuwe omstandigheden? De rapporteur van het Europees Parlement pleit voor een doelstelling van 35%; ngo's pleiten zelfs voor 45%. Kan de minister daarop een reactie geven?

Beantwoording minister

Wij hadden aan het begin van de kabinetsperiode 4% aan duurzame energie en zitten nu 50% hoger op bijna 6%. Wij gaan verplichtingen aan voor vele miljarden per jaar. Ik ga op dit moment verplichtingen aan voor 10 miljard per jaar om duurzame energie te stimuleren. Het gaat om honderden projecten in het land, bijvoorbeeld voor zonnepanelen die op grote schaal worden neergezet, voor mestvergisting, windenergie op land en voor biomassa. Wij hanteren de strengste voorwaarden ter wereld voor biomassa. Ik noem windmolens op zee. Wij bouwen in vijf jaar de vijf grootste windparken van de wereld en in de zeven jaar daarna gaan we zeven nog grotere windparken bouwen. Wij hebben op dit moment evenveel windmolens op zee als China en in 2020 is dat nog het geval. Wij zijn bezig met een plan om de hele Noordzee in te zetten voor windmolens, samen met de omliggende landen. Als je ziet wat wij allemaal doen voor de overgang van fossiele naar duurzame energie, dan vind ik het echt belachelijk om te zeggen dat Nederland het slecht doet. Neem mij niet kwalijk, maar dat is echt onzin. Wij doen het heel goed. Wij zijn zeer ambitieus. Wij geven er heel veel aan uit. De doelstelling is om 14% in het jaar 2020 te halen. Alle partijen van het energieakkoord, inclusief Natuur & Milieu en Greenpeace, hebben gezegd dat we met de maatregelen die we in de afgelopen vierenhalf jaar hebben genomen die 14% in het jaar 2020 kunnen halen. Waarom moeten we dan tegen elkaar zeggen dat we het slecht doen? Dat klopt gewoon niet.

De heer Wassenberg (PvdD):
Omdat ook ik dit aan de orde heb gesteld, ben ik zo vrij om hierop te reageren. Mijn punt was niet zozeer dat er te weinig gebeurt op het gebied van duurzame energie. Ik weet dat er is geïnvesteerd in de offshoreparken, de windenergie. Ik zeg dat die stijging in de duurzame energie, die inderdaad goed is — complimenten daarvoor — bijna helemaal wegvalt, als je het vergelijkt met de stijging in de niet-duurzame, fossiele energie. Ik doe het heel even uit mijn hoofd. Misschien zit ik er een paar petajoule naast, maar ik had begrepen dat van 2015 tot 2016 het aandeel fossiele brandstof in absolute cijfers met 100 petajoule is gestegen, dus inderdaad met die 4%. Ik dacht dat het bij duurzame energie om 5% of zo ging. Dat is een mooi cijfer, maar omdat het aandeel niet-duurzame, fossiele energie zo verschrikkelijk is gestegen, is het aandeel duurzame energie heel erg achtergebleven. Dat is mijn punt. De stijging van het aandeel duurzame energie is prima, maar steekt toch een heel klein beetje schril af tegen de stijging van het aandeel niet-duurzame energie. Dat was in elk geval mijn punt.

Minister Kamp:
Ik sloeg in de eerste plaats aan op de opmerking dat Nederland het slecht doet. Ik vind die opmerking onterecht. Dan draai je de mensen een rad voor de ogen. Bovendien is het heel demotiverend voor al diegenen die zich er ontzettend voor inspannen dat wij de overgang van fossiele naar duurzame energie maken. Ik weet dat wij in het afgelopen jaar van 5,8% naar 5,9% duurzame energie zijn gegaan, maar daarbij spelen twee dingen. In de eerste plaats is in Nederland de economische groei hoger dan in Europa, hoger dan in Engeland, in Duitsland en in Frankrijk. Twee weken geleden kwam The Economist met een staatje waarin het eerste kwartaal van 2017 werd vergeleken met het eerste kwartaal van 2016. Volgens dat staatje zou de economische groei in Nederland het dubbele zijn van die in de ons omringende landen. Dat betekent dat er in Nederland veel meer wordt geproduceerd en dat er ook veel meer energie wordt verbruikt. Hoewel wij vorig jaar een economische groei van 2,5% hebben gehad en hoewel wij in het eerste kwartaal van 2017 ten opzichte van het eerste kwartaal van 2016 3,4% erop vooruit zijn gegaan, zijn wij er toch in geslaagd om het aandeel duurzame energie op te krikken van 5,8% naar 5,9%. Natuurlijk komt daardoor het halen van de doelstelling weer onder druk. Het is dus belangrijk dat wij de afspraken om de 14% in 2020 te halen daadwerkelijk realiseren. Wij moeten voortdurend blijven bekijken of er tussentijds misschien nog wat extra moet worden gedaan om die 14% te halen. Maar benader het positief, vraag ik mevrouw Kröger.

De heer Wassenberg (PvdD):
De minister zegt dat het toch heel goed is dat de duurzame energie van 5,8% naar 5,9% is gegaan, gelet op een aantal factoren zoals de economische groei. Maar 2020 is over drie jaar. Wil je die 14% halen, dan moet er nog 8,1% bij. Als je die 5,9% nu als basis neemt, moeten we anderhalf keer zo veel duurzame energie in drie jaar tijd realiseren. Dat is gigantisch. Ik heb net gekscherend gezegd dat we er in dit tempo 81 jaar over zouden doen. Ik hoop dat het sneller kan, omdat het aandeel duurzame energie wel stijgt. Ik hoop ook dat het aandeel van de niet-duurzame, fossiele energie kan dalen. Ik kan er toch moeilijk razend enthousiast over worden dat we in dit tempo van 5,8% naar 5,9% zijn gegaan, zeker omdat 2020 bijna op de stoep staat. Nog drie jaar en het is zover.

Minister Kamp:
Alleen al de vijf grote windparken die wij binnen vijf jaar voor de kust gaan bouwen, zijn goed voor het energieverbruik op dit moment van vijf miljoen Nederlandse huishoudens. Daarna komt er nog een hele klap overheen. De vijf die wij gaan bouwen, zullen voor een groot deel ook meetellen voor het jaar 2020. We gaan nog een heleboel andere maatregelen nemen. De inzet van biomassa heeft ook een groot effect. Alle maatregelen die we genomen hebben, ook extra maatregelen voor energiebesparing in de industrie en extra maatregelen voor energiebesparing in de bebouwde omgeving, zijn op een rijtje gezet door de borgingscommissie voor het energieakkoord. Bij het energieakkoord zijn alle partijen betrokken: producenten, vakbonden, consumentenorganisaties, natuur- en milieuorganisaties; alles zit erbij. Die hebben in december een brief aan ons geschreven waarin zij zeiden dat de doelstelling voor het jaar 2020 en de doelstelling voor het jaar 2023 op grond van het ingezette beleid gehaald kunnen worden. Ik zeg niet dat dat einde discussie is. Ik zeg dat het moeilijk is. Ik zeg dat we het voortdurend moeten blijven bekijken. Als het nodig is om het beleid aan te scherpen, dan moeten we het aanscherpen. Die doelstellingen zijn harde doelstellingen en moeten gehaald worden.

(…)

Minister Kamp:

Mijnheer Wassenberg, laten we de tegenstellingen tussen ons niet groter maken dan ze zijn. U hebt gevraagd waarom ik pleit voor flexibiliteit, of ik wel vind dat we uiteindelijk ambitieuze maatregelen moeten nemen en of die 27%-doelstelling niet achterhaald is. Ik hoop dat u de afgelopen jaren hebt gemerkt dat wij met volle overtuiging werken aan het oplossen van de klimaatproblematiek. Wij vinden dat Europa voorop moet lopen. Wij vinden dat Nederland in Europa voorop moet lopen. Wij zijn zeer gemotiveerd, maar we proberen ook om bij die enorme transitie van fossiele naar duurzame energie de kosten in de gaten te houden. We willen voorkomen dat er te veel geld wordt uitgegeven. Ik zal vanmiddag in de Kamer duidelijk maken dat dat tot dusver gelukt is. De rekening voor de burgers voor de energie is niet hoger, maar lager geworden. We doen het een stuk beter dan de andere landen in Europa. Dat krijgt u van mij te horen. Ik probeer allebei te doen, namelijk zowel de kosten te beheersen als de doelstellingen te halen. Nederland hangt niet aan de rem in Europa. Nederland hoort bij de voorhoede en wil op een kosteneffectieve manier met benutting van flexibiliteit het uiteindelijke einddoel zo snel mogelijk halen.

Tweede Termijn

De heer Wassenberg (PvdD):
Voorzitter. Ik wil nog heel even ingaan op het debatje dat ik met de minister had over energiebesparing versus duurzame energie. Het is prima dat er van alles gebeurt op het gebied van duurzame energie. De minister zegt dat over enkele jaren de energie komt van de windmolenparken die straks worden gebouwd. Dat is hartstikke goed. Maar als dadelijk het aandeel duurzame energie in absolute cijfers met enkele petajoules per jaar stijgt — laat het nog wat meer zijn; laat het 10 à 12 petajoule zijn — terwijl het aandeel fossiele energie met tientallen petajoules blijft stijgen, dan blijven we dat probleem toch houden? Dan halen we die doelstelling toch niet? Het is prima dat er nu wordt ingezet op duurzame energie, maar hoe gaan we ervoor zorgen dat ook bij bedrijven het aandeel fossiele energie minder wordt? Kan de minister daar inzicht in geven? Dat kan ook later in een brief. De minister zegt dat er van alles is gedaan. Ik wil weten wat er is gedaan en ook hoe we kunnen stimuleren dat het aandeel fossiele energie omlaag gaat. Dan pas gaan we stappen maken: fossiele energie omlaag en duurzame energie omhoog, maar niet allebei omhoog.

Minister Kamp:

Mevrouw Kröger en de heer Wassenberg gingen in op het gebruik van fossiele energie. Zij spreken heel terecht over 5,8% en 5,9%. Ze zien dat de economie het goed doet, dat er meer fossiele energie wordt gebruikt en zeggen: daar schieten we natuurlijk weinig mee op. Het is wel mooi dat we die windmolens neerzetten, maar als we ondertussen ook nog meer fossiele energie gaan gebruiken, dan heeft dat geen zin. Ik zeg tegen allebei dat, als we die doelstellingen van 14% en 16% halen — en die moeten en gaan we ook halen — dat verdringing van de fossiele energie inhoudt. We hadden een situatie waarin sprake was van 96% fossiele energie. In het jaar 2020 mag dat nog maar 86% zijn en in het jaar 2023 mag het nog maar 84% zijn. Op die manier heb je dus een verdringing van de fossiele energie. En daar gaat het uiteindelijk om. Het moet gaan gelden voor de elektriciteitsproductie, voor het personen- en goederentransport en voor de lage- en hogetemperatuurverwarming. Voor zover er in 2050 nog fossiele energiedragers nodig zijn, bijvoorbeeld voor bepaalde processen in de industrie, zal die CO2 opgevangen moeten worden. Die CO2 zal vervolgens opgeslagen moeten worden onder de grond. Dat is het hele complex waar we mee bezig zijn. Wat dat betreft, ben ik het dus met beide sprekers eens. Die fossiele energie moet teruggebracht worden. Dat gaat dus gebeuren door het halen van de doelstellingen die we hebben voor duurzame energie.

(…)

De heer Wassenberg (PvdD):
Misschien heb ik de minister verkeerd verstaan, maar hij zei twee minuten geleden dat het aandeel fossiele brandstof omlaaggaat en dat dit gaat lukken door het halen van de doelstelling van 2020. Maar het is natuurlijk precies andersom. We willen die doelstelling van 2020 halen. Dat kan alleen als het aandeel fossiele brandstof omlaag gaat. De minister kan niet zeggen: het gaat omlaag, want we gaan het in 2020 halen. Ik heb gezegd dat ik me er zorgen over maak dat we het juist niet gaan halen. Ik vraag niet van de minister om een uitspraak dat we het gaan halen, omdat het is afgesproken. Ik wil weten hoe we het gaan halen, omdat we nu heel kleine stapjes hebben gezet. Maar we moeten dadelijk, in drie jaar tijd, 8% meer reduceren, en dan nog een keer in drie jaar tijd 1% per jaar. We moeten nu een gigantische stap gaan zetten. Het antwoord dat we het gaan halen, omdat het binnenkort 2020 is, is wat mij betreft dus wat onbevredigend.

De voorzitter:
Volgens mij heeft de minister daar wel een antwoord op gegeven. Ik geef hem graag de gelegenheid om het nog even toe te lichten.

Minister Kamp:
Bij uitzondering krijg ik het idee dat de heer Wassenberg het nu in het belachelijke probeert te trekken. Ik heb gezegd: als wij erin slagen om in 2020 14% duurzame energie te hebben als onderdeel van onze totale energieconsumptie, dan blijft er nog maar 86% over voor fossiele energie. Dat betekent dus dat er minder fossiele energie wordt gebruikt. De heer Wassenberg vraagt of dat wel haalbaar is. Daar hebben we nou het energieakkoord, de borgingscommissie en de Nationale Energieverkenning voor. Op grond van alle informatie die we hebben gekregen, hebben we het beleid aangescherpt en extra maatregelen genomen boven op de maatregelen die al genomen waren. De conclusie in december 2016 van de borgingscommissie was dat we zowel de doelstelling voor 2020 als die voor 2023 kunnen gaan halen. Ik denk dat we daar ieder jaar bij de Nationale Energieverkenning weer kritisch naar moeten kijken. Tegen de heer Wassenberg zeg ik — wat ik al eerder heb gezegd — dat als het nodig is om wat extra's te doen, we wat extra's doen, want die doelstellingen moeten gehaald worden