Bijdrage Wassenberg AO Inter­na­ti­onaal Spoor


6 februari 2019

Dank u wel, voorzitter. Net als de vorige twee sprekers begin ik met uw welnemen deze bijdrage van de Partij voor de Dieren in het debat over het internationaal treinverkeer met de luchtvaart. Want de luchtvaart groeit met 7% per jaar en als we niet snel tot krimp overgaan, komen de doelen van Parijs definitief buiten bereik, alle klimaattafels en klimaatwetten ten spijt. Om de luchtvaart te laten krimpen, zijn snelle en betaalbare internationale treinen onmisbaar. Nu zijn die internationale treinen bijna altijd langzamer en duurder dan het vliegtuig. Een retourtje Londen kost al snel honderden euro’s als je niet vele maanden van tevoren boekt en met het vliegtuig kan het voor een paar tientjes. Dat komt doordat de luchtvaart vrijgesteld is van de meeste belastingen en daardoor een ongelooflijk groot concurrentievoordeel heeft op de internationale trein. Exemplarisch is wat dat betreft dat we in 2014, na 54 jaar, afscheid hebben moeten nemen van de autotrein naar een aantal buitenlandse bestemmingen. Die is gewoon weggeconcurreerd door de kunstmatig goedkoop gehouden luchtvaart. Het is tijd voor verandering van het spoor. De Staatssecretaris is daar positief over. Het gaat niet zo snel als zij wil en als wij willen, maar zij ziet ruimte om door te pakken, schrijft ze. Terwijl de Staatssecretaris verbetermogelijkheden voor 2040 schetst, heeft de luchtvaart in de afgelopen vijf jaar een derde meer passagiers vervoerd. Dus we moeten echt meer haast gaan maken. 2040 is te ver weg. Kan de Staatssecretaris schetsen wat nodig is om zo snel mogelijk te komen tot echt snelle, kwalitatief hoogstaande verbindingen met het buitenland?

Het KiM-rapport laat zien dat een treinreis van Amsterdam naar Kopenhagen, die nu nog elfenhalf uur duurt, straks tien uur duurt. Maar de afstand Amsterdam-Kopenhagen is ongeveer 800 kilometer. Dat betekent dat die trein straks met een gemiddelde snelheid van 80 km/u van Amsterdam naar Kopenhagen boemelt. Ik ga er vanzelf langzaam van praten. Daar kun je toch moeilijk enthousiast over zijn? Begrijpt de Staatssecretaris mijn gereserveerdheid? Want als je op het traject Amsterdam-Kopenhagen met een snelheid van 200 km/u rijdt, kom je op vier uur uit. Pak nog een paar, bijvoorbeeld drie, tussenstops van tien minuten en dan zit je op vierenhalf uur. Vanwaar dat enorme verschil? Waarom rijdt die internationale trein als een vermoeide boemel en hoe gaan we die versnellen?

Grensoverschrijdend treinverkeer is meer dan alleen de lijn Amsterdam-Berlijn of de lijn Rotterdam-Parijs. Dat gaat ook over Heerlen-Aken. Met het regionale treinverkeer is het beroerd gesteld. Dat regionale grensoverschrijdende verkeer is nu in de praktijk vooral autoverkeer. Dat zou veel meer met de trein moeten kunnen. Kan de Staatssecretaris ook hier een versnelling aanbrengen? Laat ik dat illustreren met een voorbeeld uit het leven gegrepen. Ik woon in Zuid-Limburg en als ik vanuit Geleen naar Genk wil – dat is in België, 25 kilometer verderop – ben ik daar met de auto twintig minuten mee bezig. Als ik met de bus en de trein ga, met die combinatie, kost het me twee uur en als ik alleen met de trein wil gaan, kost het me drie uur. Voor 25 kilometer! Lopen is bij wijze van spreken sneller. Ik vraag hier niet om directe treinverbindingen tussen alle dorpen in Nederland en in de buurlanden. Maar wat ik wel vraag, is of de Staatsse-cretaris het met mij eens is dat internationaal openbaar vervoer niet alleen moet concurreren met het vliegtuig, maar het liefst ook met de auto, dus ook voor de kortere afstanden. Die internationale trein- en busverbin-dingen moeten echt beter. Daar is geld voor nodig. De Minister gaat geld voor ov-projecten zoeken bij private vastgoedontwikkelaars, maar wat dacht zij ervan om bijvoorbeeld de inkomsten van de vliegtaks in te zetten voor het stimuleren van internationale treinverbindingen? Kan de Staatssecretaris aangeven hoe zij daar tegenover staat? Dank u wel, voorzitter.