Bijdrage Wassenberg AO Nationale veiligheid, crisis­be­heersing en brand­weerzorg 21-12-2017 (Vuurwerk)


21 december 2017

Voorzitter, ik wil het in mijn bijdrage hebben over de komende jaarwisseling. Drie weken geleden kwam het advies uit van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid. Daarover komen we later te spreken in een plenair debat, vooral omdat de OVV een aantal structurele maatregelen bepleit, voor de lange termijn.

De jaarwisseling is het meest onveilige feest van het jaar. Dat concludeerde de OVV, maar die conclusie werd al eerder getrokken door de Politie, de brandweer, ambulancepersoneel, oogartsen, longartsen en artsen op de afdeling spoedeisende hulp.

En dat komt voor een zeer groot deel door vuurwerk. De alcohol speelt ongetwijfeld een bijrol, maar met evenementen als Koningsdag en vroeger Koninginnedag wordt ook stevig ingenomen, vinden ook rellen plaats, maar zonder honderden gewonden, zonder handen en vingers die geamputeerd moeten worden, zonder mensen die blind raken en zonder vele branden. Dat hangt toch echt samen met het afsteken van vuurwerk.

Het is ook te simpel om te zeggen dat het door illegaal vuurwerk komt. Bij de laatste twee jaarwisselingen is onderzocht dat driekwart van de gewonden slachtoffer werd van LEGAAL vuurwerk.[1]

En om nog een derde misverstand weg te nemen: We kunnen dit niet simpel afschuiven op de eigen verantwoordelijkheid van mensen, onder het motto “eigen schuld, dikke bult”; de helft van de gewonden was immers omstander[2][3].

Voorzitter: het afgelopen jaar kwamen er 472 mensen op de spoedeisende hulp terecht door vuurwerk. Er viel zelfs één dode.[4]

Hoe dan ook: we KUNNEN niet accepteren dat er elk jaar gewonden vallen door vuurwerk, huizen en auto’s afbranden, huisdieren die in grote angst raken, dieren in het wild alle kanten opvluchten – er zijn radarbeelden van grote groepen vogels die met Oud en Nieuw totaal in paniek alle kanten opvluchten.

Ook een groot deel van de bevolking voelt zich onveilig door vuurwerk. De overlast die Nederlanders van vuurwerk ervaren is sinds 2015 toegenomen van 28 naar 36 procent.[5] Een meerderheid van de bevolking is tegen vuurwerk, blijkt uit diverse enquêtes en onderzoeken.

Voorzitter, over 10 dagen is het alweer Oud & Nieuw. De Partij voor de Dieren vraagt zich af wat de minister nog kan doen om de veiligheid zo veel mogelijk te borgen en schade te beperken. Hoe voorkomen we dat hulpverleners bijna letterlijk als een bezemwagen alle puinzooi weer op moeten ruimen die na de nacht van oud en nieuw is ontstaan?

Ik wil de minister daarom vragen welke oplossingen er volgens hem op de KORTE termijn te bedenken zijn om de overlast zo veel mogelijk te beperken. Welke handreiking kan hij aan gemeenten doen? Veel burgemeesters vragen namelijk om meer gereedschap om vuurwerk-ellende tegen te kunnen gaan. Burgemeester Aboutaleb van Rotterdam deed dat eerder deze maand nog. Nu kunnen gemeenten vuurwerkvrije zones aanwijzen, maar dat is het dan wel. Is het mogelijk voor burgemeesters om op korte termijn van de hele gemeente één vuurwerkvrije zone te maken? Of geldt het als een plicht om mensen vuurwerk te laten afsteken?

Voorzitter, ik wil hier de vergelijking maken met koopzondagen. De meeste gemeenten staan die toe in de laatste weken voor Kerst, maar het is geen verplichting. Een gemeente KAN en MAG besluiten om van de hele gemeente één grote koopzondagvrije zone te maken.

Voorzitter, ik wil van de minister weten: waarom kan dat niet met vuurwerk? Waarom KAN en MAG een gemeente niet de hele gemeente tot vuurwerkvrije zone maken? Welke creatieve mogelijkheden ziet de minister om gemeenten die daarom vragen tegemoet te komen? Ik hoor graag van de minister wat mogelijk is.

[1] Onderzoeksrapport Ongevallen met vuurwerk, SEH-behandelingen jaarwisseling 2016 -2017 Veiligheid.nl, p.8

[2] https://www.nu.nl/gezondheid/4200760/meer-ernstig-oogletsel-vuurwerk-oudjaar.html

[3] https://www.veiligheid.nl/organisatie/actueel/nieuws/vuurwerklessen-op-scholen-hebben-effect

[4] https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2205512-helpt-het-verbieden-van-vuurwerk.html

[5] https://nieuws.nl/algemeen/20171207/mensen-ervaren-meer-overlast-van-vuurwerk/

Interrupties andere partijen

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks): Mijn laatste punt is het OVV-rapport. Ik ben het met de heer Wassenberg eens dat de jaarwisseling het onveiligste feest van het jaar is. Het schijnt zelfs zo te zijn dat de Amerikaanse autoriteiten hun burgers waarschuwen voor deze riskante Nederlandse festiviteit. De aanbevelingen van de OVV gaan wij op een ander moment bespreken, maar 31 december komt er wel aan. Ik zou van de Minister willen weten welke maatregelen hij nu wil nemen om ervoor te zorgen dat het nu wat veiliger is. Kan hij zich bijvoorbeeld voorstellen dat wij aan alle aanbieders van het vuurwerk vragen om vuurwerkbrillen ter beschikking te stellen? Die kun je wel krijgen, bijvoorbeeld via de brillenwinkels, maar dan moet je daar als heel goedbedoelende moeder weer heen. Dat vindt natuurlijk niemand iets. In ieder geval vinden je kinderen dat niets. Ik kan mij zo voorstellen dat, als die bril er gewoon ligt bij het kopen van het vuurwerk, het veel normaler is dat je zegt: dit hoor je te doen. U zult het niet gek vinden dat GroenLinks überhaupt niet zo’n groot voorstander is van veel vuurwerk, maar ik ben in ieder geval een groot voorstander van veiligheid. Voor de lange termijn hebben wij nog wel wat andere ideeën, maar ik denk dat het op de korte termijn in ieder geval een goed idee zou zijn om de vuurwerkbrillen breed ter beschikking te laten stellen door de verkopers zelf, inclusief een wat betere instructie over hoe je het zo veilig mogelijk kunt maken. Mijn vraag is of de Minister dat nog kan regelen voor 31 december.

(….)

De heer Van Dam (CDA): Zoals ik al heb gezegd: wij wachten op een beleidsreactie van de Minister op het OVV-rapport. Dit is natuurlijk een essentie van het OVV-rapport. Dat vind ik een beetje een formeel antwoord, dus ik wil er inhoudelijk wel iets over zeggen. Ik denk dat vuurwerk afsteken in Nederland een traditie is. Let wel: niet al onze tradities zijn in beton gegoten. Ik meen dat wij vroeger ook aan ganstrekken deden op Koningsdag en daar hebben wij ook afscheid van genomen. Wat dat betreft zijn tradities er om mee te gaan met de tijd. Het CDA vindt dat je deze traditie niet moet afschaffen, maar dat je die moet aanpassen. Dat past in de discussie die wij nog gaan voeren. Ik wil er wel dit over zeggen: als wij vandaag het afsteken van vuurwerk zouden afschaffen, creëren wij in ieder geval één enorm handhavingsprobleem voor onze politie. Ik vraag mij af of wij daar met zijn allen beter van worden.

De heer Wassenberg (PvdD): Ja, ik wil inderdaad nog even ingaan op het vuurwerk. Eerst wil ik de heer Van Dam toch heel even uit de droom helpen. Helaas, hij zei dat sommige tradities verdwijnen en noemde het ganstrekken. Tot mijn niet geringe schande, voorzitter, moet ik zeggen dat in mijn eigen Limburg met carnaval op dinsdag ganstrekken nog steeds voorkomt. Ik bekijk later of ik met de heer Van Dam daaraan misschien een einde kan maken. Maar daar gaat mijn vraag niet over. De heer Van Dam zegt over legaal en illegaal vuurwerk dat wij niet vooruit gaan lopen op het rapport van de Onder-zoeksraad voor Veiligheid. Dat wil ik ook niet, maar ik heb hier een iets ouder rapport, over de jaarwisseling 2016/2017 van VeiligheidNL. Daarin staat op pagina 8: van vuurwerkletsel waarvan wij weten of het door legaal dan wel illegaal vuurwerk is veroorzaakt, werd 25% veroorzaakt door illegaal vuurwerk en 75% door legaal vuurwerk; exact dezelfde verdeling als tijdens de vorige jaarwisseling. Wij hebben er de OVV niet eens voor nodig om te zien dat legaal vuurwerk toch de allergrootste risicofactor is. Is de heer Van Dam het niet met mij eens dat wij toch moeten bezien of wij ook dat legale vuurwerk zullen moeten beperken, als wij het aantal slachtoffers willen terugdringen?

De heer Van Dam (CDA): Ik ga daarover graag met de heer Wassenberg in discussie en in debat op het moment dat er een brief van de Minister ligt over hoe wij tegen het OVV-rapport moeten aankijken. Natuurlijk is het zo dat er in dat OVV-rapport allerlei dingen staan die in het verleden op facetten ook zijn geconstateerd, maar het mooie van het rapport is nu dat het juist allemaal bij elkaar is gebracht. Laat ik u er dit van zeggen: voor de CDA-fractie geldt dat wij niet om dit rapport heen kunnen. Er staat te veel in. Het is een soort inconvenient truth, waar wij met elkaar over zullen moeten discussiëren, maar niet op deze achternamiddag als meneer Wassenberg dat wil, maar als wij daar als commissie tijd voor hebben en als er een brief ligt van de Minister.

De voorzitter: Misschien even voor de orde en ook voor het begrip van degenen die dit debat volgen: de commissie heeft gister in de procedurevergadering besloten om toe te staan dat er vandaag over dit onderwerp zou worden gesproken, maar dat laat onverlet dat er ook nog een groter debat volgt als de informatie waar de heer Van Dam net over sprak beschikbaar is. Wilt u daar nog iets aan toevoegen, mijnheer Van Dam?

De heer Van Dam (CDA): Nu u dit zo zegt en gelet op de reacties van een aantal leden heb ik toch de behoefte om dat even te preciseren. De Minister heeft eerder een brief geschreven waarin hij het zowel over het OVV-rapport als over de komende jaarwisseling heeft. Ik wilde hier vandaag graag ook over de jaarwisseling praten. Dat leek mij ook recht te doen aan de inspanning van zo veel mensen die met oud en nieuw moeten werken. Om die reden heb ik die brief gevraagd. Wij hebben met elkaar afgesproken dat wij het onderwerp OVV zouden laten liggen tot na de jaarwisseling, als er een reactie is.

De voorzitter: Dat is een correcte aanvulling. Wilt u daar nog iets over zeggen?

De heer Wassenberg (PvdD): Ik heb het tweede deel van mijn interruptie nog tegoed.

De voorzitter: Daarvoor geef ik u nu de gelegenheid. Ga uw gang.

De heer Wassenberg (PvdD): Als de heer Van Dam goed heeft opgelet, zal hij hebben gemerkt dat ik heb gezegd dat ik het nadrukkelijk niet over de OVV ging hebben. Ik heb de OVV twee keer genoemd, maar ik heb niet het rapport genoemd. Ik heb het nu over het rapport van VeiligheidNL, dat al een jaar ouder is. In dát rapport, niet in het OVV-rapport, staat dat driekwart van de letsels wordt veroorzaakt door volkomen legaal vuurwerk. Ik loop dus niet vooruit op de conclusies van de OVV, maar ik vraag met dit rapport, dat al een jaar op tafel ligt, in handen: is de heer Van Dam het met mij eens dat legaal vuurwerk een groot probleem is? Ik wil het dus verder niet hebben over de OVV, maar is de heer Van Dam het met mij eens dat op basis van de rapporten die er al liggen – ik heb er één genoemd – legaal vuurwerk echt een groot probleem is?

De heer Van Dam (CDA): Dan blijf ik toch bij datgene wat ik in de eerste termijn heb gezegd, namelijk dat ik die discussie wil laten rusten, conform de afspraak, totdat er een brief van de Minister over het OVV-rapport ligt. Er kunnen honderd rapporten aan vooraf zijn gegaan, maar het gaat uiteindelijk niet om het rapport maar om de thematiek en de discussie. Die wil ik op een later moment voeren.

Beantwoording minister

Minister Grapperhaus: Het is de eerste keer, maar ik wil al meteen tegen u zeggen dat ik mij ook zonder op het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid in te gaan, want dat gaan we apart doen, al had voorgenomen om mij rondom de feestweek en jaarwisseling goed te oriënteren op dat evenement en op wat dat betekent voor Nederlanders en voor hulpverleners. Wat onze brandweermensen, politieagenten, ambulancepersoneel en andere hulpverleners – ook medici en verplegers moet ik expliciet benoemen – in die dagen in een enorm kort tijdsbestek moeten doorstaan, is eigenlijk te veel om zomaar op je te kunnen nemen. Ik wil aan het begin gezegd hebben dat het echt van belang is dat wij over het evenement oudjaar en wat daar allemaal omheen gebeurt, aan de hand van het rapport van de Onderzoeksraad in het nieuwe jaar met elkaar spreken. Het is nu 21 december. Toen het onderzoeksrapport uitkwam, heb ik meteen aangegeven dat het procedureel niet mogelijk is om goed met elkaar over dat rapport te praten en allerlei maatregelen te treffen die we samen noodzakelijk vinden; let u vooral op het woord «samen». Ik heb ook aangegeven dat dit niet verstandig zou zijn, want we moeten de discussie daarover goed en grondig voeren. Als gezegd, het gaat om de veiligheid van burgers en overigens ook van dieren, en absoluut vooropgesteld om de gezondheid van onze hulpverleners. U hebt terecht al veel complimenten gemaakt over die hulpverleners. Daar kan ik mij, zeker als nieuw in dit gezelschap, alleen maar in beschei-denheid bij aansluiten. Dat doe ik ook echt van harte.