Bijdrage Wassenberg AO Renovatie Binnenhof (Tweede termijn)


17 april 2019

Voorzitter. Sober en doelmatig: die woorden zijn vandaag al een paar keer gevallen. Want kabinet en Kamer willen allebei dat er sober en doelmatig wordt gerenoveerd, juist om van de renovatie geen fiasco te maken. Maar toch dreigen we helaas die kant op te marcheren. Ik las in het Algemeen Dagblad over vriendjespolitiek bij het gunnen van opdrachten, ik las over een twijfelachtige gunning aan een architectenbureau dat niet echt bekend staat als sober, ik las over een tropische kantoortuin, ik las over afgesloten contracten die de Kamer feitelijk voor een voldongen feit plaatsen en ik las ook over een verzuurde relatie tussen verschillende betrokken architectenbureaus.

Ik moet zeggen dat ik niet eens schrok van al die berichten. Zo ver zijn we al, zo cynisch word je bijna. Uit de antwoorden van de Staatssecretaris lees ik dat er inmiddels ook al twaalf onderarchitecten betrokken zijn bij het project. Het dossier is daarmee inmiddels verworden tot een politieke klucht, misschien met trekjes van een surrealistische horrorfilm. Voor een deel is dat te wijten aan een totaal gebrek aan transparantie. Vanuit veiligheid begrijp ik dat niet alle details rond de renovatie op straat moeten liggen, maar iets meer openheid zou toch wel welkom zijn. Graag een reactie daarop van de Staatssecretaris.

Over duurzaamheid: in zijn brief van vorige week legt de Staatssecretaris uit waarom de kosten zijn opgelopen. Dat komt onder meer doordat de duurzaamheidseisen in 2015 kennelijk onvoldoende waren. Letterlijk schrijft de Staatssecretaris: als er later in de tijd aanvullende nieuwe eisen worden gesteld op het gebied van duurzaamheid en veiligheid, vraagt dat om een nieuwe afweging en afhankelijk van de uitkomst daarvan om aanvullend budget. Dat is toch raar, want ik zei het net al in een interruptie: 2015 was het jaar van de Parijse klimaatafspraken. Toen al had de regering doordrongen moeten zijn van het belang van klimaatbestendige renovatie. Waarom speelde duurzaamheid in 2015 dan kennelijk toch een ondergeschikte rol?

Dan over de financiering van de renovatie en de duurzaamheidsmaatregelen: de Staatssecretaris schrijft over terugverdientijden. Dat is het grote, grote verschil met de rest van de renovatie, want behang, vloerbedekking, leidingen en stoelen in de plenaire zaal verdienen zichzelf niet terug, maar zonnepanelen en isolerend glas verdienen zichzelf allemaal wel terug. De kosten van vloerbedekking ben je kwijt, dat geld komt niet terug. Soit, maar die andere kosten wel. Is de Staatssecretaris het met mij eens dat we bij de terugverdientijden rekening moeten houden met een langere terugverdientijd, zodat we niet moeten focussen op die zeven jaar? Als het goed is, staat het gebouw in de nieuwe vorm er weer voor decennia. Wilt u daarop reageren? Kunt u ook reageren op de vraag of we die duurzaamheidsmaatregelen misschien op een andere manier zouden kunnen financieren, omdat het geen kosten zijn die je niet terugkrijgt, maar omdat dat geld is dat je er nu instopt, maar binnen tien, vijftien, twintig jaar wel terugkrijgt. Dank u wel, voorzitter.