Bijdrage Wassenberg AO Visserij 12 oktober 2016


12 oktober 2016

Voorzitter. De visserijsector is boos. De steen des aanstoots zijn de aanlandplicht en de vrees dat zij visgronden kwijtraakt. Als geen ander weet de sector haar onvrede over te brengen aan verschillende fracties in dit huis. Ik wil graag stilstaan bij de vraag of die klachten wel terecht zijn. Ik begin bij de beschikbaarheid van de visgronden.

De Nederlandse vissers hebben momenteel ongeveer 90% van de Noordzee tot hun beschikking. Slechts 1,4% van de Noordzee is beschermd tegen de meest schadelijke vistuigen. Ondanks dat schrikbarend lage percentage bescherming, verzet de visserijsector zich met hand en tand tegen de aanwijzing van meer en grotere beschermde natuurgebieden in de Noordzee. Het kabinet blijkt telkens gevoelig voor die kortetermijnbelangen van de visserijsector. Inmiddels zijn het Friese Front en de Centrale Oestergronden gedeeltelijk als beschermd gebied aangewezen, maar daarmee zijn we er helaas nog lang niet.

De Partij voor de Dieren blijft inzetten op het belang van de aanleg van een natuurnetwerk in de Noordzee en het aanwijzen van grote zeereservaten. Wij denken dat dat echt van levensbelang is voor de toekomst van de Noordzee. Tijdens het AO Water in juni van dit jaar heeft de minister van I en M aangegeven hierin stappen te willen zetten. Ik hoop dat dit voornemen stand houdt, ondanks de sterke visserijlobby. Ik verneem graag welke concrete plannen er ondertussen liggen. Ik zou graag willen weten -- ik hoop dat de staatssecretaris daarop kan antwoorden -- over welk niveau van bescherming we het gaan hebben. Is dat het hoogste beschermingsniveau, dus tegen alle vormen van visserij?

Dan de aanlandplicht. Ook daar klagen vissers over. Maar die aanlandplicht is heel hard nodig, want jaarlijks wordt er op de Noordzee tussen de 140 miljoen kilo en 220 miljoen kilo vis overboord gegooid.

De heer Dijkgraaf (SGP):

De heer Wassenberg goochelt met cijfertjes. Hij zegt dat 1,4% van de Noordzee beschermd is, maar weet hij ook dat 40% van de Noordzee helemaal niet bevist wordt? Zou het niet een win-win kunnen zijn als je zegt dat als je meer wilt beschermen -- er ligt een concreet voorstel van de visserijsector zelf -- je dat doet in gebieden die uiteraard waardevol zijn voor de natuur, maar waar nu al niet gevist wordt? Dan sla je toch twee vliegen in één klap? Waarom niet die win-win?

De heer Wassenberg (PvdD):

Wij vinden het belangrijk dat er gronden worden aangewezen waar niet mag worden gevist. Nu wordt op het allergrootste deel van de Noordzee gevist. Er zijn verschillende gebieden waar niet gevist mag worden en er zijn verschillende beschermingsniveaus. Het beschermingsniveau waarbij bijvoorbeeld bodemberoerende technieken worden geweerd, geldt maar voor die 1,4% van de Noordzee. Dat gebied moet groeien, dat moet groter worden, willen we de Noordzee beschermen en willen we de kraamkamers in stand houden en de visbestanden beschermen.

De heer Dijkgraaf (SGP):

Er ligt echter al een concreet voorstel van de visserijsector zelf om meer gebieden te beschermen, in totaal 2.000 ha. Dan sla je toch twee vliegen in één klap? We kunnen wel heel negatief lopen doen, maar ik denk dat het beter is om constructief te zijn en te zeggen: hoe kun je belangen van de visserij, de belangen van de natuur en de belangen van de vis dienen? Waarom dus niet serieus kijken naar een alternatief voorstel voor de gebieden waar nu gevist wordt en het voorstel van de visserijsector positief bekijken?

De heer Wassenberg (PvdD):

We spreken vandaag met de staatssecretaris. Daarom vraag ik aan hem: als er dadelijk nieuwe gebieden worden aangewezen -- die gebieden zijn al aangewezen -- welk beschermingsniveau krijgen die dan en wordt het echt een serieuze bescherming? Elk plan is prima, maar we hebben het hier nu met de staatssecretaris over en ik wil nu gewoon weten over welke bescherming van die gebieden op de Noordzee we het hebben. We hebben het bovendien over gebieden met een gedeeltelijke bescherming. De Partij voor de Dieren is ervoor dat er een groot -- ik zou bijna zeggen: een vertakt -- systeem komt met gebieden die met elkaar in verbinding staan en dat er een natuurnetwerk komt in de Noordzee. Dat is iets anders dan alleen een aantal geïsoleerde gebieden bescherming bieden. Een natuurnetwerk is voor ons dus ook heel belangrijk.

De heer Geurts (CDA):

De heer Wassenberg heeft zijn cijfers gewoon niet op orde. 37% van de Noordzee, om heel precies te zijn, wordt niet of minder dan eens per tien jaar bevist en 90% van de bodemvisserij vindt plaats in iets minder dan de helft van de Noordzee. Verder had hij het over miljoenen kilo's discards, maar we praten over 40 tot 50 ton en dat daalt ook nog fors. Hij heeft zijn cijfers dus niet op orde. Ik weet niet welke getallen hij gebruikt en uit welke rapporten hij citeert. Ik doe dat uit Europese rapporten die vastgesteld zijn.

De heer Wassenberg (PvdD):

Ik heb mijn cijfers wel op orde. Minder dan een half procent van de Noordzee wordt beschermd tegen alle vormen van visserij. Ongeveer 1,4% wordt beschermd tegen de meest natuurvijandige technieken, die bodemberoerende technieken. Als het gaat om de bijvangst baseer ik mij op de cijfers van IMARES, een onderzoek uit 2014, waaruit blijkt dat de bijvangst die overboord gezet wordt, tussen de 140.000 ton en 220.000 ton is. Als ik dat in kilo's uitdruk, mijnheer Geurts, is dat 140 miljoen kilo en 220 miljoen kilo.

De heer Geurts (CDA):

Ik adviseer de heer Wassenberg om nieuwe batterijen in zijn rekenmachine te doen, want dit klopt gewoon niet. Dit klopt echt niet. Daar kunnen we een hele discussie over voeren, maar het klopt echt niet.

De heer Wassenberg (PvdD):

Dan adviseer ik de heer Geurts om een nieuwe leesbril te kopen, want onderzoek uit 2014 geeft die cijfers aan en daar staan die 140.000 ton en die 220.000 ton, dus 140 miljoen kilo en 220 miljoen kilo precies uitgelegd.

De heer Geurts (CDA):

Ik weet niet wanneer de heer Wassenberg voor het laatst een bril heeft gekocht, maar ik heel recent. Ik ben dus nog up to date.

De heer Wassenberg (PvdD):

Dan moet de heer Geurts zijn nieuwe bril misschien gebruiken om dat artikel uit 2014 toch een keer te lezen. Ik kan hem dat van harte aanraden.

Ik vervolg mijn betoog. Ik ga het hebben over de aanlandplicht. Daar was ik net mee begonnen. Ik had het er dus over dat er tussen de 140 miljoen en 220 miljoen kilo vis overboord gegooid wordt. Daarbij worden de niet-commerciële soort en de bodemdieren niet eens meegenomen. Die verspilling illustreert wel hoever we nog van een duurzame visserijsector verwijderd zijn. Die aanlandplicht dient om de visserijsector te verduurzamen. Alleen: de visserijlobby haalt de focus weg van de verduurzamingsslag, die de sector juist zo hard nodig heeft. Die sector zou selectiever moeten gaan vissen. Er zijn vissers die zeggen dat de aanlandplicht voor extra sterfte zorgt, omdat teruggegooide vis een hogere overlevingskans heeft. Heel recent onderzoek, uit maart 2016, van IMARES laat echter iets heel anders zien, namelijk dat de overleving van vis erg laag is en afhangt van allerlei niet te controleren variabelen, zoals seizoen, weer en diepte van het vangstgebied. Het merendeel van de onderzochte soorten, tong, schol en schar, sterft. De overleving van schol en schar wordt bijvoorbeeld geschat op enkele procenten bij een reguliere trekduur. Dat betekent dat het allergrootste deel van de vis dood overboord wordt gegooid. De aanlandplicht zorgt ervoor dat we de vissterfte onder bijvangst in kaart kunnen brengen, zichtbaar kunnen maken.

De heer Bruins (ChristenUnie):

De heer Wassenberg zal begrijpen dat, wanneer je vis teruggooit, de overlevingskans altijd groter is dan wanneer je de vis aan land brengt, want dan is de vissterfte 100%. Mijn vraag betreft een ander punt. Hoe denkt de heer Wassenberg dat de visserij kan gaan innoveren onder een aanlandplicht? Als je regelgeving aanscherpt en nog eens aanscherpt dwing je een sector om te innoveren, maar hiermee dwing je een sector te innoveren onder een regel waarbij je alles vastlegt en niet meer kunt aantonen of je ook aan het innoveren bent. Wat is de ratio erachter om voor 100% vissterfte te gaan en innovatie te blokkeren? Dat is namelijk wat de aanlandplicht op dit moment doet.

De heer Wassenberg (PvdD):

Ik heb één vraag gehoord, namelijk hoe je zou moeten innoveren, maar ik zal twee vragen beantwoorden. Ik hoor de heer Bruins namelijk ook zeggen dat de overlevingskans hoe dan ook groter is als je de bijvangst over boord zet. Daarop valt wel iets af te dingen, want IMARES laat zien dat er bij sommige vangsten slechts een overleving is van 4%, 5%. 95%, 96% van de vissen wordt dus dood overboord gegooid. Dat staat niet heel ver af van 100% sterfte. Bovendien is al helemaal de vraag wat er op de langere termijn zal blijven leven. In sommige gevallen is de sterfte dus zo verschrikkelijk hoog dat je dicht tegen de 100% aan zit. Dat is één. Innoveren kan op een heel simpele manier. Je zou bijvoorbeeld kunnen kijken naar de maasgrootte van de netten, waardoor vissen eerder kunnen ontsnappen. De innovatie hoeft dus niet eens heel hightech te zijn om minder ongewenste vis te vangen. De visserijsector zal eraan moeten werken om die innovatieslag te maken die gemaakt moet worden. De sterfte van de bijvangst zal echt omlaag moeten.

De heer Bruins (ChristenUnie):

Als je innovatief wilt verduurzamen, maak je de regelgeving strakker en strakker en zorg je ervoor dat jouw producten beter en beter worden. Dat is hoe innovatie in iedere sector werkt: in de hightechindustrie of welke industrie dan ook. Dat betekent dat je hier ook zou kunnen zeggen dat de sterfte hoger moet worden: volgend jaar moet zij zoveel zijn en het jaar daarna zoveel enzovoorts. Vervolgens laat je al die gedetailleerde Brusselse regels los en zorg je ervoor dat die grotere mazen, die andere netten gebruikt mogen gaan worden en dat je andere technieken mag gaan gebruiken. Maar het zit muurvast. Deze sector mag niet eens innoveren, want dan krijgt men een boete. Hoe gaat deze sector innoveren, en jaar na jaar beter worden, onder de huidige regelgeving van Brussel met de aanlandplicht? Mijnheer Wassenberg, ik zie het niet gebeuren. Alles zit vast vanuit de overheid en vanuit Brussel.

De heer Wassenberg (PvdD):

Nee, het is helemaal niet zo dat alles vastzit. Er zijn heel veel manieren om te innoveren. Je kunt kijken naar de gebieden waar je gaat vangen, je kunt gebieden vermijden waar veel jonge vis zwemt. Ook sprak ik over de ontsnappingspanelen en de maasgrootte. Er zijn dus heel veel manieren om te innoveren. Die hoeven niet allemaal hightech te zijn. Iedereen is het erover eens dat we toe zullen moeten naar een selectievere visserij als we de visserij willen verduurzamen. We moeten af van een visserij die alles vangt, maar alleen aan boord houdt wat aantrekkelijk is en commercieel verhandeld kan worden en de rest overboord gooit. We zullen uiteindelijk beter, selectiever moeten gaan vissen. Dat bepleit ik.

De voorzitter:

Mijnheer Bruins, ik zal het bij hoge uitzondering toestaan, maar in principe hebt u uw interruptie in tweeën al gehad.

De heer Bruins (ChristenUnie):

De heer Wassenberg zal de vissers aan zijn kant vinden als het gaat om selectiever vissen. Het is mij alleen volstrekt onduidelijk hoe de aanlandplicht daarbij gaat helpen.

De voorzitter:

Deze slotopmerking staat genoteerd. Mijnheer Wassenberg, u kunt verdergaan met uw betoog. U hebt nog ongeveer tweeënhalve minuut.

De heer Wassenberg (PvdD):

Dan zal ik voor de duidelijkheid de zin herhalen waarmee ik dit blokje bijna afsluit: de aanlandplicht zorgt ervoor dat de vissterfte onder de bijvangst nu voor het eerst echt helemaal zichtbaar wordt. De oplossing voor het probleem van de bijvangst moet worden gezocht in het voorkomen van bijvangst door selectiever te vissen.

Mijn laatste blokje gaat over haaien en roggen. Deze soorten staan sterk onder druk en zijn, zo moet ik helaas zeggen, een zeldzaamheid geworden in de Noordzee. Gelukkig deelt de staatssecretaris de zorgen van de Partij voor de Dieren, wil hij vol inzetten op het redden van haaien en roggen en is hij gekomen met een actieplan. Over dat actieplan heb ik toch nog een paar vragen en opmerkingen. Ik denk dat ik de staatssecretaris zou teleurstellen als ik die niet had. Helaas ontbreekt het in het actieplan nog aan voldoende concrete maatregelen. Hoe gaat de bijvangst door de visserij voorkomen worden? Welke beschermingsmaatregelen komen er? En heel concreet: is de staatssecretaris bijvoorbeeld bereid tot een terugzetverplichting voor haaien in Natura 2000-gebieden?

Voor monitoring van herstel is een nulmeting nodig. We moeten weten hoe de vlag er nu bij hangt, hoe het er nu voor staat, maar ik zie nog geen actie om zo'n nulmeting te houden. Ook vraag ik me af hoe de rolverdeling tussen het ministerie van EZ en het ministerie van I en M is. Volgens mij ontbreekt die rolverdeling nog, net als een budget voor het actieplan in de begroting. Dat laatste is belangrijk, want zou het geen idee zijn om het actieplan uit te werken in een uitvoeringsagenda met concrete maatregelen en er budget voor vrij te maken? Ik denk namelijk dat we niet kunnen verwachten dat onderzoeksinstituten en de visserijsector zelf het initiatief daartoe nemen en dat zelf gaan bekostigen. Kan de staatssecretaris daarop reageren?

De heer Dijkgraaf (SGP):

Natuurlijk heeft de heer Wassenberg gelijk als hij zegt dat maar een klein percentage echt formeel wordt beschermd, maar tegelijkertijd is het gewoon een feit dat 40% niet of nauwelijks bevist wordt. Toch wil het kabinet boven op de Natura 2000-gebieden nog gebieden aanwijzen die gesloten moeten worden voor de bodemberoerende visserij.

Beantwoording staatssecretaris

Ik kom bij het actieplan voor haaien. De heer Wassenberg wilde mij niet teleurstellen en daar toch een aantal vragen over stellen. Maar zijn insteek daarbij was positief. Dat heb ik goed gehoord. De Kamer heeft het plan voor de zomer gekregen, waarmee ik invulling geef aan de Kaderrichtlijn Mariene Strategie. Samenwerking met andere lidstaten in de Noordzee is essentieel. We agenderen dit in de regionale groep. We moeten daarbij zelf het goede voorbeeld geven. Daarvoor kiezen we een aanpak langs drie sporen. Dat is allereerst communicatie en educatie. Beter beheer begint met betere identificatie van haaien en roggen door vissers en door inspecteurs. Ook het bewustzijn van het belang van haaien en roggen in het ecosysteem moet worden vergroot. Hier kunnen zowel de visserijsector als de ngo's bij helpen. Tot slot het verhogen van overlevingskansen en het verlagen van ongewenste bijvangsten. In dit kader kan het project best practices, zoals in de vorm van de Kaderrichtlijn Mariene Strategie haaienactieplan, ook sterk bijdragen aan het herstel van kwetsbare roggen en haaien. Over de inzet buiten de Noordzee en in Caribisch Nederland wordt de Kamer nog geïnformeerd.

De heer Wassenberg vroeg naar concrete maatregelen. Vissers zijn nu zelf aan zet om met oplossingen te komen. Een terugzetverplichting in Natura 2000-gebieden, waar de heer Wassenberg om vroeg, is juridisch niet mogelijk. Wel geldt er voor veel haaien sowieso al een algemene terugzetverplichting. De heer Wassenberg zei dat er een nulmeting nodig is. Er wordt gebruikgemaakt van bestaande wetenschappelijke surveys. Extra onderzoek op dergelijke schaal is erg duur. Wij gaan ervan uit dat wij op basis van de bestaande gegevens de effecten voldoende kunnen zien. Hier is geen apart budget voor. De heer Wassenberg vroeg daarnaar. We liften mee op de bestaande inzet. Natuurlijk kan het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV) ook voor dit doel benut worden.

De heer Wassenberg (PvdD):

Kort, dat ben ik altijd. In het vorige blok had de staatssecretaris het over de noodzaak van onafhankelijk onderzoek. Hij weet dat onderzoek noodzakelijk is om gegevens onderling te vergelijken. Een nulmeting dient ervoor om te kijken of beleid ook op de lange termijn resultaat heeft. In het IJsselmeer gaat de visstand achteruit. Dat weten wij omdat daar ooit een nulmeting is gedaan. Erkent de staatssecretaris dat een nulmeting bijdraagt aan de kwaliteit van de gegevens en om de gegevens van haaien en roggen onderling te kunnen vergelijken? Als hij dat erkent, is er dan toch niet ergens ruimte in de begroting om zo'n nulmeting mogelijk te maken?

Staatssecretaris Van Dam:

Het is altijd mooi om meer te weten, maar de vraag die je moet stellen is: is dat nodig en weegt het op tegen de hoge kosten die ermee gemoeid zijn? Het gaat hier immers om vrij behoorlijk onderzoek op kleine schaal. Het gaat om hoge kosten, terwijl ik al heb aangegeven dat wij gebruik kunnen maken van de wetenschappelijke gegevens die al bekend zijn en waarmee we ook een goed beeld hebben dat voldoende is om beleid op te richten. Ik zou daar in dit geval dus niet extra geld voor willen uittrekken.