Bijdrage Wassenberg begroting OCW (proeven op apen in BPRC)


6 december 2017

Voorzitter, ik ga het over iets heel anders hebben. Over proeven op apen, die in Nederland helaas nog steeds dagelijkse praktijk zijn. In het BPRC te Rijswijk om precies te zijn, het grootste apenonderzoekscentrum van Europa. Sommigen spreken van de grootste apenhel. En dat BPRC valt onder de minister van OCW.

Voorzitter, er is in de Tweede Kamer geen draagvlak voor proeven op apen en geen draagvlak voor het BPRC. Zie de aangenomen moties om het BPRC zo snel mogelijk af te bouwen.

Maar wat hebben de bewindspersonen in de afgelopen 15 jaar voor elkaar gekregen? Niets. Van afbouw is geen sprake. Nog steeds huizen er in het BPRC zo’n 1300 apen en ontvangt het BPRC miljoenen euro’s aan subsidie. In ieder geval tot 2020 is er ruim 9,5 miljoen euro per jaar voor het BPRC gereserveerd. Voorzitter, hoe kan dit? Het BPRC kan nog jaren vooruit en wordt door niets of niemand tegengehouden. Hoe is deze steun te rijmen met de wens van de Kamer het om te streven naar het uitfaseren van het BPRC?

Voorzitter, het Rathenau Instituut heeft in opdracht van de Tweede Kamer een onafhankelijke studie gedaan naar onderzoek met apen in Nederland. Gebaseerd op interviews met stakeholders van uiteenlopende disciplines concluderen zij dat het huidige onderzoek met apen ethisch omstreden is, en ook wetenschappelijk en juridisch. Stakeholders bleken achter de ambitie te staan om apenonderzoek af te bouwen naar nul. Het Rathenau wijst ons op de kans om opnieuw koploper te zijn, net als eerder met het afschaffen van onderzoek met mensapen en proefdiergebruik voor cosmetica. Nieuwe wetenschappelijke inzichten en de stand van techniek maken het mogelijk om over te stappen naar een betere wetenschap, betere regels en beter begrip van maatschappelijk relevante vragen, waar proefdiervrije innovatie de norm is. Voorzitter, daarvoor hebben we een overheid nodig die koers zet en belemmeringen, bijvoorbeeld in wetgeving wegneemt. We vragen de minister de handschoen op te pakken en, gesteund door het Rathenau rapport, strategieën te formuleren die het apenonderzoek in Nederland naar nul brengt.

Beantwoording bewindspersoon

Minister Van Engelshoven:
Volgens mij was dit vooral een kwalificatie en niet echt een vraag. Ik heb uitgelegd hoe het zit. Zo zit het en binnen die kaders moet ik opereren.

De heer Wassenberg heeft gisteren een vraag gesteld over het BPRC. Hij vroeg mij te reageren op de wens van de Kamer om te komen tot een afbouw van de proeven op apen in het Biomedical Primate Research Centre in Rijswijk. Laat ik hier zeggen dat ik de wens van de Kamer om dit af te bouwen, deel. Maar ik zie ook het belang van onderzoek naar nieuwe en betere behandelingen van ziektes als alzheimer, aids, malaria en MS. Laat ik heel duidelijk zijn: ook ik wil niets liever dan dat dierproeven in het algemeen stoppen als ze niet nodig zijn. Dat laatste zien we eigenlijk steeds meer. Dat komt ook aan bod in het Rathenau-advies Van aap naar beter. Voor de zomer van 2018 zal ik uitgebreid ingaan op die adviezen van het Rathenau Instituut en op de routes die daarin geschetst worden. Ik vind het ook van belang om ondertussen niet stil te blijven zitten, dus ga ik samen met de collega van Landbouw werken aan een transitietraject proefdiervrije innovatie met als doel Nederland op dit terrein koploper te laten zijn.

Tweede Termijn

De heer Wassenberg (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb slechts één korte motie. Voordat ik die voorlees, maak ik eerst even excuses aan de minister. Ik was niet bij haar termijn. Dat kwam omdat mijn aanwezigheid dringend gewenst was bij een AO waar de milieucriminaliteit op de agenda stond. We zijn de laatste verkiezingen gegroeid, maar met vijf zetels zijn we misschien nog net iets te klein. De motie:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er in ieder geval tot 2020 nog ruim 9,5 miljoen euro per jaar voor het BPRC is begroot;

constaterende dat een Kamermeerderheid een snelle afbouw wil van het BPRC;

verzoekt de regering om deze subsidie aan het BPRC zo snel mogelijk te stoppen en te beginnen met de afbouw van het BPRC,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 99 (34775-VIII).

Minister Van Engelshoven:
Voorzitter. De motie op stuk nr. 99 over het BPRC. Ik heb op dat punt een toezegging gedaan. Ik heb u, mijnheer Wassenberg, gezegd dat ik maximaal ga doen wat ik op dit moment kan doen om het aantal proeven daar te beperken. Maar wij moeten ook vaststellen dat een aantal van die proeven — "helaas" zeg ik erbij — nog steeds nodig zijn. Ik heb u gezegd voor de zomer met een reactie te komen en ik zou daarom willen zeggen: deze motie moet ik nu ontraden, want het is nu nog echt prematuur.