Bijdrage Wassenberg debat lucht­kwa­liteit


14 juni 2018

Voorzitter, jaarlijks overlijden 12.000 mensen vroegtijdig door vervuilde lucht en worden vele tienduizenden ziek. En wij kunnen daar iets aan doen. Ik citeer de Gezondheidsraad: “De hoeveelheid gezondheidswinst die in de praktijk haalbaar is, hangt af van politieke keuzes.” Politieke keuzes, voorzitter!

Luchtvervuiling is, vanwege de verschillende bronnen een veelkoppig monster. De Gezondheidsraad, en zeer recent het RIVM, hebben deze bronnen in kaart gebracht. En de Gezondheidsraad en het RIVM zijn het erover eens dat dat de intensieve veehouderij één van de hoofdoorzaken van vervuilde lucht is.

Onze buurlanden kunnen daarover meespreken. De staatssecretaris schrijft dat luchtvervuiling niet stopt bij landsgrenzen. Vuile lucht uit andere landen kan hier de luchtkwaliteit verslechten. Maar het omgekeerde is ook het geval: in Zweden wordt stikstof afkomstig uit onze veehouderij gemeten. We moeten verantwoording nemen voor onze uitstoot, zo snel mogelijk.

Voorzitter, de staatssecretaris werkt inmiddels aan een Schone Lucht Akkoord, een soort agenda om met externe stakeholders en decentrale overheden plannen te maken voor een betere luchtkwaliteit.

Maar waar de Partij voor de Dieren bang voor is, is dat zo’n Schone Lucht Akkoord de zoveelste poging is om uitstel te kopen. En dat is zorgelijk, want dat uitstel volgt op eerder uitstel en dat wéér op eerder uitstel. En intussen blijft de intensieve veehouderij ammoniak en fijnstof uitbraken. De maatregelen die hier tot nu toe tegen zijn genomen werken niet.

Neem de gecombineerde luchtwassers: daarvan was al bekend dat ze fraudegevoelig waren, vaak uit stonden, veel stroom kosten en een paar maanden geleden toonde de Universiteit van Wageningen aan dat ze nog niet half zo effectief zijn als beweerd.

De Raad voor de Leefomgeving en de Infrastructuur kwam begin april tot een vergelijkbare conclusie, namelijk dat alle technologische oplossingen de uitstoot van broeikasgas door de veeteelt onvoldoende hebben teruggedrongen en dat inkrimping van de veestapel noodzakelijk is.

Kan de staatssecretaris inzichtelijk maken hoeveel geld er is, of nog steeds wordt gestoken in luchtwassers en emissiearme stalsystemen? Al die technische oplossingen, het lijkt allemaal niet te werken, maar toch blijven we er geld in stoppen.

Voor de veehouderij staan alle seinen op rood. Is de staatssecretaris dat met mij eens? Is zij het met mij en de Raad voor Leefomgeving en Infrastructuur eens dat de oplossing niet in techniek, maar in minder dieren moet worden gezocht?

Voorzitter, ik eindig met houtstook, een andere belangrijke bron van luchtverontreiniging. Als we meer hout gaan stoken zal volgens het RIVM de luchtkwaliteit ernstig verslechteren. Voorzitter, gaan hier later nog over in debat. Maar voor nu wil ik alvast weten hoe het mogelijk is dat voor de aanschaf van pelletkachels nog steeds honderden euro’s subsidie wordt gegeven? Zolang we niet zeker weten of pelletkachels deel van de oplossing of van het probleem zijn, is dit niet verstandig. Graag een reactie.