Bijdrage Wassenberg L&V Raad - Visserij


11 december 2018

Voorzitter, op 17 en 18 december moet er een akkoord bereikt worden over de vangstmogelijkheden voor 2019. De minister wil afwijken van de wetenschappelijke standaarden en inzetten op hogere quota. Een voorbeeld: bij tong wil de Commissie een reductie van 22%. Dat is op basis van wetenschappelijke adviezen. Maar de minister wil inzetten op een hogere vangst. Voorzitter, het gaat niet goed met de tong. Laat de vis herstellen en zet niet in op een verhoging van de voorgestelde vangst.

Mijn vraag: is de minister bereid om in te zetten op vangstquota die verantwoord zijn volgens wetenschappelijke adviezen? Zoek niet de randen op. Laat de vis herstellen.

Bovendien, wanneer gaat de Kamer geïnformeerd worden over de vangsthoeveelheden voor schol, haring en kabeljauw, waarover de onderhandelingen nog lopen? Voor belangrijke commerciële vissoorten voor Nederland wordt reductie geadviseerd. Kan de minister toezeggen dat ze zich hier in ieder geval aan de wetenschappelijk verantwoorde adviezen gaat houden?

Dan de zeebaars. Wij zijn tegen de amendementen die de minister wil indienen. Dat de Commissie voorstelt om de bijvangst aan zeebaars op maximaal 1% te stellen, gebeurt niet om de vissers te pesten, maar om de soort zeebaars te redden.

Alleen al een kleine verruiming van het vangstadvies voor een zwaar bedreigde soort als de zeebaars heeft zeer negatieve gevolgen. Dat is onaanvaardbaar. Wetenschappers adviseren al twee jaar op rij om deze soort niet langer te vangen. Net nu we na jarenlange overbevissing redelijk op de goede weg zijn, wil de minister de vangst verhogen.

De paling is zwaar bedreigd en wetenschappers adviseren al jaren een algeheel vangstverbod. Waarom blijft de minister om de hete brij heen draaien? Maatregelen moeten veel verder gaan dan de huidige sluiting van de visserij voor drie maanden.

Voorzitter, sinds 2017 bestaat er een expertgroep van de Commissie op het gebied van dierenwelzijn, het EU Animal Welfare Platform. En daarin bestaat weer een subgroep die zich bezig houdt het met welzijn van vissen. De aangesloten landen zijn Duitsland, Denemarken, Italië, Spanje, Griekenland. En niet EU-land Noorwegen maakt ook deel uit van de groep. Nederland niet.

Mijn vraag aan de minister: is zij op de hoogte van het bestaan van deze subgroep vissenwelzijn? Is er een reden dat Nederland geen deel uitmaakt van deze subgroep? En tot slot: zou Nederland deze subgroep niet moeten versterken?