Bijdrage Wassenberg Landbouw Begroting 2018 (Visserij & Proef­dieren)


7 december 2017

Mevrouw Ouwehand begon haar betoog met een Oosterse denker van 600 voor Christus. Ik begin minder filosofisch. Ik begin met een half miljard kilo vis. Verschil moet er zijn. Een half miljard kilo vis. Zoveel ongeveer vangt ons land jaarlijks ongeveer volgens het CBS. Dat zijn onvoorstelbaar veel vissen. Toch is voor het welzijn van die vissen niet of nauwelijks. Terwijl vissen, net als mensen en zoogdieren, angst, pijn en stress kennen. Daar bestaat inmiddels brede wetenschappelijke consensus over. Veel van die kennis over angst, pijn en stress bij vissen is afkomstig van onze eigen Wageningen Universiteit.

Fishcount beschreef reeds in 2010 de doodstrijd die vissen ondergaan. Ze worden opgehaald van grote diepte, hun blaas knapt door decompressie en ze worden doodgedrukt. De vissen die de rit overleven, leveren aan boord een lange doodsstrijd tot ze uiteindelijk stikken in de lucht of levend worden gestript. Veel vissen ondergaan de slacht dus levend en bij bewustzijn.

Voorzitter, in het regeerakkoord staat: “Ook streeft Nederland internationaal met andere koplopers naar verbetering van het dierenwelzijn.” Dat staat bij de maatregelen die over visserij gaan. Mijn vraag aan de minister: hoe gaat Nederland streven naar verbetering van het welzijn van vissen?

Op dit moment wordt schol aan boord van slechts één schip bedwelmd vóór het slachten. Wat vindt de minister daarvan? Wat gaat zij doen om hier verandering in aan te brengen? Is zij bereid tot meer onderzoek naar de vangst en dodingsmethoden van pelagische vissoorten, zoals makreel en haring?

Ook over het levend koken van kreeften en krabben heb ik een vraag. Eurocommissaris Andriukaitis van Gezondheid en Voedselveiligheid zei vorig jaar dat het levend koken van schaaldieren en het plaatsen van zeewaterschaaldieren in zoet water pijnlijk is en stress veroorzaakt. Voorzitter, er moet een einde komen aan het barbaarse doden van deze dieren. Daar zou ik graag een reactie op horen van de minister. Welke stappen is zij bereid te nemen om het levend koken van kreeften en krabben tegen te gaan?

Proefdieren

Voorzitter, over iets meer dan 7 jaar is het 2025. Dan moet Nederland wereldwijd koploper zijn op het gebied van proefdiervrij onderzoek. Die ambitie werd in 2015 uitgesproken door het toenmalige kabinet. Steunt de minister deze ambitie? Want dan moet er wel iets gebeuren! Met goede bedoelingen alleen kom je er niet.

Voorzitter, afgelopen september hebben in de commissie voor Economische Zaken een hoorzitting gehad over proefdiervrij onderzoek. Daar spraken we met wetenschappers en belangenorganisaties. Als er één rode draad viel aan te wijzen in de bijdragen van de wetenschappers en NGO’s was dat dat er dringend behoefte was aan een actievere rol van de overheid. Geen dwingend sturende rol, wetenschappers weten zelf goed genoeg welk onderzoek nodig en nuttig is. Maar wel een regierol, en dan moet je denken aan een rol waarin kennis wordt gebundeld en beschikbaar wordt gesteld.

Voorzitter, ik ben zelf ook op pad geweest, heb werkbezoeken gebracht aan kennisinstellingen, aan labs, heb met veel onderzoekers gesproken. Veel goede initiatieven gezien, veel steun gevonden om een einde te maken aan proefdiergebruik.

Toen ik zelf biologie studeerde was dat nog heel anders. Toen waren wetenschappers die vraagtekens zetten bij proefdiergebruik witte raven in de onderzoekswereld. Zij zijn gelukkig allang geen zeldzaamheid meer, de meeste wetenschappers zien de beperkingen van het proefdierengebruik. Om maar niet te spreken van het dierenleed.

Een recent voorbeeld. Onlangs stuurde de minister van Volksgezondheid het advies van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving over de hoge prijs van medicijnen naar de Kamer. Eén van de belangrijkste oorzaken van die hoge prijs is volgens de Raad dat de gebruikte diermodellen vaak ondeugdelijk zijn. Zo leidden 99,6% van de dierproeven die werden uitgevoerd naar de ziekte van Alzheimer tot niets. We MOETEN dus stappen zetten om betere modelsystemen te ontwikkelen dan dierproeven. Dat zijn we verplicht aan de patiënten, aan de samenleving, en aan de honderdduizenden proefdieren die we elk jaar gebruiken. We moeten van het proefdiergebruik af.

Die centrale regierol die een proefdiervrije wetenschap een flinke stimulans kan geven kan worden ingevuld door een nationaal kennisplatform, dat gericht is op proefdiervrije innovaties. Geen nieuw instituut in een prachtig gebouw, geen nieuwe bureaucratische instelling. Wat het wel moet worden is een virtueel kennisnetwerk, dat kennis over biologische systemen, over proefdiervrije onderzoeksmethoden, medische kennis, ICT en technische studies bij elkaar brengt, dat samenwerking tussen pioniers uit uiteenlopende kennisgebieden aanjaagt.

Een nationaal kennisplatform regisseert, brengt samen, verbindt, coördineert, is een aanjager. Het stimuleert zo de ontwikkeling en de implementatie van proefdiervrije onderzoeksmethoden en wordt een pijler onder de door het kabinet uitgesproken ambitie om Nederland in 2025 wereldwijd koploper te laten zijn op het gebied van proefdiervrij onderzoek. Voorzitter, die doelstelling steunt de Partij voor de Dieren van harte. Dit amendement geeft die doelstelling handen en voeten.

Beantwoording minister

Minister Schouten:
Goed.

Met het derde amendement heeft de heer Wassenberg mij toch voor een dilemma geplaatst. Dat amendement beoogt namelijk om 1 miljoen vrij te maken voor het opzetten van een nationaal kennisplatform voor het stimuleren van proefdiervrije onderzoeksmethoden. Mijn ambtsvoorganger heeft uw Kamer al geïnformeerd over de stand van zaken van de ontwikkeling van een proefdiervrije onderzoeksmethode. Hij beschreef ook al een aantal initiatieven om in 2025 koploper in proefdiervrije onderzoeksmethoden te worden. Er is ook gewerkt aan een plan van aanpak transitie proefdiervrije innovaties. Ik heb al aangegeven dat ik begin 2018 de Kamer hierover zal informeren.

Het dilemma zit erin dat de dekking wordt gezocht bij de minister van EZK. Zoals u zult begrijpen, is dat een aanlokkelijk perspectief, want ik kan opeens mijn begroting gaan uitbreiden als dat amendement van de heer Wassenberg wordt aangenomen. Dat is best lastig. Nu wil het toeval ook dat ik op de gang zit bij de heer Wiebes en dat zijn begroting er ook nog moet komen. Ik ben een beetje bang dat als ik dit amendement oordeel Kamer zou laten en het zou worden aangenomen, dat dan onze begroting omgekeerd ook geplunderd zou worden door de heer Wiebes. Dus om deze reden, maar ook kom het feit dat we inhoudelijk al bezig zijn en dat ik al heb aangegeven dat we begin 2018 naar de Kamer zullen komen over proefdiervrije innovaties, wil ik de Kamer aangeven dat ik dit amendement wil ontraden.

De heer Wassenberg (PvdD):
Wat betreft die dekking is er natuurlijk een moeilijke knip gemaakt. Aanvankelijk, toen die begroting werd ingediend, was het gewoon nog één ministerie. Later is die knip er gekomen, waardoor een deel in kamp A terecht is gekomen en een deel in kamp B. Ik zal nog een keer naar de financiering kijken.

Wat betreft het dilemma waar u inhoudelijk mee zit: ik heb op een gegeven moment met een aantal stakeholders gesproken, met mensen die echt nauw betrokken zijn bij de ontwikkeling van alternatieven voor dierproeven. Die zijn zelf nergens van op de hoogte. Die zeggen: wij weten helemaal niet dat er iets dergelijks zou gaan komen; het lijkt ons heel goed dat er zoiets is. Daar zou dit amendement aan kunnen bijdragen. Kan de minister duidelijkheid geven? Kan zij garanderen dat er een vergelijkbaar platform komt en dat daar geld voor zal worden uitgetrokken? Dat is wel heel erg belangrijk, niet alleen dat er plannen komen, maar ook dat er echt concreet een overkoepelend platform komt.

Minister Schouten:
Voorzitter, ik heb aangegeven dat ik met een plan van aanpak transitie proefdiervrije innovaties kom. Het idee van de kennisplatform kan ik hierin meenemen, maar ik ga daar nog mee komen. Dus het is ook wat prematuur op dit moment.