Bijdrage Wassenberg SO Ontwerp­be­sluit tot wijziging van het Vuur­werk­be­sluit


15 mei 2019

De leden van de Partij voor de Dierenfractie zijn teleurgesteld over het voorliggende ontwerpbesluit. De voorgestelde wijzigingen van het Vuurwerkbesluit zijn naar mening van de leden absoluut ontoereikend om een veilige, duurzame en feestelijke jaarwisseling te garanderen en het ontwerpbesluit negeert de oproep van haast elke relevante partij om te komen tot een verbod op het afsteken van vuurpijlen en knalvuurwerk.

De leden staan voor een jaarwisseling waarin iedereen het nieuwe jaar goed kan beginnen. Zonder letsel, zonder gezondheidsklachten en zonder paniekaanval. Ook de natuur, de dieren en het milieu zouden geen wezenlijke schade, vervuiling en verstoring moeten ondervinden van de jaarwisseling.

De huidige situatie zorgt haast elk jaar weer voor een of meer dodelijke slachtoffers, voor vele verminkingen, levensgevaarlijke situaties voor agenten en hulpverleners, longklachten bij astmapatiënten en stress bij (huis)dieren. Daar komen bovendien de milieuschade en de materiele schade nog bij.

Dit alles is voor het overgrote deel te voorkomen met een relatief eenvoudig besluit, zoals ook aanbevolen door de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV), namelijk het verbieden van vuurpijlen en knalvuurwerk voor particulieren. De leden vragen de staatssecretaris nogmaals te motiveren waarom deze aanbeveling niet is overgenomen en verzoeken haar daarbij de reactie van 28 november 2018 van de OVV te betrekken waarin de OVV als reactie op het regeringsbeleid stelt dat het wegnemen van de bron de enige manier is om burgers adequaat te beschermen. Volgens de OVV geven de minister en de staatssecretaris geen overtuigende argumenten om deze stap niet te zetten.

In de beantwoording van schriftelijke vragen van de Partij voor de Dierenfractie op 9 juli 2018 stelt de minister van Justitie en Veiligheid dat een verbod op bepaalde typen vuurwerk niet is uitgesloten als blijkt dat de genomen maatregelen bij de jaarwisseling 2018-2019 niet hebben geleid tot het terugdringen van letsel en verstoringen van de openbare orde. Kan de staatssecretaris aangeven waarom niet besloten is over te gaan tot het verbieden van bepaalde typen vuurwerk toen bleek dat bij de jaarwisseling 2018-2019 het aantal door de politie geregistreerde incidenten met 10,1% was gestegen ten opzichte van het jaar daarvoor en er twee dodelijke slachtoffers vielen?

Kan de staatssecretaris aangeven waarom zij besluit tot het nader expliciteren van een bestaande gemeentelijke bevoegdheid, ondanks dat gemeenten en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) oproepen om juist niet in te zetten op gemeentelijke verboden, maar op een nationaal verbod? De VNG geeft aan: “Een eventueel verbod op het afsteken van knalvuurwerk en vuurpijlen is alleen effectief op landelijk niveau”.

Kan de staatssecretaris aangeven of zij van mening is dat haar besluit voldoende tegemoetkomt aan de zorgen van de Nationale Politie die bij monde van haar korpschef stelt dat tegen de kracht van het vuurwerk mensen en dieren eenvoudig niet meer te beschermen zijn? Kan zij reflecteren op zijn uitspraak “voor knalvuurwerk en vuurpijlen is in mijn optiek geen plaats meer”? Kan de staatssecretaris reageren op de uitspraak van de programmamanager Geweld tegen Politieambtenaren die stelt “zwaar teleurgesteld” te zijn in het voorliggende besluit?

Kan de staatssecretaris aangeven of zij van mening is dat haar besluit voldoende tegemoetkomt aan de zorgen van burgemeesters en gemeenten aangezien de voorzitter van het Nederlands Genootschap van burgemeesters heeft aangegeven “zwaar teleurgesteld” te zijn nu er geen verbod op de verkoop van knalvuurwerk en vuurpijlen komt? Kan de staatssecretaris reageren op de uitspraak van de burgemeester van Rotterdam die stelt “diep teleurgesteld” te zijn in het voorliggende besluit?

Kan de staatssecretaris aangeven waarom zij tot het voorliggende ontwerpbesluit komt ondanks de vele verzoeken tot strenger beleid? Kan zij reflecteren op het verzoek om te komen tot een verbod op consumentenvuurwerk van onder andere het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap, De Dierenbescherming, AJN Jeugdartsen Nederland, de Nederlandse Vereniging van Orthoptisten, Optometristen Vereniging Nederland, de Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie, de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde, de Hoornvlies Patiënten Vereniging, de Algemene Nederlandse Vereniging ter Voorkoming van Blindheid, het Oogziekenhuis Rotterdam, het Oogzorgnetwerk, de Vogelbescherming, Dier&Recht, World Animal Protection, het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid, Stichting Blindenhulp, KinderrechtenNU en vele anderen?

Welke belangen hebben alle genoemde organisaties in hun afweging gemist die voor de staatssecretaris van doorslaggevend belang waren om niet over te gaan tot een verbod op de verkoop van vuurpijlen en knalvuurwerk aan particulieren?

Kan de staatssecretaris aangeven waarom de regering niet wil vastleggen dat de doelstelling van het beleid is om te komen tot 0 dodelijke vuurwerkslachtoffers per jaar? Hoe is dat te rijmen met bijvoorbeeld de ambitie die is opgenomen in het verkeersveiligheidsbeleid waar vastgelegd is dat het doel expliciet is om te komen tot 0 verkeersdode per jaar?

Hoeveel vuurwerkdoden per jaar accepteert de staatssecretaris als maximum?

In het ontwerpbesluit stelt de staatssecretaris dat de kosten voor het verstrekken van een veiligheidsbril en een aansteeklont ongeveer 2 euro per bestelling zullen zijn. Betekent dit dat er per bestelling 1 bril en 1 aansteeklont verstrekt moet worden? Kan de staatssecretaris aangeven wat de veiligheidswinst is als per bestelling slechts 1 veiligheidsbril verstrekt wordt? Kan de staatssecretaris aangeven hoeveel brillen en aansteeklonten een verkoper maximaal per bestelling moet verstrekken en wat de financiële gevolgen daarvan zijn?

Hoe definieert de staatssecretaris de koper? Is er, zoals bij aankoop van bijvoorbeeld alcohol, sprake van gezamenlijke koop?

Als een ouder samen met zijn/haar kinderen vuurwerk komt kopen moet de verkoper dan aan al deze individuen een veiligheidsbril verstrekken? En moet aan ieder individu een aansteeklont verstrekt worden? Als een ouder zonder zijn/haar kinderen vuurwerk komt kopen maar wel voornemens is deze met hen af te steken moet de verkoper dan aan al deze individuen een veiligheidsbril en aansteeklont verstrekken? Als een individu een bestelling komt afnemen en voornemens is dit vuurwerk af te steken in het gezelschap van een grote groep vrienden bestaande uit ongeveer 200 personen is de verkoper dan verplicht voor al deze individuen een veiligheidsbril en aansteeklont te verstrekken? Als een bestelling bestaat uit één stuk vuurwerk, maar gekocht wordt door meerdere individuen is de verkoper dan verplicht aan ieder van deze individuen een aansteeklont te verstrekken ondanks dat er slechts één object afgestoken kan gaan worden?

Voorziet u aan de hand van deze voorbeelden problemen met de uitvoerbaarheid en controleerbaarheid van de verplichting om veiligheidsbrillen en aansteeklonten te verstrekken? Kunt u de verplichting die verkopers hebben voor een aantal scenario’s zoals bijvoorbeeld hierboven beschreven expliciet maken?

Wat is de veiligheidswinst van het verstrekken van veiligheidsbrillen aan kopers gegeven het feit dat vuurwerkletsel voor een groot deel omstanders betreft? Op welke wijze beschermt het ontwerpbesluit omstanders tegen vuurwerk?

Kan de staatssecretaris aangeven op welke wijze het verstrekken van voorlichting over het veilig afsteken van vuurwerk bijdraagt aan de veiligheid als alleen de koper deze informatie krijgt? Hoe definieert de staatssecretaris in deze context de koper?