Bijdrage Thieme over het rapport van de tijde­lijke commissie Breed welvaarts­begrip


22 juni 2016

Mevrouw Thieme (PvdD): Het bruto binnenlands product is opgebouwd uit het resultaat van economische activiteiten. Het is al gezegd dat ook de economische activiteiten worden meegenomen die op zichzelf helemaal geen positieve bijdrage leveren aan het welzijn. Denk aan verkeersongelukken, luchtvervuiling, dierenleed, dierziektencrises en het compleet opstoken van bossen in energiecentrales. Zelfs die zaken leveren een bijdrage aan het bbp. Gelukkig zullen we daar niet van worden, althans niet voor lang. Waarom laten we ons vangen in economische cijfers die niets zeggen over de kracht van onze gemeenschapszin, de zorg voor elkaar, de zorg voor kwetsbaren of de mogelijkheden om je talenten te ontwikkelen? Waarom willen we alles meten of in geld uitdrukken, behalve dat wat het leven echt de moeite waard maakt?

De speech uit 1968 van Robert Kennedy, waarin hij pleitte voor het ontwikkelen van indicatoren voor de staat van de economie, is actueler dan ooit. We klampen ons vast aan 2% economische groei als indicator voor de stand van de Nederlandse economie. We beleven een welvaartsniveau waarvan onze grootouders niet eens konden dromen. Maar tegelijkertijd voelen we dat er sprake is van een ernstig dilemma: we moeten groeien om de economische stabiliteit te handhaven, want krimp betekent het aanwakkeren van werkloosheid, dalende huizenprijzen, wankelende financiële instellingen en politieke instabiliteit. De Europese Centrale Bank drukt dus maandelijks bankbiljetten met een waarde van 80 miljard euro om zodoende de illusie van welvaartherstel te voelen.

Tegelijkertijd weten we echter dat blijvende groei een onmogelijk scenario is in het geval van een sterk groeiende wereldbevolking op een planeet die niet meegroeit. Het is hoog tijd om te beseffen dat natuur, milieu en geluk niet zoals geld bij te drukken zijn en dat we dringend andere indicatoren nodig hebben voor ons beleid. Wij danken de leden van de tijdelijke commissie Breed welvaartsbegrip dan ook voor hun zoektocht naar indicatoren die kunnen helpen om onze welvaart breder te definiëren. Verantwoord beleid blijft immers per definitie binnen de draagkracht van de aarde. En die definitie doen we nu geweld aan: we consumeren alsof we meerdere aardbollen ter beschikking hebben, ten laste van andere aardbewoners en van toekomstige generaties.

Onze liefde voor groei — eigenlijk die voor geld — maakt ons blind voor het feit dat we wonen op een planeet met snel afnemende grond- en hulpstoffen. Het financieel begrotingstekort bedraagt in ons land jaarlijks ongeveer 3%, terwijl ons ecologisch tekort meer dan 30% bedraagt. We verbruiken elk jaar meer dan 30% te veel aan grondstoffen zoals water en hout. We gebruiken dus meer dan dat waarin de aarde jaarlijks kan voorzien. Elk jaar zijn wij sneller door onze grondstoffenvoorraad heen.

Daar hebben ze ook een indicator voor onder de naam Earth Overshoot Day. Die viel in 1980 op 14 december. Toen hadden we alles opgemaakt wat de aarde elk jaar kan produceren. Dit jaar is Earth Overshoot Day al verschoven naar 8 augustus. Dus de laatste viereneenhalve maand van dit jaar leven we in feite op de pof, maken we gebruik van grondstoffen die niet aangevuld kunnen worden in het tempo waarin we ze gebruiken. Het overzicht uit het onderzoek van de indicatoren van deze tijdelijke commissie is heel erg waardevol om een start te maken met een andere manier van leven. Ook is het belangrijk het kabinet te verzoeken hierop te reflecteren en een verzoek aan de planbureaus te doen om breder te kijken naar het beleid.

Eindelijk is er aandacht voor de beperkingen die het BBP kent en de vraag hoezeer het nodig is om beleid te ontwikkelen met het oog op de effecten voor mens, dier, natuur en milieu.

De Monitor Duurzaam Nederland en de Balans van de Leefomgeving brengen al veel effecten op die maat, grondstoffen en biodiversiteit in kaart. Het zijn effecten die veroorzaakt worden door het Nederlandse beleid, de Nederlandse productie, de Nederlandse handel en natuurlijk door onze consumptie. Maar deze monitors zijn niet direct gerelateerd aan beleidsbeslissingen en ze zijn ook geen verkenningen van toekomstige effecten van beleid, productie en consumptie. Kortom, ze zijn nog geen volwaardige indicatoren om het beleid echt te toetsen.

Veel beleidsmakers en politici kijken naar de Macro Economische Verkenningen en zitten gevangen in een eenzijdige economische logica. De vraag wat we ons kunnen veroorloven, beantwoorden we met de stand van de staatsfinanciën in plaats van met dat wat moreel en ecologisch acceptabel is. We hebben dus indicatoren nodig die de immateriële waarde, het welbevinden, centraalstellen: indicatoren voor opleidingsniveaus, de kwaliteit van gezondheidzorg, de impact die de samenleving heeft op dieren en voor het milieu en de natuur. Er valt veel te zeggen voor het dashboard van indicatoren van economische ontwikkeling, waar deze tijdelijke commissie het over heeft. Zo dwingen we onszelf om te komen tot een langetermijnvisie op wat we met beleid trachten te bereiken in termen van welvaart en welzijn. Het beleid moet hier al vooraf op kunnen worden getoetst. Dat kan nu nauwelijks.

De commissie adviseert om jaarlijks een debat te hebben over de impact van het kabinetsbeleid op onze brede welvaart. Dat steunt de Partij voor de Dieren van harte, maar waarom is de commissie van mening dat we dit alleen bij het Verantwoordingsdebat zouden moeten doen? De consequentie daarvan is immers dat de Miljoenennota, de Algemene Politieke Beschouwingen en het begrotingsbeleid gericht blijven op het bbp. Indicatoren van brede welvaart moeten bij uitstek in die debatten de leidende rol spelen. Het bbp is hooguit ondersteunend. De commissie houdt het bbp op deze manier toch als belangrijkste indicator in ere? Of begrijp ik dat verkeerd?

Op dit moment is belasting op arbeid de grootste inkomstenbron van de overheid. Door de belasting op arbeid is arbeid heel duur. Het is dus niet vreemd dat heel veel mensen werkloos thuiszitten. Het is volstrekt onlogisch om datgene wat wij aan overvloed hebben, arbeid, te belasten en om datgene wat schaars is en waar we maar heel weinig van hebben, zo goedkoop mogelijk te maken. Eckart Wintzen stelde al in 1994 voor om niet het goede gedrag van mensen te belasten, maar het slechte gedrag. Dat noemde hij "belasting onttrokken waarde". Onlangs berekende de organisatie Ex'tax samen met de vier grote consultancykantoren in ons land dat het verschuiven van 33 miljard euro van loonbelasting naar belasting op grondstoffen en vervuiling, voornamelijk CO2, budgetneutraal kan en dat dit niet alleen potentieel 650.000 banen kan opleveren, maar ook de klimaatdoelstellingen in één klap haalbaar kan maken.

We moeten afscheid nemen van het heilige paradigma dat economische groei een oplossing is. In plaats daarvan moeten we inzien dat groei past bij de jeugd en niet meer nodig is in een volwassen samenleving. Wij zijn uitgegroeid. Laten we ons in plaats daarvan gaan ontwikkelen naar een groene, volhoudbare samenleving. Dat wil zeggen: een samenleving die vol te houden is, ook voor komende generaties.

De heer Verhoeven (D66): Mevrouw Thieme en ik hebben het hier vaker over gehad. We zitten op dit punt volgens mij dichter bij elkaar dan men soms denkt, maar mevrouw Thieme zegt nu weer dat economische groei niet goed is. We hebben economische groei toch nodig om mensen meer kansen en meer ruimte te geven om hun dromen na te jagen en beter onderwijs te volgen en om ervoor te zorgen dat mensen hun pensioen op een normaal niveau uitbetaald kunnen krijgen? Daar is toch wel economische groei voor nodig? Of ontkent de Partij voor de Dieren dat ook?

Mevrouw Thieme (PvdD): Er vindt ontwikkeling plaats, een verschuiving van de sectoren waarin wij werken, leven of onderwijs invullen. Dat verandert ook telkens. Dat zullen we in de toekomst ook zeer gaan zien, omdat we gewoon een groeiende wereldbevolking hebben. De economische groei is echter gericht op meer productie. Die kun je wel proberen te vergroenen door te zoeken naar recyclebare materialen of naar andersoortige vergroening, maar we zullen ervan doordrongen moeten zijn dat economische groei juist een probleem vormt, want de aarde groeit niet mee. Er is maar een beperkte hoeveelheid grondstoffen per jaar tot onze beschikking. Die kunnen we wel recyclen, maar in die zin zullen we "de economie van het genoeg", waar de Club van Rome het al over had, ook vorm moeten geven. Dat betekent dat we met het bbp niet verder gaan komen.

De heer Verhoeven (D66): Ik zal wegblijven van de Club van Rome, die niet in alles gelijk heeft gekregen. De aarde groeit niet mee, zegt mevrouw Thieme. Daar heeft zij feitelijk volledig gelijk in, maar er is natuurlijk wel sprake van een enorme vooruitgang met betrekking tot de gewassen op de aarde en de manieren waarop we bepaalde grond kunnen benutten en bepaalde gewassen beter kunnen beschermen tegen allerlei ongedierte. Die stappen hebben weer geleid tot groei. Die groei heeft ertoe geleid dat meer mensen op deze aarde een kans hebben gekregen op een normaal menswaardig leven zonder onzekerheid of zij de volgende dag halen. Daar hebben we toch groei voor nodig? Waarom zegt de Partij voor de Dieren altijd dat groei slecht is, terwijl zij volgens mij bedoelt dat overdaad slecht is?

Mevrouw Thieme (PvdD): Overdaad is zeker slecht, maar ik verwijs naar de manier waarop wij voedsel produceren. Daarin is veel groei bewerkstelligd. Nederland is een groot exportland van allerlei producten, maar dit gaat wel ten koste van de biodiversiteit. Er is een fosfaatcrisis en wij hebben bijna geen kunstmest meer om die groei volhoudbaar te houden. Wij zullen daarom andere keuzes moeten maken. Het lijkt misschien een one issue als ik spreek over bijvoorbeeld het minder eten van dieren, maar dat heeft alles te maken met het feit dat er zo ontzettend veel mensen op deze wereld zijn en dat de helft van alle granen die op de wereld worden geproduceerd, is bestemd voor de dieren in de bio-industrie en niet voor mensen. Wij zullen daarin verandering moeten brengen en dan wel op zodanige manier dat wij geen kunstmest en geen landbouwgif meer nodig hebben. Dan groei je niet, maar gebruik je het land op een andere manier.

De voorzitter: U gaat afronden?

Mevrouw Thieme (PvdD): Wij moeten afscheid nemen van het bbp als belangrijkste indicator van ons welbevinden. Dat kan alleen als wij aan het begin van de beleidscyclus sturen op het behouden en vergroten van het brede begrip van welzijn. Indicatoren voor dit beleid horen thuis in elke begroting en zullen leiden tot inzichten in welke vormen van beleid niet langer houdbaar zijn.

Voorzitter. Tot slot zal het u niet verbazen als ik zeg dat uit al die indicatoren zal blijken dat er zo spoedig mogelijk een einde moet komen aan de bio-industrie.

Interrupties bij andere partijen:

Mevrouw Agnes Mulder (CDA): Voorzitter. Ik spreek namens de CDA-fractie een oprecht woord van dank uit aan de commissie. Het is altijd veel werk. Het is dan toch heel fijn dat je met zo'n mooi resultaat naar buiten kunt komen. Ook de staf dank ik voor dit mooie rapport. Er staan een heel aantal nuttige aanbevelingen in. (…)
De commissie beveelt aan dat er een vast moment zou moeten komen om dit soort zaken met elkaar te bespreken en kiest daarbij voor het Verantwoordingsdebat. De CDA-fractie vraagt zich af waarom dit volgens de commissie het allerbeste moment is om dit te bespreken. Is dat ook breed genoeg? We voeren dat debat dan immers met de minister van Financiën en misschien ook met de minister-president, maar bij het bespreken van de Sustainable Development Goals is misschien ook een coördinerend minister nodig. Hoe wordt daar binnen de commissie over gedacht?
(…)

Mevrouw Thieme (PvdD): Ook ik ben erg blij met de suggestie van de tijdelijke commissie om eens per jaar breder te kijken naar het welvaartsbegrip. Ik deel dat met mevrouw Mulder, maar het is voor mij wel de vraag waarom dit in het kader van het verantwoordingsdebat zou moeten gebeuren. Zij suggereert om er dan een coördinerende minister bij te hebben. Is zij het met mij eens dat het veel logischer is om dit tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen aan de orde te stellen? Wij kunnen dan namelijk ook kijken naar het effect van het beleid op het gebied van duurzaamheid, zorg en onderwijs. Zou dat het geëigende moment zijn om met het kabinet in debat te gaan?

Mevrouw Agnes Mulder (CDA): Ik vind het mooi dat verantwoordingsdag de mogelijkheid biedt om te bekijken hoever je bent en of je nog invloed hebt op de begrotingen die eraan komen. Daarom ben ik gecharmeerd van de suggestie van de commissie om de zaak te betrekken bij het debat op verantwoordingsdag. Dan kun je nog andere keuzes maken voor de begrotingsbehandeling. Het CDA vindt het belangrijk dat je daar op die manier goed naar kunt kijken.

Mevrouw Thieme (PvdD): Juist als je andere keuzes wilt maken voor de begrotingen, zou je dit tijdens de begrotingsbehandelingen in het najaar, dus na de algemene politieke beschouwingen, met die indicatoren verder kunnen vormgeven. Is mevrouw Mulder het met mij eens dat het van belang is om niet alleen de macro-economische verkenningen als leidraad te nemen tijdens de algemene politieke beschouwingen en de begrotingen, maar juist ook het brede pallet van welvaartsindicatoren mee te nemen om op die manier ook een goed beeld te krijgen van de betekenis van kabinetsbeleid voor duurzaamheid, zorg en onderwijs? Anders weten wij dat iedere keer pas achteraf.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA): Ik kan de lijn die mevrouw Thieme uitzet wel volgen. Wij moeten ergens beginnen. Laten wij eerst bij de verantwoording beginnen en dan kunnen wij de stap zetten naar de begrotingsbehandeling. Het is natuurlijk een groeiproces, want die indicatoren zijn ook nog niet helemaal vastgesteld. Het is de vraag welke kant wij ermee op willen. De sustainable development goals zijn nog volop in ontwikkeling. Kun je een footprint wel of niet meenemen? Zijn daar voldoende objectieve cijfers voor beschikbaar? Dit is allemaal in ontwikkeling en die stappen zullen wij de in de komende jaren gaan zetten. Ik sluit zeker niet uit dat het brede welvaartsbegrip in de toekomst ingeburgerd zal raken en dat je het terug zult zien bij de behandeling van de begrotingen. Je moet echter ergens beginnen en ik vind dit een heel logische plek. De Monitor Duurzaam Nederland wordt dan verder uitgebouwd. Laten wij daar dan eerst mee starten, is mijn suggestie.

(…)

De heer Bruins (ChristenUnie): De ChristenUnie verwelkomt de conclusies van de tijdelijke commissie Breed welvaartsbegrip, omdat welvaart nu veel te smal wordt gedefinieerd. Economische groei is niet het belangrijkst, maar een waardevolle samenleving, zo vindt de ChristenUnie. Het probleem is dat we de waarde van goede zorg, het beste onderwijs voor onze kinderen, de opvang van vluchtelingen en schone energie niet terugzien in de cijfers. Dat heeft grote gevolgen voor keuzes in de begroting. We moeten daarom naar een situatie dat het bbp één van de wegingsfactoren wordt, en niet dé wegingsfactor zoals nu.
(…) In 2009 adviseerde de commissie-Stiglitz al om meer te kijken naar welzijn, gezondheid, onderwijs, sociale relaties en milieu. Deze commissie kwam ook met de kapitalenbenadering, zoals mevrouw Voortman ook al zei. Die commissie heeft het over economisch kapitaal, menselijk kapitaal, natuurlijk kapitaal en sociaal kapitaal. We zien bedrijven als Unilever, DSM en Mars al meten en sturen op deze bredere kapitalen. In Oxford loopt zelfs een interessant onderzoeksprogramma in samenwerking met Mars om bedrijfsmodellen op basis van wederkerigheid — the economics of mutuality — door te rekenen op impact en rendement. Zouden we het idee van een bredere meting van welvaart en rendement niet veel meer in het bedrijfsleven moeten toepassen en dergelijke onderzoeksprogramma's die dat zichtbaar en aantoonbaar maken, moeten steunen? Ik kom bij een paar concrete zaken.

De voorzitter: Voordat u verdergaat, heeft mevrouw Thieme een vraag.

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik ben erg enthousiast over het verhaal, dus ik wil daar niets aan afdoen, maar ik wil wel even een verdiepingsslag maken als het gaat om natuurlijk kapitaal. Er was in Costa Rica een oerwoud dat werd geschat op een waarde van enkele tonnen euro's, omdat daarin een bijenvolk leefde en er een koffieplantage was. De koffieprijzen daalden, de koffieplantage verdween en daarvoor in de plaats kwam een ananasplantage. Ananassen hebben geen bijen nodig, dus de waarde van het oerwoud was opeens nul euro. Ik denk dat het een gevaarlijke trend is om natuur te kapitaliseren, om daar een geldbedrag aan te koppelen, omdat je dan dit soort fluctuaties gaat krijgen. Is de heer Bruins dat met me eens?

De heer Bruins (ChristenUnie): Ik ben het eens met mevrouw Thieme dat dat heel lastig is en dat je moet oppassen. Dit zijn inderdaad effecten die je niet wilt. Daarom pleit ik er ook voor om hier meer onderzoek naar te doen en ook onderzoeksprogramma's te starten naar de mogelijke valkuilen hierbij. Mevrouw Thieme geeft nu een heel goed voorbeeld. Niet al het groen is hetzelfde groen. Ander groen doet weer wat met de omgeving. Er zitten inderdaad risico's aan kapitalisering. Er is het gevaar dat je — om de woorden van de heer Klaver te gebruiken —in een soort nieuw economisme vervalt. Tegelijkertijd ben ik wel realist genoeg om te weten dat beleid wordt bepaald door getallen. Wanneer we op een goede en veilige manier, rekening houdend met dit soort gevallen, iets kunnen kwantificeren om beleid een positieve draai te geven, dan zou ik daar toch voor willen pleiten. Maar we moeten inderdaad goed met elkaar afspreken wat we verstaan onder waardevol voordat we daar getallen aan gaan koppelen.

Mevrouw Thieme (PvdD): De heer Bruins is dus met mij van mening dat natuur een inherente waarde heeft, los van het nut daarvan voor de mens? We moeten de focus dat alles wat maar nuttig is voor de mens, een bepaalde waarde heeft, dus verleggen en we moeten veel meer planeetbreed kijken, waarbij we niet de mens maar de hele planeet centraal stellen. Ik wil dat graag meegeven in dit debat.

De heer Bruins (ChristenUnie): Dank u wel. Alles van waarde is weerloos, maar misschien kunnen we het een beetje kwantificeren.

(…)

De heer Verhoeven (D66): (…) Daarom is het goed dat de tijdelijke commissie Breed welvaartsbegrip, die hier in vol ornaat in vak-K zit, zich na de motie-Van Ojik/Pechtold heeft gebogen — ik mag wel zeggen heel deskundig en heel goed heeft gebogen — over een bredere, andere wijze om onze welvaart te meten. Ik dank de commissie voor het werk. Er ligt een gedegen rapport; een lezenswaardige studie. De commissie heeft inzichtelijk gemaakt welke methoden er allemaal al zijn. De commissie heeft nuttige aanbevelingen gedaan om de politieke effectiviteit van de zaken die er al zijn te vergroten. Dat is heel nuttig werk geweest. De meest in het oog springende aanbeveling is de jaarlijkse brede welvaartsmonitor op Verantwoordingsdag. Die jaarlijkse monitor op een vast moment lijkt mijn fractie een heel goed idee, maar ik vraag de commissie wel waarom zij dit nu juist aan Verantwoordingsdag, en dus het Verantwoordingsdebat, koppelt. Volgens mij hebben anderen dit ook al gevraagd. Sneeuwt de monitor op Verantwoordingsdag juist niet onder, gelet op de grote berg verantwoordingsstukken die wij dan al tot ons moeten nemen? Verdient brede welvaart niet gewoon een eigen jaarlijks debat? (…)

Mevrouw Voortman (GroenLinks): Ik snap de vraag van de heer Verhoeven op zichzelf genomen wel: moet je niet een heel apart debat voeren over de Monitor Brede Welvaart? Anderzijds denk ik dat je, op het moment dat je het in het Verantwoordingsdebat doet, er ook voor zorgt dat je in de verantwoording ook juist breder gaat kijken en niet alleen kijkt naar de financiële kant, maar juist ook naar al die andere aspecten van welvaart. Ik zou graag van de heer Verhoeven willen weten hoe hij daartegen aankijkt.

De heer Verhoeven (D66): Ik denk dat je als politieke partij in elk debat verantwoordelijk bent voor de manier waarop je je inbreng levert, wat je erbij betrekt en hoe je naar de materie kijkt. Elke politieke partij heeft in elk debat al de mogelijkheid om op een bredere manier naar welvaart te kijken. Mevrouw Voortman is bijvoorbeeld woordvoerder voor zorg, als ik mij niet vergis. Zij kan in elk zorgdebat op een andere manier naar dit onderwerp kijken dan bijvoorbeeld de VVD misschien zou doen. In elk debat is er al de mogelijkheid om de invalshoek van de brede welvaart te gebruiken. Ik denk dat het aardige van een apart debat juist is dat je dan allemaal gedwongen wordt om op deze manier eens naar de staat van het land te kijken. Dan wordt er ook veel meer op die manier gediscussieerd over de vraagstukken die dan voorliggen, in plaats van dat iedereen dat tijdens het Verantwoordingsdebat op zijn eigen manier doet.

Mevrouw Voortman (GroenLinks): Je zou ook kunnen zeggen dat wij juist het Verantwoordingsdebat willen bijsturen. Als wij willen dat het niet alleen gaat over de financiële kant van de zaak, is het juist goed om dat debat te verbreden en juist te kijken naar brede welvaart. Dat zou je er net zo goed tegen in kunnen brengen.

De heer Verhoeven (D66): Ik wil niet ongeïnteresseerd overkomen, maar de techniek, de structuur en de debatmomenten waarop we dit regelen, vind ik minder belangrijk dan dát we het regelen. Ik wil welwillend kijken naar elk voorstel om dit onderwerp, in welke vorm dan ook, op een goede manier in de Tweede Kamer naar voren te brengen. Waar ik bang voor ben, is dat partijen die dit minder belangrijk vinden, het laten ondersneeuwen in het Verantwoordingsdebat, omdat ze dan andere punten uit hoge stapels papier naar voren willen brengen. Misschien is een apart debat dan juist een katalysator die ons allemaal dwingt om eens op deze manier naar de materie te kijken. De instelling van een aparte commissie hiervoor heeft die katalyserende werking ook gehad. Wij hebben dit onderwerp niet toegevoegd aan een bestaande Kamercommissie. Excuus, voorzitter, als ik langdradig ben, maar dit onderwerp roept nu eenmaal heel veel enthousiasme bij mij op.

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik wil even doorgaan op waar het interruptiedebatje met mevrouw Voortman over ging. Is het niet een groot gevaar dat je, als je hierover een apart debat gaat houden, gewoon wat gaat filosoferen met elkaar over wat welvaart volgens de verschillende partijen is? Wat wij eigenlijk willen, is het kabinetsbeleid toetsen en ook bijsturen, want het moet veel meer gekoppeld worden aan de beleidsdoelen en aan de toekomstige effecten van het beleid op bijvoorbeeld duurzaamheid, zorg, onderwijs en dat soort zaken.

De heer Verhoeven (D66): Volgens mij wil je allebei. Vroeger, lang geleden, waren de debatten bij de Algemene Politieke Beschouwingen veel filosofischer en breder van aard dan nu. Daar wordt door heel veel mensen met veel verlangen naar teruggekeken. Vroeger hoorde je een hele mooie, een halfuur durende inbreng van fractievoorzitters, die op een bepaalde manier hun wereldbeeld neerzetten. Dat gebeurt steeds minder. Dus dat politieke partijen onderling filosoferen over een manier waarop je naar de wereld zou moeten kijken, is denk ik heel goed. Zo ben ik bijvoorbeeld heel benieuwd naar wat mevrouw Thieme straks gaat zeggen over dit onderwerp. Daarnaast is hetgeen mevrouw Thieme zegt absoluut waar: je wilt het kabinetsbeleid heel goed in de smiezen houden op dit punt.

Mevrouw Thieme (PvdD): Zeker. Dat lijkt mij ook goed om te doen, al rijst dan weer de vraag wanneer dat dan zou moeten. Juist in de Algemene Politieke Beschouwingen, een debat waarin de Macro Economische Verkenningen leidend zijn, zou zo'n dashboard met brede welvaartsindicatoren een aanvullend pallet kunnen zijn om daadwerkelijk te komen tot verdieping in dat debat. Is de heer Verhoeven dat met mij eens?

De heer Verhoeven (D66): Ik ben dat grotendeels met mevrouw Thieme eens, alleen zeg ik nogmaals dat ik wil waken voor een structuuroplossing vanuit deze Kamer. We hebben namelijk in deze Tweede Kamer altijd de neiging om een structuuroplossing te kiezen, in de trant van: we hebben een commissie, we hebben een jaarlijks debat, we hebben een monitor, opgelost. Zo werkt het vaak niet. Ik wil juist alle partijen oproepen om het brede welvaartsbegrip als een van de invalshoeken te kiezen bij de vele debatten die we met elkaar voeren. Dan krijgen we echt een betere wereld, voorzitter.
(…)