Debat­bij­drage Partij voor de Dieren AO Dienst Rege­lingen en richt­lijnen opvang in beslag genomen dieren


21 april 2009

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik heb een heel andere inbreng dan de voorgaande sprekers. Ik zal het niet hebben over de toeslagrechten. Ik wil daarentegen met de minister verder spreken over eerder gestelde vragen over de Dienst Regelingen in relatie tot in beslag genomen dieren. Ik zal de woordvoerders van de andere fracties even kort bijpraten, die nu denken "waar gaat dit over?". Tegen de heer Koopmans zeg ik alvast dat dit punt op de agenda van dit overleg staat.

De heer Koopmans (CDA): Maakt het u niets uit dat boeren hun centen graag eerder krijgen? Vindt u die wens niet net zo gerechtvaardigd is als de rest van Nederland? Sluit u zich toch bij ons aan?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik ben blij met uw vraag. Ik wil mijn kostbare spreektijd bewaren voor de punten die ik met de minister in elk geval wil bespreken. Over de toeslagrechten heb ik eerder al gezegd dat ik me kan voorstellen dat een uitbetalingsmoment kan worden gekozen. Wat zijn de financiële gevolgen daarvan? Ik ben niet goed op de hoogte met de kruisjesproblematiek, maar als ik de dames Snijder en Jacobi hoor zeggen dat een boer geen bevestiging krijgt van wat hij heeft ingevuld, dan kan er volgens mij inderdaad wel het een en ander worden verbeterd.
Een andere taak van Dienst Regelingen ligt dus op het gebied van in beslag genomen dieren. De politie arresteert iemand of neemt ergens dieren in beslag, om welke reden dan ook. In de praktijk kunnen die dieren in de buurt terecht in een asiel. De politie heeft meestal een sleutel van zo'n asiel, dus het kan ook allemaal midden in de nacht. Een prachtige oplossing. Maar dan? De asielbeheerder komt de volgende ochtend en ziet een hond in de kennel. Met de politie is afgesproken dat deze daar kan worden geplaatst. Vervolgens is onduidelijk wat de achtergrond van het dier is, hoe lang het in het asiel moet blijven en of de eigenaar gedetineerd is of binnen vier weken zijn hond weer komt ophalen. Bij strafrechtelijke procedures kan het maanden duren voordat alles rond is.
De asielen worden echter niet goed geïnformeerd. Ik heb de minister hierover vragen gesteld; in haar antwoord was zij wel erg optimistisch over de bekendheid met de richtlijnen uit het draaiboek Inbeslaggenomen goederen, bij opsporingsambtenaren en toezichthouder. Met name de politie blijkt toch echt niet voldoende op de hoogte te zijn van de richtlijnen en protocollen. In een aantal gevallen kent men zelfs de DR niet. Waarop baseert de minister haar beeld van de praktijk? Hoe worden politie en douane geïnformeerd over de inhoud van het draaiboek? In het concrete geval van het asiel in de Zaanstreek heeft de minister op mijn vragen geantwoord dat de politie contact had opgenomen met het opvangcentrum om deze problematiek te bespreken. Bij navraag was dat dus niet zo. Het asiel moest zelf bij de politie leuren met de vraag: wat moeten wij met die hond, hoe lang blijft hij hier, wat zijn de perspectieven?
Inmiddels heeft dit asiel moeten afhaken door de opgeschroefde aanbestedingseisen. De minister heeft een aanbestedingsronde gehouden voor asielen die in aanmerking komen voor de titel "opslaghouder", maar de eisen daarvoor zijn wel wat strikt. Nu moet een opslaghouder een groot aantal hokken permanent vrijhouden. Voor kleine asielen is dat geen haalbare kaart. Het asiel in de Zaanstreek is dus al afgevallen. Hoeveel opslaghouders zijn er nog over? Wat is de landelijke spreiding? Als ergens in Lutjebroek een hond in beslag wordt genomen en er moet 100 km worden gereden om het dier te kunnen "deponeren" -- dat zijn de juridische termen die de minister hanteert -- dan is dat een weinig werkbare situatie. Kan de minister een toelichting geven op de werkbaarheid en de dagelijkse praktijk? Is de Stichting Nederlandse Opvang Papegaaien (N.O.P.) door de aanbestedingseisen gekomen? Kan zij ook een reactie geven op de aanbestedingsprocedure voor vee en welke criteria daar worden gehanteerd?
Een groot zorgpunt blijft ook de duur van de opvang. Het komt niet zelden voor dat een dier langer dan een jaar vastzit voordat is besloten of het terugkan naar de eigenaar of dat het moet worden herplaatst. We kunnen het hebben over: "opslag", "deponeren", "in beslag genomen goederen", maar het gaat ondertussen wel over levende wezens. Ik dring er daarom bij de minister op aan om eens te kijken naar de mogelijkheden om eerder beslissingen te nemen, teneinde in ieder geval een oplossing te vinden voor de nu vaak voorkomende situatie, waarbij dieren langer dan een jaar in een asiel zitten. Kan de minister iets zeggen over het bijzondere geval van de drie asherakatten die al veertien maanden vastzitten?
Uit het geval van de Stichting N.O.P. blijkt dat opslaghouders fokken met in beslag genomen dieren. Ten eerste vind ik dat onwenselijk; ten tweede zitten daar volgens mij juridisch nogal wat haken en ogen aan. Wie is eigenaar van de nieuw geboren dieren? Is dat de oorspronkelijke eigenaar, die niet weet of hij zijn dier terugkrijgt, of is dat de opslaghouder? Mogen die dieren zomaar worden verhandeld?

Mevrouw Verburg: Mevrouw Ouwehand stelde een vraag over de in beslag genomen dieren.
De bewaartermijn is in de verschillende situaties beperkt. Er is geen
sprake van eindeloze opvang. Vaak worden bewaartermijnen verlengd
door eigenaren die beroep aantekenen tegen de uitspraak van het Openbaar
Ministerie. Momenteel werk ik samen met diverse centra voor de
opvang en verzorging van in beslag genomen dieren. Voor gezelschapsdieren
zijn onlangs contracten afgesloten met zes partijen, mede als
gevolg van de Europese aanbestedingsprocedure voor deze groep dieren.
Voor de groepen vee en wilde inheemse en uitheemse beschermde dieren
ben ik gestart met de voorbereiding van een aanbestedingsprocedure.
Alle centra die in beslag genomen dieren opvangen, moeten aan alle
wettelijke voorschriften te voldoen. Daarnaast stel ik administratieve
eisen, zoals het noteren van de diersoort en het proces tot teruggave of
herplaatsing van het dier. Daarover zijn of worden ook afspraken gemaakt
met de opvangcentra.
Wij hebben eerder vanmiddag ook al gesproken over de N.O.P. tijdens het
overleg over dierenwelzijn. De heer Dorresteijn heeft een onafhankelijk
onderzoek verricht naar de administratieve eisen en functies van het
centrum. Deze komen overeen met mijn eerdere standpuntbepaling over
het centrum. Het rapport geeft aan dat de in beslag genomen soms tijdelijk
elders worden geplaatst, in verband met plaatsgebrek bij de N.O.P. In
het verleden is dat inderdaad enkele malen gebeurd, maar momenteel
gebeurt dat niet langer. De in beslag genomen dieren worden apart
gehouden van de overige dieren bij de N.O.P. Zoals mevrouw Ouwehand
weet, toont het onderzoek van de heer Dorresteijn verder aan dat de
administratie van de N.O.P. op orde is, maar dat het advies luidt om deze
uit te breiden, dat geen aanleiding bestaat voor de conclusie dat het
dierenwelzijn van de bij de N.O.P. aanwezige dieren onvoldoende is en
niet wordt gewaarborgd, dat de kwaliteit van personeel en vrijwilligers
ruim voldoende tot uitstekend is, dat de informatievoorziening naar voormalige
eigenaren dient te worden verbeterd – ik heb hierover de Kamer al
geïnformeerd – en dat de beveiliging van het centrum beter kan, ook om
diefstal van dieren tegen te gaan, dat de functie van de N.O.P., namelijk
opvangcentrum, opslaghouder en dierentuin met daarbinnen deelname
aan fokprogramma’s, helderder en beter gecommuniceerd moet worden,
en dat het management zeer betrokken is en een grote kennis van zaken
heeft, maar dat er nog wel een aantal punten in de structuur en de
communicatie worden verbeterd.
Mevrouw Ouwehand sprak over het fokken met in beslag genomen dieren
door opslaghouders. Zij had het daarbij wel over een soort wonderbaarlijke
vermenigvuldiging toen zij sprak over drie asherakatten, aangezien
het er slechts één betreft.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Wellicht sprak ik van drie katten, maar moet
het er eentje zijn. Ik doelde echter niet op fokken met die katten.

Mevrouw Verburg: Oké. U sluit niets uit. Dat doe ik bij u ook niet, maar ik
wilde het toch even op zijn pootjes terecht laten komen.
Momenteel wordt DNA-onderzoek verricht. Dat heeft tijd nodig, omdat wij
afhankelijk zijn van gegevens uit Amerika. Deze vraag is mij eerder gesteld
en deze heb ik toen ook al beantwoord. Toen speelde nog de vraag of die
asherakat op Schiphol was opgeslagen. Dat is echter niet langer het geval.
Mevrouw Ouwehand vroeg vervolgens hoeveel opslaghouders er nog zijn
en hoe het zit met de spreiding over Nederland. Zij stelde dat er niet te
lang gereden moet hoeven te worden met dieren. Er zijn zes opslaghouders
voor gezelschapsdieren. Zij zijn door de aanbesteding gekomen en
zitten verspreid door het land. Die spreiding is echter geen expliciet criterium;
kwaliteit is leidend. De aanbestedingsprocedure voor opslag van
landbouwhuisdieren loopt nog.
Mevrouw Ouwehand maakte nog een punt van de onbekendheid met de
richtlijnen over opslagregels bij politie en opslaghouders. Zij zijn echter
op de hoogte van de regels en de rol van de DR. Het DR-piketnummer is
bij de politie bekend. Wanneer de politie dat nummer belt, verstrekt de DR
informatie over de procedures, zodat opslaghouders en andere betrokkenen
direct kunnen worden geïnformeerd.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik heb mijn lijntjes naar de
buitenwereld nog even opengezet: volgens het ANP zijn het wel drie asherakatten,
namelijk eentje bestemd voor Nederland en twee voor doorvoer.
Het gaat in elk geval om levende dieren die al veertien maanden in een
kooitje zitten.

Minister Verburg: Heeft het ANP altijd gelijk?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Nou, ik wil maar zeggen dat het er mogelijk
toch meer zijn dan eerder aangenomen.

Minister Verburg: Dan weet ik nu ook waar uw waarheid zit.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Nee, ik zeg alleen maar dat het ANP spreekt
van drie katten. Ik wil dat gewoon nog even inbrengen. U hebt wel het
beleid uitgelegd, maar ik maak me zorgen. De krant die ik lees, plaatst
iedere week een rechtbankverslag. Laatst werd een meneer die zijn dieren
niet goed had behandeld, voorgeleid; zijn hond was in beslag genomen
en de rechter had ter plekke gezien dat die persoon helemaal niet in staat
was om een vonnis aan te horen en nog wat psychisch onderzoek nodig
had. Ik vind dat een verstandige beslissing van die rechter, maar dat
onderzoekt duurt vervolgens wel een half jaar. Wat gebeurt er in de
tussentijd met die hond? Daar moeten wij dus een oplossing voor vinden,
omdat je een levend wezen niet acht of negen maanden kunt opsluiten in
een asiel. Is de minister dus bereid met haar collega van Justitie eens te
bezien of een beslissing over de toekomst van in beslag genomen dieren
wellicht wat eerder kan vallen?
Ik ben ook niet erg gerustgesteld over de aanbestedingsprocedure. Kan de
minister de Kamer per brief nader informeren over de spreiding? Ik maak
me namelijk zorgen over de opvangfunctie, die veel asielen voor de DR
hebben vervuld, eigenlijk van de een op de andere dag is stopgezet. De
aanbestedingsronde duurde immers maar heel kort. Er blijven nu zes
clubs over, die het misschien op een beroepsmatige manier gaan doen,
terwijl het voor de asielen inkomsten waren die ze goed konden gebruiken;
het gaat immers niet goed met de asielen in Nederland. Wat zijn de
effecten voor de asielen die de DR tot nu toe goed van dienst zijn
geweest? Is de spreiding wel in orde? Werken we straks niet met opslagcentra
die het alleen maar beroepsmatig doen, omdat het ook wat oplevert?

Minister Verburg: Ik houd even vast aan die ene asherakat in opslag. Over die kat gaan
namelijk steeds de vragen. Ik hoop dat er zo snel mogelijk uitsluitsel over
deze situatie ontstaat. Ik heb al aangegeven dat dit ook afhankelijk is van
de gevraagde informatie uit Amerika.
Mevrouw Ouwehand stelde ook nog een vraag over de opslaghouders en
de spreiding over het land. Wij waren verplicht om een aanbestedingsronde
te houden. De kwaliteitscriteria van de opslaghouders waren
daarbij leidend. Natuurlijk is gekeken naar capaciteit en prijs-/kwaliteitsverhouding.
Heel eerlijk gezegd, zie ik geen meerwaarde in een nadere
brief aan de Kamer.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Mijn vraag over het fokken met in beslag
genomen dieren is onbeantwoord gebleven. Wij weten zeker dat dit bij de
N.O.P. gebeurt. Hoe zit dat juridisch?
De minister wil de Kamer geen brief sturen over de aanbestedingsverplichting.
Ik wil toch wel weten hoe dat zit. De Europese aanbestedingsverplichting
is geen blauwdruk; de minister heeft haar eigen keuzes gemaakt in de
criteria. Ik wil dat gewoon kunnen controleren.

Minister Verburg: De Europese aanbestedingsregels zijn bekend. De
Kamer weet dat er een zekere vertrouwelijkheid geldt voor adressen en
bedrijven die dieren opslaan. De vertrouwelijkheid is ook belangrijk. In de
procedure hebben wij de kwaliteitscriteria vooropgesteld. Daarnaast
hebben wij de prijs-/kwaliteitkaart getrokken: de kwaliteit moet in orde zijn
en de prijs moet redelijk zijn.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik wil dat op papier hebben! Ik
kan me voorstellen dat de minister geen adressen vrijgeeft. Ik wil echter
weten wat haar vertaalslag is geweest van die aanbestedingsverplichting.

Minister Verburg: Die Europese aanbestedingsregels kunt u zelf opzoeken.
Ik ga daarover geen brief sturen. De hele materie is veel te kwetsbaar,
ook met het oog op de vertrouwelijkheid. U mag ervan uitgaan dat het
goed is gebeurd. Ik ga ervan uit dat u mij snel genoeg eventueel ter
verantwoording roept; overigens doe ik dat, als altijd, dan weer graag. Ik
zie echter nu geen aanleiding om nadere informatie aan de Kamer te
sturen.