Inbreng Partij voor de Dieren bij SO Reactie op verzoek impli­caties van de PAS-uitspraak voor MIRT


30 januari 2020

De minister stelt onderaan haar brief dat de gezamenlijke inzet is om woningbouw én MIRT-projecten door te laten gaan. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vragen de minister of zij zich ook wil inzetten om de natuur te beschermen? En of de minister zich ook wil inzetten om zich aan de wet te houden? Deelt de minister de mening van de leden dat er geen sprake kan zijn van het verdelen van stikstofruimte tot er een plan ligt dat een concrete verbetering van de natuur gaat opleveren?

Als de minister stelt dat bij de nauwkeurig berekende projecteffecten de laatste inzichten ten aanzien van verkeerseffecten worden meegenomen bedoeld zij daarmee dan ook de snelheidsverlaging overdag van 130 km/u naar 100 km/u? Welke andere verkeerseffecten worden er meegenomen? Is de minister van mening dat de effecten van de snelheidsmaatregel (130 km/u naar 100 km/u) moeten worden meegenomen in de stikstofberekeningen van de MIRT projecten? Is de minister dan ook van mening dat de effecten van deze snelheidsmaatregel moeten worden meegenomen in het (opnieuw) onderzoeken van de noodzaak voor deze MIRT projecten?

Acht de minister het gerechtvaardigd vele miljoenen belastinggeld uit te geven voor de verbreding van een snelweg terwijl niet onderzocht is of deze verbreding in de nieuwe situatie nog noodzakelijk is? Zo ja, hoe acht zij dat gerechtvaardigd?
Klopt het dat voor sommige van deze projecten (zoals ring Utrecht) snelheidsverlaging zelfs werd aangedragen als oplossing om het MIRT-project onnodig te maken? Zou de minister voor elk van de 7 MIRT projecten een toelichting zoals gevraagd onder artikel 3.1. van de compatibiliteitswet willen geven? Zo nee, waarom niet?

Klopt het dat de deze 7 projecten zijn gekozen omdat daar een snelheidsverlaging reeds overwogen werd? Is er bij de selectie van deze projecten gekeken of woning- en wegenbouw elkaar in de weg zitten? Zo nee, waarom niet? Wat bedoelt de minister als zij stelt dat zij voornemens is om, wanneer woningbouw en wegenbouw elkaar bijten, in overleg met de minister voor Milieu en Wonen en de betrokken provincies gebiedsgericht te bekijken of door fasering in de tijd een oplossing gevonden kan worden? Aan wat voor oplossingen moet dan gedacht worden? En in hoeverre levert ‘fasering in tijd’ een reductie van de stikstofdepositie op?

Kan de minister aangeven aan de leden hoe de afstemming verloopt tussen de departementen over de prioritering van de stikstofruimte die de regering voornemens is op te vullen? Bij de leden van de Partij voor de Dieren komen berichten binnen dat er bijvoorbeeld ook biomassacentrales gebouwd worden. Zij vragen de minister hoe dat te rijmen is het voornemen om woningbouw en de MIRT projecten prioriteit te geven.

Heeft de minister verder kennis genomen van de nieuwe rechtszaak die is aangespannen door de MOB? In hoeverre loopt de overheid een financieel risico als zij nu inzet op het doorzetten van deze MIRT projecten en de MOB later wederom in het gelijk gesteld gaat worden en de MIRT-projecten alsnog geen doorgang kunnen vinden? Graag een zo gedetailleerd mogelijke inschatting.

Is de minister met de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren van mening dat het uitgaan van grove inschattingen in plaats van nauwkeurige berekeningen (die nog anders kunnen uitpakken), het uitblijven van extra reductiemaatregelen en het nemen van maatregelen die wederom (kansrijk) aangevochten worden bij de rechter de minister geen helderheid biedt maar juist onzekerheid blijft creëren?