Inbreng PvdD Nationaal plan hormoon­ver­sto­rende stoffen in een circu­laire economie


24 april 2019

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie hebben kennis genomen van de kabinetsreactie op de petitie «Nationaal plan hormoon-verstorende stoffen in een circulaire economie». Deze leden zijn van mening dat maatregelen om de blootstelling aan hormoonverstorende stoffen op korte termijn te verminderen onvoldoende concreet zijn. Mogelijkheden om nationale maatregelen te nemen om blootstelling aan hormoonverstorende stoffen in Nederland aan te pakken, worden onvoldoende benut. Deze leden hebben daarom de volgende vragen en opmerkingen.

Investeer in kennis

Deze leden lezen in de kabinetsreactie dat er wordt geïnvesteerd in onderzoeksprojecten gericht op hormoonverstorende stoffen door universiteiten in Nederland. Deze leden zijn benieuwd welke projecten dat zijn en waar de universiteiten precies onderzoek naar doen? Is het juist dat de Nederlandse overheid geen rol heeft gehad in de acht nieuwe projecten die gehonoreerd zijn vanuit het kaderprogramma van de EU?

Klopt het dat er geen haalbaarheidsstudie wordt gedaan naar (financiële) prikkels om hormoonverstorende stoffen uit de circulaire economie te weren? Is de minister voornemens om daar in te investeren? Kunnen de bedragen die de Nederlandse regering besteed aan onderzoek gericht op hormoonverstorende stoffen concreet worden gemaakt? Zo nee, waarom niet?

Biomonitoring

Deze leden vinden het positief dat het Europese biomonitoring project HBM4EU van start is gegaan. Is het waar dat Nederland in het kader van dit project veel minder investeert in nieuw onderzoek dan andere Europese landen? Nederland is een zeer dichtbevolkt land met veel chemische industrie (denk aan lozingen Dupont/Chemours), verbrandingsovens en bollenteelt.

Deelt de minister de mening dat het blootstellingsrisico in Nederland daarmee hoger is dan het EU-gemiddelde? Deelt de minister de mening dat Nederlandse biomonitoring daarom nodig is, los van Europese monitoring? In het HBM4EU-project worden gegevens verzameld voor Vlamvertragers, Ftalaten, DINCH, bestrijdingsmiddelen, chroom, cadmium en lood. Is hier sprake van nieuwe biomonitoring en waar in Europa vindt dit onderzoek plaats? Worden zwangere vrouwen ook getest?

Bewustzijn creëren

Deze leden vinden het goed dat verschillende beroepsgroepen worden geïnformeerd over de website “www.waarzitwatin.nl”. Wel zijn deze leden van mening dat er meer kan worden gedaan om de medische beroepsgroep te informeren, bijvoorbeeld via campagnes (naar het voorbeeld van Denemarken). Deelt de minister die mening? Is de minister bereid om in de brochure ‘Zwanger!’ niet alleen een verwijzing naar 'waarzitwatin.nl' op te nemen, maar om ook in de brochure zelf specifieke informatie over hormoonverstorende stoffen op te nemen? Graag een reactie.

Veilige Leefomgeving

In de kabinetsreactie wordt gesteld dat sommige stoffen voor een groepsbenadering in aanmerking ‘zouden kunnen komen’. Deze leden vinden het noodzakelijk dat dit ook gebeurt. Kan de minister uiteenzetten waarom dat vooralsnog niet gebeurt? En kan de minister hier alsnog actie op ondernemen? Zo nee, waarom niet?

Schone circulaire economie

In de kabinetsreactie wordt gesteld dat de minister niet alleen een safe-by-design aanpak ambieert, maar ook een circulair-by-design aanpak. Die ambitie kan op steun rekenen van de leden van de Partij voor de Dieren-fractie. Kan de minister uiteenzetten welke stappen hij hiertoe zal zetten en op welke termijn? Zo nee, waarom niet?

Stimuleer veilige alternatieven

Deze leden delen de mening dat een lijst met mogelijke alternatieven voor BPA zeer belangrijk is. Kan de minister vertellen waar deze lijst kan worden teruggevonden en hoe deze lijst met relevante doelgroepen gedeeld zal worden? Deze leden vinden het zorgelijk dat de hormoonverstoorder BPA wordt vervangen door mogelijk gelijksoortige en schadelijke alternatieven, die dezelfde functionele (bisfenol-)groepen kunnen hebben. Welke stappen neemt de minister om dit tegen te gaan? Wanneer kunnen de uitslagen verwacht worden van de testen van de nieuwe alternatieven voor BPA? Hoe zal deze informatie gedeeld worden met doelgroepen? Welke rol zal het RIVM op zich nemen als kenniscentrum om de informatie te verspreiden?

In de kabinetsreactie staat dat de NVWA onderzoek wordt uitvoert naar Ftalaten in consumentenproducten. Is er een overzicht van de geteste producten en de uitslagen hiervan? Is de minister bereid financiële prikkels in te zetten om de productie en het gebruik van veilige alternatieven te stimuleren?

Verbetering Europese regelgeving

Kan de minister uiteenzetten hoe hij in Europees verband inzet op het gebruik van minder proefdieren en welke resultaten hij hiermee heeft geboekt?