Inbreng PvdD SO naar inter­na­ti­onale afspraken om een mini­mum­niveau van winst­be­lasting te waar­borgen


11 december 2019

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief over het OESO/IF-project om belastingontwijking tegen te gaan.

Deze leden vinden het van groot belang dat belastingontwijking wordt tegengegaan en vinden het ook van belang dat ontwikkelingslanden, die al decennialang geplunderd worden door multinationale ondernemingen, in staat worden gesteld om deze bedrijven fors te belasten.

Belastingontwijking creëert een eigen vicieuze cirkel van een steeds verder uitdijende financiële sector, zoals bijvoorbeeld uitgebreid beschreven is in het boek Moneyland. Het gaat hier om een sector die een alsmaar toenemende vraag naar nog meer belastingontwijkingroutes stimuleert en daarmee bedrijven die deze routes kunnen faciliteren in leven houdt. Het gevolg hiervan is een financiële sector die de welvaart van de rest van de maatschappij stelselmatig afroomt. Een parasitair, onhoudbaar businessmodel dat geen enkele positieve bijdrage levert aan onze planeet en al haar inwoners.

De leden van de Partij voor de Dieren wijzen de regering erop dat Nederland nog steeds een schakel is in een keten van belastingontwijking. De leden van de Partij voor de Dieren-fractie zijn derhalve van mening dat in het geval van Nederland dit gepaard gaat met een extra verantwoordelijkheid. Schakelverantwoordelijkheid in de keten van belastingontwijking.

Deze leden hebben nog enkele vragen en opmerkingen naar aanleiding van de onderhavige brief.

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie vragen welke oproep door Duitsland en Frankrijk aan de Commissie en de Raad is gedaan om te zijner tijd voorstellen te doen in lijn met het OESO/IF-werk. Deze leden vragen of Duitsland en Frankrijk van zins zijn om voorstellen te doen die gaan richting een EU-minimumtarief voor vennootschapsbelasting en zo ja, of deze belasting door de EU wordt geheven?

Naar verwachting wanneer zullen de voorstellen die zullen volgen met het oog op implementatie van Pijler-2 maatregelen door EU-lidstaten gepresenteerd worden? Welke invloed kan de Kamer uitoefenen om deze voorstellen bij te stellen? Kan de regering bevestigen dat over dit soort voorstellen met unanimiteit in de Raad wordt besloten?

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie vragen of de Pijler-2 maatregelen een concreet minimumtarief beogen en of de voorstellen tevens beogen dat indien een bepaald minimumtarief wordt gekozen, dit tarief later ook weer, naar boven of beneden, bijgesteld kan worden. Indien dat zo is, welk orgaan kan daarover beslissen en welke mogelijkheden heeft de Kamer om daar invloed op uit te oefenen?