Inbreng PvdD SO Verkenning Brede Welvaart 2018


14 juni 2018

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de Verkenning Brede Welvaart 2018 van het PBL, CPB en SCP. Deze leden hebben hierover zoals gebruikelijk enkele kritische vragen en opmerkingen.

In een circulaire economie die rekening houdt met brede welvaart wordt in de beslissingen die we “hier” en “nu” nemen verzekerd dat het “elders” en “later” daar geen hinder van ondervinden. De vier soorten kapitaal (natuurlijk, menselijk, sociaal en economisch) willen we immers ook in de toekomst garanderen. Het is daarom bijvoorbeeld erg vreemd dat de Nederlandse overheid de handhavende capaciteit al jaren aan het verkleinen is. De beperkte extra middelen die deze regering aan de NVWA toewijst zijn niet veel meer dan een doekje voor het bloeden.

De omvang van de huidige en toekomstige milieuschade is immers veel groter dan de relatieve kleine winst die deze bezuinigingen tot nu toe hebben opgeleverd. Deelt de minister deze zienswijze? Zo nee, waarom niet?

Hoe groot is bij benadering de milieuschade van de afgelopen 15 jaar, hoe groot zijn, bij benadering, de bezuinigingen geweest op de handhavende instanties van het Rijk?

In de Verkenning Brede Welvaart 2018 wordt geconcludeerd dat het belang dat burgers en bedrijven hechten aan het tegengaan van milieuvervuiling en grondstoffenuitputting de legitimiteit vormt voor overheidsinterventies om de circulaire economie te bevorderen.

Meer specifiek stellen het PBL, CPB en SCP dat er kansen liggen om de consument te “nudgen” door hen ‘duwtjes in de gewenste richting te geven. De leden van de Partij voor de Dieren-fractie hebben daar wel de nodige ideeën bij en wijzen de minister graag op enkele logische keuzes.

Krimp veestapel
Als er één sector in aanmerking komt voor transformatie in het kader van het brede welvaartsbegrip dan is dat de landbouw. Erkent de minister dat het natuurlijk, menselijk, sociaal en economisch kapitaal sterk gebaat zou zijn bij het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen in de melkveehouderij, het mestoverschot dat onze bodems en oppervlaktewateren aantast, het stoppen van het biodiversiteitsverlies, de economisch penibele positie van veel boeren, de talloze fraudezaken, en de kans op zoönoses die een gevaar vormen voor de volksgezondheid?

Een eerste concrete voorbeeld dat zou kunnen bijdragen aan het vergroten van de brede welvaart, zeker in de context van een circulaire economie, is daarom uiteraard de krimp van de veestapel. De leden van de Partij voor de Dieren-fractie spraken eerder hun grote verbazing al uit over het feit dat deze regering de krimp van de veestapel nog steeds taboe verklaart en ook niet heeft meegegeven als opdracht aan de onderhandelaars aan het aanstaande Klimaatakkoord. Erkent de minister dat de toekomstige brede welvaart sterk gebaat zou zijn bij een kleinere veestapel? Zo nee, waarom niet?

De landbouw is bij uitstek de sector waar ook verbeteringen op het gebied van dierenwelzijn zouden moeten worden gerealiseerd. Het opnemen van dierenwelzijn in het begrip brede welvaart is een absolute must om volledig recht te doen aan het natuurlijke kapitaal van de toekomst.

Vleesconsumptie
Een tweede voorbeeld dat een grote bijdrage zou leveren aan de brede welvaart van toekomstige generaties, zowel “hier” als “elders”, is een daling van de vleesconsumptie.

Zowel vanwege de klimaatimpact, dierenwelzijn als de volksgezondheid is het nadrukkelijk stimuleren van een meer plantaardig consumptiepatroon noodzakelijk. Het moet afgelopen zijn met de ontbossing voor veevoer en het wereldwijde gesleep met dieren en (grondstoffen voor) veevoer. Het ruimschoots overschrijden van de gezondheidsadviezen rond de consumptie van vlees is eveneens zorgwekkend. Het wenkende perspectief van dalende kosten voor de gezondheidszorg zou zelfs voor de meest kille econoom voldoende reden moeten bieden om in te zetten op een daling van de vleesconsumptie. De rapporten stapelen zich op die deze boodschap ondersteunen. Tegelijkertijd moest de WUR erkennen dat de toch al bescheiden daling van de vleesconsumptie inmiddels helemaal tot stilstand is gekomen.[1]

Er moet dus meer gebeuren om deze stagnatie te doorbreken. Erkent de minister dat er op het vlak van de vleesconsumptie nog enkele grote stappen te zetten zijn? In hoeverre is de minister bereid om de nudging-methode in te zetten om een daling van de vleesconsumptie te realiseren? Graag een uitgebreide toelichting.

Minder vliegen
Een derde voorbeeld van gewenst gedrag dat de brede welvaart in de toekomst sterk zou kunnen verbeteren is het drastisch terugbrengen van het aantal vliegbewegingen. Erkent de minister dat de luchtvervuiling, het vergassen van ganzen en de geluidsoverlast op aanvliegroutes afbreuk doen aan de brede welvaart? Zo nee, waarom niet?

Een belangrijke oorzaak van het buitensporig grote aantal vliegbewegingen is dat er anno 2018 nog steeds perverse prijsprikkels van toepassing zijn die het mogelijk maken dat vliegen vaak goedkoper uitpakt dan een internationale treinreis. Sturen op gedrag is voor de keuze tussen trein of vliegtuig eenvoudig te beïnvloeden door deze verhoudingen om te keren. Erkent de minister dat het prijsverschil tussen de luchtvaart en internationale treinreizen zo snel mogelijk zou moeten worden omgedraaid? Zo nee, waarom niet?

Klimaatakkoord
Het contrast met de onderwerpen die op tafel liggen bij de onderhandelingen van Klimaatakkoord kan echter niet groter zijn. Dankzij de sterke lobby van notoire vertragers zoals LTO, Shell en de luchtvaartsector, in de Tweede Kamer vertegenwoordigd door VVD en CDA, was de opdracht voor het Klimaatakkoord om opzichtig om enkele grote taboes heen te werken. Zowel klimaat als brede welvaart zouden profiteren van minder vlees eten, minder vliegen en een daling van de veestapel. Het zou daarom meer dan logisch zijn om hier op in te zetten, maar korte termijn belangen van het “hier” en “nu” zijn klaarblijkelijk nog steeds dominant. Erkent de minister dat het niet valt uit te leggen dat deze onderwerpen nog steeds taboe zijn? Erkent de minister dat het nagenoeg ongemoeid laten van deze thema’s afbreuk doet aan de brede welvaart van toekomstige generaties? Zo nee, waarom niet? Wat is de inzet van de minister om dit onrecht ongedaan te maken?

Begrotingscyclus
Onder andere in het recente verantwoordingsdebat kwam de Tweede Kamer te spreken over brede welvaart. Het correct toepassen van het begrip brede welvaart vergt echter dat we, naast de verantwoordingsdebatten, ook bij het vooruitkijken uitgebreid stilstaan bij de vraag of alles wat we doen wel past bij de brede welvaart van het “elders” en “later”. Daarom stelde de Partij voor de Dieren ook voor om het begrip brede welvaart op te nemen in de begrotingscyclus. Is de minister bereid om het begrip brede welvaart op te nemen in toekomstige begrotingen van haar ministerie? Zo nee, waarom niet?

Wat zijn naar mening van de minister de gevolgen voor het fiscale systeem bij het correct toepassen van het begrip brede welvaart in de begrotingscyclus? Welke mogelijkheden ziet zij binnen haar ministerie om te sturen op andere prijsprikkels? Kan de minister tegenspreken dat het systeem zal vastlopen als we enerzijds een volledig circulaire economie in 2050 nastreven, met inbegrip van het begrip brede welvaart, maar tegelijkertijd ook blijven vasthouden aan het lineaire groeidenken? Graag een uitgebreide reactie.

[1] https://nos.nl/artikel/2198785-daling-vleesconsumptie-gestopt-we-eten-nog-steeds-veel-te-veel.html