Inbreng Schrif­telijk Overleg EHS/Natuur


29 maart 2011

Het natuurbeleid wordt door dit kabinet stevig uitgekleed. Plannen en afspraken die al in 1990 gemaakt zijn worden opeens stop gezet. Gereserveerde budgetten worden stevig ingeperkt en bestuurlijke afspraken worden opzij gezet met een stuitend vertoon van minachting voor het algemeen belang. Wie zou willen beweren dat we hier van doen hebben met een betrouwbare overheid die er wil zijn voor al haar burgers, zou de grootst mogelijke moeite hebben daar steekhoudende argumenten voor aan te dragen. Als dit kabinet al belang zou toekennen aan waarden als behoorlijk bestuur en de notie dat natuur van en voor iedereen is, en dus een algemeen belang vertegenwoordigt, dan valt daar niets, maar dan ook niets, van te merken. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren dagen de staatssecretaris uit: waaruit zou precies moeten blijken dat u de decentrale overheden en terreinbeherende organisaties niet schoffeert, waaruit zou moeten blijken dat u zich inzet voor een betrouwbare overheid, waaruit zou moeten blijken dat u de gestelde natuurdoelen, ten behoeve van het behoud van de bron van al het leven, de biodiversiteit, respecteert?

De Partij voor de Dieren ziet niets dan minachting voor het belang van natuur in ons land bij de manier waarop dit kabinet te werk gaat. Positieve informatie vanuit de overheid over de natuur zoals een stijging in inkomsten en werkgelegenheid voor de recreatiesector of gunstige voordelen voor de gezondheid, is ver te zoeken. Als we het hebben over Nederland en de Nederlandse identiteit dan horen daar ook de polders én de woeste watervlakten bij, de heidevelden en de bossen. Nederland is uniek in Europa met haar grote verscheidenheid, met de Waddenzee en de weidevogels. Daar moeten we trots op zijn en dat zou het kabinet ook mogen uitdragen. Kan de staatssecretaris eens opsommen welke inspirerende natuurtoespraken hij sinds zijn aantreden heeft gegeven? De Partij voor de Dieren is benieuwd naar de score tot nu toe: hoe vaak heeft de staatssecretaris zich tot nu toe positief uitgelaten over natuur, de noodzaak om die te beschermen en de organisaties die dat ook daadwerkelijk trachten te doen? En hoe vaak heeft hij zich daar in negatieve zin over uitgelaten? Is hij zich daar zelf eigenlijk wel van bewust? De staatssecretaris van natuur laat zich vooralsnog eenzijdig kennen als een bewindspersoon die weinig liefde ten aanzien van deze portefeuille aan de dag legt. Wat we wel vaak horen zijn de geluiden over boze boeren, rechtszaken en de regels die zo ingewikkeld zouden zijn. Over de regels het volgende: deelt de staatssecretaris de constatering van de Partij voor de Dieren dat de regels steeds ingewikkelder geworden zijn door vervuilende activiteiten te willen blijven handhaven in en rond natuurgebieden en daarbij iedere millimeter voor uitbreiding en ontwikkeling van die activiteiten te willen blijven benutten?

Het beleid van dit kabinet is duidelijk: boerenweide, een glad gemaaid, strak grasland gevuld met mest en bestrijdingsmiddelen is ‘topnatuur’. Hier zetten we op in, ongeacht internationale, Europese en nationale afspraken. Budgetten ten gunste van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en de Natura 2000 worden tot op het bot toe uitgekleed. De onevenredige bezuiniging van maar liefst 60 % is in alle opzichten buitenproportioneel, en dat zónder visie en zónder concrete ideeën over het natuurbeleid van de toekomst. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zien niets in deze lijn van het kabinet. Het is een doodlopende weg die leidt naar een monotoon steriel landschap gevuld met brandnetels en bramen, een land zonder vlinders, kikkers en orchideeën. Dit raakt niet alleen de natuur, maar ook onszelf. Zo maakt het toenemend gebruik van landbouwgif het drinkwater honderden miljoenen euro’s duurder en verzilten de bodems in het westen. Bij bezoekjes aan het landelijke gebied wordt het steeds moeilijker om een wandelroute uit te stippelen waarbij de penetrante geur van de intensieve veehouderij kan worden ontweken en onze mooie wateren worden stinkende gevaarlijke plassen van blauwalgen door de overbemesting. Dit ondermijnt ons welzijn en de economie. Allemaal dankzij de steeds verder intensiverende industriële landbouw. De sluipmoordenaar van onze natuur.

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vinden het ongelofelijk dat de staatssecretaris doorgaat op deze weg en hebben dan ook nog een groot aantal vragen.

Allereerst: deelt de staatssecretaris de mening dat, onder het motto “Een man een man, een woord een woord” een kabinet dat zulke drastische beleidswijzigingen wil doorvoeren ook zelf op het resultaat van die wijzigingen moet kunnen worden afgerekend? Zo ja, welke concrete verantwoordingsmomenten gaat de staatssecretaris inbouwen met betrekking tot zijn natuurbeleid, opdat de Kamer kan beoordelen of de gevolgen van dat beleid in overeenstemming zijn met de beloften die de staatssecretaris dienaangaande heeft gedaan?

De Partij voor de Dieren voelt er helemaal niets voor om over een jaar of vijf de scherven van het huidige natuurbeleid te moeten opvegen met een nieuw kabinet. Die verantwoording over de gevolgen van de draconische maatregelen die het huidige kabinet wil doorvoeren, zal door datzelfde kabinet moeten worden afgelegd. Er zijn namelijk nogal wat negatieve effecten te verwachten van het nu ingezette beleid, maar de staatssecretaris volhardt in zijn strategie van sussen en houdt vol dat het allemaal zo’n vaart niet zal lopen met de afbraak van de natuur in ons land. De Partij voor de Dieren laat zich niet in slaap sussen in tijden van ecologische crises.
Zo is er de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) die het kabinet wil herijken. De EHS werd in 1990 geïntroduceerd ten behoeve van een “duurzame instandhouding, herstel en ontwikkeling van natuurlijke en landschappelijke waarden”. Inmiddels is de EHS een voorbeeld voor andere landen en is het doel ervan in overeenstemming met Europese richtlijnen. We zouden de EHS een exportproduct moeten maken, maar in plaats daarvan wordt door dit kabinet ervoor gekozen om het roer faliekant om te gooien. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft een quick scan uitgevoerd naar de varianten van de herijking. In de brief van 9 maart beweert de staatssecretaris aan dat de quick scan van het PBL zou laten zien dat de versoberde EHS minstens zo effectief is als de beoogde EHS in het oude beleid. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vragen zich af waar de staatssecretaris dit op baseert. Deze leden lazen namelijk duidelijk de conclusie dat met de huidige ambitie de natuurkwaliteit in 2020 meer dan halveert en het met driekwart van de soorten van de Vogel- en Habitatrichtlijn slechter zou gaan ten opzichte van het oude beleid. Kan de staatssecretaris bevestigen dat deze conclusie zwart op wit gedrukt staat in het genoemde PBL-rapport? Is hij bereid toe te geven dat zijn beweringen over de uitkomsten van de quick scan van het PBL zich niet verhouden tot de werkelijke conclusies en dat hij daarmee bezijden de waarheid heeft gesproken?

Een van de hoofdconclusies uit de quick scan is dat de voorgenomen bezuinigingen leiden tot een verdere verslechtering van de plant- en diersoorten die in het kader van de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR) beschermd zijn. Verslechtering is echter verboden volgens artikel 6.2 van de Habitatrichtlijn. De Vogelrichtlijn spreekt van het voorkomen van verslechtering en vervuiling van woongebieden van aangewezen soorten. Onderschrijft de staatssecretaris dat verslechtering verboden is en dat volgens de conclusie van het PBL dat verslechtering bij dit beleid optreedt? Kan hij bevestigen dat, gegeven deze omstandigheden, de Richtlijn passende maatregelen voorschrijft? Zo ja, op welke wijze worden deze vormgegeven? Zo neen, op welke juridische en wetenschappelijke inzichten baseert de staatssecretaris dit en welke (juridische) toetsing heeft hij daartoe laten plaatsvinden?

Kent en onderschrijft de staatssecretaris de constatering van het PBL dat voor 60% van de Nederlandse doelsoorten (broedvogels, dagvlinders en planten) de milieucondities en ruimtecondities onvoldoende zijn om behoud te garanderen? Zo ja, deelt de staatssecretaris de mening dat een extra inspanning om milieu- en ruimtelijke condities te verbeteren noodzakelijk is om aan de verplichtingen vanuit de VHR en de Convention on Biological Diversity (CBD) te voldoen? Zo ja, op welke wijze en termijn gaat de staatssecretaris daarmee aan de slag en op welke concrete (tussen)doelen mag de Kamer hem afrekenen? Zo neen, waarom niet en op welke wetenschappelijke inzichten is dit gebaseerd?

Onderschrijft de staatssecretaris de constatering van het PBL dat voor 17% van de doelsoorten oppervlakte het belangrijkste knelpunt is bij het hebben van een landelijke robuuste populatie? Onderschrijft de staatssecretaris de constatering van het PBL dat voor 17% van de doelsoorten versnippering het belangrijkste knelpunt is bij het hebben van een landelijke robuuste populatie? Deelt de staatssecretaris de mening dat de knelpunten ‘versnippering’ en ‘oppervlak’ op de korte en lange termijn structureel verminderd kunnen worden door verbindingen tussen natuurgebieden te creëren? Houdt de staatssecretaris vast aan de doelstelling van een landelijke robuuste populatie voor de doelsoorten? Zo ja, op welke wijze denkt hij die doelstelling te gaan halen als hij de verbindingen tussen natuurgebieden schrapt uit het natuurbeleid? Welke aanpak kiest hij daarvoor en op welk moment kan de Kamer –op basis van het resultaat van die aanpak- tegen deze staatssecretaris zeggen dat hij zijn biezen moet pakken omdat hij de natuurdoelen heeft verkwanseld? Met andere woorden: wat wordt het afrekenmoment voor de Kamer als het gaat om het natuurbeleid van dit kabinet?

Nu is de oplossing van dit kabinet het maximaal inzetten op agrarische en particulier natuurbeheer. Echter uit het PBL rapport blijkt dat agrarisch en particulier natuurbeheer nu nauwelijks bijdragen aan de doelen vanuit de VHR. Deelt de staatssecretaris de opvatting dat agrarisch natuurbeheer niet voor alle natuurdoeltypen de aangewezen beheersvorm is? Zo neen, hoe denkt de staatssecretaris dat agrarisch natuurbeheer een bijdrage kan leveren aan bijvoorbeeld de ontwikkeling van natte natuurtypes? Meerdere wetenschappers, waaronder hoogleraar natuurbeheer en plantenecologie Berendse, hebben al opgemerkt dat agrarisch natuurbeheer in haar huidige vorm niet werkt. Onderschrijft de staatssecretaris dat? Zo neen, op welke wetenschappelijk inzichten is dat gebaseerd? Onderschrijft de staatssecretaris de constatering van hoogleraar Berendse die stelt dat agrarisch natuurbeheer alleen succesvol is als de waterstand in weidegebieden wordt verhoogd, er minder mest gebruikt wordt en in akkerbouwgebieden minder gespuit wordt? Zo neen, waarom niet? Het PBL geeft aan dat agrarisch natuurbeheer veel effectiever zou zijn als het toegepast wordt als oplossing van knelpunten in bestaande natuurgebieden en dus in samenhang met bestaande gebieden toegepast wordt. Onderschrijft de staatssecretaris dit? Zo neen, waarom niet?

Is de staatssecretaris voornemens het beleid rond agrarisch natuurbeheer te herzien zodat het op een optimale vorm wordt toegepast, waardoor er daadwerkelijke een bijdrage aan de natuur wordt geleverd? Zo ja, op welke wijze en termijn? Zo neen, hoe denkt de staatssecretaris dat met een maximale inzet hierop Nederland dan kan voldoen aan Europese en internationale biodiversiteitafspraken? Erkent de staatssecretaris de beperkte mogelijkheden van de instrumenten agrarisch en particulier natuurbeheer in het licht van de biodiversiteitdoelstellingen? Is hij bereid toe te geven dat naast deze instrumenten, die allang onderdeel waren van het natuurbeleid, de verwerving van gronden en het creëren van robuuste verbindingszones volgens alle vooraanstaande ecologen noodzakelijk zijn om het verlies van biodiversiteit te kunnen stoppen?

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren storen zich enorm aan de valse suggesties die deze staatssecretaris van het begin af aan heeft opgeworpen in het natuurdebat. Zo hebben deze leden hem regelmatig horen zeggen dat 92% van de doelstellingen zal worden gerealiseerd, en dat dat een hele prestatie is in tijden van bezuinigingen. Naar welke doelstelling de staatssecretaris precies verwijst blijft onduidelijk, maar de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben het vermoeden dat het gaat om het uiteindelijke oppervlak van de EHS. Kan de staatssecretaris dat bevestigen of anderszins toelichten? De Partij voor de Dieren wijst erop dat de EHS een instrument is voor het realiseren van hogere doelen, namelijk het stoppen van het voortdurende verlies van biodiversiteit en het aanzetten tot herstel en behoud van natuurlijke hulpbronnen –dit alles in het licht van de ook door Nederland ondertekende afspraken in het Biodiversiteitsverdrag. Kan de staatssecretaris onderbouwen wat het betekent voor de biodiversiteitsdoelen (incl. VHR-doelen) wanneer hij een van de belangrijkste instrumenten voor die doelen, de EHS, verschraalt? Wat doet de staatssecretaris met het feit dat Nederland een eerder belangrijk biodiversiteitsdoel –het stoppen van het verlies van plant- en diersoorten in 2010- al niet heeft gehaald? En met de oproepen van onder andere de Europese Commissie en de VN om de inspanningen ten aanzien van het behoud van biodiversiteit juist te verdubbelen in plaats van te verminderen?

Het verdwijnen van soorten is niet alleen in strijd met internationale afspraken het is een bedreiging voor onszelf. Het verdwijnen van soorten heeft immers een negatief effect op bijvoorbeeld onze gezonde bodem, de vispopulaties, de luchtkwaliteit, het landschap en de leefomgeving. Verlies van biodiversiteit heeft dan ook grote gevolgen voor onder andere de landbouw, de economie en het investeringsklimaat. Nu nog zien bedrijven zaken als water, lucht en biodiversiteit als bijna gratis. Maar de werkelijkheid is dat schoon water en gezonde lucht onze samenleving steeds meer geld gaan kosten. We moeten dus gaan investeren in het behoud en verbeteren van onze soortenrijkdom.

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren missen dan ook een visie met concrete ideeën over het natuurbeleid in de toekomst. Dit jaar loopt het beleidsprogramma ‘Biodiversiteit werkt’ af. Hier stond een schitterende visie in zonder concrete (tussen)doelen. Met een lange termijnvisie die ingevuld wordt door concrete afrekenbare tussen- en einddoelen is het voor iedereen duidelijk wat er moet gebeuren om aan onze internationale verplichtingen te kunnen voldoen. Ook het PBL stelt in haar quick scan dat een lange termijn versie wenselijk is. Is de staatssecretaris bereid om een lange termijn visie op te tellen waarbij het einddoel is het behalen van de internationale doelen en deze in te vullen met concrete afrekenbare tussendoelen? Zo neen, waarom niet?

Een groot deel van de Nederlandse natuur is afhankelijk van beheer. Bij een kwart van de habitattypen is zelfs intensief beheer nodig. Desondanks wordt er op de beheersbudgetten zwaar bezuinigd. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vragen zich dan ook af op welke wijze de uitvoering en financiering van het noodzakelijke beheer om de aangewezen instandhoudingsdoelen te behalen, zowel op de korte als lange termijn, gegarandeerd wordt? Deelt de staatssecretaris de mening dat voor het garanderen van beheer het van belang is dat er duidelijkheid is over financiering? Zo ja deelt de staatssecretaris de mening dat hiervoor een lange termijn visie over de gewenste natuurontwikkeling en financiering uitkomst biedt? Zo ja, bent u bereid hiertoe een aanzet te geven? Zo neen, waarom niet? De zware bezuinigen op het ILG-budget maken het beheer op de korte en lange termijn onzeker. Juist de soorten waarvoor Nederland internationaal belangrijk is, zoals de heidevelden, vereisen een actief beheer, zoals maaien en plaggen. Terreinbeherende organisaties hebben al aangegeven deze rekeningen niet te kunnen betalen met de voorgenomen bezuinigingen. Kan de staatssecretaris uiteenzetten voor welk deel van het oppervlak of welke habitat type de instandhouding in gevaar komt door de zware bezuinigingen op de beheersbudgetten? Is het waar dat de bezuiniging in Europa onvoldoende reden zijn om niet aan de doelstellingen van de richtlijn te voldoen? Zo ja, hoe denkt u dan een in gebreke stelling en zware boete te voorkomen? Zo neen, waar is dat op gebaseerd?

Daar komt bij dat de structurele belasting van natuurgebieden door bijvoorbeeld ammoniak een veelvoud aan beheermaatregelen vraagt dan zonder die belasting het geval zou zijn geweest. In het rondetafelgesprek met provincies en gemeenten is opnieuw bevestigd dat de veel te hoge ammoniakbelasting het natuurbeheer schreeuwend duur maakt. De Partij voor de Dieren vindt het onvoorstelbaar dat de veehouderij onze natuurgebieden ernstig beschadigt, en dat die schade steeds weer met grote hoeveelheden publiek geld moet worden beperkt. Onderschrijft de staatssecretaris de constatering dat hier sprake is van een scheve verhouding tussen sectorbelangen en het algemeen belang, waarbij de eerste prevaleert boven de tweede? Zo neen, waarom niet? De Partij voor de Dieren wil weten hoe hoog de kosten zijn van de ammoniakbelasting op onze natuur en wat de aard en intensiteit is van de beheerinspanningen die moeten worden geleverd om de ammoniakschade aan natuurgebieden te beperken. Is de staatssecretaris bereid deze kosten inzichtelijk te maken en de Kamer een analyse te doen toekomen van de verhouding tussen ammoniakbelasting op en beheer van natuurgebieden?

Bij voortzetting van het huidige beleid zal maar van 45% van de VHR soorten en typische soorten in 2020 een duurzaam behoud gegarandeerd zijn, volgens de PBL studie. Dit betekent dat 65% van de soorten het gevaar lopen, achteruit te gaan en zelfs te verdwijnen. Dit staat haaks op de afspraken van de VHR en CBD. Onderschrijft de staatssecretaris dit? Uit de quick scan blijkt dat het duurzaam behoud vergroot kan worden door de ruilgronden in te zetten. Is de staatssecretaris bereid bij provincies aan te dringen op het inzetten van ruilgronden? Zo ja, op welke wijze en termijn? Zo neen, waarom niet?

Nederland heeft lang geleden haar handtekening gezet onder de Vogel- en Habitatrichtlijn. Daarin staan regels die moeten verhinderen dat onze veelzijdige unieke natuur vernietigd wordt voor asfalt en stallen. De Partij voor de Dieren is benieuwd naar de Europese boetes die dit kabinet voorziet wanneer Nederland de afspraken uit de VHR niet nakomt. Met welk bedrag wordt rekening gehouden en op welke begroting kunnen we die post terugvinden?

Uit de nieuwste brief is weer gebleken dat de daadkracht ver te zoeken is. In plaats van daadkrachtig alle aangemelde gebieden in 2010 definitief aan te melden, zijn nu alleen nog maar gebieden aangewezen waar geen problemen zijn met stikstof of water. Een niet te verwaarlozen detail is dat voor de gebieden die nu nog niet definitief aangemeld zijn, al wel het verslechteringsverbod geldt en passende maatregelen genomen dienen te worden om te voorkomen dat de natuurkwaliteit van het betreffende gebied achteruit gaat. Worden er in de nog niet definitief aangemelde gebieden nu passende maatregelen genomen om verslechtering gekomen? Zo ja, kunt u hier enkele voorbeelden van de afgelopen maanden noemen? Zo neen, is er niet juist een groot risico op verslechtering gezien stikstof en water belangrijke knelpunten vormen en nogmaals: met welke boetebedragen houdt u rekening nu het erop lijkt dat Nederland deze afspraak niet nakomt?

In de brief over de voortgang Natura 2000 staat dat Nederland de Europese verplichtingen zal nakomen, “al zal dat soms op een andere manier moeten dan voorzien”. Wat wordt hier concreet mee bedoeld? Onderschrijft de staatssecretaris dat Nederland een inspanningsverplichting heeft om de doelen te halen? Onderschrijft de staatssecretaris dat verslechtering voorkomen moet worden? Onderschrijft de staatssecretaris gezien op dit moment 92% van de natura 2000 habitats geen gunstige staat van instandhouding heeft maatregelen zijn? Zo neen, waarom niet?

Dat er een spanning tussen landbouw en natuur zit is bekend. Door de houding van de overheid kan die echter verminderd worden. Het signaal wat het kabinet nu uitstraalt is dat de enige natuur waar we trost op kunnen zijn, de boerenweides zijn. Het beleid van dit kabinet kan dan ook leiden tot een polarisatie op het platteland, waarbij particulieren, boeren en natuurbeschermers lijnrecht tegen over elkaar staan. Het zou daarom helpen als vanuit de overheid veel meer gewezen wordt op de voordelen en positieve kanten van Natura 2000. Zo komen in Nederland 51 van de 198 habitattypen voor. Dus in ons kleine landje is 25% van de totale Europese verscheidenheid van natuur te zien. We hebben hier uiterwaarden, rivieren, heiden, laagveenmoerassen, zandverstuivingen, dotterbloemhooilanden, hoogveen, soortenrijke graslanden, struwelen en bossen. Dat moeten we koesteren en beschermen en daar mogen we dan ook trots op zijn.

De staatssecretaris geeft aan in mei met een nieuw pakket maatregel in het kader van Natura 2000 te komen. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn zeer benieuwd naar dit pakket, maar zijn bij voorbaat niet hoopvol gestemd. In mei mogen we ook de uitwerking van het samenvoegen van gebieden om externe werking beter hanteerbaar te maken zien, onder meer in Twente. Gezien het bereiken van de doelen op dit moment al moeilijk is, is het wel een zeer positieve instelling dat koehandel tussen gebieden de oplossing vormt van onze structurele overbelasting op de natuur. Is de staatssecretaris bereid in de mei brief in te gaan op dit idee en hoe dit concreet vorm gegeven gaat worden? Deelt de staatssecretaris de mening dat het uitruilen van waarden tussen gebieden alleen kan werken als er een goede monitoring plaats vindt, er gedegen ecologische kennis is en het gekoppeld gaat aan het hand-aan-kraan principe? Zo neen, waarom niet? Deelt de staatssecretaris de mening dat in Twente de depositie al zo hoog is dat in alle gebieden een daling in depositie nodig is om aan het verslechteringsbeginsel te kunnen voldoen? Zo neen op welke wetenschappelijke inzichten baseert u dit?

Ook komt er in mei duidelijkheid over gebieden waar waterveiligheid aan de orde is. Kan de staatssecretaris enkele van deze gebieden noemen? Onderschrijft de staatssecretaris de constatering dat Nederland dankzij haar ligging een belangrijke verantwoordelijkheid in Europa heeft aangaande deltanatuur? Zo neen, waarom niet? Het grootste deel van de Nederlandse natuur heeft nu juist te lijden onder te weinig water. Ondanks het anti-verdrogingsbeleid, is slecht 1% van de taakstelling gerealiseerd. Is de staatssecretaris voornemens om ook partners aan te sporen snel verbeteringen door te voeren om de verdroging tegen te gaan? Zo ja, op welke wijze en termijn? Zo neen, waarom niet?

Voor vogelsoorten waarmee het goed gaat wil de staatssecretaris de doelen verlagen. Het gaat met bijvoorbeeld de Nederlandse broedvogels, zoals de grutto en kievit echter steeds slechter. Is de staatssecretaris van plan om naast het verlagen van doelen, ook doelen te verhogen van soorten waarvan de trend negatief is? Zo ja, om welke soorten gaat het? Zo neen, waarom niet?

Verbijsterd is de Partij voor de Dieren ook over het voornemen van het kabinet om de beschermde natuurmonumenten hun status te ontnemen. Het gaat hier over vijftig jaar aan succesvol beleid, bedoeld om de meest waardevolle (versnipperde) natuur in particulier eigendom te beschermen. Hierdoor zijn gebieden aangewezen waar zeldzame planten en dieren en natuurlijke waterstromen en vegetatietypes zijn behouden voor onze generatie. Denkt de staatssecretaris dat het voortbestaan van deze unieke waarden, waarvan onderdelen behoren tot internationale verplichtingen, voor toekomstige generaties behouden nog blijven? Zo ja, op welke inzichten is dit gebaseerd, als er geen wettelijke bescherming is geregeld? Zo neen, op welke wijze is het te onderbouwen dat bescherming van meer dan 50 jaar opeens onnodig zou zijn?

Om het ondernemers makkelijker te maken wil de staatssecretaris de vergunningsplicht afschaffen. Dat lijkt een handreiking aan ondernemers, maar zal de onduidelijkheid alleen maar vergroten én de rechtspositie van ondernemers onzeker maken. Bij het afschaffen van de vergunningsplicht namelijk zeker zijn voor welke projecten of plannen op voorhand kan worden uitgesloten dat er significante effecten optreden. Als deze zekerheid er niet is moet een passende beoordeling alsnog uitgevoerd worden. Op welke wijze denkt de staatssecretaris dit voornemen concreet te gaan invullen? Komt er een lijst van activiteiten die niet vergunningsplichtig zijn? Was het al niet zo dat in het beheerplan geregeld wordt welke activiteiten van vergunning vrij gesteld zijn? Betekent dit dat er een meldingsplicht komt voor nieuwe plannen of projecten, waarna het bevoegd gezag bepaalt of er een Natuurbeschermingswet vergunning vereist is? Op welke wijze denkt de staatssecretaris dat het risico op nog meer juridisering en gerechtelijke zaken vermeden kan worden, als plannen niet op voorhand een toetsing aan de Natuurbeschermingswet ondergaan?

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn blij met het voornemen van de staatssecretaris om te kijken of Nederland de richtlijnen juist heeft geïmplementeerd en uitgevoerd. Het zal duidelijk zijn dat de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren daar grote vraagtekens bij hebben.