Inbreng Schrif­telijk Overleg Landbouw- en Visse­rijraad


24 april 2012

Overdraagbare visserijconcessies.
De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn van mening dat uit hetgeen de staatssecretaris in de geannoteerde agenda schrijft over overdraagbare visserijconcessies inzake de hervormingen van het GVB niet voldoende blijkt dat hiermee ook echt de overcapaciteit van de Europese vloot effectief zal worden hervormd en verkleind, terwijl dit onmisbaar is om de overbevissing effectief aan te pakken. Deelt de staatssecretaris de mening dat maatregelen om de vlootcapaciteit te verminderen niet mogen leiden tot de verdere concentratie van macht en middelen in de handen van slechts een klein aantal grote spelers omdat zij toevallig het meest economisch levensvatbaar zijn? Deelt de staatssecretaris de mening dat juist de invoering van overdraagbare visserijconcessies zal bijdragen aan het bevooroordeling van de economisch meest vermogende exploitanten? Zo nee, waarom niet en kan hij uiteenzetten op basis waarvan hij dit kan garanderen? Zo ja, hoe beoordeelt de staatssecretaris in dit licht zijn sympathieke houding ten opzichte van het voorgestelde stelsel van overdraagbare visserijconcessies? Deelt de staatssecretaris de mening dat de toewijzing van toegang tot vangstmogelijkheden niet enkel op basis van het economische vermogen van de exploitant mag geschieden maar dat bij deze toewijzing in acht zou moeten worden genomen hoe groot de bijdrage van individuele exploitanten is aan de overbevissing van visbestanden en schade aan het mariene ecosysteem? Zo nee, kan de staatssecretaris dan uitleggen waarom hij dit niet van belang acht? Deelt de staatssecretaris de mening dat het stelsel van overdraagbare visserijconcessies niet voldoende rekening houdt met deze factoren? Deelt de staatssecretaris de mening dat toewijzing van de toegang tot de visbestanden juist gezien zou moeten worden als een voorrecht met daaraan verbonden duidelijke verplichtingen? Zo ja, op welke wijze wil de staatssecretaris dit bewerkstelligen?
De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn van mening dat er niet langer gewacht kan worden met het effectief aanpakken van de overbevissing. Zij zijn van mening dat hiervoor criteria benodigd zijn die de toegang tot visserijbronnen prioriteren en verdelen op basis van een voorkeursbeleid ten opzicht van exploitanten die het minste impact hebben op de ecologische leefomgeving, die vissen in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving, en die opereren binnen en bijdragen aan lokale kustgemeenschappen. De leden van de Partij voor de Dieren constateren dat deze gedetailleerde criteria, doelen en een daarbij behorende tijdsplanning om de overcapaciteit af te bouwen nog steeds ontbreken in de herziening van het GVB. Graag ontvangen de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren een reactie hierop. Is de staatssecretaris bereid dit gemis en de zorgen die hierover bestaan in Brussel aan te kaarten? Zo nee, waarom niet?

Onderhandelingsmandaat visserijprotocol met Salomonseilanden.
De Commissie is opnieuw van plan een tonijnakkoord te sluiten met de Salomonseilanden voor vier EU-vaartuigen, wat betekent dat er Europees belastinggeld waaraan de Nederlandse belastingbetaler bijdraagt zal worden uitgegeven om Franse en Spaanse vissers te laten vissen op tonijnen in de Stille Oceaan. Met dit onderhandelingsmandaat wil de staatssecretaris toestaan om bedreigde tonijnsoorten te mogen vangen en daarbovenop zal een belangrijk deel van de bijvangst ook bestaan uit bedreigde tonijnsoorten. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben met verbazing kennis genomen van hetgeen de staatssecretaris hierover schrijft in de geagendeerde agenda. De staatssecretaris schrijft dat hij voornemens is met het mandaat in te stemmen, maar vervolgens schrijft hij dat de afspraken over het tonijnbeheer en de evaluatie pas in juni beschikbaar komen. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn van mening dat Nederland niet moet instemmen met tonijnakkoorden maar dat de staatssecretaris zeker niet het voornemen in Brussel kan uitspreken om in te stemmen met dit akkoord nog zonder dat de Kamer gedegen inzicht heeft gekregen in de afspraken die zijn gemaakt in de betreffende regionale beheerorganisatie en zonder dat de evaluatie daarvan, die pas in juni beschikbaar komt, beschikbaar is. Waarom kiest de staatssecretaris er voor zijn voornemen om in stemmen al in Brussel uit te spreken, terwijl de informatie om een gedegen afwegen hierin te maken nog niet eens beschikbaar is? Kan de staatssecretaris de Kamer toezeggen niet zijn voornemen uit te spreken in te stemmen met het onderhandelingsmandaat met de Salomonseilanden alvorens de onderhandelingsresultaten en een evaluatie van het visserijprotocol inzichtelijk zijn en de Kamer daarover heeft kunnen meebeslissen? Zo nee, waarom niet? De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren graag de evaluatie inzake het visserijprotocol met de Salomonseilanden zodra deze beschikbaar komt. Kan de staatssecretaris dit toezeggen? Kan de staatssecretaris tezamen met de evaluatie van het visserijprotocol zijn reactie op het de onderhandelingsresultaten bijvoegen?