Inbreng SO Economics of Ecosystems and Biodi­versity (TEEB)


9 oktober 2013

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben met interesse kennis genomen van de brieven, de TEEB studies en de uitvoeringsagenda natuurlijk kapitaal. Deze leden hebben nog enkele vragen en opmerkingen die zij de staatssecretaris graag willen voorleggen.

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vinden het nuttig om te weten wat de economische waarde van natuur is, maar wijzen erop dat natuur bovenal een intrinsieke waarde heeft en dat niet alles van waarde in geld is uit te drukken. Bovendien zou het triest, simplistisch en volstrekt onvoldoende zijn als natuur alleen beschermd zou worden met dollartekens in de ogen. De ecologische crisis is gebaat bij een aanpak die alles wat van waarde is, en de belangen van alle aardbewoners, meetelt. Graag een reactie.

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren menen dat economische waarderingen van ecosysteemdiensten relatief, wisselvallig en vaak onbetrouwbaar zijn. In sommige gevallen kunnen ze een ruwe indicatie geven van de waarde die een ecosysteem toevoegt aan onze economie, maar ze bieden geen solide basis voor lange termijnbescherming. Om een voorbeeld te noemen.: een bijenkolonie in Costa Rica werd op 60.000 dollar gewaardeerd, tot de omgeving van koffieteelt omschakelde naar ananas. In tegenstelling tot koffie heeft ananas geen bestuiving nodig en de economische waarde van de bijen daalde opeens naar 0. Maar zou de leefomgeving van de bijen als waardeloos worden vernietigd, dan kunnen de boeren nooit meer terug naar koffieplantages. Erkent de staatssecretaris deze tekortkomingen van de TEEB methode en hoe neemt de staatssecretaris potentiele economische functies mee in de berekening?

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren wijzen op de constatering van de ecoloog Richard Norgaard dat de waarde die de natuur aan de economie toevoegt, moeilijk terug te voeren is op één soort of één gebied, maar intrinsiek is aan het systeem als geheel. Zo is de hoeveelheid broeikasgas die een bos op kan nemen niet simpelweg een optelsom van de absorptievermogens van een ‘x’ aantal bomen, maar zeer variabel, moeilijk te meten en afhankelijk van een veelheid aan interne en externe factoren. Veel is ook nog onbekend over het functioneren van ecosystemen, waardoor het riskant is om een eenvoudige economische kosten-baten benadering toe te passen op hun bescherming. Erkent de staatssecretaris deze tekortkomingen van de TEEB methode en zo ja, hoe voorkomt zij een simplificatie van de economische waarde van de natuur?

De leden van de fractie van Partij voor de Dieren zijn van mening dat economische waarderingen vooral van waarde zijn om de totale afhankelijkheid te illustreren van onze economie van de wereldwijde ecosystemen. Economische waarderingen mogen niet worden opgevat als wisselkoersen, omdat natuur nu eenmaal niet inwisselbaar is voor geld. Er moet rekening worden gehouden met de onomkeerbaarheid van transacties en met het voorzorgsbeginsel. Immers, een diersoort die eenmaal is uitgestorven komt nooit meer terug. Deelt de staatssecretaris deze mening? Is zij met ons van mening is dat ook dier- en plantensoorten die géén economische bijdrage leveren, of die economische kosten veroorzaken, in principe het beschermen waard zijn? Deze leden zijn benieuwd naar de motivering van de staatssecretaris.

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren menen dat met een goede economische onderbouwing de waardering van natuur niet compleet is. Want hoe waardeer je bijvoorbeeld hardlopen in de natuur financieel? Vaak wordt hier gekozen voor wat iemand bereid is voor een ecosysteemdienst te betalen, maar dit is een zeer onbetrouwbare en subjectieve meetmethode is die niet aansluit bij de manier waarop mensen over natuur denken. Zo bleek dat mensen ongeveer hetzelfde bedrag wilden betalen voor het beschermen van 2000, 20.000 en 200.000 vogels. Ook is het bedrag dat mensen willen besteden zeer afhankelijk van wat iemand te besteden heeft. En dat is in Nederland anders dat bijvoorbeeld in Brazilië, omdat de te besteden middelen verschillen. Maar zou dat dan betekenen dat de natuur hier waardevoller is dan daar? Daarbovenop bestaat een monetaire eenheid niet altijd in het referentiekader van inheemse volkeren. Hoe ziet de staatssecretaris deze scheve waardering en wat doet zij eraan om in internationaal verband te voorkomen dat de arme landen minder natuur krijgen omdat we die kunstmatig te goedkoop hebben berekend? Is zij van mening dat het beprijzen op basis van ‘bereidheid om te betalen’ en ‘schaduwbeprijzing’ een onevenredig nadeel geeft voor armere landen en inheemse volkeren? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe gaat zij negatieve effecten voorkomen?

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren wijzen erop dat wilde dieren volledig van hun natuurlijke leefomgeving afhankelijk zijn. Wilde dieren hebben een belang bij een schone en gezonde leefomgeving. Hun belang wordt niet meegenomen in de TEEB methode. Ziet de staatssecretaris deze beperking van de TEEB-studies en is zij met ons van mening dat daardoor de economische waarde van natuur uitgedrukt in geld nooit alle belangen vertegenwoordigt? Zo nee, waarom niet?

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren wijzen op de kritische analyse van het Planbureau voor de Leefomgeving. Het Planbureau stelt onomwonden dat ‘Waarde van natuur niet altijd in geld uit te drukken’ is [1]. Bovendien wordt meestal niet de waarde van alle ecosysteemdiensten geschat. “De schattingen geven dus een onderschatting van de waarde van ecosystemen, waarbij niet in algemene termen is aan te geven hoe groot die onderschatting is.” aldus het Planbureau. Onderschrijft de staatssecretaris de analyse van het PBL? Gaat zij volgens hun advies “in het bijzonder het ‘vervuiler-betaalt-principe’, het ‘volledig-kosten-herstel-principe’ en het ‘profijt-beginsel’ intensiveren”? Zo ja, hoe en wanneer? En zo nee, waarom niet?

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn benieuwd hoe de staatssecretaris zou omgaan met de resultaten van een TEEB studie waaruit naar voren zou komen dat het economische rendabeler is om bijvoorbeeld een bos te kappen voor het hout en de grond te verkopen voor projectontwikkeling, dan het te behouden voor ecosysteemdiensten? Welke criteria en waarden neemt de staatssecretaris mee in haar afweging?

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn bezorgd over de verhouding tussen de TEEB methode en het biodiversiteitsverdrag. Zo schrijft het PBL [2] dat ecosysteemdiensten geen waarborg voor soortenrijkdom zijn. Voor het vastleggen van koolstof is het bijvoorbeeld van belang dat het bos lang blijft staan, maar niet hoe soortenrijk het bos is. Hoe verhoudt zich de TEEB methode volgens de staatssecretaris met tot beschermen van de biodiversiteit?

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren menen dat de belangrijkste redenen om een studie te doen naar de economische waarde van de natuur is om te voorkomen dat door korte termijn winstbejag de natuur wordt vernietigd voor ‘economische’ ontwikkeling. Daarmee wordt voorkomen dat de korte termijn economische belangen van enkelen, de lange termijn (economische) belangen van allen bedreigen. Maar een consequentie van de TEEB methode kan zijn dat het nog verder beprijzen, exploiteren, verknippen en verkopen van de natuur aan de hoogte bieder. Hoe gaat de staatssecretaris deze nadelen van de TEEB benadering voorkomen? Welke kansen en bedreigingen ziet de staatssecretaris in TEEB?

natuur aan de hoogte bieder. Hoe gaat de staatssecretaris deze nadelen van de TEEB benadering voorkomen? Welke kansen en bedreigingen ziet de staatssecretaris in TEEB?

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn benieuwd naar de reactie van de staatssecretaris op de analyse van TEEB door de Britse journalist Johnathan Watts, die schreef: “Eco-accounting alleen kan niet alles oplossen, maar ik zal met interesse volgen hoe deze initiatieven zich ontwikkelen. Om het te laten werken zal het veel saai werk vergen zoals meten, standaardiseren, reguleren en controleren. Maar de potentiele consequenties zijn enorm. Als het slecht wordt uitgevoerd kan dat het verder objectiveren, beprijzen, verknippen en verkopen aan de hoogste biedern van de natuur betekenen. Als het goed wordt gedaan zou het menselijke waarden kunnen herijken en, wie weet, kapitalisme meer veranderen van de natuur.”

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn van mening dat TEEB geslaagd is als het overheden wakker schudt en de grote noodzaak laat zien om de kostbaarste zaken die wij hebben te beschermen en de vervuiler te laten betalen. TEEB mag volgens deze leden niet worden opgevat als een handleiding om de natuur te vermarkten en natuurbescherming in te passen in het huidige economische systeem dat is gebaseerd op doorgeschoten marktdenken en economische groei.

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn benieuwd welke instrumenten uit de analyse van het TEEB-rapport van het PBL ter verbetering van het beheer van natuurlijk kapitaal de staatssecretaris gaat inzetten, en zo ja: hoe?

  • Het belonen van het in stand houden van ecosysteemdiensten.
  • Het hervormen en afschaffen van subsidies die het milieu schaden (‘perverse subsidies’).
  • Het tegengaan van biodiversiteitsverlies door regulering en beprijzing.
  • Het inzichtelijk maken van de toegevoegde waarde van beschermde natuurgebieden, met name voor de mensen in de gebieden zelf.
  • Het investeren in ecologische infrastructuur.

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren herkennen het voorbeeld van het PBL [3] van ‘perverse subsidies: de directe inkomenssteun van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. “Andere voorbeelden zijn de bestaande accijnskortingen voor rode diesel, het degressieve tarief voor de energiebelastingen, de vrijstelling voor kerosineaccijnzen voor de luchtvaart, vrijstellingen voor accijnzen op stookolie en diesel voor de scheepvaart, en een verlaagd btw-tarief voor vlees en sierteeltproducten. Deze instrumenten leiden tot de prikkel om meer milieubelastend te produceren of te consumeren.” Het PBL schrijft voorts: “Een korte evaluatie van het Nederlandse landbouw-, milieu- en natuurbeleid laat zien dat verscheidene subsidies, belastingen, beprijzingsmethoden en regels passen binnen het ecosysteemdienstenconcept. Het achterliggende doel daarbij is echter over het algemeen niet om biodiversiteit of ecosysteemdiensten te beschermen.” Deelt de staatssecretaris deze constatering? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat gaat de staatsecretaris doen om TEEB op de juiste wijze implementeren?

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn van mening dat als de TEEB methode wordt ingezet het volkomen duidelijk moet zijn dat het uiteindelijke doel en overkoepelende belang is om de natuur beter te beschermen en niet om de natuur te exploiteren? Is de staatsecretaris dat met deze leden eens?

[1] http://www.pbl.nl/publicaties/2010/De-betekenis-van-TEEB-voor-Nederland

[2] Planbureau voor de Leefomgeving: Wat natuur de mens biedt

[3] Planbureau voor de Leefomgeving: De betekenis van TEEB voor Nederland