Inbreng Verslag Verbod pels­dier­hou­derij


12 juni 2012

De leden van de Partij voor de Dieren zijn van het begin af aan verheugd geweest over het initiatiefwetsvoorstel houdende een verbod op de pelsdierhouderij, omdat daarmee een einde gaat komen aan een sector waar geen enkele rechtvaardiging voor is. Bont is immers onethisch, onnodig, veroorzaakt enorm veel leed en is milieuvervuilend. De fractie van de Partij voor de Dieren blijft teleurgesteld dat er destijds is gekozen voor een overgangstermijn in plaats van een direct verbod met warme sanering, maar realiseert zich dat voor deze weg geen meerderheid bestond. Sinds de motie-Swildens c.s. door een Kamermeerderheid in 1999 werd aangenomen, is Nederland nog steeds geen verbod rijker, maar wel het leven van meer dan 60 miljoen nertsen armer. Met grote teleurstelling constateren de leden dat pas in 2024 het onnodige nertsenleed een halt toegeroepen kan worden, en dat – met het geschatte aantal van inmiddels 10 miljoen nertsen per jaar – we dan zo’n 100 miljoen nertsen verder zijn. De politiek kan en mag niet langer achter de feiten aanlopen en de weerstand en zorgen van de Nederlandse bevolking negeren. Het heeft simpelweg te lang geduurd. De leden van de Partij voor de Dieren-fractie blijven het wetsvoorstel steunen, ook al is de overgangstermijn inmiddels nog langer opgerekt. Het belangrijkste is dat het verbod op het fokken van dieren voor hun pels definitief van kracht wordt. Ook de tweede novelle die nu voorligt wordt door de leden van de Partij voor de Dieren gezien als een noodzakelijke aanpassing van het aanvankelijke wetsvoorstel. De leden beoordelen de novelle positief.

De leden van de Partij voor de Dieren hebben begrip voor het oogmerk van de indieners om de nertsenhouders hun investeringen terug te laten verdienen. De eerste novelle biedt ondernemers ruim de tijd om hun bedrijfsvoering toe te passen aan het naderend verbod. De niet-verplichte compenserende maatregelen die in de tweede novelle voorliggen bieden ondernemers zekerheid inzake pensioen en fiscale zaken. Ook de niet-verplichte compensatie van sloopkosten biedt de ondernemers extra zekerheid.

Met grote zorg hebben de leden van de Partij voor de dieren kennis genomen van de forse uitbreiding van de pelsdierhouderij sector. Cijfers laten vanaf de indiening van het wetsvoorstel in 2006 een explosieve toename zien van 42% moederdieren op nertsenhouderijen (Statline, Centraal Bureau voor de Statistiek), nu bijna een miljoen in totaal. Het aantal nertsen zelf is sterk gegroeid. Kunnen de indieners of de staatssecretaris daar de meest recente cijfers over aanleveren? Onbegrijpelijk vinden de leden dan ook de claim van de Nederlandse Federatie van Edelpelsdierhouders voor schadevergoeding: de nertsenfokkers hebben willens en wetens uitgebreid, terwijl zij geacht konden worden te weten dat een verbod aanstaande zou zijn. Op welke wijze hebben de indieners deze onverantwoorde toename meegewogen in de compensatiemaatregelen in de voorliggende novelle? Delen de inititiatiefnemers tevens de mening dat het zeer onwenselijk is dat de sector verder uitbreidt?

Bont anno 2012 kan echt niet meer. Deze mening is niet alleen de leden van de Partij voor de Dieren toegedaan, maar een overgrote meerderheid van de Nederlanders. Het vorige week verschenen rapport ‘Denken over Dieren’ bevestigt nogmaals dat er geen draagvlak meer is voor bont en pelsdierhouderij in Nederland. Het onderzoek concludeert dat het merendeel van de Nederlanders het belang van nertsen zwaarder vindt wegen “dan de belangen van de mens”, waarmee gedoeld wordt op de ondernemer en de bontdrager. De leden van de Partij voor de Dieren steunen de initiatiefnemers om deze maatschappelijke waarden eindelijk politiek te vertalen in een totaalverbod op het fokken van dieren voor hun pels.