Inbreng verslag Voorstel van wet van het lid Ouwehand tot wijziging van de Wet dieren in verband met de invoering van een algehele plicht tot bedwelming van dieren voor­af­gaand aan de slacht


10 december 2019

Inbreng verslag Voorstel van wet van het lid Ouwehand tot wijziging van de Wet dieren in verband met de invoering van een algehele plicht tot bedwelming van dieren voorafgaand aan de slacht

I. ALGEMEEN

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben met instemming kennisgenomen van het voorliggende initiatief wetsvoorstel. De leden hebben hierover nog enkele vragen.

1. Inleiding

De indiener schrijft dat het sinds 1 juni 1922 wettelijk verplicht is om dieren voorafgaand aan de slacht te bedwelmen vanwege de morele plicht van de overheid om het lijden van slachtdieren zoveel mogelijk te beperken. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vragen de indiener of de noodzaak om dieren voorafgaand aan de slacht te bedwelmen sindsdien door wetenschappers of dierenartsen in twijfel is getrokken of is weerlegd?

2. Aanleiding en achtergrond

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vragen de indiener waarom zij niet heeft gekozen voor het instellen van een verbod op de import van vlees afkomstig van dieren die onbedwelmd zijn geslacht. Het voorstel van de indiener behelst een verbod op de praktijk van het onverdoofd slachten in Nederland, maar niet op de consumptie van vlees afkomstig van dieren die elders onbedwelmd zijn geslacht. Het eten van vlees is echter geen religieuze verplichting. Zou om die reden niet ook de import van vlees afkomstig van elders onbedwelmd geslachte dieren aan banden moeten worden gelegd?

Kan de indiener nader toelichten waarom niet is gekozen voor een minder vergaand voorstel, zoals het invoeren van een verplichting tot post cut stunning, het bedwelmen van een dier na het aanbrengen van de halssnede?

In de memorie van toelichting schetst de indiener de discussie over het onverdoofd slachten van dieren in binnen- en buitenland. De leden van de Partij voor de Dierenfractie hebben hierover nog enkele vragen.

Hoe staat het met de acceptatie van reversibele bedwelmingsmethoden binnen de islamitische en israëlitische geloofsgemeenschap wereldwijd? Welke landen accepteren vlees van bedwelmd ritueel geslachte dieren?

Hoe staat het met de acceptatie van reversibele bedwelmingsmethoden onder religieuze autoriteiten (waaronder halal- en koosjer-keurmerken) in Nederland?

Op welke schaal wordt er in Nederland op dit moment al bedwelmd ritueel geslacht?

Is er sinds het indienen van voorliggend wetsvoorstel meer bekend geworden over de huidige uitvoeringspraktijk van het onverdoofd slachten? Zijn in alle slachthuizen de verbeteringen (‘technische verfijningen’) doorgevoerd die in het tweede advies van de Wetenschappelijke Advies Commissie (WAC) zijn beschreven?

Kan de indiener nader toelichten waarom de afspraken uit het convenant onbedwelmd slachten niet voldoende zijn om het leed bij het slachten te beperken? Verwacht de indiener dat de afspraken die zijn vastgelegd in het convenant verder kunnen worden verbeterd om tegemoet te komen aan het doel dat dit wetsvoorstel beoogt?

De indiener schrijft dat een deel van de afspraken die zijn gemaakt met de convenantpartners nog altijd niet is uitgewerkt of ingevoerd, namelijk de afspraken met betrekking tot het beperken van het aantal dieren dat onverdoofd wordt geslacht tot het aantal dat op basis van de (binnenlandse) behoefte aan halal en koosjer vlees noodzakelijk is en het beloofde systeem van etikettering en gescheiden verkoopkanalen. De leden van fractie van de Partij voor de Dieren constateren dat het hierdoor nog altijd mogelijk is dat dit vlees wordt geëxporteerd en bovendien dat consumenten zonder het te (kunnen) weten vlees kopen of consumeren dat afkomstig is van dieren die halal of koosjer zijn geslacht. Dit is naar de mening van de leden onacceptabel, mede gelet op het feit dat de minister van LNV in de discussie over de transparantie over het lijden van dieren die worden gefokt, gebruikt en gedood in de veehouderij, steevast verwijst naar de plicht die de consument heeft om na te gaan waar zijn of haar voedsel vandaan komt.

Tot slot vragen de leden aandacht voor het lot van geiten- en schapenlammetjes die worden geboren in de zuivelsector. In Nederland is de afzetmarkt voor het vlees van geiten die als ‘bijproduct’ worden geboren om de melkproductie van hun moeders op gang te houden, bijvoorbeeld beperkt. De Joodse en Islamitische consument is belangrijk voor de Nederlandse schapen- en geitenvleessector, stelt de Vereniging voor de regionale slachterijen en vleesbedrijven.[1] Veel geiten(lammetjes) worden onverdoofd geslacht, zodat hun vlees als halal kan worden verkocht. Ook meer dan de helft van het vlees van in Nederland geslachte schapen en lammetjes is bestemd voor de halal markt.

Is de Nederlandse consument die geitenkaas koopt zich bewust van het feit dat naast ieder stukje geitenkaas of schapenkaas ook een stukje halal vlees ligt, vragen de leden zich af? Zou ook hier niet meer transparantie over moeten zijn? En speelt deze problematiek niet ook bij de kalfjes die geboren worden in de melkveehouderij?

[1] Position paper van de Vereniging voor de regionale slachterijen en vleesbedrijven: https://www.tweedekamer.nl/downloads/document?id=018f388b-8edb-462e-bd7c-a5dea876e50a&title=Position%20paper%20VSV%20t.b.v.%20hoorzitting%2Frondetafelgesprek%20Algehele%20plicht%20tot%20bedwelming%20van%20dieren%20voorafgaand%20aan%20de%20slacht%20d.d.%2025%20september%202019.pdf