Opinie: Grote melk­vee­be­drijven zijn ten dode opge­schreven


10 november 2014

Gepubliceerd in Volkskrant, 10 november

De investeringen in enorme melkveebedrijven, die op dit moment uit de grond worden gestampt, zijn gebaseerd op het tijdelijk uitmelken van een onduurzame en onrendabele sector. De op handen zijnde Melkveewet van staatssecretaris Dijksma die dezer dagen in de Kamer wordt besproken, werkt deze ontwikkeling in de hand.

Uit de jaarverslagen van Friesland Campina en haar rechtsvoorgangers, blijkt dat het overgrote deel van de melk al decennia met verlies wordt verwerkt. Dat zit zo: rond de 75 procent van de melk wordt door Campina verwerkt tot kaas, boter en melkpoeder. Het is juist deze divisie die jaar op jaar verliezen maakt. Die verliezen worden goedgemaakt door de overige 25 procent van de melk. Dit deel van de melk gaat onder andere naar speciale poeders, babyvoeding, merkartikelen, 'gezondheidsdrankjes', yoghurt en gecondenseerde melk. En verder zijn er nog de vruchtendranken als Appelsientje en Cool Best die forse winsten opleveren.

Bij een normale multinational hadden ze allang gezegd: weg met die kaas, boter en poederbergen, maar bij deze multinational zijn de boeren niet alleen leverancier, maar ook eigenaar. Die gaan zolang er nog wat wordt verdiend, al is het nog zo inefficiënt, niet in eigen vlees snijden. En al helemaal niet als deze inefficiënte productie ook nog eens zwaar gesubsidieerd wordt door de Europese belastingbetaler.

Hoe kan een bedrijfstak die driekwart van het product met verlies produceert, ten koste van enorme schade voor biodiversiteit, natuur, klimaat en volksgezondheid gewoon zijn gang gaan? Wat is de legitimatie van die enorme verspilling van grondstoffen, de belasting van natuur en milieu, en het dierenleed dat ermee gepaard gaat? De melkveehouderij is vooral een cynische dans om het altaar van de subsidie-economie.

Natuurlijk, er wordt nogal eens beweerd dat schaalvergroting leidt tot verbeteringen op het gebied van milieu en dierenwelzijn. Maar de moderne, grote nieuwe ligboxstal in de melkveehouderij is alleen maar een grotere versie van de oude ligboxstal. In de eerste plaats ontworpen en gebouwd voor het gemak van de boer. Het is in de praktijk een groot dak bovenop een grote bak waar de urine en de mest van de dieren samenkomt. Daar ligt de oorzaak van het ammoniakprobleem.

Ook qua welzijn schieten de koeien niks op met een grote stal. Koeien rusten en herkauwen 16 uur per dag. Normaal horen ze dat in de wei te doen waar ze alle ruimte hebben, en een comfortabel grasmatje. In een stal verblijven ze in hun ligbox. Een zeer beperkte ruimte afgescheiden door ijzeren staven met een breedte van 115 centimeter en een lengte van 265 centimeter. Er ligt tegenwoordig wat stro of een waterbed op de grond.

Voor hun eten moeten ze naar het voerhek, over betonnen, vaak met mest en urine bezaaide vloeren. Er is niet aangetoond dat koeien in een moderne ligboxstal minder uierontsteking of pootproblemen hebben dan in een oude ligboxstal. De stallen zijn wel hoger, maar daar hebben de koeien niets aan. Ze kunnen nog steeds niet vliegen.

Er is wel meer ventilatie in een moderne stal, en daar heeft een koe wél wat aan. Maar dat doet een boer omdat een koe die het te warm krijgt minder melk geeft. De betere ventilatie zorgt voor een hogere melkgift, en dus voor een hogere belasting van de koe. De 'gebruiksduur' (zo spreekt de sector over dierenlevens) van een koe in een moderne stal is niet veel langer dan van een dier in een 'oude' stal. Sterker, in de oude situatie gaan koeien vaak langer mee omdat hun productieniveaus lager zijn.

Maar ook de boer gaat er door de uitbreidingen zelden op vooruit. Voorzover hij dat al niet was, is hij door de relatief hoge investering (5.000 tot 6.000 euro per koeplaats) slaaf geworden van de Rabobank. Daar komt de voerleverancier nog bij, want al die extra koeien moeten straks ook eten en zoveel voer kunnen de meeste boeren zelf niet produceren. Dat moet dus worden ingekocht. Vaak is er ook vreemde arbeid nodig om de zaak draaiende te houden. En zo zit de moderne melkveehouder straks met een mooie grote stal, en drie vaste kostenposten waarvan hij nu al weet dat die zich kunnen ontwikkelen tot een molensteen om de nek van zowel de boer als de koe.

De boer heeft zelf geen enkele invloed op de melkprijs en de hoogte van z'n subsidies, hij is overgeleverd aan ontwikkelingen in Brussel en op de wereldmarkt. Het agrarisch gezinsbedrijf is ten dode opgeschreven als gevolg van de druk tot verdergaande schaalvergroting. De melkveebedrijven verstikken het platteland en leveren geen enkele bijdrage aan het voeden van de wereld.

Integendeel. We melken de dieren en de aarde letterlijk uit, alsof er na ons geen generaties meer komen die ook recht hebben op een stabiel klimaat, een houdbare biodiversiteit en een leefbaar milieu. Zowel boeren als koeien zijn slachtoffer van een mentaliteit die uitsluitend gericht is op geld.

De stallen zijn wel hoger, maar koeien kunnen nog steeds niet vliegen

Marianne Thieme, fractievoorzitter Partij voor de Dieren

Wij staan voor:

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief