Minister sluit ogen voor werke­lijke situatie in dieren­tuinen


2 april 2009

Vandaag verscheen eindelijk de evaluatie van het Dierentuinenbesluit. De evaluatie werd uitgevoerd naar aanleiding van een aangenomen motie van de Partij voor de Dieren van juli 2007. In het onderzoek is gekeken naar de werking van het zes jaar oude Dierentuinenbesluit in de praktijk. Hier bleek duidelijk het een en ander aan te schorten, zowel op het gebied van de controle en handhaving als in de formulering van de doelen en normen uit het besluit.

Controles om na te gaan of de vergunning wordt nageleefd vinden veel te laat plaats, waarbij bovendien onduidelijk is hoe de huidige regelgeving moet worden geïnterpreteerd. De (welzijns)normen zijn zo open dat inspecteurs hier in de praktijk niet of nauwelijks mee uit de voeten kunnen. Hierdoor ontstaan conflicten en dreigen willekeur en rechtsongelijkheid. Daarnaast ontbraken tot begin dit jaar bruikbare sanctiemogelijkheden. Fouten in de administratie bestraffen met het intrekken van de vergunning ging de inspecteurs te ver, waardoor minder is opgetreden dan wenselijk was, aldus de onderzoekers.

De invulling van de educatieve functie blijkt bij iedere dierentuin zeer verschillend, voorschriften hiervoor zijn te summier en worden niet inhoudelijk getoetst. Daarbij wordt door de onderzoekers de kanttekening geplaatst dat de bestaansreden van dierentuinen niet uit het oog moet worden verloren: “bezoekers komen in de eerste plaats voor recreatieve doeleinden en zijn vaak niet op zoek naar educatie.” De Partij voor de Dieren ziet dit als de omgekeerde wereld: juist de educatieve functie wordt doorgaans genoemd als het bestaansrecht van dierentuinen. Wordt dit van ondergeschikt belang gemaakt, dan is dit grond voor een herbezinning op dit punt.

Ten aanzien van de fokprogramma’s waar dierentuinen verplicht aan moeten deelnemen blijkt dat de voorschriften duidelijk zijn. Terugplaatsing van dieren in de natuur gebeurt in de praktijk slechts sporadisch en de fok is gericht op het in stand houden van populaties in dierentuinen. Er ontstaat zo een dierentuinpopulatie van wilde dieren die na verloop van tijd mogelijk gaat afwijken van het wild. De Partij voor de Dieren vindt dit een zeer belangrijke constatering waar een bredere discussie over nodig is. De partij acht het opsluiten van wilde dieren louter ter vermaak niet meer van deze tijd en pleit voor een verschuiving van de functie van dierentuinen naar de opvang van dieren die zich in het wild niet langer kunnen handhaven.

Minister Verburg van LNV lijkt dit rapport te hebben gelezen met gesloten ogen. Zij concludeert in haar aanbiedingsbrief dat de Nederlandse dierentuinen overwegend voldoen aan de doelen van het Dierentuinenbesluit en houdt het bij enkele kleine wijzigingen van het besluit. De Partij voor de Dieren vindt dit onbegrijpelijk en wil op korte termijn een overleg over dit onderwerp.