Kamer­vragen aan de minister van LNV, OCW en VROM over volks­tuinen.


Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening, Milieubeheer over volkstuinen.

1. Kent u het bericht ‘maximaal 10 mille voor volkstuin’1?

2. Bent u met mij van mening dat volkstuinen een uitstekend middel zouden kunnen zijn om de betrokkenheid van burgers bij de productie van voedsel te vergroten?

3. Kunt u aangeven hoeveel volkstuinverenigingen in Nederland actief zijn en of het aantal volkstuinders toe- of afneemt? Kunt u ook schetsen waaraan deze toe- of afname valt toe te schrijven?

4. Kunt u aangeven of er landelijk beleid is om het volkstuinieren te stimuleren? Zo ja, welke bedragen worden daarvoor uitgetrokken en met welk doel? Zo neen, bent u bereid dergelijk beleid te ontwikkelen?

5. Bent u met mij van mening dat ook schooltuinen een uitstekend middel zouden kunnen vormen om kinderen te betrekken bij de herkomst van hun voedsel?

6. Kunt u aangeven of er landelijk beleid is om schooltuinieren te stimuleren? Zo ja, welke bedragen worden daarvoor uitgetrokken en met welk doel? Zo neen, bent u bereid dergelijk beleid te ontwikkelen?

7. Bent u bereid gemeenten te stimuleren om het gebruik van volkstuinen binnen hun grenzen te stimuleren? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet?

1www.noordhollandsdagblad.nl/nieuws/stadstreek/zaanstreek/article5001795.ece/Maximaal_10_mille_voor_volkstuin

Antwoorddatum: 9 sep. 2009

Geachte Voorzitter,

Hierbij bied ik u, mede namens de minister van LNV en de minister van OCW, de antwoorden aan op de schriftelijke vragen die zijn gesteld door het lid Thieme (PvdD).
De vragen zijn ingezonden op 13 augustus 2009 (kenmerk: 2009Z14703) en hebben betrekking op volkstuinen.

1
Kent u het bericht “Maximaal 10 mille voor volkstuin”?

Ja. Dit is een vervolg op het budget van 100.000 euro dat Zaanstad heeft ontvangen uit het ‘stimuleringsfonds volkstuinen’ van het Ministerie voor WWI.

2
Deelt u de mening dat volkstuinen een uitstekend middel zouden kunnen zijn om de betrokkenheid van burgers bij de productie van voedsel te vergroten?

In de Nota “Duurzaam voedsel, naar een duurzame consumptie en productie van ons voedsel” van juli 2009 is aangegeven dat het een belangrijke opgave is om de consument met zijn voedsel te verbinden en de consument bewust te maken van het belang van duurzaam en gezond voedsel en de herkomst ervan. Een volkstuin kan voor burgers/consumenten een goed middel zijn om die bewustwording te vergroten. Een groot deel van de volkstuinen wordt echter gebruikt als siertuin in plaats van als tuin voor voedselproductie.

3
Kunt u uiteenzetten hoeveel volkstuinverenigingen in Nederland actief zijn en of het aantal volkstuinders toe- of afneemt? Kunt u ook schetsen waaraan deze toe- of afname valt toe te schrijven?

Door verschillen in grootte van volkstuincomplexen en de manier waarop deze georganiseerd zijn, is geen exact aantal volkstuinverenigingen te noemen. Bij het AVVN, de landelijke organisatie van volkstuinders, zijn 215 verenigingen aangesloten. De schatting is dat er hiernaast nog 450 tot 550 al dan niet goed georganiseerde volkstuinverenigingen bestaan. Het aantal volkstuinders en of dit aantal toe- of afneemt is, mede om dezelfde reden, eveneens niet exact vast te stellen. Wel valt te constateren dat het areaal volkstuinen de laatste jaren is afgenomen en de wachtlijsten bij de meeste volkstuinverenigingen, die bij het AVVN zijn aangesloten, zijn gegroeid. Deze groeiende belangstelling komt met name van mensen die naar kortere banden met de natuur streven en die graag onverdacht voedsel verbouwen.

4
Kunt u uiteenzetten of er landelijk beleid is om het volkstuinieren te stimuleren? Zo ja, welke bedragen worden daarvoor uitgetrokken en met welk doel? Zo nee, bent u bereid dergelijk beleid te ontwikkelen?

In de Nota Ruimte is een verzoek aan gemeenten opgenomen om volkstuinen bij herstructurering zoveel mogelijk te ontzien en de aanleg van nieuwe volkstuinen te stimuleren. Om dit verzoek kracht bij te zetten heb ik samen met de landelijke vereniging van volkstuinders, het AVVN, een brochure opgesteld voor gemeenten, waarin handvatten worden gegeven voor het stimuleren en opwaarderen van volkstuinen. Tevens is er door de minister voor WWI in 2008 eenmalig een ‘stimuleringsfonds volkstuinen’ ingesteld, waaruit de G4 een bijdrage van 250.000 euro en de G27 een bijdrage van 100.000 euro konden ontvangen, voor uitbreiding en/of opwaardering van bestaande volkstuincomplexen. Uiteindelijk is aan 27 gemeenten een bijdrage verleend.

5
Deelt u de mening dat ook schooltuinen een uitstekend middel zouden kunnen vormen om kinderen te betrekken bij de herkomst van hun voedsel?

Een van de kerndoelen voor het onderwijs is “oriëntatie op jezelf en de wereld”. Dit kerndoel legt de scholen onder andere op aandacht te besteden aan de bouw van planten. Het is aan de scholen zelf om te bepalen hoe zij de kerndoelen realiseren. School- en volkstuinen kunnen hierin een rol spelen. Een deel van de scholen kiest ervoor om aan de hand van een schooltuin de leerlingen onderricht te geven over (ver)bouw van planten. Een andere manier om kinderen bij de herkomst van voedsel te betrekken is het aanbieden van ‘smaaklessen’. Ook hierin bepalen scholen zelf of zij er gebruik van willen maken.

6
Kunt u uiteenzetten of er landelijk beleid is om schooltuinieren te stimuleren? Zo ja, welke bedragen worden daarvoor uitgetrokken en met welk doel? Zo nee, bent u bereid dergelijk beleid te ontwikkelen?

Scholen zijn voor beschikbaarstelling van grond en middelen aangewezen op de lokale overheid. Gezien de rol van de lokale overheid ligt het niet voor de hand om landelijk beleid te ontwikkelen. De beleidsprioriteiten van het kabinet op het gebied van scholing liggen bij het verbeteren van taal- en rekenprestaties van leerlingen. Scholen moeten hiervoor de komende jaren een forse inspanning plegen en worden daarom niet belast met extra maatregelen. Dit sluit echter niet uit dat scholen ook via schooltuinactiviteiten invulling kunnen geven aan de taal- en rekenvaardigheden van hun leerlingen. In het kader van de uitvoering van de Nota “Kiezen, leren en meedoen, naar een effectieve inzet van natuur- en milieueducatie, 2008-2011” is een van acties gericht op het versterken van de buitenschoolse mogelijkheden van groene leer- en speelplekken, waaronder schooltuinen.

7
Bent u bereid gemeenten te stimuleren om het gebruik van volkstuinen binnen hun grenzen te stimuleren? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo nee, waarom niet?

Dit gebeurt al. Door de minister voor WWI is onlangs een ‘stimuleringsfonds volkstuinen’ ingesteld, waaruit de G4 een bijdrage van 250.000 euro en de G27 een bijdrage van 100.000 euro konden ontvangen, voor uitbreiding en/of opwaardering van bestaande volkstuincomplexen.

Hoogachtend,
de minister van Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,


dr. Jacqueline Cramer