Kamer­vragen aan de minister van LNV over de jaren­lange onnodige castratie van biggen


Vragen van het lid Thieme aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over de jarenlange onnodige castratie van biggen

  1. Kent u het bericht ‘Miljoenen biggen onnodig gecastreerd’1?
  2. Deelt u de mening van de onderzoekers dat er geen noodzaak is tot het castreren van biggen? Zo ja, welke consequenties verbindt u daaraan en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet?
  3. Kunt u aangeven hoe deze nieuwe inzichten zich verhouden tot de Gezondheids en Welzijnswet voor Dieren, artikel 40, lid 2 en artikel 3 van het onderliggende ingrepenbesluit waarin staat dat bedoelde ingrepen worden uitgevoerd op zodanige wijze dat bij het dier niet onnodig pijn of letsel wordt veroorzaakt en het dier niet meer dan nodig is in zijn functioneren wordt belemmerd? Kunt u daarbij aangeven op welke wijze het castreren van tien miljoen biggen per jaar zich specifiek verhoudt tot de bepaling ‘het dier niet onnodig pijn of letsel’ te veroorzaken? In hoeverre is volgens u castratie nog nodig?
  4. Deelt u de mening van de onderzoeksleider dat het wachten met het afschaffen van castreren tot 2015 overbodig is? Zo ja, waarom en welke consequenties verbindt u daaraan? Zo neen, waarom niet?
  5. Bent u bereid nog dit jaar een verbod op castratie in te voeren nu blijkt dat castratie een onnodige ingreep is? Zo ja, op welke termijn en op welke wijze? Zo neen, waarom niet en hoe verhoudt zich dit tot uw streven naar een diervriendelijke en duurzame veehouderij?

(1) De Volkskrant, 24 april 2008

Antwoorddatum: 2 jun. 2008

Geachte Voorzitter,

Hierbij stuur ik u de antwoorden op de vragen die zijn gesteld door het lid Thieme (PvdD) over het jarenlang onnodig castreren van biggen. Met de beantwoording op deze vragen voldoe ik tevens aan het verzoek van uw Kamer op initiatief van het lid Van Gent (GroenLinks) inzake het bericht dat er geen wetenschappelijke onderbouwing is voor de castratie van biggen.

1
Kent u het bericht “miljoenen biggen onnodig gecastreerd”? 1)

Ja.

2 en 4
Deelt u de mening van de onderzoekers dat er geen noodzaak is tot het castreren van biggen? Zo ja, welke consequenties verbindt u daaraan en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet?

Deelt u de mening van de onderzoeksleider dat het wachten met het afschaffen van castreren tot 2015 overbodig is? Zo ja, waarom en welke consequenties verbindt u daaraan? Zo neen, waarom niet?

Nee, dit is namelijk niet de conclusie van het onderzoek waaraan wordt gerefereerd.

3 en 5
Kunt u aangeven hoe deze nieuwe inzichten zich verhouden tot de GWWD, artikel 40, lid 2 en artikel 3 van het onderliggende Ingrepenbesluit waarin staat dat bedoelde ingrepen worden uitgevoerd op zodanige wijze dat bij het dier niet onnodig pijn of letsel wordt veroorzaakt en het dier niet meer dan nodig is in zijn functioneren wordt belemmerd?
Kunt u daarbij aangeven op welke wijze het castreren van 10 miljoen biggen per jaar zich specifiek verhoudt tot de bepaling “het dier niet onnodig pijn of letsel” te veroorzaken? In hoeverre is castratie volgens u nog nodig?
Bent u bereid nog dit jaar een verbod op castratie in te voeren nu blijkt dat castratie ene onnodige ingreep is? Zo ja, op welke termijn en op welke wijze? Zo neen, waarom niet en hoe verhoudt zich dit tot uw streven naar een diervriendelijke en duurzame veehouderij?

Zoals ik in de nota Dierenwelzijn heb aangegeven, ambieer ik, in samenwerking met partijen in de varkensvleesketen, zo snel mogelijk, maar uiterlijk per 2015 te stoppen met castreren. Deze ambitie is ook vastgelegd in de Verklaring van Noordwijk. Mannelijke varkens worden gecastreerd omdat het vlees van niet-gecastreerde varkens een onaan¬gename geur (berengeur) kan hebben, die bij het bakken en koken van vlees kan vrij¬komen. Al enkele jaren wordt onderzoek verricht naar de oorzaken voor het ontstaan van berengeur en naar oplossingen om te kunnen stoppen met castreren.

Dit voorjaar is door het LEI (onderdeel van Wageningen UR) een overzichtsnotitie “Beren op de weg” uitgebracht over de huidige stand van het onderzoek. Deze notitie bevat de resultaten van het onderzoek naar de economische effecten van het per direct stoppen met castreren in Nederland, het onderzoek naar de beleving van berengeur door de consument en beschrijft ook mogelijke oplossingsrichtingen om de kans op ontwikkeling van berengeur te verminderen, dan wel te voorkomen.

Deze onderzoeken hebben hoopgevende resultaten opgeleverd. Zo lijkt het probleem van het vóórkomen van berengeur kleiner dan gedacht. Dat brengt de oplossing mogelijker¬wijs ook sneller dichterbij. Maar er is nog meer inzet nodig om daadwerkelijk over de hele linie te kunnen stoppen met castreren. De komende jaren wordt met volle kracht ingezet om door een combinatie van fokkerij, management en detectie aan de slachtlijn zo spoedig mogelijk castratie achterwege te kunnen laten.

Voor de periode dat castreren nog wordt toegepast, ondersteun ik actief het traject van de ketenpartijen om te starten met verdoofd castreren. Al deze inspanningen zijn erop gericht om zo snel mogelijk pijn en letsel tijdens en na castratie te verminderen en op termijn te voorkomen.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,



G. Verburg