Kamer­vragen aan de ministers van Justitie en LNV over de Regeling Agres­sieve Dieren


Vragen van het lid Thieme aan de ministers van Justitie en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over de Regeling Agressieve Dieren

  1. Kent u het bericht ‘Odin overleeft zijn hoger beroep niet’? (1)
  2. Kunt u aangeven wat de reden is geweest voor het afmaken van de hond terwijl het hoger beroep nog moest plaatsvinden?
  3. Kunt u aangeven welke richtlijnen worden gehanteerd bij het bepalen van de maximale duur van de opvang van in beslag genomen dieren? Door wie zijn deze richtlijnen vastgesteld?
  4. Is het u bekend dat de eigenaar de kosten voor de opvang van de hond voor zijn rekening wilde nemen? Zo ja, kunt u aangeven in hoeverre dit is meegewogen in de beslissing om de hond niet langer op te vangen, maar over te gaan tot het afmaken van de hond?
  5. Deelt u de mening dat bij een zwaarwegend besluit als bij het afmaken van een hond een hoger beroep afgewacht dient te worden en dat eveneens de eigenaar moet worden geconsulteerd of ten minste vooraf op de hoogte worden gesteld? Zo nee, kunt u dit toelichten?
  6. Kunt u aangeven of de eigenaar van de hond de mogelijkheid is geboden om een contra-expertise aan te vragen? Zo ja, wat is hiervan het resultaat geweest? Zo neen, waarom niet?
  7. Kunt u aangeven in welk stadium de evaluatie van de Regeling Agressieve Dieren zich bevindt, in hoeverre maatschappelijke organisaties hierbij betrokken zijn en wanneer de resultaten naar de Kamer zullen worden verzonden?
  8. Kunt u aangeven hoeveel honden er in beslag zijn genomen in het kader van de Regeling Agressieve Dieren sinds het algemeen overleg over de regeling in juni 2007?
  9. Bent u bereid de inbeslagnames te staken tot de resultaten van de evaluatie van de regeling bekend zijn? Zo neen, waarom niet?

(1) http://www.ad.nl/rotterdam/stad/article2034638.ece

Antwoorddatum: 10 mrt. 2008

1
Kent u het bericht ‘Odin overleeft zijn hoger beroep niet’? 1)

Antwoord 1
Ja

2
Wat is de reden geweest voor het afmaken van de hond, terwijl het hoger beroep nog moest plaatsvinden?

4
Is het u bekend dat de eigenaar de kosten voor de opvang van de hond voor zijn rekening wilde nemen? Zo ja, kunt u aangeven in hoeverre dit is meegewogen in de beslissing om de hond niet langer op te vangen, maar over te gaan tot het afmaken van de hond?

5
Deelt u de mening dat bij een zwaarwegend besluit als bij het afmaken van een hond een hoger beroep afgewacht dient te worden en dat eveneens de eigenaar moet worden geconsulteerd of ten minste vooraf op de hoogte worden gesteld? Zo neen, kunt u dit toelichten?

6
Is de eigenaar van de hond de mogelijkheid geboden om een contra-expertise aan te vragen? Zo ja, wat is hiervan het resultaat geweest? Zo neen, waarom niet?

Antwoord 2, 4, 5 en 6

De politie heeft op 6 februari 2007 de hond inbeslaggenomen aangezien het vermoeden bestond dat genoemde hond een valse stamboom had en tot het pitbullterriërtype kon worden gerekend. Ingevolge artikel 73, eerste en tweede lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren mag men honden behorend tot het pitbullterriërtype niet fokken, invoeren, verhandelen of voorhanden hebben.

Op 6 februari 2007 heeft een deskundige van de Algemene Inspectie Dienst vastgesteld dat de hond behoort tot het pitbullterriërtype.

Aangezien de eigenaresse en schoonzoon tijdens de inbeslagname van de hond geen afstandsverklaring hadden ondertekend is afgezien van het aanbieden van een transactie ter voorkoming van vervolging en zijn zij gedagvaard voor de politierechter te Rotterdam. Gelijktijdig met de dagvaarding heeft het openbaar ministerie te Rotterdam de eigenaresse en haar schoonzoon in een brief bericht dat de hond in beslag zou worden gehouden totdat de politierechter een beslissing zou hebben genomen, waarbij is aangegeven dat dit enkele maanden tot een jaar zou kunnen duren.

Vervolgens hebben twee door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aangewezen personen en een exterieur keurmeester van de Raad van Beheer eveneens vastgesteld dat de hond behoort tot het pitbullterriërtype. Op verzoek van de verdediging heeft er een contra-expertise plaatsgevonden. De hiertoe ingeschakelde deskundige heeft vastgesteld dat de hond niet tot het pitbullterriërtype kon worden gerekend. De politierechter te Rotterdam heeft de verdachten (de eigenaresse en haar schoonzoon) op 31 mei 2007 veroordeeld tot een geldboete en voorts de onttrekking aan het verkeer van de hond bevolen.

De verdachten hebben tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld. Aangezien tussen de uitspraak van de rechtbank en de behandeling ter zitting in hoger beroep geruime tijd kan verstrijken , heeft de Officier van Justitie uit het oogpunt van dierenwelzijn en de hoge kosten van een voortdurende bewaring besloten het hoger beroep niet af te wachten en toepassing te geven aan artikel 117, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering juncto artikel 10, tweede lid, van het Besluit Inbeslaggenomen voorwerpen. Ingevolge genoemde artikelen heeft de Officier van Justitie de bevoegdheid om, vooruitlopend op een rechterlijke uitspraak, de bewaarder de opdracht te geven een inbeslaggenomen dier te laten inslapen. Dit kan alleen indien het dier niet geschikt is voor opslag, dan wel indien de kosten van de bewaring niet in redelijke verhouding staan tot de waarde van het dier. In aanvulling hierop verwijs ik naar de eerder door mij en de Minister van LNV aan u beantwoorde vragen over het euthanaseren van pups wegen te hoge kosten (Aanhangsel Handelingen II 2007/08, 425).

De verdachten hebben, door tussenkomst van een advocaat, op 12 juni 2007 een aanbod gedaan om de kosten voor de opvang van de hond voor hun rekening te nemen. Gelet op het bovengenoemde aspect van dierenwelzijn heeft de Officier van Justitie besloten het aanbod van de eigenaresse en de schoonzoon niet te accepteren. De Officier van Justitie heeft op 12 juni 2007 de advocaat bericht dat uitvoering zal worden gegeven aan de beslissing de hond te laten inslapen, hetgeen op 13 juli 2007 is geschied. Overigens hebben de eigenaresse en haar schoonzoon vlak voor de terechtzitting het hoger beroep ingetrokken.

3
Welke richtlijnen worden gehanteerd bij het bepalen van de maximale duur van de opvang van in beslag genomen dieren? Door wie zijn deze richtlijnen vastgesteld?

Antwoord 3
Er zijn geen richtlijnen voor het bepalen van de maximale duur van de opvang omdat deze afhankelijk is van de individuele omstandigheden van het geval.

7
In welk stadium bevindt zich de evaluatie van de Regeling Agressieve Dieren? In hoeverre zijn maatschappelijke organisaties hierbij betrokken? Wanneer zullen de resultaten naar de Kamer worden verzonden?

Antwoord 7
De Commissie van Wijzen is momenteel bezig met de evaluatie en zoals afgesproken zal ik voor deze zomer de Tweede Kamer over de bevindingen informeren. De Commissie hoort verschillende partijen die betrokken zijn bij de Regeling Agressieve Dieren.

8
Hoeveel honden zijn in beslag genomen in het kader van de Regeling Agressieve Dieren sinds het algemeen overleg over de regeling in juni 2007?

Antwoord 8
Van 19 juni 2007 tot en met 13 februari 2008 zijn er 311 pitbulls in beslag genomen.

9
Bent u bereid de inbeslagnames te staken tot de resultaten van de evaluatie van de regeling bekend zijn? Zo neen, waarom niet?

Antwoord 9
Zoals ik al eerder aan de Tweede Kamer heb medegedeeld vanaf de aankondiging van de evaluatie op 19 juni 2007 (laatstelijk tijdens het Notaoverleg van 28 januari jl., Kamerstukken II 2007/08, nr. 100), wacht ik de evaluatie van de Commissie van Wijzen RAD af, alvorens ik met een reactie kom. Ik wacht het rapport af en tot die tijd blijft de RAD van kracht.

Toelichting:
Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen ter zake van het lid Graus, ingezonden 12 februari 2008 (vraagnummer 2070811270)


1) http://www.ad.nl/rotterdam/stad/article2034638.ece