Kamer­vragen aan de ministers van LNV en van OCW over het gebruik van dieren in amuse­ments­pro­gramma\'s


Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het gebruik van dieren in amusementsprogramma's

1. Kent u het TROS programma “mijn vader is de beste1?

2. Kent u het programma onderdeel waarin tomaten gehapt moeten worden uit een bak met levende palingen?

3. Deelt u de mening dat het gebruik van dieren in amusementsprogramma’s als deze, zeker waar het welzijn van de dieren geschaad kan worden, niet thuishoort bij de publieke omroep? Zo ja, bent u bereid de publieke omroep hierop aan te spreken? Zo nee, waarom niet?

4. Deelt u de mening dat het bij herhaling schenden van dierenbelangen (eerder werden door de publieke omroep puppies verloot onder kinderen) er blijk van geeft dat de belangen van dieren bij de publieke omroep onvoldoende gewaarborgd zijn? Zo nee, waarom niet?

5. Bent u bereid tot het opstellen van een gedragscode, of het bevorderen dat zo’n gedragscode binnen de publieke omroep wordt opgesteld, waarin de omgang met dieren in het kader van televisieprogramma’s wordt gereguleerd en waarin het welzijn van de dieren het uitgangspunt vormt? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo nee, waarom niet?

1 http://www.zapp.nl/nieuws/17295-mijn-vader-is-de-beste

Antwoorddatum: 16 jun. 2010

Geachte Voorzitter,

Hierbij stuur ik u, mede namens de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), de antwoorden op vragen van het lid Thieme (PvdD) over het gebruik van dieren in amusementsprogramma's.

Vraag 1
Kent u het TROS-programma “Mijn vader is de beste”?

Antwoord
Ja.

Vraag 2
Kent u het programmaonderdeel waarin tomaten gehapt moeten worden uit een bak met levende palingen?

Antwoord
Ik heb daar enkele beelden van gezien.

Vraag 3
Deelt u de mening dat het gebruik van dieren in amusementsprogramma’s als deze, zeker waar het welzijn van de dieren geschaad kan worden, niet thuishoort bij de publieke omroep? Zo ja, bent u bereid de publieke omroep hierop aan te spreken? Zo nee, waarom niet?

Antwoord
Ik ben er niet op tegen dat dieren in televisieprogramma’s gebruikt worden, mits de programmamaker zich ervan vergewist dat het dier geschikt is om in die situatie te worden gebracht. Artikel 36 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren stelt namelijk dat het welzijn van dieren zonder redelijk doel niet benadeeld mag worden. Of in dit programma het welzijn van de dieren wel of niet is benadeeld, is niet zonder meer te bepalen.

Vraag 4
Deelt u de mening dat het bij herhaling schenden van dierenbelangen (eerder werden door de publieke omroep puppies verloot onder kinderen) blijk geeft van onvoldoende waarborg van de belangen van dieren bij de publieke omroep? Zo nee, waarom niet?

Vraag 5
Bent u bereid tot het opstellen van een gedragscode, of het bevorderen van zo’n gedragscode binnen de publieke omroep, waarin de omgang met dieren in het kader van televisieprogramma’s wordt gereguleerd en waarin het welzijn van de dieren het uitgangspunt vormt? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo nee, waarom niet?

Antwoord vraag 4 en 5
De media beschikken over de nodige redactie- en programmastatuten en gedrags­codes, waaronder de Kijkwijzer, de Reclamecode en de leidraad van de Raad voor de Journalistiek. In het regeerakkoord van kabinet Balkenende IV is afgesproken dat de omroepen zullen worden gestimuleerd om te komen met een aanvullende gedragscode voor de media. Deze gedragscode vormt een instrument voor kijkers en luisteraars om van omroepen openheid te vragen over de algemene spelregels en afwegingen bij het maken van programma's.

Omdat de organisatie van de publieke omroep een veelheid aan omroepen kent, met ieder een eigen achtergrond en identiteit, heeft de toenmalige minister van OCW de Nederlandse Publieke Omroep gevraagd om te komen met een gemeen­schappelijk raamwerk voor een gedragscode waaraan iedere individuele omroep invulling kan geven. Het College van Omroepen heeft aan dit verzoek gehoor gegeven en is gekomen met een raamwerk. De meeste omroepen hebben inmiddels dit raamwerk ingevuld en in januari hun gedragscodes op de website geplaatst. Voor de gedragscode van de TROS verwijs ik dan ook naar desbetreffende website.

Ik wil benadrukken dat deze gedragscode van en voor de omroepen zelf is. Het is aan hen om de vorm en de inhoud van deze gedragscode te bepalen en te besluiten om in de gedragscode de omgang met dieren in televisieprogramma’s te reguleren.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN

VOEDSELKWALITEIT,


G. Verburg