Kamer­vragen aan de ministers van LNV en VROM over fraude met de mest­boek­houding


Vragen van het lid Thieme aan de ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu over fraude met de mestboekhouding

  1. Kent u het bericht ‘Brabantse mesttransporteur herhaaldelijk in de fout’1?
  2. Kunt u aangeven hoe sluitend de landelijke mestboekhouding is, hoeveel ton mest in de afgelopen 3 jaar (uitgesplitst per jaar) is geproduceerd in de Nederlandse agrarische sector (uitgesplitst per segment), hoeveel daarvan is geëxporteerd (uitgesplitst per land) en hoeveel in Nederland is gebleven (uitgesplitst per toepassing)?
  3. Vindt u de hoeveelheid geproduceerde agrarische mest per hoofd van de bevolking een acceptabele en milieuverantwoorde hoeveelheid? Zo ja, waarom? Zo neen, welke beleidsmaatregelen staan u voor ogen om deze hoeveelheid terug te dringen?
  4. Deelt u de mening dat een adequate controle van naleving van de meststoffenwet lijkt te ontbreken en dat geconstateerde overtredingen mogelijk het topje van een ijsberg vormen als gevolg van beperkte handhavingscapaciteit? Zo ja, welke maatregelen gaat u nemen om de naleving van de meststoffenwet te verbeteren en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet en waar blijkt dat uit?
  5. Bent u bereid controle en handhaving van de meststoffenwet te intensiveren en van extra menskracht te voorzien? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet?

(1) AID, 17 juli 2008.

Antwoorddatum: 11 aug. 2008

Geachte Voorzitter,

Hierbij beantwoord ik mede namens de minister van VROM, de vragen zoals gesteld door het lid Thieme (PvdD) over fraude met de mestboekhouding.

1
Kent u het bericht ‘Brabantse mesttransporteur herhaaldelijk in de fout’?

Ja.

2
Kunt u uiteenzetten hoe sluitend de landelijke mestboekhouding is, hoeveel ton mest in de afgelopen 3 jaar (uitgesplitst per jaar) is geproduceerd in de Nederlandse agrarische sector (uitgesplitst per segment), hoeveel daarvan is geëxporteerd (uitgesplitst per land) en hoeveel in Nederland is gebleven (uitgesplitst per toepassing)?

In tabel 1 is de landelijke mestproductie, uitgedrukt in kilogrammen mest, fosfaat en stikstof en onderscheiden naar segment, over de jaren 2005, 2006 en 2007 opgenomen. In tabel 2 is de export van dierlijke mest vanuit Nederland naar Duitsland, Frankrijk, België en overige landen vermeld. In tabel 3 zijn de gegevens weergeven van de binnenlandse afzet van dierlijke mest.

Tabel 1: Nationale mestproductie in miljoenen kilogram mest, stikstof en fosfaat

Mestproductie (miljoen kg) 2005 2006 2007
Melk- en fokvee 47070 46470 46212
Schapen en geiten 1731 1737 1744
Overige graasdieren 5025 4756 4808
Varkens 11852 11787 12009
Pluimvee 1484 1471 1500
Vleeskalveren 2895 2975 3103
Overige staldieren 91 88 103
Totaal Nederland 70147 69284 69479

Stikstofproductie (miljoen kg) 2005 2006 2007
Melk- en fokvee 253,3 245,2 244,0
Schapen en geiten 12,6 12,3 12,5
Overige graasdieren 31,3 29,2 29,6
Varkens 98,3 100,9 102,7
Pluimvee 57,9 57,4 58,5
Vleeskalveren 12,0 12,9 13,8
Overige staldieren 2,3 2,2 2,5
Totaal Nederland 467,6 460,1 463,6

Fosfaatproductie (miljoen kg) 2005 2006 2007
Melk- en fokvee 78,9 75,9 75,4
Schapen en geiten 4,3 4,3 4,4
Overige graasdieren 10,6 9,9 10,0
Varkens 40,8 42,2 43,0
Pluimvee 26,9 26,2 26,6
Vleeskalveren 4,5 5,2 5,4
Overige staldieren 1,4 1,2 1,4
Totaal Nederland 167,4 164,8 166,3

Tabel 2: Export van dierlijke mest in miljoenen kilogram fosfaat

Export naar (miljoen kg fosfaat) 2006 2007
België 2,59 4,85
Frankrijk 1,95 3,29
Duitsland 11,26 19,18
Overige landen 0,48 1,04

Totaal Nederland 16,27 28,36

Tabel 3: Bestemming afgevoerde dierlijke mest in miljoenen kilogram fosfaat

Bestemming (miljoen kg fosfaat) 2006 2007
Akkerbouwbedrijven 25,4 21,8
Gemengde bedrijven 5,3 3,9
Graasdierbedrijven 5,6 7,0
Hokdierbedrijven 0,5 0,7
Overige (m.n. tuinbouw en mestverwerkers) 12,1 12,9

Totaal (exclusief export) 59,8 66,2

3
Vindt u de hoeveelheid geproduceerde agrarische mest per hoofd van de bevolking een acceptabele en milieuverantwoorde hoeveelheid? Zo ja, waarom? Zo neen, welke beleidsmaatregelen staan u voor ogen om deze hoeveelheid terug te dringen?

In het kader van het klimaat-, mest- en ammoniakbeleid zijn maatregelen ontwikkeld om de milieudruk als gevolg van de mestproductie te verminderen. Daarbij zal in de komende jaren in eerste instantie ingezet worden op de stimulering van co-vergisting van mest en op onderzoek en ontwikkeling. Op het gebied van innovatie liggen nog mogelijkheden om te komen tot een verdergaande reductie. In het werkprogramma Schoon en Zuinig, zoals dit per brief van 18 september 2007 door de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) aan uw Kamer is aangeboden, staan de ambities van dit kabinet verwoord als het gaat om het reduceren van de milieudruk (Kamerstukken II 2007/08, 31 209, nr. 1).

Met de Europese Commissie is in de onderhandelingen over het Derde Actieprogramma Nitraatrichtlijn en de derogatie, beide voor de periode 2006-2009, afgesproken dat de totale mestproductie in Nederland, uitgedrukt in stikstof en fosfaat, het niveau van 2002 niet mag overschrijden. Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat in de periode 2002-2007 de stikstofproductie door de Nederlandse veestapel met 5,6 procent en de fosfaatproductie met 4,9 procent is gedaald. Het mestvolume is dezelfde periode met 3 procent gedaald van 71,5 miljoen ton naar 69,5 miljoen ton. Ik zie vanuit dit oogpunt geen aanleiding om in te grijpen in het niveau van de mestproductie in Nederland.

4
Deelt u de mening dat een adequate controle van naleving van de Meststoffenwet lijkt te ontbreken en dat geconstateerde overtredingen mogelijk het topje van een ijsberg vormen als gevolg van beperkte handhavingscapaciteit? Zo ja, welke maatregelen gaat u nemen om de naleving van de Meststoffenwet te verbeteren en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet en waar blijkt dat uit?

Nee, ik deel deze mening niet. Bij de invoering van het stelsel van gebruiksnormen per
1 januari 2006 is ingezet op een systematiek van programmatisch handhaven. Op basis van risicoprofielen en een risico-inschatting wordt de inzet van controle en handhaving vastgesteld. De Algemene Inspectiedienst en Dienst Regelingen werken in dit verband nauw samen. Door middel van analyse en selectie op de beschikbare registraties kan de controle-inzet daar waar nodig bijgestuurd worden.

Bij de totstandkoming van het stelsel van gebruiksnormen is de registratie van en controle op de aan- en afvoer van dierlijke mest aangemerkt als de achilleshiel van het mestbeleid. De inzet op dit dossier, zowel in de vorm van technische voorschriften als in de vorm van administratieve controle en handhaving op de ondernemingen en bij wegcontroles, is hier op afgestemd. Aan het vervoer van dierlijke mest zijn stringente voorschriften verbonden. Zo dient ieder transport vergezeld te gaan van een Vervoersbewijs Dierlijke Meststoffen (VDM), dat elektronisch aangeleverd dient te worden aan de Dienst Regelingen.

Daarnaast wordt elk transport elektronisch geregistreerd door middel van Automatische Gegevensregistratie (AGR) en worden de locaties van laden lossen bepaald met behulp van GPS.

Ik zie in het door de Algemene Inspectiedienst uitgevoerde onderzoek naar de betreffende mesttransporteur geen enkele aanleiding om de wijze waarop thans invulling gegeven wordt aan de controle op en handhaving van de Meststoffenwet te wijzigen. Deze praktijkcasus bewijst naar mijn mening juist dat de handhavinginzet effectief is.

5
Bent u bereid controle en handhaving van de Meststoffenwet te intensiveren en van extra menskracht te voorzien? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet?

Zie het antwoord op vraag 4.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,



G. Verburg