Kamer­vragen aan de ministers van LNV en VROM over vuurwerk


1. Deelt u de mening dat gezelschapsdieren, landbouwhuisdieren en in het wild levende dieren grote hinder kunnen ondervinden van het afsteken van vuurwerk? Zo ja, welke stappen heeft u ondernomen om deze hinder zoveel mogelijk te beperken? Zo neen, waarom niet?

2. Bent u bereid te beleid te ontwikkelen om het gebruik van vuurwerk dat stress, schade of pijn bij dieren veroorzaakt te ontmoedigen? Zo ja, op welke wijze en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet en hoe verhoudt zich dit tot art. 36 van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren?

3. Bent u bereid om verdergaande eisen te stellen aan het in Nederland toegestane vuurwerk, bijvoorbeeld via geluidsnormen, om hinder, stress, pijn en schade bij dieren te voorkomen? Zo ja, op welke wijze en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet?

4. Deelt u de mening dat vuurwerk schade kan toebrengen aan het milieu? Zo neen, kunt u dit toelichten?

5. Bent u bereid om beleid te ontwikkelen om het gebruik van vuurwerk te ontmoedigen? Zo ja, op welke wijze en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet?

6. Kunt u aangeven of u het door het kabinet gehuldigde principe ‘de vervuiler betaalt’ ook toepast op vuurwerk? Zo ja, op welke wijze? Zo neen, bent u bereid hiervoor beleid te ontwikkelen en zo neen waarom niet?

Antwoorddatum: 25 jan. 2008

Geachte voorzitter,

Hierbij bied ik U mede namens de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit de antwoorden aan op de kamervragen (2070807350) van het lid Ouwehand van 21 december 2007 over vuurwerk.

Vraag 1
Deelt u de mening dat gezelschapsdieren, landbouwhuisdieren en in het wild levende dieren grote hinder kunnen ondervinden van het afsteken van vuurwerk? Zo ja, welke stappen heeft u ondernomen om deze hinder zoveel mogelijk te beperken? Zo neen, waarom niet?

Antwoord
Ja. Het Landelijk Informatiecentrum Gezelschapsdieren (LICG) heeft in december 2007 voorlichting gegeven aan houders van honden en katten om de hinder voor hun dieren zo veel mogelijk te beperken. Het LICG ontvangt van de minister van LNV een grote financiële bijdrage.


Vraag 2
Bent u bereid beleid te ontwikkelen om het gebruik van vuurwerk dat stress, schade of pijn bij dieren veroorzaakt te ontmoedigen? Zo ja, op welke wijze en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet en hoe verhoudt zich dit tot art. 36 van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren?

Antwoord
Nee. Ik verwacht meer nut van goede voorlichting aan de houders van dieren. Ook in 2008 zal het LICG voorlichting geven over dieren en vuurwerk. Artikel 36 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren geeft geen basis omtrent het ontmoedigen van vuurwerk.


Vraag 3
Bent u bereid om verdergaande eisen te stellen aan het in Nederland toegestane vuurwerk, bijvoorbeeld via geluidsnormen om hinder, stress, pijn en schade bij dieren te voorkomen? Zo ja, op welke wijze en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet?

Antwoord
Nee. Er bestaan nu afgewogen normen voor geluidsbelasting gerelateerd aan gehoorbeschadiging bij mensen. Voor het maximale geluidsniveau van al het (knal)vuurwerk geldt de randvoorwaarde dat er niet meer dan 5% kans op gehoorbeschadiging mag optreden.


Vraag 4
Deelt u de mening dat vuurwerk schade kan toebrengen aan het milieu? Zo neen, kunt u dit toelichten?

Antwoord
Bij het afsteken van vuurwerk levert fijn stof veruit de belangrijkste bijdrage aan de luchtverontreiniging. Het RIVM beheert een netwerk aan meetstations waar onder meer fijn stof (PM10) wordt gemeten. De automatische meetstations verzamelen uurgemiddelde concentraties, uitgedrukt in microgram per kubieke meter. De daggemiddelde concentratie die maximaal 35 maal per jaar overschreden mag worden, bedraagt 50 ug/m3. De maximale uurgemiddelde concentratie in stedelijk gebied rond de jaarwisseling in de voorgaande jaren is geweest:
- 2002/2003: 605 ug/m3
- 2003/2004: 690 ug/m3
- 2004/2005: 1100 ug/m3
- 2005/2006: 620 ug/m3
- 2006/2007: 320 ug/m3

Uit deze immissiecijfers kunnen echter geen emissiecijfers worden afgeleid. Overige gegevens zijn niet bekend. De resultaten van de diverse meetstations van de afgelopen jaarwisseling zijn op dit moment nog in bewerking. De verwachting is dat deze gegevens medio begin maart 2008, beschikbaar komen. Overigens heeft het RIVM tijdens de jaarwisseling een smogalarm uitgegeven.


Vraag 5
Bent u bereid om beleid te ontwikkelen om het gebruik van vuurwerk te ontmoedigen? Zo ja, op welke wijze en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet?

Antwoord
Maatregelen om overlast van vuurwerk te beperken moeten vooral worden bezien in de brede aanpak van de ongeregeldheden tijdens de jaarwisseling. Samen met mijn ambtgenoot van BZK zal ik zo spoedig mogelijk de Kamer informeren welke acties opgepakt en uitgevoerd zullen worden.


Vraag 6
Kunt u aangeven of u het door het kabinet gehuldigde principe ‘de vervuiler betaalt’ ook toepast op vuurwerk? Zo ja, op welke wijze? Zo neen, bent u bereid hiervoor beleid te ontwikkelen en zo neen waarom niet?

Antwoord
Op dit moment wordt vuurwerk in geen enkele vorm op toeslag belast ten behoeve van het milieu. Reeds in 2002 is door het EIM in opdracht van het Ministerie van VROM een onderzoek verricht naar het (extra) belasten van vuurwerk. Dit rapport is in November 2002 aan de Kamer aangeboden. De conclusies uit dit onderzoek zijn dat door extra belasting vermoedelijk een kortstondige afname van legaal vuurwerk zal ontstaan, maar dat dit na enige jaren weer op oude peil zal zijn. Daarnaast wordt door een extra belasting een verschuiving naar het illegale vuurwerk verwacht, waarmee de problematiek van de jaarwisseling nog groter zal worden. Uiteraard kan er geen extra belasting worden geheven op illegaal vuurwerk.
Met een dergelijke heffing wordt dus geen recht gedaan aan het streven om de risico’s voor veiligheid en milieu terug te dringen.



Hoogachtend,
De minister van Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,


dr. Jacqueline Cramer

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer