Kamer­vragen aan de ministers van Ontwik­ke­lings­sa­men­werking en LNV over de scha­de­lijke gevolgen van de productie van palmolie in Indonesië voor de Orang Oetan en biodi­ver­siteit


Vragen van het lid Ouwehand aan de ministers van Ontwikkelingssamenwerking en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over de schadelijke gevolgen van de productie van palmolie in Indonesië voor de Orang Oetan en biodiversiteit

  1. Kent u het bericht `Orang-oetan Borneo over drie jaar uitgestorven'1?
  2. Deelt u de mening van het centrum ter bescherming van de Orang oetan dat deze binnen drie jaar uitgestorven zal zijn als er geen maatregelen worden getroffen? Zo ja, op welke wijze neemt u uw verantwoordelijkheid om het uitsterven van de Orang-oetan te voorkomen? Zo neen, waarom niet en uit welk onderzoek blijkt dat het leefgebied van de Orang-oetan niet onder druk staat?
  3. Kunt u aangeven hoeveel palmolie er jaarlijks door Nederland wordt geïmporteerd en welk percentage daarvan afkomstig is uit palmolieplantages die het leefgebied van de Orang-oetan aantasten?
  4. Deelt u de mening dat de import van palmolie van plantages die het leefgebied van de Oerang Oetan voorkomen dient te worden? Zo ja, op welke wijze en binnen welke termijn gaat u hiervoor stappen ondernemen? Zo neen, waarom niet?
  5. Kunt u aangeven of de Nederlandse overheid duurzaamheidseisen stelt ten aanzien van palmolie? Zo ja, welke zijn dit en op welke wijze worden deze eisen getoetst en gecontroleerd en zijn de eisen effectief? Zo neen, waarom niet?
  6. Deelt u de mening dat voor een effectieve aanpak van de import van palmolie van plantages die het leefgebied van de Orang Oetan aantasten regelgeving en wettelijke kaders opgesteld dienen te worden omdat het inzetten op vrijwillige gedragsverandering van importeurs en afnemers van palmolie nog tot niets heeft geleid? Zo ja, op welke wijze gaat u het wettelijk kader vormgeven en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet?
  7. Bent u bereid om in samenwerking met de Indonesische regering en natuurbeschermingsorganisaties te onderzoeken op welke wijze palmolie duurzaam geproduceerd kan worden? Zo ja, binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet?
  8. Bent u bereid om in het kader van natuur, milieu en dierenwelzijn onderzoek te doen naar geschikte alternatieven voor palmolie en gebruik van alternatieven te stimuleren? Zo ja, op welke wijze? Zo neen, waarom niet?
  9. Kunt u aangeven of en in hoeverre de Nederlandse regering zich actief inzet om kennis van en bewustwording van nut en noodzaak van natuurbescherming in Indonesië te vergroten? Zo ja, op welke wijze? Zo neen, waarom niet?

(1) http://www.nu.nl/news/1557066/89/'Orang-oetan_Borneo_over_drie_jaar_uitgestorven'.html

Antwoorddatum: 3 jul. 2008

Geachte Voorzitter,

Hierbij stuur ik mede namens de minister voor Ontwikkelingssamenwerking de antwoorden op de vragen over de schadelijke gevolgen van de productie van palmolie in Indonesië voor de orang-oetan en biodiversiteit, gesteld door het lid Ouwehand (PvdD), ingezonden op 22 mei 2008.

1
Kent u het bericht ‘Orang-oetan Borneo over drie jaar uitgestorven’ ?

Ja.

2
Deelt u de mening van het Centrum ter Bescherming van de orang-oetan dat deze binnen drie jaar uitgestorven zal zijn als er geen maatregelen worden getroffen? Zo ja, op welke wijze neemt u uw verantwoordelijkheid om het uitsterven van de orang-oetan te voor¬komen? Zo neen, waarom niet en uit welk onderzoek blijkt dat het leefgebied van de orang-oetan niet onder druk staat?

De leefomgeving van de orang-oetans staat onder druk van economische ontwikkelingen, degradatie van biodiversiteit en illegale acties zoals stroperij en dierenhandel. Dit vormt een grote bedreiging voor het voortbestaan van de orang-oetans in het wild. De mening van het Centrum ter Bescherming van de orang-oetan, dat alle orang-oetans over drie jaar uitgestorven zullen zijn als er geen maatregelen getroffen worden, kan ik echter niet bevestigen omdat daarover onvoldoende betrouwbare gegevens beschikbaar zijn. De Indonesische regering is primair verantwoordelijk voor het behoud van specifieke soorten en hun leefgebieden op haar grondgebied. Nederland acht het van groot belang om leefgebieden van soorten te behouden en de afname van biodiversiteit tot staan te brengen. Daar zet Nederland zich ook internationaal voor in, onder andere in het kader van het Biodiversiteitsverdrag.

Ook bilateraal wordt in dit kader met Indonesië samengewerkt. Zo worden via de Nederlandse ambassade in Jakarta activiteiten ondersteund, gericht op het duurzaam gebruik en behoud van het tropisch regenwoud en de veenbossen in Centraal-Kalimantan. Deze gebieden vormen het belangrijkste leefgebied voor de orang-oetan. Met deze activiteiten wordt concreet bijgedragen aan een actieve bescherming van drie in het gebied gelegen reservaten en daarmee aan het voortbestaan van de soort.

3
Kunt u uiteenzetten hoeveel palmolie er jaarlijks door Nederland wordt geïmporteerd en welk percentage daarvan afkomstig is uit palmolieplantages die het leefgebied van de orang-oetan aantasten?

Nederland importeerde in 2007 van de totale wereldproductie van 38 miljoen ton 2,1 miljoen ton palmolie, waarvan 0,4 miljoen ton voor binnenlands gebruik. Het is niet vast te stellen welk percentage daarvan afkomstig is uit palmolieplantages die het leefgebied van de orang-oetan aantasten, omdat daarover geen betrouwbare gegevens beschikbaar zijn.

4 en 5
Deelt u de mening dat de import van palmolie van plantages die het leefgebied van de orang-oetan voorkomen dient te worden? Zo ja, op welke wijze en binnen welke termijn gaat u hiervoor stappen ondernemen? Zo neen, waarom niet?

Kunt u uiteenzetten of de Nederlandse overheid duurzaamheidseisen stelt ten aanzien van palmolie? Zo ja, welke zijn dit en op welke wijze worden deze eisen getoetst en gecontroleerd? Zijn de eisen effectief? Zo neen, waarom niet?

Een van de speerpunten van het nieuwe kabinetsbeleid met betrekking tot biodiversiteit is het verduurzamen van de handelsketen van onder andere hout en palmolie, zie hiervoor het beleidsprogramma ‘Biodiversiteit werkt: voor natuur, voor mensen, voor altijd’. Uitgangspunt hierbij is het bevorderen van zowel ecologische, economische als sociale duurzaamheid (people, planet, profit). Nederland ondersteunt daartoe de Round Table on Sustainable Palm Oil (RSPO), omdat de RSPO een reëel en kansrijk initiatief is van bedrijven en maatschappelijke organisaties om de duurzaamheid van de mondiale palmolieketen te bevorderen. Het is de verantwoordelijkheid van alle RSPO-leden dat de duurzaamheidcriteria voor palmolie breed worden gedragen en worden nageleefd. Daarbij richt de RSPO zich als private organisatie op de zogenaamde ‘main stream’ palmolie met als doel het overgrote deel van de wereldhandelstroom aan palmolie te verduurzamen. Van de totale wereldproductie van palmolie is momenteel veertig procent afkomstig van plantages die zijn aangesloten bij de RSPO. Bescherming van bedreigde diersoorten en hun habitat maakt deel uit van de vrijwillige (i.e. door de sector zelf opgelegde) duurzaamheidscriteria van de RSPO.

Daarnaast nemen in Nederland gevestigde bedrijven op eigen initiatief stappen om de duurzaamheid van door hun verwerkte palmolie te vergroten. Het kabinet steunt maatschappelijk verantwoord ondernemen door bedrijven.
Ook steunt de Nederlandse overheid verduurzaming van de productie van biomassa voor energiedoeleinden, waaronder palmolie in Indonesië en werkt daarom aan de toepassing van duurzaamheidscriteria. Leidend voor Nederland zijn daarbij de duurzaamheids¬voorwaarden zoals gesteld in het ‘Toetsingskader voor duurzame biomassa’ van de projectgroep ‘Duurzame productie van biomassa’. Momenteel wordt er binnen de Europese Unie onderhandeld over verplichte duurzaamheidscriteria zoals voorgesteld in de concept richtlijn ‘Hernieuwbare energie, evenals een bijbehorende rapportage¬verplichting voor bedrijven. Als de onderhandelingen en besluitvorming hierover zijn afgerond, zal alleen nog biomassa die voldoet aan deze criteria meetellen voor de doelstelling van tien procent biobrandstoffen in het wegtransport in 2020. De verwachting is dat eind dit jaar een concept is geformuleerd.

6
Deelt u de mening dat voor een effectieve aanpak van de import van palmolie van plantages die het leefgebied van de orang-oetan aantasten regelgeving en wettelijke kaders opgesteld dienen te worden, omdat het inzetten op vrijwillige gedragsverandering van importeurs en afnemers van palmolie nog tot niets heeft geleid? Zo ja, op welke wijze gaat u het wettelijk kader vormgeven en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet?

Nee. De RSPO is juist een voorbeeld van een internationaal veelbelovend vrijwillig initiatief van producenten, afnemers en NGO’s, dat momenteel druk doende is om certificering van duurzaam geproduceerde palmolie op te zetten. Momenteel valt veertig procent van alle palmolieproductie in Indonesië onder de RSPO en dit percentage groeit. De verwachting is dat eind dit jaar de eerste RSPO gecertificeerde palmolie op de markt zal worden gebracht.

7
Bent u bereid in samenwerking met de Indonesische regering en natuurbeschermings¬organisaties te onderzoeken op welke wijze palmolie duurzaam geproduceerd kan worden? Zo ja, binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet?

Nederland is momenteel bezig om samenwerking met de Indonesische ministeries van landbouw en milieu en verscheidene maatschappelijke stakeholders te versterken, waarbij onder meer wordt bezien op welke wijze de verduurzaming van de productie van palmolie verder ondersteund kan worden. Daarnaast ondersteunt Nederland de RSPO waar ook natuurbeschermingsorganisaties als het World Wide Fund for Nature (WWF) en Indonesische non-gouvernementele organisaties als Sawit Watch intensief bij betrokken zijn.

8
Bent u bereid in het kader van natuur, milieu en dierenwelzijn onderzoek te doen naar geschikte alternatieven voor palmolie en gebruik van alternatieven te stimuleren? Zo ja, op welke wijze? Zo neen, waarom niet?


Internationaal zet ik mij in om te komen tot duurzame productie. Voorts stimuleer ik onderzoek gericht op een tweede generatie biobrandstoffen. In dit kader verwijs ik tevens naar de notitie ‘Landbouw, Rurale bedrijvigheid en Voedselzekerheid, die ik samen met mijn collega voor Ontwikkelingssamenwerking op 8 mei jl. aan uw Kamer heb gezonden.

9
Kunt u uiteenzetten of en in hoeverre de Nederlandse regering zich actief inzet om kennis van en bewustwording van nut en noodzaak van natuurbescherming in Indonesië te vergroten? Zo ja, op welke wijze? Zo neen, waarom niet?

Het is een feit dat bewustwording van het nut en de noodzaak van natuurbescherming een belangrijke rol speelt bij het tegengaan van ontbossing en daardoor ook van positieve invloed is op de bescherming van het leefgebied van de orang-oetan. Bewustwording van het belang van natuurbescherming en de bescherming van biodiversiteit is van groot belang. Daarom ondersteunt Nederland het werkprogramma van het Biodiversiteits¬verdrag Communication, Education & Public Awareness. Ook steunt Nederland initiatieven in Indonesië om natuur- en natuureducatieprojecten mede mogelijk te maken via Kleinschalige Natuurbeschermings Initiatieven Projecten. Ten slotte gaan activiteiten zoals die in het veenbos in Centraal-Kalimantan gepaard met uitgebreide bewustwordings¬campagnes voor de diverse geledingen van de bevolking.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,



G. Verburg

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer