Vragen aan de ministers van VWS en LNV over de ondui­de­lijkheid van de effecten van het compos­teren van geitenmest op het risico van de verspreiding van Q-koorts.


1. Kent u het bericht waarin de VWA stelt dat er onduidelijkheid heerst over de effecten van het composteren van geitenmest op het risico van de verspreiding van Q-koorts1?

2. Bent u met mij van mening dat het onaanvaardbaar is dat er vragen blijven bestaan over de mogelijkheden van risicoreductie in de verwerking van geitenmest en dat deze vragen zo spoedig mogelijk tot klaarheid moeten worden gebracht?

3. Welke maatregelen staan u voor ogen om de gezondheid van personeel omwonenden van geitenboerderijen te beschermen?

4. Bent u bereid tot het laten doen van spoedig vervolgonderzoek naar de verwerking van geitenmest? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet?

5. Bent u bereid geitenmest tot het bekend worden van de uitkomsten van nader onderzoek te behandelen als risicomateriaal en de verwerking en compostering te verbieden? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet?

1AgriHolland, 7 augustus 2009: “Onduidelijk of composteren van geitenmest het risico op Q-koorts verminderd”
www.agriholland.nl/nieuws/artikel.html

Antwoorddatum: 16 sep. 2009

Geachte Voorzitter,

Mede namens de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport stuur ik u hierbij de antwoorden op de schriftelijke vragen van het lid Thieme (PvdD) over de onduidelijkheid van de effecten van het composteren van geitenmest op het risico van de verspreiding van Q-koorts van 13 augustus 2009 (2009Z14687).

1
Kent u het bericht waarin de Voedsel en Warenautoriteit (VWA) stelt dat er onduidelijkheid heerst over de effecten van het composteren van geitenmest op het risico van de verspreiding van Q-koorts?

Ja.

2 en 4
Deelt u de mening dat het onaanvaardbaar is dat er vragen blijven bestaan over de mogelijkheden van risicoreductie in de verwerking van geitenmest, en dat deze vragen zo spoedig mogelijk tot klaarheid moeten worden gebracht?

Bent u bereid tot het laten doen van spoedig vervolgonderzoek naar de verwerking van geitenmest? Zo ja, op welke termijn en op welke wijze? Zo nee, waarom niet?

Ik deel met u de mening dat er zo spoedig mogelijk duidelijkheid moet komen rondom de overdracht van Coxiella burnetii via mest en de mogelijkheden om mest van besmette bedrijven veilig te verwerken. Al sinds het begin van de epidemie is het een probleem dat er te weinig bekend is over de bacterie die
Q-koorts veroorzaakt. Om zo snel mogelijk antwoord te hebben op al onze vragen, hebben wij voor ruim 3 miljoen euro in onderzoek geïnvesteerd.
Geleidelijk aan komen er resultaten van onderzoeken en waar het kan, worden de resultaten direct in beleid omgezet.

VWA bureau risicobeoordeling heeft ons in juli 2009 geadviseerd over diverse mogelijkheden om mest van bedrijven met Q-koortsproblematiek te verwerken.

Verbranden van mest blijkt in Nederland geen haalbare oplossing en het heeft mogelijk negatieve gevolgen. Industriële compostering lijkt in theorie het meest aantrekkelijke alternatief. Hiervoor zou voldoende capaciteit in Nederland zijn. Ik heb het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het Centraal Veterinair Instituut (CVI) verzocht om mij voor het einde van dit jaar te adviseren over de veiligheid en toepasbaarheid van industriële compostering. Ook verwacht ik eind 2009 de eerste resultaten van het onderzoek naar de overleving van
C. burnetii in mest.

3
Welke maatregelen staan u voor ogen om de gezondheid van personeel en omwonenden van geitenboerderijen te beschermen?

In onze brief van 28 augustus (TK 28 286, nr. 314) wordt een toelichting gegeven op nieuwe maatregelen om de Q-koortsepidemie een halt toe te roepen. Een onderzoek naar mogelijke aanvullende maatregelen met betrekking tot bedrijfs­voering van melkgeiten- en melkschapenhouderijen gaat dit najaar van start.

5
Bent u bereid geitenmest tot het bekend worden van de uitkomsten van nader onderzoek te behandelen als risicomateriaal, en de verwerking en compostering te verbieden? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo nee, waarom niet?

Mest van besmette bedrijven wordt behandeld als risicomateriaal, hiervoor gelden verschillende beperkingen. Op dit moment geldt er een standaardmaatregelen­pakket voor mest van melkgeiten- en melkschapenbedrijven. Zo geldt er een uitmestverbod vanaf het begin van de lammerperiode tot 30 dagen daarna. Daarna moet de mest direct ondergewerkt worden of moet het 90 dagen composteren. Bij afvoer moet de mest afgedekt vervoerd worden.
Wanneer bedrijven besmet verklaard worden op basis van tankmelkonderzoek (TK 28 286, nr. 314) vervallen de standaardmestmaatregelen voor Q-koortsvrije bedrijven.

Zoals aangegeven bij antwoord 2 en 4, ben ik nog op zoek naar betere alternatieven voor de huidige mestmaatregelen. De resultaten van dit onderzoek zullen eind 2009 beschikbaar zijn.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,



G. Verburg