Vragen over een lande­lijke norm voor het aandeel groen in steden en dorpen


Vragen van het lid Ouwehand (Partij voor de Dieren) aan de Minister van Infrastructuur en Milieu over een landelijke norm voor het aandeel groen in steden en dorpen.

1. Is het waar dat de ‘groennorm’ van de Verenigde Naties in Nederland bij lange na niet wordt gehaald[1]? Kunt u uiteenzetten hoeveel vierkante meter groen er in Nederlandse steden en dorpen gemiddeld wél beschikbaar is per bewoner, welke gebieden goed scoren en welke slecht? Zo nee, waarom heeft u hier geen zicht op?

2. Onderschrijft u de conclusies van verschillende onderzoeken die uitwijzen dat groen in steden en dorpen bijdraagt aan het temperen van de hitte op warme zomerdagen en dat dit het welzijn mensen in steden en dorpen bevordert [2]? Zo nee, waarom niet?

3. Deelt u de mening dat groen in steden en dorpen van groot belang is voor de gezondheid en het welzijn van mensen en op deze manier een besparing van miljarden euro’s per jaar in zorgkosten tot gevolg kan hebben[3]? Zo ja, hoe beoordeelt u dit? Zo nee, waarom niet?

4. Kunt u bevestigen dat groen in steden en dorpen bovendien kan leiden tot een besparing van miljoenen euro’s per jaar in kosten voor afvoer en zuivering van regenwater[3]? Zo ja, hoe beoordeelt u dit? Zo nee, waarom niet?

5. Kunt u bevestigen dat groen in steden en dorpen tot meer biodiversiteit leidt en zo een bijdrage kan leveren aan het behalen van de biodiversiteitsdoelstellingen voor 2020[1]? Zo ja, kunt u aangeven hoeveel biodiversiteitswinst vergroening van steden en dorpen kan opleveren? Zo nee, waarom niet?

6. Deelt u de mening dat het om al deze redenen (aangenamer woonklimaat, volksgezondheid en welbevinden, betere afvoer van regenwater en biodiversiteit) zeer wenselijk is om de aanwezigheid van groen in steden en dorpen te bevorderen? Zo nee, waarom niet?

7. Bent u bereid om in overleg te treden met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten om te komen tot een gezamenlijk actieplan voor de letterlijke vergroening van steden en dorpen in Nederland, waarin aandacht is voor openbaar groen, groene gevels en daken, speelnatuur en de stimulering van groene(re) tuinen van particulieren? Zo ja, op welke termijn kunnen we een dergelijk overleg verwachten? Zo nee, waarom niet?

Antwoorddatum: 17 sep. 2012

1. Is het waar dat de ‘groennorm’ van de Verenigde Naties in Nederland bij lange na niet wordt gehaald[1]? Kunt u uiteenzetten hoeveel vierkante meter groen er in Nederlandse steden en dorpen gemiddeld wél beschikbaar is per bewoner, welke gebieden goed scoren en welke slecht? Zo nee, waarom heeft u hier geen zicht op?

Zowel in 2002, als in 2004 en 2009 is een analyse gemaakt van het stedelijk groen in de grote steden van Nederland (Alterra, Groene meters deel I, II en III[2]). Uit de laatste analyse blijkt dat iets meer dan de helft van de 31 grootste gemeenten (G31) boven het kengetal van 75m2 groen per woning zit. De steden met minder dan 75m2 groen per woning zijn geconcentreerd in de Randstad, Limburg en delen van Brabant. Vergeleken met de analyse van 2002 is de gemiddelde hoeveelheid groen per woning met 3,5 m2 gestegen tot 85,1 m2. De Verenigde Naties gaan uit van 48 m2 groen per bewoner. Er zijn geen analyses beschikbaar van vierkante meters groen per bewoner in Nederland.

2. Onderschrijft u de conclusies van verschillende onderzoeken die uitwijzen dat groen in steden en dorpen bijdraagt aan het temperen van de hitte op warme zomerdagen en dat dit het welzijn mensen in steden en dorpen bevordert[3]? Zo nee, waarom niet?

3. Deelt u de mening dat groen in steden en dorpen van groot belang is voor de gezondheid en het welzijn van mensen en op deze manier een besparing van miljarden euro’s per jaar in zorgkosten tot gevolg kan hebben[4]? Zo ja, hoe beoordeelt u dit? Zo nee, waarom niet?

4. Kunt u bevestigen dat groen in steden en dorpen bovendien kan leiden tot een besparing van miljoenen euro’s per jaar in kosten voor afvoer en zuivering van regenwater4? Zo ja, hoe beoordeelt u dit? Zo nee, waarom niet?

5. Kunt u bevestigen dat groen in steden en dorpen tot meer biodiversiteit leidt en zo een bijdrage kan leveren aan het behalen van de biodiversiteitsdoelstellingen voor 20201? Zo ja, kunt u aangeven hoeveel biodiversiteitswinst vergroening van steden en dorpen kan opleveren? Zo nee, waarom niet?

Antwoord op vragen 2, 3, 4 en 5:
Ja, ik onderschrijf dat groen en blauw in steden en dorpen een bijdrage kan leveren aan het temperen van hitte, de reductie van kosten voor afvoer en zuivering van regenwater en aan biodiversiteit. Ook levert dit een bijdrage aan het welzijn en de gezondheid van stads- en dorpsbewoners en heeft het daarmee een positief effect op de reductie van zorgkosten. De precieze effecten laten zich moeilijk kwantificeren.

6. Deelt u de mening dat het om al deze redenen (aangenamer woonklimaat, volksgezondheid en welbevinden, betere afvoer van regenwater en biodiversiteit) zeer wenselijk is om de aanwezigheid van groen in steden en dorpen te bevorderen? Zo nee, waarom niet?

Ja, deze mening deel ik. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) heb ik aangegeven dat natuur, hoogwaardige landschappen en recreatieve voorzieningen een bijdrage leveren aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat in stedelijke regio’s. Ook heb ik aangegeven dat een gezonde en veilige leefomgeving van belang is en daarmee een goede milieukwaliteit, waterveiligheid en voldoende zoet water, bescherming van cultureel erfgoed en unieke natuurlijke waarden.
Verder heb ik in de SVIR aangegeven welke onderwerpen van nationaal belang zijn en waar het primaat bij de mede overheden ligt. Groen in de stad valt onder de verantwoordelijkheid van decentrale overheden.

Ik heb samen met de staatssecretaris van EL&I diverse acties in gang gezet om de decentrale overheden te ondersteunen in hun zorg voor voldoende groen in steden en dorpen.
• Voor de periode 2009 t/m 2012 heeft het Rijk bijna 12 miljoen beschikbaar gesteld aan de veertig aandachtswijken om meer groen te realiseren.
• Het Ministerie van EL&I heeft dit voorjaar een TEEB[5]-studie laten verrichten naar de economische waarde van het benutten van natuur voor gezondheid. Deze vingeroefening geeft aan dat natuur in potentie veel
zorgkosten en arbeidskosten kan besparen. Het Rijk zal met relevante partijen mogelijke vormen van samenwerking verkennen om te komen tot een betere benutting van deze potenties.
• Het Rijk is, samen met gemeenten, bezig met het TEEB in de Stad project. De doelen van TEEB zijn inzicht te verkrijgen in de waarde van ecosysteemdiensten en biodiversiteit in economische termen en de kosten van het verlies van ecosysteemdiensten en biodiversiteit en het meewegen van de waardering in de besluitvorming van overheden en bedrijven. De eerste resultaten van dit project zullen binnenkort aan uw Kamer worden gestuurd door de staatssecretaris van EL&I.
• Het bevorderen van groen en blauw in steden is daarnaast ook een belangrijk onderwerp van gesprek in het nationale deltaprogramma Nieuwbouw en Herstructurering.

7. Bent u bereid om in overleg te treden met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten om te komen tot een gezamenlijk actieplan voor de letterlijke vergroening van steden en dorpen in Nederland, waarin aandacht is voor openbaar groen, groene gevels en daken, speelnatuur en de stimulering van groene(re) tuinen van particulieren? Zo ja, op welke termijn kunnen we een dergelijk overleg verwachten? Zo nee, waarom niet?

Zoals ik al heb aangegeven, ligt de verantwoordelijkheid voor groen en blauw in steden en dorpen bij decentrale overheden. Bij vraag 6 heb ik aangegeven dat het Rijk decentrale overheden ondersteunt bij de invulling van hun verantwoordelijkheid. De staatssecretaris van EL&I heeft afgelopen november een intentieverklaring ‘Behoud en ontwikkeling van groen in een stedelijke omgeving’ ondertekend samen met de VNG, het Nicis Instituut (nu Platform31) en de Stichting Entente Florale waarin het Rijk zich committeert aan een driejarig programma over dit onderwerp. Dit programma heeft vooral een agenderende rol, bijvoorbeeld door de gezamenlijke organisatie van de ‘Nationale Groendag’ die dit jaar op 26 september in Ermelo wordt gehouden en waar groen en de stad het centrale thema is.



DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU,
mw. drs. M.H. Schultz van Haegen