Vragen over het mogelijk versoe­pelen van de rege­lingen om honden als trekdier in te kunnen zetten


Vragen lid Thieme en lid Ouwehand aan de staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie over het mogelijk versoepelen van de regelingen om honden als trekdier in te kunnen zetten

1. Is het juist dat het ministerie van EL&I werkt aan een nieuwe regeling voor de ontheffingen op het verbod om een hond als trekkracht te gebruiken?

2. Zo ja, wat is de reden dat het ministerie een nieuw protocol wil opstellen?

3. Is het juist dat met de invoering van het nieuwe protocol het makkelijker wordt om honden als trekdier in te kunnen zetten?
Zo ja, hoe verhoudt zich dat tot art. 36 van de Gezondheids – en welzijnswet voor Dieren[1] dat stelt dat het verboden is om zonder redelijk doel of met overschrijding van het geen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar is, bij een dier pijn of letsel te veroorzaken dan wel de gezondheid of het welzijn van een dier te benadelen? Zo nee, wat denkt het ministerie dan met dit nieuwe protocol te bereiken?

4. Deelt u de mening dat ontheffingen op wettelijke verboden ongewenst zijn en tot het minimum beperkt moet worden? Zo ja, waarom wenst u dan meer ontheffingen te gaan verlenen? Zo neen, waarom niet?

5. Kunt u bevestigen dat aan een ontheffing de voorwaarde wordt verbonden alle honden jaarlijks, vóór aanvang van het seizoen, röntgenologisch worden onderzocht door een gespecialiseerde instantie, waarbij de Nederlandse normen worden gehanteerd, om te kunnen waarborgen dat niet alleen honden zonder afwijkingen beginnen aan het trekken van een kar, maar alle honden die een kar trekken gezond zijn en dat een hond enkel bij een negatieve uitkomst van de beoordeling op één van de afwijkingen, gedurende één jaar trekkracht mag verrichten?

6. Bent u bereid de Kamer over de nieuwe regeling te informeren en te bespreken, voordat deze van kracht wordt? Zo ja, wanneer kunnen wij het bericht hierover verwachten? Zo neen, waarom niet?

7. Bent u bereid deze vragen te beantwoorden voorafgaand aan het Algemeen Overleg Dierhouderij op 14 december a.s.?

[1] In de GWWvD is onder meer het volgende bepaald:
Artikel 36
Het is verboden om zonder redelijk doel of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar is, bij een dier pijn of letsel te veroorzaken dan wel de gezondheid of het welzijn van een dier te benadelen.

2. Tot de in het eerste lid verboden gedragingen worden in ieder geval gerekend:
(...)
d. een hond als trekkracht gebruiken

Antwoorddatum: 16 dec. 2011

Hierbij stuur ik u de antwoorden toe op de vragen van het lid Thieme en het lid Ouwehand over het mogelijk versoepelen van de regelingen om honden als trekdier in te kunnen zetten.


1. Is het waar dat u werkt aan een nieuwe regeling voor de ontheffingen op het verbod om een hond als trekkracht te gebruiken?

2. Zo ja, wat is de reden dat u een nieuw protocol wil opstellen?

3. Is het waar dat met de invoering van het nieuwe protocol het gemakkelijker wordt om honden als trekdier in te kunnen zetten? Zo ja, hoe verhoudt zich dat tot art. 36 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren 1) dat stelt dat het verboden is om zonder redelijk doel of met overschrijding van het geen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar is, bij een dier pijn of letsel te veroorzaken dan wel de gezondheid of het welzijn van een dier te benadelen? Zo nee, wat denkt u dan met dit nieuwe protocol te bereiken?

4. Deelt u de mening dat ontheffingen op wettelijke verboden ongewenst zijn en tot het minimum beperkt moeten worden? Zo ja, waarom wenst u dan meer ontheffingen te gaan verlenen? Zo nee, waarom niet?

7. Bent u bereid deze vragen te beantwoorden vóór het algemeen overleg Dierhouderij op 14 december a.s.?


Antwoord op vragen 1, 2, 3, 4, 7

Ten behoeve van de sledehondensport is krachtens art. 107 van de Gezondheids en welzijnswet voor dieren (GWWD) vrijstelling verleend van het verbod om honden als trekkracht te gebruiken. In de Vrijstellingsregeling dierenwelzijn zijn de vijf hondenrassen aangewezen waarop de vrijstelling van toepassing is.

De rassen zijn: Alaskan Malamute, Eskimohond, Groenlandse hond, Samojeed en Siberian husky. Eigenaren van andere hondenrassen waarmee men sledehondensport of andere vormen van trekkracht door honden wil beoefenen, kunnen op basis van artikel 107 van de GWWD een verzoek tot ontheffing van het verbod op trekkracht indienen bij het ministerie van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie.

Momenteel wordt gewerkt aan het formaliseren van de procedure waarmee de verzoeken tot ontheffing van het verbod op trekkracht beoordeeld worden. Dit in verband met het streven naar uniformiteit en transparantie in de besluitvorming bij het al dan niet verlenen van ontheffingen. Er is dus geenszins sprake van een beleidswijziging ten aanzien van het verlenen van een ontheffing. Bij de beoordeling zal artikel 36 van de GWWD, net zoals dat nu ook gebruikelijk is, uitgangspunt blijven.


5. Kunt u bevestigen dat aan een ontheffing de voorwaarde wordt verbonden dat alle honden jaarlijks, vóór aanvang van het seizoen, röntgenologisch worden onderzocht door een gespecialiseerde instantie, waarbij de Nederlandse normen worden gehanteerd, om te kunnen waarborgen dat niet alleen honden zonder afwijkingen beginnen aan het trekken van een kar, maar alle honden die een kar trekken gezond zijn en dat een hond enkel bij een negatieve uitkomst van de beoordeling op één van de afwijkingen, gedurende één jaar trekkracht mag verrichten?

5. Zoals ik al aangaf, wordt er gewerkt aan het formaliseren van de procedure waarmee de verzoeken tot ontheffing van het verbod op trekkracht beoordeeld worden. Een vast onderdeel hiervan is dat er door de dierenarts een verklaring omtrent gezondheid en welzijn dient te worden opgemaakt. Dat wordt ook nu al als eis gesteld.

6. Bent u bereid de Kamer over de nieuwe regeling te informeren en deze te bespreken, voordat deze van kracht wordt? Zo ja, wanneer kan de Kamer het bericht hierover verwachten? Zo nee, waarom niet?

6. Ik zie geen aanleiding om u dit te sturen want het is bestaande regelgeving.

Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie
dr. Henk Bleker