Vragen over het voorstel dat een nationaal teelt­verbod op genge­wassen mogelijk zou moeten maken


Vragen van het lid Ouwehand (Partij voor de Dieren) aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu en aan de staatssecretaris van Economische Zaken over het voorstel dat een nationaal teeltverbod op gengewassen mogelijk zou moeten maken

  1. Kunt u bevestigen dat het voorstel om de regels voor toelating van teelt van genetisch gemanipuleerde gewassen aan te passen, waarmee lidstaten de mogelijkheid zouden moeten krijgen de teelt van gengewassen op (een deel van) hun grondgebied te verbieden, veranderd is ten opzichte van het voorstel dat u en de Kamer besproken hebben tijdens het Algemeen Overleg Biotechnologie en Kwekersrecht van 10 april?
  2. Kunt u de wijzigingen in het momenteel liggende voorstel toelichten, en daarbij uw appreciatie van de wijzigingen geven?
  3. Is het waar dat er op dit moment een blokkerende minderheid is van landen, waaronder Frankrijk en Duitsland, die ervoor zal zorgen dat dit voorstel niet aangenomen zal worden? Kunt u de bezwaren van deze landen tegen het voorliggende voorstel duiden?
  4. Frankrijk is een van de landen die op haar grondgebied geen genteelt wil, deelt u de mening dat een voorstel dat de teelt van gentech zou moeten kunnen reguleren alleen goed genoeg is als ook Frankrijk daarmee uit de voeten kan om gengewassen daadwerkelijk van haar akkers te kunnen weren? Zo neen, waarom zou u een voorstel willen steunen dat de beoogde vrijheid voor lidstaten in de praktijk onvoldoende waarmaakt?
  5. Mag de Kamer ervan uitgaan dat zowel de instructie voor ambtelijke bijeenkomsten als uw eigen inbreng luidt dat Nederland niet kan instemmen met het huidige voorstel, omdat het niet overeenkomt met de aangenomen motie-Ouwehand (KS 21 501-08 nr 502) en lidstaten te weinig ruimte biedt om gengewassen daadwerkelijk te weren van hun grondgebied? Zo nee, waarom niet?
  6. Deelt u de mening dat het nationale teeltvoorstel dermate belangrijk is dat er een politieke discussie over gevoerd moet worden, zowel in de lidstaten als in de Raad, voordat het voorstel aangenomen wordt? Zo nee, waarom niet?
  7. Kunt u uitsluiten dat er tijdens een ambtelijke bijeenkomst al een definitief besluit genomen zal worden over het besluit, en bent u bereid om zich hiertegen uit te spreken en aan te dringen op een politieke discussie in de Raad alvorens er een besluit genomen wordt, conform uw toezeggingen aan de Kamer dat er pas in de Milieuraad in juni een besluit genomen zal worden, en u daarvoor nog in gesprek zal gaan met de Kamer? Zo nee, waarom niet?

Antwoorddatum: 5 mei 2014

Antwoord van Staatssecretaris Mansveld (Infrastructuur en Milieu) mede namens de Staatssecretaris van Economische Zaken (ontvangen 2 juni 2014)
Vraag 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7
Kunt u bevestigen dat het voorstel om de regels voor toelating van teelt van genetisch gemanipuleerde gewassen aan te passen, waarmee lidstaten de mogelijkheid zouden moeten krijgen de teelt van gengewassen op (een deel van) hun grondgebied te verbieden, veranderd is ten opzichte van het voorstel dat u en de Kamer besproken hebben tijdens het Algemeen Overleg Biotechnologie en Kwekersrecht van 10 april jl.? Kunt u de wijzigingen in het momenteel liggende voorstel toelichten, en daarbij uw appreciatie van de wijzigingen geven? Is het waar dat er op dit moment een blokkerende minderheid is van landen, waaronder Frankrijk en Duitsland, die ervoor zal zorgen dat dit voorstel niet aangenomen zal worden? Kunt u de bezwaren van deze landen tegen het voorliggende voorstel duiden? Frankrijk is een van de landen die op haar grondgebied geen genteelt wil, deelt u de mening dat een voorstel dat de teelt van gentech zou moeten kunnen reguleren alleen goed genoeg is als ook Frankrijk daarmee uit de voeten kan om gengewassen daadwerkelijk van haar akkers te kunnen weren? Zo nee, waarom zou u een voorstel willen steunen dat de beoogde vrijheid voor lidstaten in de praktijk onvoldoende waarmaakt? Mag de Kamer ervan uitgaan dat zowel de instructie voor ambtelijke bijeenkomsten als uw eigen inbreng luidt dat Nederland niet kan instemmen met het huidige voorstel, omdat het niet overeenkomt met de aangenomen motie van het lid Ouwehand (Kamerstuk 21 501-08 nr 502) en lidstaten te weinig ruimte biedt om gengewassen daadwerkelijk te weren van hun grondgebied? Zo nee, waarom niet? Deelt u de mening dat het nationale teeltvoorstel dermate belangrijk is dat er een politieke discussie over gevoerd moet worden, zowel in de lidstaten als in de Raad, voordat het voorstel aangenomen wordt? Zo nee, waarom niet? Kunt u uitsluiten dat er tijdens een ambtelijke bijeenkomst al een definitief besluit genomen zal worden over het voorstel, en bent u bereid om zich hiertegen uit te spreken en aan te dringen op een politieke discussie in de
ah-tk-20132014-2103
ISSN 0921 - 7398
’s-Gravenhage 2014 Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, Aanhangsel 1
Raad alvorens er een besluit genomen wordt, conform uw toezeggingen aan
de Kamer dat er pas in de Milieuraad in juni een besluit genomen zal worden,
en u daarvoor nog in gesprek zal gaan met de Kamer? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7
Voor de beantwoording van uw vragen verwijs ik u naar de recent aan uw
Kamer gestuurde brief over het voorstel voor nationale teeltbevoegdheid,
waarin nader is ingegaan op de wijzigingen aan het voorstel ten opzichte van
de versie die met uw Kamer besproken is tijdens het AO biotechnologie en
kwekersrecht van 10 april jl., het standpunt van de regering ten aanzien van
het voorstel, en de verwachtingen van de bespreking van het voorstel in de
Milieuraad van 12 juni.
Tweede