Vragen Ouwehand over alweer niet nakomen van afspraken om sterfte van bokjes in melk­gei­ten­hou­derij terug te dringen


Vragen van het lid Ouwehand (Partij voor de Dieren) aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over het nu alweer niet nakomen van de afspraken om de sterfte van bokjes in de geitenmelkhouderij terug te dringen

1. Herinnert u zich dat u beloofde de Kamer voor het einde van 2018 te informeren over de voortgang van het door de sector opgestelde ‘Plan van aanpak welzijn geitenbokken van de melkgeitenketen’?[1]

2. Heeft u opgemerkt dat we inmiddels ruim in de tweede maand van 2019 leven?

3. Kunt u toelichten wat u bedoelde toen u in uw beleidsbrief dierenwelzijn over hoge sterfte onder jonge dieren in de veehouderij schreef dat u de sectorplannen rond de ‘vitaliteit’ van jonge dieren ‘nauwlettend’ volgt?

4. Waarom heeft u de Kamer niet volgens belofte geïnformeerd over de voortgang van de aanpak die de sectororganisaties zelf mochten opstellen over het ernstige probleem van de sterfte onder bokjes in de melkgeitenhouderij?

5. Hebben de Nederlandse Land- en Tuinbouworganisatie (LTO) en de Nederlandse Geitenzuivel Organisatie (NGZO) u wel geïnformeerd over de voorgang van het door hen opgestelde plan van aanpak? Zo ja, op welk moment? Zo nee, waarom accepteert u dat van de sectororganisaties?

6. Vindt u de inspectieresultaten van de NVWA over 2017 (gemiddeld 32% sterfte op bokkenmesterijen in 2017 ten opzichte van 31% in 2016) acceptabel? Zo ja, waarom? Zo nee, wat vindt u wel acceptabele sterftecijfers onder geitenlammeren die ter wereld komen in de melkgeitenhouderij?

7. Gelet op het feit dat de NVWA meldt niet te weten hoeveel bokkenmesters er zijn in Nederland: kunt u met zekerheid zeggen dat het nu door de NVWA genoemde hoogste sterftecijfer (61% op een bedrijf in 2017) ook daadwerkelijk de hoogste sterfte is die in de geitenzuivelsector voorkomt? Zo ja, hoe dan? Zo nee, erkent u dat de sterftecijfers ook nog hoger kunnen liggen dan nu door de NVWA genoteerd?

8. Hoeveel geitenlammeren zijn er in 2018 in de Nederlandse melkgeitenhouderij levend dan wel dood geboren? Hoe is dat geregistreerd en hoe en door wie is dat gecontroleerd?

9. Hoeveel geitenlammeren die levend geboren zijn in de Nederlandse melkgeitenhouderij zijn er in 2018 alsnog gestorven? Op welke leeftijd gebeurde dat? Hoe is de sterfte onder geitenlammeren geregistreerd en hoe en door wie is dat gecontroleerd?

10. Kunt u nader specificeren hoe het aantal van 110.237 doodmeldingen van geiten in de Nederlandse veehouderij in 2017 is opgebouwd, in elk geval naar de leeftijd (of leeftijdscategorie) waarop de dieren gestorven zijn? Is het cijfer dat u noemde[2] het totale aantal geiten dat in de Nederlandse veehouderij in 2017 is gestorven, inclusief de doodgeboren geitenlammeren? Zo nee, hoe hoog is het cijfer dan?

11. Wat was het sterftecijfer onder geiten in de Nederlandse veehouderij in 2016? Kunt u het cijfer bevestigen dat Wakker Dier in haar rapport ‘Sterfte in de veehouderij’[3] noemde, te weten 91.000 dieren? Zo nee, hoe zit het dan? Zo ja, vindt u een stijging van meer dan 20% ofwel 20.000 geiten die nog voor de slacht zijn gestorven in de Nederlandse veehouderij acceptabel?

12. Erkent u de constitutionele verhoudingen, onder andere keer op keer benadrukt door de Algemene Rekenkamer, dat de Kamer het beleid van het kabinet moet kunnen controleren op concrete en afrekenbare doelen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke concrete en afrekenbare doelen koppelt u aan het beleid dat u voert voor het terugdringen van de sterfte onder geitenlammeren in de geitenzuivelketen?

13. Neemt u het doel over dat de sectororganisaties in het plan van aanpak hebben geformuleerd? Zo ja, kunt u verhelderen wat dat doel dan inhoudt wanneer het plan spreekt over 9,3% sterfte in 2020, maar tegelijk spreekt over een stoplichtenmodel dat ruimte laat voor veel hogere sterftepercentages? Zo nee, welk doel stelt u dan en welke deadline houdt u daarvoor aan?

14. Hoe verhoudt het (vage) sectordoel van 9,3% met ruimte voor veel hogere sterftepercentages zich tot de uitspraken van oud-minister Kamp dat ook een sterfte van slechts 2% te bereiken is?

15. Wat bedoelt de NVWA als zij in haar rapportje ‘Welzijn geiten. Inspectieresultaten 2017’ schrijft dat de ‘aanpak’ is geïntensiveerd toen de hoge sterfte bij bokkenmesterijen in beeld kwam in 2017? Kunt u uiteenzetten wat de aanpak vóór 2017 dan precies was en de inspectieresultaten van de voorgaande vijf jaar naar de Kamer sturen? Zo nee, waarom niet?

16. Kunt u uitleggen hoe het in hemelsnaam zo kan zijn dat de NVWA niet weet hoeveel bokkenmesters er in Nederland zijn?[4] Hoe kan de toezichthouder toezicht houden op het welzijn van dieren als ze niet eens weet in welke schuren en op welke locaties ze worden vetgemest voor de slacht? I&R is toch ook voor geitenlammeren verplicht?

17. Hoe kan de Kamer controleren wat de sterftepercentages in de melkgeitenhouderij zijn als bedrijven of stallen waarin dieren worden gehouden niet eens in beeld zijn bij de toezichthouder?

18. Hoe kan de Kamer controleren of de handhaving van dierenwelzijnsregels op orde is als bedrijven of stallen waarin dieren worden gehouden niet eens in beeld zijn bij de toezichthouder/handhaver?

19. Zijn er nog meer veehouderijsectoren waarbij de NVWA geen compleet beeld heeft van het aantal bedrijven en de precieze locaties van de stallen waarin dieren worden gefokt, gebruikt en vetgemest voor de slacht? Zo ja, welke? Zo nee, waaruit blijkt dat de NVWA wel een volledig beeld heeft van alle andere veehouderijsectoren dan de sector bokkenmesterij?

20. Erkent u dat het welzijn van melkgeiten niet alleen wordt aangetast door het laten werpen van jongen die meteen bij haar worden weggehaald, maar ook door het zogenaamde ‘duurmelken’? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke kaders hanteert u voor het welzijn van deze dieren?

21. Herinnert u zich dat u in het debat over het lijden en sterven van dieren in de veehouderij dd 24 januari 2019 liet weten het oneens te zijn met de analyse van de Partij voor de Dieren-fractie dat er een groot gat zit tussen wat mensen wordt voorgespiegeld over (de herkomst van) dierlijke producten en de dagelijkse realiteit voor de dieren (in de veehouderij)?[5]

22. Hoe verklaart u de massale uitingen van verbazing en ontzetting die in mei 2018 in de/op (sociale) media zichtbaar en hoorbaar waren nadat in een uitzending van Boer Zoekt Vrouw te zien was hoe op een biologisch geitenbedrijf de pasgeboren lammeren werden weggehaald bij de moedergeit en in een doos werden gezet?

23. Vond u de toelichting van de presentatrice ‘De doos geeft de geitjes een veilig gevoel’ een correcte en/of complete duiding van wat er precies met de dieren gebeurt in het systeem van (biologische) geitenzuivelproductie?

24. Wat zou u vertellen als iemand u, als minister die verantwoordelijk is voor dierenwelzijn die bovendien meent dat overheid en sector niets achterhouden als het gaat om de daadwerkelijke situatie voor de dieren in de veehouderij, zou vragen wat waar (biologische) geitenzuivel vandaan komt?