Vragen Van Raan, Laçin en Kröger over de “Correc­tie­brief op brief Lucht­vaart 15 oktober 2019” van de minister van I&W


Vragen van de leden lid Van Raan (Partij voor de Dieren), Laçin (SP) en Kröger (GroenLinks) aan de minister van I&W over de “Correctiebrief op brief Luchtvaart 15 oktober 2019” van de minister van I&W.

1) Wanneer werd ontdekt dat in de Kamerbrief van 15 oktober 2019[1] ten onrechte staat vermeld dat externe validaties zouden zijn gedaan op de appendices van het wettelijk rekenvoorschrift voor geluidberekeningen regionale luchthavens?

2) Erkent u dat deze informatie een rol had kunnen spelen in het debat over de begroting I&W, dat werd gevoerd op woensdag 16 en donderdag 17 oktober 2019?

3) Kunt u een tijdlijn met feitenrelaas presenteren waaruit blijkt op welk moment deze fout is opgemerkt en wanneer daar vervolgens op is gehandeld? Kunt u hierbij telkens het tijdstip zo precies mogelijk benoemen?

4) Waarom is de correctiebrief pas gestuurd op vrijdagmiddag 18 oktober om 17u36?[2]

5) Welke inspanningen zijn er gedaan om de Tweede Kamer op tijd te informeren zodat er tijdens de begroting I&W nog op deze informatie kon worden ingespeeld?

6) Wanneer is de in de Kamerbrief van 15 oktober 2019[3] genoemde navraag gedaan bij de NLR, waaruit bleek dat er in die tijd geen externe validaties zijn gedaan op de appendices van het wettelijk rekenvoorschrift voor geluidberekeningen regionale luchthavens?

7) Wat is de wettelijke basis van het wel of niet uitvoeren van externe validaties?

8) Indien de wettelijke basis ontbreekt, is er ander type regelgeving omtrent het wel of niet uitvoeren van externe validaties?

9) Nu blijkt dat er in die tijd geen externe validaties zijn gedaan op de appendices van het wettelijk rekenvoorschrift voor geluidberekeningen regionale luchthavens, bestaan er dan wel een of meerdere interne validatierapporten uit die tijd of van latere datum? Zo ja, kunt u die delen met de Tweede Kamer? Zo nee, waaruit blijkt dan dat die appendices correct waren en zijn?

10) Welke milieueffectrapportages zijn uitgevoerd met behulp van de niet-extern-gevalideerde appendices?

11) Vanaf wanneer worden er wel externe validaties gedaan?

12) Wat houdt deze validatie in?

13) Is er een checklist, draaiboek of standaard procedure hoe dit te doen? Zo ja, op welke wijze wordt de externe partij die de validatie doet bekend gemaakt met deze procedure?

14) Kunt u de validatie-procedure, als deze bestaat, delen met de Tweede Kamer? Zo nee, waarom niet?

15) Door wie worden de huidige gangbare externe validaties uitgevoerd?

16) Op basis van welke criteria worden de bureaus geselecteerd die deze externe validaties moeten uitvoeren?

17) Hebben externe validaties in het verleden wel eens tot veranderingen geleid in berekeningen, modellen, procedures en/of conclusies? Zo ja, kunt u een overzicht verschaffen van deze voorbeelden?

18) Kunt u een volledig overzicht geven van alle partijen die deze externe validaties wel eens hebben uitgevoerd, inclusief het betreffende onderwerp? Zo nee, waarom niet?

19) Kunt u alle externe validatie-rapporten naar de Tweede Kamer sturen? Zo nee, waarom niet?

20) Kent u de volgende passage uit de Regeling burgerluchthavens: “Deze appendices zijn separaat gebundeld maar maken integraal onderdeel uit van het voorschrift”?[4]

21) Klopt het dat het wettelijk rekenvoorschrift gebaseerd is op appendices, welke blijkbaar gedurende een vooralsnog onbekende periode niet extern gevalideerd waren? Zo nee, hoe zit het dan?

22) Welke organisaties hebben indertijd meegewerkt aan het schrijven van het wettelijk rekenvoorschrift?

23) Heeft er een externe validatie plaatsgevonden op het wettelijk rekenvoorschrift zelf?

24) Waarom wordt in het door u in de Kamerbrief van 15 oktober 2019[5] genoemde validatierapport Bijlage 6 bij het geactualiseerde MER met geen woord gerept over de in de appendices gebruikte afscherming en atmosferische demping?

25) Kent u de constateringen van de Samenwerkende Actiegroepen Tegen Laagvliegen (SATL) over de in de appendices gebruikte afscherming en atmosferische demping, waaruit blijkt dat de hiervoor gemaakte keuzes tot een systematisch lager berekende geluidsbelasting heeft geleid?[6] Wat is daarop uw reactie?

26) Zijn de in het geactualiseerde MER Lelystad Airport gebruikte appendices ooit gevalideerd wat betreft het gebruik van de afscherming en/of de atmosferische demping?

27) Bent u bereid om de appendices alsnog extern te laten valideren, speciaal gericht op het gebruik van afschermingsfactor en atmosferische demping? Wat zijn daarbij de criteria van het wel of niet toepassen van de afschermingsfactor?

28) Kunt u deze vragen één voor één beantwoorden?


1 Brief minister van I&W, 15 oktober 2019. Kamerstuk: 2019D41106

2 Brief minister van I&W, 18 oktober 2019. Kamerstuk: 2019D41903

3 Brief minister van I&W, 15 oktober 2019. Kamerstuk: 2019D41106

4 https://wetten.overheid.nl/BWB...

5 Brief minister van I&W, 15 oktober 2019. Kamerstuk: 2019D41106

6 SATL, Zienswijze ter zake van het ontwerpbesluit tot wijziging van het Luchthavenbesluit Lelystad en het geactualiseerde MER (2019): https://satl-lelystad.nl/wp-co...