Vragen Wassenberg over het bericht dat rubber­korrels op kunstgras gezond­heids­risico's voor kinderen kunnen zijn


1) Kent u de artikelen 'Rubbergranulaat op kunstgrasvelden, veilig of niet veilig voor kinderen?’ uit het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde en “Hoogleraren: rubberkorrels van kunstgras kunnen wel degelijk gezondheidsrisico zijn voor kinderen” uit de Volkskrant? [1] [2]

2) Kunt u ingaan op de stelling van de onderzoekers dat rapporten van het RIVM en ECHA over de gezondheidseffecten van rubbergranulaat wetenschappelijke onnauwkeurigheden en omissies bevatten, waardoor de conclusie van het RIVM (sporten op kunstgrasvelden met rubbergranulaat zou veilig zijn) prematuur is?

3) Kunt u ingaan op de aanbeveling van de onderzoekers dat de Nederlandse overheid ouders het advies zou moeten geven om hun kinderen zo goed mogelijk te beschermen tijdens en na het spelen op kunstgras met rubberkorrels? Gaat u dat advies opvolgen? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?

4) Kunt u ingaan op de aanbeveling van de onderzoekers dat bij kinderen hand- en mondcontact met het rubbergranulaat zoveel mogelijk dient te worden voorkomen? Wat gaat u met die aanbeveling doen?

5) Was u ervan op de hoogte dat het RIVM in een eerdere studie ervoor pleitte dat de blootstellingsnorm voor BPA aangescherpt zou moeten worden vanwege gezondheidsrisico’s? Kunt u aangeven waarom het RIVM later stelde dat, op basis van de bestaande blootstellingsnorm, er geen gevaar is voor de gezondheid?

6) Kunt u ingaan op de stelling van de onderzoekers dat het RIVM, op basis van haar eigen kennis, had moeten concluderen dat het risico van BPA onaanvaardbaar hoog was? Kunt u nagaan waarom dat niet gebeurd is? Op basis van welke argumentatie heeft het RIVM geconcludeerd dat het risico aanvaardbaar zou zijn?

7) Kunt u ingaan op de stelling van de onderzoekers dat in de studies van het RIVM en het ECHA een extra veiligheidsfactor had moeten worden meegenomen?

8) Klopt het dat in situaties waarin onderzoekers twisten over een precieze normering het voorzorgsbeginsel voorschrijft om uit te gaan van de best beschermende norm? Zo nee, hoe moet het voorzorgsbeginsel dan geïnterpreteerd worden?

Welke maatregelen gaat u nemen om een gezonde omgeving voor sporters, en met name jonge sporters, te kunnen garanderen?

10) Kunt u aangeven waarom vermalen autobanden nog gebruikt worden als infill op kunstgrasvelden? Klopt het dat er milieuvriendelijkere alternatieven bestaan die geen gevaar opleveren voor de gezondheid? Waarom worden deze niet standaard gebruikt?

11) Heeft deze nieuwe publicatie uw gedachten veranderd over de (on)wenselijkheid van het gebruik van vermalen autobanden op kunstgrasvelden, aangezien u op 7 maart van dit jaar nog aangaf de discussie daarover niet opnieuw te willen voeren? Bent u bereid om een wetgevingstraject te starten om het uitstrooien van vermalen autobanden op sportvelden te verbieden? Zo nee, waarom niet?

Kunt u aangeven hoe vaak uw ministerie gesproken heeft met organisaties die zich inzetten voor het hergebruik van afgedankte (auto)banden en met welke organisaties dit gebeurde? Kunt u aangeven welke onderwerpen daar besproken zijn?

[1] https://www.ntvg.nl/artikelen/rubbergranulaat-op-kunstgrasvelden

[2] https://www.volkskrant.nl/nieu...