Vragen Wassenberg over de blinde vlek van de overheid voor natuur­ver­nie­tiging die het gevolg is van de delving van mineralen voor onze ener­gie­tran­sitie


Vragen van het lid Wassenberg (PvdD) aan de minister van EZK over de blinde vlek van de Nederlandse overheid voor natuurvernietiging die het gevolg is van de delving van mineralen voor onze energietransitie.

  1. Kent u het bericht “Onze groene energie verwoest elders de natuur”, waaruit blijkt dat door de overstap naar groene energie in westerse landen de vraag naar grondstoffen zoals nikkel en kobalt sterk stijgt? [1]
  2. Vindt u het ook zeer zorgelijk dat de mijnbouw naar de hiervoor benodigde mineralen (onder meer op Madagaskar en de Filippijnen) vaak gepaard gaat met ernstige milieuschade, verwoesting van natuur en biodiversiteit en schending van mensenrechten? [2] Zo nee, waarom niet?
  3. Deelt u de mening dat het van belang is om bij de energietransitie niet alleen te kijken naar de CO2-uitstoot in Nederland, maar naar de gehele ecologische voetafdruk en naar de gevolgen voor biodiversiteit en de lokale gemeenschappen, ook elders in de wereld? Zo nee, waarom niet?
  4. Deelt u de mening dat de overheid hier een brede verantwoordelijkheid in heeft (ook omdat zij zich heeft gecommitteerd aan de OESO-richtlijnen en de UN Guiding Principles on Business and Human Rights)? Deelt u de mening dat de overheid alles in haar bereik moet doen om schade aan natuur, milieu en biodiversiteit te voorkomen en de belangen van de lokale gemeenschappen te beschermen? Zo nee, waarom niet?
  5. Deelt u de mening dat de overheid hierin onvoldoende slaagt, door na te laten om richtlijnen over de herkomst van de gebruikte mineralen op te nemen in de aanbestedingen van windmolen- en zonneparken? [3] Zo nee, waarom niet?
  6. Deelt u de mening dat door te wachten op de IMVO-convenanten (niet-bindende ketenafspraken voor de windenergiesector gericht op Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen) er kansen gemist worden om duurzaamheidseisen te stellen met betrekking tot de gebruikte materialen bij de aanbestedingen voor windmolen- en zonneparken? Zo nee, waarom niet?
  7. Hoe bent u voornemens invulling te geven aan uw toezegging om ook in uw rol van vergunningverlener uw invloed aan te wenden “om de zorgvuldigheid in de toeleveringsketens te vergroten”, anders dan door het faciliteren van het IMVO- convenant? [3]
  8. Deelt u de mening dat er aan de vergunningverlening voor windmolen- en zonneparken zo snel mogelijk voorwaarden gesteld moeten worden op het gebied van milieueffecten elders in de wereld, zodat bedrijven verplicht worden om mineralen te gebruiken die gewonnen worden op een wijze die zo min mogelijk schadelijk is voor mens en milieu? Zo nee, waarom niet?
  9. Deelt u de mening dat van een kabinet, dat ‘het groenste kabinet ooit’ [4] denkt te worden, een actievere rol verwacht worden om te voorkomen dat de energietransitie in Nederland onherstelbare schade toebrengt aan de natuur, de biodiversiteit en ecosystemen elders in de wereld? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe gaat u deze rol vorm geven?

[1] https://www.nrc.nl/nieuws/2018/07/31/onze-vergroening-kost-anderen-hun-biodiversiteit-a1611717
[2] https://actionaid.nl/wp-content/uploads/2018/02/83827_ActionAid_RapportWindmolens_FINAL.pdf
[3] https://www.rijksoverheid.nl/regering/bewindspersonen/sigrid-kaag/documenten/kamerstukken/2018/02/23/antwoorden-op-kamervragen-over-het-rapport-%E2%80%98human-rights-in-windturbine-supply-chains%E2%80%99-van-actionaid-en-somo
[4]
https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/wiebes-legt-uit-hoe-rutte-iii-het-groenste-kabinet-ooit-denkt-te-worden~b6f82e46/

Antwoorddatum: 6 dec. 2018

Vragen van het lid Wassenberg (PvdD) aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat over de blinde vlek van de Nederlandse overheid voor natuurvernietiging die het gevolg is van de delving van mineralen voor onze energietransitie (ingezonden 15 augustus 2018).

Antwoord van Minister Wiebes (Economische Zaken en Klimaat) mede namens de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (ontvangen 6 december 2018). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2017–2018, nr.3178.

Vraag 1

Kent u het bericht «Onze groene energie verwoest elders de natuur», waaruit blijkt dat door de overstap naar groene energie in westerse landen de vraag naar grondstoffen zoals nikkel en kobalt sterk stijgt?

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Vindt u het ook zeer zorgelijk dat de mijnbouw naar de hiervoor benodigde mineralen (onder meer op Madagaskar en de Filippijnen) vaak gepaard gaat met ernstige milieuschade, verwoesting van natuur en biodiversiteit en schending van mensenrechten? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 2

Ja, daarom streeft het kabinet ernaar de negatieve effecten van mijnbouw op mens en milieu te vermijden en mitigeren. Zie ook antwoord op vragen 4 en 5.

Vraag 3

Deelt u de mening dat het van belang is om bij de energietransitie niet alleen te kijken naar de CO2-uitstoot in Nederland, maar naar de gehele ecologische voetafdruk en naar de gevolgen voor biodiversiteit en de lokale gemeen-schappen, ook elders in de wereld? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 3

Ja, om de energietransitie in alle aspecten duurzaam te maken, moeten de benodigde grondstoffen gewonnen worden op een wijze die verantwoord is voor mens en milieu, in Nederland en daarbuiten.

Vraag 4, 5

Deelt u de mening dat de overheid hier een brede verantwoordelijkheid in heeft (ook omdat zij zich heeft gecommitteerd aan de OESO-richtlijnen en de UN Guiding Principles on Business and Human Rights)? Deelt u de mening dat de overheid alles in haar bereik moet doen om schade aan natuur, milieu en biodiversiteit te voorkomen en de belangen van de lokale gemeenschap-pen te beschermen? Zo nee, waarom niet? Deelt u de mening dat de overheid hierin onvoldoende slaagt, door na te laten om richtlijnen over de herkomst van de gebruikte mineralen op te nemen in de aanbestedingen van windmolen- en zonneparken? 3) Zo nee, waarom niet?

Antwoord 4, 5

Er ligt zowel een verantwoordelijkheid voor bedrijven als voor de overheid. Het kabinet verwacht van bedrijven dat zij zich houden aan de internationale kaders voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. Bedrijven hebben een verantwoordelijkheid om mensenrechtenschendingen en milieuvervuiling in hun toeleveringsketens in kaart te brengen en aan te pakken. Dat geldt dus ook voor bedrijven die zich bezig houden met de energietransitie. Het kabinet heeft zich gecommitteerd aan de UN Guiding principles for business and human rights (UNGPs) en de OESO-richtlijnen voor multinatio-nale ondernemingen (OESO- richtlijnen) als normatief kader voor maatschap-pelijk verantwoord ondernemen. Het kabinet onderschrijft ook de Due Diligence Guidance for Responsible Supply Chains of Minerals from Conflict-Affected and High-Risk Areas die op de OESO- richtlijnen voortbouwt. Dat gebeurt bijvoorbeeld door het IMVO-convenantenbeleid, middels het openstellen van een klachtenmechanisme (NCP) of door het overbrengen van kennis aan bedrijven. Zo organiseerde het Ministerie van Buitenlandse Zaken op 23 oktober 2017 een conferentie met als doel bedrijven in de grondstoffen-sector te helpen maatschappelijk verantwoord te ondernemen. Ook steunt het kabinet projecten die verantwoorde mijnbouw stimuleren via het Europees Partnerschap voor Verantwoorde Mineralen (EPRM). Op initiatief van de Nederlandse Vereniging voor Duurzame Energie (NVDE) en de Nederlandse Windenergie Associatie (NWEA) zijn de voorbereidingen in gang gezet voor een IMVO-convenant gericht op mogelijke risico’s in de windenergiesector. Het kabinet moedigt dit aan, en de overheid zal zelf ook als partij deelnemen aan het convenant. Ook heeft de overheid een verantwoordelijkheid om eisen te stellen als inkoper, aanbesteder, subsidieverlener of vergunningverstrekker. Het opnemen van eventuele eisen bij aanbestedingen of vergunningverleningen voor wind- en zonneparken kan een onderdeel zijn van het IMVO-convenant. Ik wil dit IMVO-convenant, waar wij als Rijk ook als partij aan deelnemen, eerst zelf een kans geven. Mocht dat convenant uitblijven of de resultaten onvoldoende blijken, dan is dat het moment om te kijken naar mogelijke maatregelen.

Vraag 6

Deelt u de mening dat door te wachten op de IMVO-convenanten (niet-bindende ketenafspraken voor de windenergiesector gericht op Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen) er kansen gemist worden om duurzaamheidseisen te stellen met betrekking tot de gebruikte materialen bij de aanbestedingen voor windmolen- en zonneparken? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 6

Nee, een IMVO-convenant is één van de middelen om bedrijven te stimuleren zich te houden aan internationale kaders voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. Er zijn ook andere middelen, zoals hierboven ook aangegeven. Het doel van IMVO-convenanten is om op specifieke risico’s binnen waarde-ketens verbetering te bereiken voor groepen die negatieve effecten ervaren van bedrijfsactiviteiten en, ten tweede, om een gezamenlijke oplossing te bieden voor problemen die bedrijven zelf niet geheel op kunnen lossen. In een IMVO-convenant verbinden partijen zich aan het behalen van tastbare resultaten op het terrein van internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen. Convenanten worden opgesteld conform het SER-advies IMVO-convenanten1. De afspraken zijn gebaseerd op de OESO-richtlijnen en de UNGP’s. Het opnemen van eventuele eisen bij aanbestedingen of vergunningverlenin-gen voor wind- en zonneparken kan een onderdeel zijn van het IMVO-convenant. Ik wil dit IMVO-convenant, waar wij als Rijk ook als partij aan deelnemen, eerst zelf een kans geven. Mocht dat convenant uitblijven of de resultaten onvoldoende blijken, dan is dat het moment om te kijken naar mogelijke maatregelen.

Vraag 7, 8

Hoe bent u voornemens invulling te geven aan uw toezegging om ook in uw rol van vergunningverlener uw invloed aan te wenden «om de zorgvuldigheid in de toeleveringsketens te vergroten», anders dan door het faciliteren van het IMVO-convenant? Deelt u de mening dat er aan de vergunningverlening voor windmolen- en zonneparken zo snel mogelijk voorwaarden gesteld moeten worden op het gebied van milieueffecten elders in de wereld, zodat bedrijven verplicht worden om mineralen te gebruiken die gewonnen worden op een wijze die zo min mogelijk schadelijk is voor mens en milieu? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 7, 8

Een IMVO-convenant is bij uitstek geschikt om tastbare resultaten te bereiken op het terrein van internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen. Er is draagvlak vanuit de windenergiesector om een IMVO-convenant te sluiten en de sector pakt dit onder begeleiding van de SER op. De overheid is wezenlijk onderdeel van dit proces als partij. Via de reguliere Kamerbrieven over IMVO-convenanten en het IMVO-beleid wordt de Kamer geïnformeerd over de voortgang. In het convenantenproces zal de overheid ook onderzoeken in hoeverre rapportage over gepaste zorgvuldigheid in de keten kan worden betrokken bij vergunningverlening in de windenergiesector. Op deze manier kom ik de genoemde toezegging na en wil ik ook uitvoering geven aan het hiervoor relevante deel van de motie Jetten/Wassenberg (Kamerstuk 32 813, nr. 209).

Vraag 9

Deelt u de mening dat van een kabinet, dat «het groenste kabinet ooit» denkt te worden, een actievere rol verwacht worden om te voorkomen dat de energietransitie in Nederland onherstelbare schade toebrengt aan de natuur, de biodiversiteit en ecosystemen elders in de wereld? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe gaat u deze rol vorm geven?

Antwoord 9

Nederland is ambitieus met zijn klimaatdoelstellingen en stimuleert maat-schappelijk verantwoord ondernemen in alle sectoren, niet alleen in de hernieuwbare energiesector. De sector heeft laten zien dat het zijn verant-woordelijkheid neemt door het starten van een IMVO-convenantenproces. Als partij in dit proces neemt het Rijk een actieve rol in het invullen van de OESO-richtlijnen en UNGPs op het gebied van IMVO in de windenergiesector.

1 https://WWW.ser.nl/nl/Dublicat...